Habitats en groeiplaatsen van pionierplanten, pioniervegetaties en hun bijen
Pioniervegetaties bestaan meestal uit een- en tweejarige soorten die vaak samen groeien met overblijvende ruderale (ruige) soorten. Ze ontwikkeln zich als eerste op een kale, net drooggevallen, opgespoten bodem of in een onbegroeid verstoord milieu . Gewoonlijk hebben deze vegetaties een kortstondig bestaan en worden ze vrij snel vervangen door vegetaties waarin overjarige soorten domineren.
Onder invloed van natuurlijke processen kunnen pioniervegetaties zich echter ook langdurig of zich zelfs permanent op een plek handhaven. Dit is bijvoorbeeld het geval in het Waddengebied door de afwisseling van eb en vloed; in sloten, vennen, plassen en rivieren door periodieke hoog- en laagwaterstanden; in stuifzanden door de wind (Kootwijker Zand); op rivierduinen, die door een samenspel van wind en water in stand worden gehouden (Millingerwaard).
Vrijwel alle pioniervegetaties in het cultuurlandschap zijn door activiteiten van mensen ontstaan en worden ook door mensen in stand gehouden. Zodra de directe menselijke invloed ophoudt, zal de pioniervegetatie vrij snel verdwijnen. Alleen op plaatsen waar continu bedrijvigheid heerst, zoals graven en ploegen, materiaal opslaan en weer weghalen, daar zijn vrijwel permanent pioniervegetaties aanwezig. Deze activiteiten vinden dikwijls plaats op industriële terreinen, spoorwegemplacementen en haventerreinen.
Voorbeelden van habitats/groeiplaatsen voor pionierplanten
Een permanent natuurlijk milieu voor zeekraal bij eb in de Waddenzee

 

De zeereep: de buitenste duinstrook vormt een permenent milieu voor zeeraket
 
Vloedlijn - Zeeraket in de zeereep of hier op een hoge ondergestoven vloedlijn;r ook hier ligt vergrassing op de loer.
 
Andere exreme milieus - Op de overgang van het klif en grindstrand groeien enkele pionier planten
 
Rivierduinen - De rivierduinen langs de Waal vormen hier een plek voor ruderale begroeiingen
 
Zandverstuivingen - In zandverstuivingen zijn heidespurie en klein tasjekruid de pionierplanten. Zodra de wind geen vat meer heeft op het zand treedt vergrassing op.
 
Op gespoten terreinen - De eerte Maasvlakte vorm een uitgestrekte standplaats voor pionierplanten, maar de eerste graspollen zijn al aanwezig.
Molshopen op zandgrond - Op gesloten grazige begroeiingen hebben pionierplanten geen schijn van kans. De molshopen vormen hier mini habitals voor pionierplanten
 
Bijvoorbeeld voor vogelpootje op een platgereden molshoop
 
Spoordijken - Een spontane pioniervegetie met grote klaproos en herik na taludverbetering, een jaar later is hier bijen niets meer van over.
 
Een aardappelakker met Tuinbingelkruid - als deze akker met rust wordt gelaten zijn binnne een jaar deze planten gedecimeerd.
 
Een stoppelveld van maïs met winterpostelein
 
winterpostelein
 

Ontgraafde grond - Een afgegraven maïsakker voor natuurontwikkeling: een perfecte plek voor pionierplanten.

 
Een spoorwege,placement: Hier werd de pioniervegetatie in stand gehouden door chemische onkruidbestrijdig. Veel zaden van eenjarige planten, waaronder veel akkeronkruiden, haden daar geen last van. Op plekken waar deze onkruidbestrijding niet meer nodig was. omdat een gedeelte buiten gebruik was als emplacement werd opgeheven trad na een paar jaar vergrassing of verruiging op. Alle spoorwegemplacementen van de NS zijn onderzocht tussen 1980 en 1996)
 
Een fragment van een pionier vegetatie op een spoorwegemplacement met koningskaars, gewoon breukkruid, kleine leeuwenbek en bezemkruiskruid. De onkruidbestrijding is hier al een paar jaar gestaakt. Door jarenlange chemische bestrijding, verloopt de successie hier vrij langzaam. maar binnen 10 jaar groeide hier een bos met meer dan 80 soorten paddestoelen. (volgende foto). Zonder mechanische processen of storing verdwijnen vrijwel alle pioniervegetaties die uit een jarige planten zijn samengesteld binnen één of twee jaar.
 
Successie - het spoowweg emplacement Kerkrade West na ca. 10 jaar zonder chemisch beheer.. Door de Natuurhistorische Vereniging werden hiet meer dan 80 soorten paddesstoelen ontdekt. (ca. 1990)