-- Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!
Drachtplantenkaart -- Aandachtspunten
Benutten van mogelijkheden
De spreiding van de bloeiperiode en de capaciteit van drachtplanten kan zichtbaar gemaakt worden door middel van een drachtplantenkaart. Daarop staat aangegeven welke plaatsen in welke periode van het jaar voor de imkerij van belang zijn. Daarbij hoeven alle planten niet in detail te worden ingevuld, maar kan men volstaan met een vermelding van de voornaamste nectar- en stuifmeelbronnen. Waar een te kort aan drachtplanten is, kan dat mogelijk door aanplanten, uitzaaien of gewijzigd vegetatiebeheer worden verbeterd. In de plantendatabase kan op bloeiperiode worden gesorteerd.
Verbetering van de honingproductie is niet alleen een kwestie van het bevorderen van drachtplanten. Het is ook belangrijk dat men de bestaande mogelijkheden benut, die niet altijd bekend zijn. Vaak wordt de wens geuit dat er meer drachtplanten moeten komen, terwijl men niet goed weet wat er in de omgeving aan drachtplanten aanwezig is. Men roept nogal eens om de aanplant van lindes zonder zich af te vragen of dat in de plaatselijke situatie wel echt nodig is. Misschien zou het beter zijn om soorten te kiezen die later of eerder bloeien dan de al aanwezige soorten. Dit bevordert niet alleen een meer gelijkmatigeverdeelde drachtperiode, maar bovendien de variatie in het landschap. Een goede inventarisatie van de nectar- en stuifmeelbronnen is daarom gewenst. De periodes van overvloed en gebrek worden dan zichtbaar en juist op de zwakke punten (locale drachtpauzes) moet de nectarbron en de daarmee samenhangende honingproductie worden aangepakt. Maar ook als men van mening is, dat de productie van linde- of Phaceliahoning bevorderd moet worden, moet die toch worden gekoppeld aan andere drachtplanten. De wens twee keer zo veel opbrengst van Phaceliahoning te krijgen, betekent ook twee keer zo veel bijenvolken houden. Deze bijenvolken moeten ook in leven gehouden worden buiten de bloeitijd van de favoriete nectarbron. Inzicht in de totale capaciteit van stuifmeel- en nectarproducerende planten is dus onder alle omstandigheden en bij alle soorten gewenste honing een vereiste" (Koster, 1999).
Een drachtplantenkaart http://tinyurl.com/yazpeu9 geeft inzicht in het aantal bijenvolken dat ergens  geplaatst kan worden. De vuistregel is 2,5 tot 5 volken per ha bloeiende planten. Het aantal volken is ook afhankelijk van de kwaliteit van de planten. Bij goed functionerende bomen kan dat aantal  hoger zijn (zie Voorwaarden bijenbezoek) dan bij weinig nectar leverende boomsoorten.
Foto's standplaatsen
 
---

Aandachtspunten

a. Inventarisatielijst van landschapselementen die voor de imkerij van betekenis zijn, iInclusief tuinen, parken, akkerranden etc.
b. Beschrijving van de begroeiing en de voornaamste drachtplanten; grote bomen worden afzonderlijk genoteerd.
c. Probeer het percentage drachtplanten te schatten.
d. Soorten die hoofddracht bepalen moeten afzonderlijk worden genoteerd. Bijvoorbeeld linde, tamme kastanje robinia, esdoorn, Phacelia etc. Inzicht in de capaciteit is hier van groot belang omdat dit limieten stelt aan het aantal volken dat kan worden geplaatst.
f. De bloeiperioden van de voornaamste soorten moeten worden genoteerd.
g. Noteer de sterke en zwakke gebieden op een overzichtskaart. Specificeer dat naar bloeiperiode.
h. Inventariseer potentiële standplaatsen voor bijenvolken. Wat zijn de mogelijkheden binnen de bebouwde kom. En vanuit welke plekken is stads- op dorps groen voor bijen vanuit het buitengebied bereikbaar. Vooral voor de grotere imkers is het van belang dat er voldoende standplaatsen aanwezig zijn. In de zomer en in de nazomer raakt de dracht op zijn eind. Niet alle imkers kunnen naar de hei en naar de phaceliavelden. In het stedelijke gebied is vaak nog een groot aantal bloeiende planten aanwezig. Waar dat niet zo is zou dat moeten worden gestimuleerd.
i. Omschrijf de maatschappelijke en ecologische functies van de landschapselementen. Om draagvlak te winnen is dat van groot belang. Meer informatie over dit onderwerp Cd-rom bij www.plantenvademecum.nl
   
  Terug naar top pagina
   
   
   
 
Foto's van standplaatsen
Dracht begin vorige eeuw Het landschap extreem verarmd De stad is het beste drachtgebied Rand Lauwermeergebied
Begraafplaats Osdorp Overhoek in Leusden Natuurtuin Muntendam Volkstuin Amsterdam-Noord
Bij een drachtplantenkaart gaat het niet alleen op de plekken waar dracht is, maar ook om strategische plekken om bijenvolken te kunnen plaatsen. Dat mag niet langer gebaseerd worden op gunsten van gemeenten en andere terreinbeheerders. Het moet een vanzelfsprekendheid worden dat er voldoende standplaatsen voor bijenvolken aanwezig zijn. Vooral waar de bijenverordening van kracht is, hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om geschikte plaatsen beschikbaar te stellen. Daarnaast moet de toepassing van drachtplanten sterk worden gestimuleerd. Het grote voordeel van het stedelijke gebied is dat er ook gebruik kan worden gemaakt van laatbloeiende uitheemse plantensoorten.
      Terug naar top pagina