--------Terug naar vragen over bijen
Hoe kunnen we wilde bijen helpen met natuurlijke en kunstmatige nestgelegenheid?
  • Door te zorgen dat er in de buurt voldoende planten groeien voor bijen die in kunstmatige nestgelegenheid nestelen, anders heeft zulke nestgelegenheid weinig zin voor bijen. Zie: planten bijenhotels en inheemseplanten bijenhotels

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nestplaatsen van wilde bijen: bijen in tuinen

Wilde bijen nestelen niet alleen in de openbare ruimte. Ze kunnen ook nestelen in particuliere tuinen  in de bodem, in gaatjes en spleten van muren, in gaten van hout (bijv. schuren), rietmatten en schroefgaten van tuinmeubelen.

De laatste jaren wordt er steeds meer kunstmatige nestgelegenheid aan gebracht: nestkastjes met rietstengels, bosjes bamboestokjes en houtblokken met geboorde gaten van verschillende doorsnede. Deze kunnen worden verenigd tot complete bijenhotels. Op plekken waar andere nestgelegenheid ontbreekt, is dat een goed alternatief.

Andersom kan het ook voorkomen, dat bijen in de openbare ruimte nestelen, maar in tuinen foerageren. In die gevallen vullen particuliere tuinen en de openbare ruimte elkaar aan. Dat zien we trouwens ook bij de andere diergroepen. Die trekken zich van het onderscheid tussen privéterrein en publieke ruimte  niets aan. Bij de meeste wilde bijen is het alleen van belang dat nestgelegenheid en voedingsbron niet te ver van elkaar liggen.
Hoeveel bijen in de Tuin?

In een tuin van ca 200 m2 in Veenendaal werden tussen 1972 en 1992 32 soorten bijen waargenomen. Mede door het plaatsen van kunstmatige nestgelegenheid (rietmatten) kwamen de bijen ieder jaar talrijk in deze tuin voor. Het talrijk voorkomen van bijen in de eigen tuin is, naast de aanwezigheid van plekken met open grond, te bevorderen door het plaatsen van rietmatten  (niet in platen, maar gekocht in rollen) of door de dikkere delen van rietstengels te bundelen. Verder kunnen er in ander materiaal van hout of steen gaten worden geboord of miniatuur leemwanden worden gemaakt. Voor constructie zie link Nesten maken

  Terug naar vraag
   
   
   
   
   
   
   
   
   
Nestplaatsen van wilde bijen: Nesten maken -
Voor het maken van nestgelegenheid is geen bouwtekening nodig. Globaal gaat het om de volgende mogelijkheden:
-

Het bundelen van rietstengels en afgezaagde bamboestengels; lengte 15 tot 30 cm; doorsnee openingen 3-10 (12) mm; horizontaal plaatsen.

-

Het boren van gaten in houtblokken of dood hout; vorm en grootte zijn niet van belang. Er kan ook gewoon een paal in de grond worden geslagen. De nestgangen zijn 3-10 (12) mm in doorsnee en 5 tot 15 (20) cm diep. Bij het boren zo min mogelijk rafels langs de randen van de boorgaten maken. Deze eventueel met een opgerold schuurpapiertje wegschuren.

- Het boren van  gaten  in stenen (maar geen gasbetonblokken); de gaten zijn 5-12 cm diep en 3-10 (12) mm doorsnee.
- De nestgangen moeten aan de achterkant zijn gesloten, dus niet te diep boren!
-

Het vullen van bakjes of andere elementen met niet te zware klei of leem. Op bouwmarkten zijn verschillende Betonelementen te koop die gemakkelijk kunnen worden gestapeld.

- De nesten zijn het meest effectief als de openingen in min of meer zuidelijke richting zijn geplaatst.

Deze elementen kunnen worden samengevoegd tot bijenhotels of bijenmuren. De dikte en breedte van de afzonderlijke elementen is afhankelijk van de hoogte en de wijze van stapelen en de ondersteunende structuur. Zie ook constructie nestkastje

Terug naar vraag
 
 
 
 
 
 
 
 
Nestplaatsen van wilde bijen: sociale bijen

De meeste wilde bijen nestelen en leven solitair, maar enkele tientallen soorten leiden in meer of mindere mate een sociale levenswijze. Bij de niet parasitaire hommels (ruim 20 soorten) en de honingbij is dat het sterkst ontwikkeld. Er een taakverdeling binnen het volk. In ieder geval is er steeds een vrouwtje (de koningin) aanwezig dat de eitjes legt en er zijn werksters die voor het broed zorgen en voedsel halen. Bij solitaire bijen doet het vrouwtje alles alleen.

Omdat hommels en honingbijen als volken samen leven, hebben ze een veel grotere ruimte als nestgelegenheid nodig. Hommels leven gewoonlijk in allerlei natuurlijke holten; bijvoorbeeld in oude muizennesten in de grond of andere holle plaatsen in de bodem, in holle bomen, maar ook in nestkastjes of speciale hommelkastjes. Afhankelijk van de soort kan een volk uit enkele tientallen tot enige honderden dieren bestaan. In de loop van het vliegseizoen gaan, op de koningin na, alle hommels dood. De koningin overwintert, zoekt in het voorjaar een nieuw nest en sticht een nieuw volk. De eerste hommels die uitkomen, zijn meestal zeer klein; die later uitkomen zijn aanzienlijk groter. De eerste en laatste hommels die we in het vroege voorjaar en in de nazomer en vroege herfst kunnen zien vliegen, zijn altijd koninginnen. Het zijn grote harige en vaak fel gekleurde spectaculaire insecten. In tuinen kunnen verschillende soorten voorkomen. Vooral in tuinen waar hoekjes zijn, die met rust worden gelaten. De nesten van honingbijen zijn aanzienlijk groter en kunnen in de zomer wel 50.000 tot 60.000 bijen bevatten. Honingbijen overwinteren als volk. Omdat de honingbij een bijzondere plaats inneemt en de enige bijensoort is die onder normale omstandigheden niet in het wild voorkomt, zal de levenswijze apart worden beschreven.

Nesten voor hommels zijn te bevorderen door extensief beheer of onderhoud. Overhoeken en rommelhoeken in een tuin zijn vaak goed voor hommels. Onder houtige beplantingen die zoveel mogelijk met rust worden gelaten nestelen vaak hommels.
  Terug naar vraag