| |
Terug via terugpijl of |
| Voornaamste documenten die de basis vormen voor de bijen helpdesk |
www.bijenhelpdesk.nl |
| Enkle titels Expliciet voor openbaar groen |
| Koster, A., 1987. Stedelijk groen, honingbijen en entomofauna. Groen 43, 10: 20-24. |
| Koster, A., 2000. Bijen in en om het openbaar groen: groenbeheer in de 20e eeuw. Groen 56, 2: 29-34. |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in het openbaar groen 2. Groen 56, 4: 11-16. |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in het openbaar groen 2: ecologische kwaliteit ook door bijen bepaald. Bijen |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in het stedelijk groen, een evaluatie van ecologisch groenbeheer. Alterra-rapport 48. Alterra, Wageningen. 220 p. |
| Koster, A., 2001. Openbaar groen op ecologische Grondslag. Proefschrift, Landbouwuniversiteit Wageningen. 264 p. |
| Koster, A. 2001). Bijen in openbaar Groen: pioniervegetaties, grasland, ruigte en beplantingen. Groen 57 (7/8): 23-29. |
| |
| Volledig overzicht |
| Koster, A.,1980. Enkele gegevens over het bijengeslacht Hylaeus in Nederland in 1979 en 1980. Doctoraalverslag Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, Leiden. 65 p. |
| Koster, A., 1982. Onkruiden en vegetaties op terreinen van de Nederlandse spoorwegen in relatie tot beheersaspekten. Doctoraalscriptie. Vakgroep Vegetatiebeheer, Plantenoecologie en Onkruidkunde Landbouwhogeschool Wageningen. 297 p. |
| Koster, A., 1985. De Bijenwolf, Philanthus triangulum Fabricius, 1775 algemeen op spoorwegterreinen in Zuid-Nederland, Hymenoptera: Sphecidae. Entomologische Berichten, Amsterdam 45, 6: 75-77. |
| Koster, A., 1985. Spoorwegterreinen van betekenis voor plant en dier. De Levende Natuur 86, 6: 194-199. |
| Koster, A., 1986. Aantekeningen over de spoorwegflora en -fauna van Friesland. Vanellus 39, 5: 113-121. |
| Koster, A., 1986. Het genus Hylaeus in Nederland (Hymenoptera, Colletidae). Zoölogische Bijdragen 36: 1-120. |
| Koster, A., 1986. Meer mogelijkheden voor insekten in wegbermen. De Levende Natuur 87, 5: 154-157. |
| Koster, A., 1986. Sterke uitbreiding van de Gehoornde maskerbij (Hylaeus cornutus Curtis, 1831) langs het spoor in Zuid-Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 75, 12: 235-238. |
| Koster, A., 1987. De Dagvlinders langs spoordijken (Lepidoptera: Rhopalocera). Entomologische Berichten 47, 3: 39-41. |
| Koster, A., 1987. De flora van de Nederlandse Spoorwegen. Notitie 14. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 292 p. |
| Koster, A., 1987. Gevolgen van het uitzetten van bijenvolken voor andere bloembezoekers no 2. Bijenteelt 89, 6: 182-184. |
| Koster, A., 1987. Stedelijk groen, honingbijen en entomofauna. Bijenteelt 90, 3: 80-82; 90, 4:107-109. |
| Koster, A., 1987. Stedelijk groen, honingbijen en entomofauna. Groen 43, 10: 20-24. |
| Koster, A., 1987. Stedelijk groen, honingbijen en entomofauna. Natura 84, 6: 123-128. |
| Koster, A., 1988. Insektenbeheer: Gewenst beheer van sterk door de mens beïnvloede levensgemeenschappen zowel in het landelijk als in het stedelijk gebied. Wetenschappelijke Mededeling KNNV 187. 112 p. |
| Koster, A., 1988. Mogelijkheden tot drachtverbetering langs waterkanten in het stedelijk gebied. Bijenteelt 90, 10: 271-274. |
| Koster, A., 1988. Natuurlijke begroeiing op spoorwegterreinen als voorbeeld van een meer natuurlijk drachtgebied. Bijenteelt 90, 10: 167-170. |
| Koster, A., 1988. Natuurlijke begroeiing op spoorwegterreinen als voorbeeld van een meer natuurlijk drachtgebied. Bijenteelt 90, 10: 167-170. |
| Koster, A., 1988. Stedelijk groen meer oecologisch beheerd? De Levende Natuur 89, 6: 162-166. |
| Koster, A., 1988. Vooral insekten profiteren van stedelijk groen. Tuin & Landschap 10, 7: 19-21, 23. |
| Koster, A., 1989. Beheer van ongewervelde diersoorten. De Levende Natuur 90, 1: 32. |
| Koster, A., 1989. Insektenbeheer in wegbermen en langs spoorlijnen. In: W. Ellis, Wetenschappelijke Mededeling KNNV 192; 151-161. |
| Koster, A., 1989. Knelpunten bij aanleg en beheer van "natuurlijke" drachtgebieden. Bijenteelt 91, 11: |
| Koster, A., 1991. Spoorwegterreinen, toevluchtsoord voor plant en dier. KNNV, Utrecht. 236 p. |
| Koster, A., 1993. Ecologisch beheer van wilde drachtplanten. Bijen 2, 5: 131-132. |
| Koster, A., 1993. Vademecum wilde planten. Schuyt, Haarlem. 272 p. |
| Koster, A., 1994. De groene omgeving: een bijdrage aan een gezonde samenleving. Schuyt, Haarlem. 184 p. |
| Koster, A., 1996. Bijenteelt in breed maatschappelijk perspectief. Bijen 5, 5:163-165. |
| Koster, A., 1996. Locaties bijzondere planten van spoorbermen geactualiseerd. IBN-DLO & NS. 87 p. |
| Koster, A., 1998. Ecologisch beheer van beplantingen in het stedelijk gebied. IBN-rapport 369. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen. 349 p. |
| Koster, A., 1998. Honingbijen en wilde bijen zijn concurrenten. Bijen 7, 10: 265-269. |
| Koster, A., 1998. Van tegeltuin tot lusthof. Een verkenning van de mogelijkheden voor groen en natuur in groenarme straten, buurten en compacte woonwijken of Vinexlocaties. IBN-Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen. 391: 41 p. |
| Koster, A., 1999. Honingwinning in relatie tot maatschappelijke aspecten. IBN-rapport 438. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen. 86 p.+ bijlage. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Deventer. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 52 p. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Maastricht. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 46 p. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Nijmegen. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 41 p. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Rotterdam. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 53 p. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Zutphen. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 37 p. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in de stad Arnhem. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 21 p.; bijlagen. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in de stad Groningen. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 19 p; bijlagen. |
| Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in de stad Hilversum. Rapport. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. 45 p. |
| Koster, A., 2000. Bijen in en om het openbaar groen: groenbeheer in de 20e eeuw. Groen 56, 2: 29-34. |
| Koster, A., 2000. Ecologisch groenbeheer in Veenendaal rond het jaar 2000; een evaluatie van het beheer in de negentiger jaren: Alterra-rapport. 76. Alterra, Wageningen. 185 p. |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in het openbaar groen 2. Groen 56, 4: 11-16. |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in het openbaar groen 2: cologische kwaliteit ook door bijen bepaald. Bijen |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in het stedelijk groen, een evaluatie van ecologisch groenbeheer. Alterra-rapport 48. Alterra, Wageningen. 220 p. |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Barneveld en Voorthuizen. Alterra-rapport 041.73 p. |
| Koster, A., 2000. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in de stad Ede. Alterra-rapport 19. 86 p. |
| Koster, A., 2001. Bijen in het openbaar groen: pioniervegetaties, Grasland, ruigte en beplantingen. Groen 57 (7/8): 23-29. |
| Koster, A., 2001. Ecologisch groenbeheer. Schuyt, Haarlem. 192 p. |
| Koster, A., 2001. Openbaar groen op ecologische Grondslag. Proefschrift, Landbouwuniversiteit Wageningen. 264 p. |
| Koster, A., 2001. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Amsterdam. Alterra-rapport. (in prep.) |
| Koster, A., 2001. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in Sneek. Alterra, Wageningen. & Gemeente Sneek. 81 p. |
| Koster, A., 2003. Exotische sierplanten: voedselbron voor veel insecten. Tuin & Landschap 25 (22):40-41. |
| Koster, A., 2004 . Honingbijen in Amsterdam. Kunstraad Amsterdam. |
| Koster, A., 2007. Plantenvademecum voor tuin park en landschap. Fontaine Uitgevers, s-Graveland: 416 p. |
| Koster, A., & P. Zonderwijk 1995. Hommelbeheer is vegetatiebeheer. Natura 92, 9: 234-235. |
| Koster, A., A. Oosterbaan & J.H. Spijker (2001). Ontwikkeling van natuur in de Nederlandse Steden. Werkdocument 13. Alterra, Wageningen, pp. 52. |