Matig voedselrijk water met soorten van W3 en V3
Overzicht soorten V3 --- Overzicht soortenW3
Voorkomen: In allerlei niet vervuilde of te veel vermeste kleine wateren in het hele land. In sloten, spoorsloten, natte greppels, poelenook in stadswateren. Grote oppervlakten van deze vegetaties zijn beperkt tot natuurreservaten.
 
W3 (waterplanten)
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: groot blaasjeskruid. Meestal zeer lokaal en in kleine aantallen.
Geen drachtplanten
Kenmerkende soorten: brede waterpest, grote waterranonkel, kikkerbeet, klimopwaterranonkel, krabbenscheer, kransvederkruid, waterviolier, watervorkje.
Overige soorten (vaak voedsel armer) -- Duizendknoopfonteinkruid, fijne waterranonkel, kleine vlotvaren, lidsteng, loos blaasjeskruid, vlottende bies.
V3 (soorten van verlanding/moeras)
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: wateraardbei,-- Overige soorten: bitterzoet, groot moerasscherm, grote kattenstaart, wolfspoot.
Geen bijenplanten -- kenmerkende soorten -- Grote boterbloem, hoge cyperzegge, holpijp, kleine egelskop, krabbenscheer, melkeppe, paddenrus, pluimzegge, scherpe zegge, slangenwortel, snavelzegge, waterdrieblad, waterscheerling, watertorkruid.
 
Groot blaasjeskruid W3 -- Groot blaasjeskruid is een zeldzame verschijning in het stedelijke gebied. Het gaat hier om een voormalig stukje weidegebied dat de stedelijk uitbreiding heeft doorstaan (Arnhem Huissensedijk 1991)
 
 
V3: Soorten van matig voedselrijk water
Apium nodiflorum - Groot moerasscherm: Water/moerasplant: jun-sep, groenachtig-wit, overblijvend, 0,3-1,0. Natte, voedselrijke milieus; vrijwel alle bodemtypen; in sloten, beken en poelen. Zon.
Carex acuta - Scherpe zegge: overblijvend mei-jun.0,5-1,5. Zoete tot zwak brakke en matig voedselrijke wateren en bodems; vrij zelden op zeeklei. Zon.
Carex paniculata - Pluimzegge: overblijvend mei-jun. 0,5-1,0. Natte, matig voedselrijke, humushoudende bodems; in natte bossen, in verruigend riet, op drijftillen en verlandingsstroken in allerlei zwakstromende op stilstaande watergangen; rivierklei, leem, zand, veen, ook zwak brak; verdraagt geen sterk wisselende waterstanden. Zon-licht beschaduwd.
Carex pseudocyperus - Hoge cyperzegge: Water/moerasplant: mei-jun.0,6-1,0. Natte, voedselrijke, zandige, kleiige en venige bodems en in voedselrijk water; in broekbossen en in verlandingsvegetaties, vaak in combinatie van elzensingels; in sloten, greppels en langs stadsvijvers. Zon-licht beschaduwd .
Carex rostrata - Snavelzegge: Water/moerasplant: mei-jun.0,3-0,8. Natte, voedselarme tot matig voedselrijke milieus op leem, zand, veen; in natte graslanden en in allerlei ondiepe wateren zoals vijverkanten, sloten, in zomernatte greppels en poelen. Zon.
Cicuta virosa - Waterscheerling: Water/moerasplant: jun-aug, wit, overblijvendwortelstok, 0,6-1,3. Natte voedselrijke milieus; in rietkragen, op drijftillen en aan kanten van sloten, kanalen en watergangen, plassen en stadsvijvers. Zon .
Equisetum fluviatile - Holpijp: overblijvend mei-jul. 0,3-1,1. Matig voedselrijk water met een dikke (veen) modderlaag op de bodems; verder op natte tot drassige bodems; vaak op kwelplekken; niet op zeeklei; in ondiepe, verlandende sloten, kleine wateren en nat grasland. Zon.
Juncus subnodulosus - Padderus: overblijvend jun-sep. 0,5-1,2. Natte, moerassige, voedselarme tot matig voedselrijke zandige en venige bodems; langs sloten- en plassen. Zon.
Lycopus europaeus - Wolfspoot: overblijvend jun-aug, wit, bloeiwijze okselstandig, lange uitlopers. 0,3-1,5.Natte, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties en ruigte, langs allerlei oevers en waterkanten o; m; sloten, stadsvijvers, kanalen, op natte steenglooiingen van kanalen, rivieren en grachten, langs plassen en poelen, op drooggevallen plaatsen als greppels, plassen en oude rivierarmen; verder in natte bossen en verlandingsvegetaties. Zon. Fauna: Honingbijen Hb, Hom
Lythrum salicaria - Grote kattenstaart: overblijvend jun-sep, paarsrood, bloeiwijze een aarachtige tros. 0,8-2,0. Natte voedselrijke bodems; zoutmijdend en bestand tegen zeer wisselende waterstanden; in ruigten, natte bossen, moerassen, verplantingsvegetaties, verruigde rietkragen, langs allerlei water en vijverkanten, als pionierplant op braakliggende en droogvallende plaatsen als greppels, poelen en afgravingen; ogenschijnlijk op droge plaatsen bijv; spoorwegterreinen, maar dan vaak op een natte tot vochtige ondergrond. Zon. Fauna: Honingbijen Hb5, Hommels, Wilde bijen, Vlinders.
Mentha aquatica - Watermunt: overblijvend jul-sep, lila, bloeiwijze okselstandig en eindelings hoofdje, ondergrondse uitlopers. 0,3-0,7.Natte, matig voedselrijke brakke en vaak doorweekte, humusrijke bodems; langs allerlei waterkanten, in ruigten, natte bossen en verlandingsvegetaties; langs stadsvijvers, langs sloten en in greppels. Zon-licht beschaduwd. Fauna: Honingbijen Hb3, Hommels, Wilde bijen, Vlinders.
Menyanthes trifoliata - Waterdrieblad: Water/moerasplant, overblijvend mei-jun, wit.0,15-0,3. Voedselarm tot matig Voedselrijk water; vaak op kwelplekken; vaak op veenachtige bodems; in al dan niet moerasachige vennen, in spoorsloten en greppels. Zon.
Oenanthe aquatica - Watertorkruid: Water/moerasplant, twee- of drie jarig: jun-aug, wit.0,3-1,3. Natte, matig voedselrijke milieus: op de meeste bodemtypen, zonder of met dunne modderlaag op de bodems; kiemt op droogvallende bodems; pionierplant op droogvallende gronden; in sloten, greppels, plassen en natte broekbosjes. Zon-licht beschaduwd.
Peucedanum palustre - Melkeppe: Tweejarig: jul-aug, wit, 2-tot 3-jarig. Hemi, 0,8-1,5. Natte, iets voedselarme tot matig voedselrijke, onbemeste min of meer zure zand-, leem- en veenbodems; in grazige vegetaties, ruigten, verlandingsvegetaties, broekbossen, sloten, greppels, spoorweggreppels, natuurtechnisch aangelegde bermen en langs stadsvijvers. Zon-licht beschaduwd. Fauna: Vlinders.
Potentilla palustris - Wateraardbei: Water/moerasplant: jun-jul, bloeiwijze een los armbloemig bijscherm, roodbruin. 0,3-1,2. Matig voedselarm tot matig voedselrijk water en moerassen op zandige en venige bodems; vaak op kwelplaatsen; in vennen, veenplassen, duinmeertje, spoorsloten en -greppels. Zon.
Ranunculus lingua - Grote boterbloem: Water/moerasplant, overblijvend jun-aug, geel, bloeiwijze pluimvormig vertakt.0,6-1,2. Voedselrijke, stilstaande tot zwak stromende, ondiepe en niet vervuilde wateren met een baggerlaag; laagveen- of rivierkleibodems; in sloten, spoorsloten, kleine plassen en verlandende wateren. Zon.
Solanum dulcamara - Bitterzoet: overblijvendKLIMPLANT: jun-sep, blauwpaars, bloeiwijze een bijscherm, bes rood, kruipende wortelstok.. Phan,0,5-3,0. . Natte tot vochtige of vochthoudende, voedselrijke en brakke bodems; in ruigten, struwelen en bossen, verlandingsvegetaties, greppels, sloten, stadsplantsoenen, langs waterkanten en oevers, tegen hekwerken en in oude knotbomen. Zon-licht beschaduwd. Fauna: Honingbijen Hb5.
Sparganium emersum - Kleine egelskop: Water/moerasplant, overblijvend jun-sep, wit.wortelstok: 0,4-0,6. Matig voedselrijke wateren vaak op kwelplekken; aan oevers en in open water van sloten, spoorsloten, plassen en stadsvijvers en singels. Zon.
Stratiotes aloides - Krabbenscheer: Water/moerasplant: mei-jul, wit, agaveachtige plant. 0,2-0,4. In matig voedselrijke tot zwak brakke wateren met een modderlaag en zonder golfslag; in sloten, weg- en spoorbermsloten, plassen, stadsvijvers en -singels; minimale diepte 0,4 max . 1,5-2,0. Zon.
 
Overzicht soorten W3
Eleogiton (Scirpus) fluitans - Vlottende bies: Water/moerasplant, overblijvend jun-okt, zeer klein. 0,2-0,5. Voedselarm tot matig voedselrijk, ondiep, stilstaand en zwakstromend water op leem-, zand- en veengrond; vaak op kwelplekken; vooral in greppels en spoorsloten. Zon-lichte schaduw.
Elodea canadensis - Brede waterpest: Water/moerasplant: mei-aug, blad vlak weinig gekromd. 0,5-3,0. In allerlei voedselrijke stilstaand tot zwakstromend wateren; in sloten, vijvers en grachten. Zon. Zoet tot zwak brak stilstaand tot zwakstromend voedselrijk water. Zon.
Hippuris vulgaris - Lidsteng: Water/moerasplant: mei-aug, groen;wortelstok, 0,3-0,9. Voedselrijk tot zwak brak water op kleibodems met modderlaag; in sloten, poelen en duinmeertjes; vaak op kwelplekken en op de overgang van zout/zoet. Zon-licht beschaduwd.
Hottonia palustris - Waterviolier: Water/moerasplant, overblijvend mei-jun, bleeklila, bloeiwijze kransstandig (trosachtig). 0,2-0,6.Matig voedselrijk kwelwater boven een zand-, veen- of rivierkleibodems; in sloten, plassen, greppels, spoorsloten, langzaam stromende beken en stadsvijvers. Zon-licht beschaduwd.
Hydrocharis morsus-ranae - Kikkerbeet: Water/moerasplant: jun-aug, wit, bloeiwijze met mannelijke bloemen 1-4 bijeen; vrouwelijke alleenstaand. 0,15-0,3. In matig voedselrijk tot zwak brak vrij stilstaand ondiep water met dikke modderlaag; in sloten, niet te grote plassen, stadsvijvers en singels; is gevoelig voor golfslag. Zon-licht beschaduwd.
Myriophyllum verticillatum - Kransvederkruid: Water/moerasplant: jun-aug, groen tot roze. 0,5-5,0. Voedselrijk kwelwater tot zeer zwak brak water; op laagveen en rivierkleibodems; in sloten, spoorsloten, kanalen en plassen.
Potamogeton polygonifolius - Duizendknoopfonteinkruid: Water/moerasplant: mei-aug, groen. 0,2-0,6. Voedselarm tot matig Voedselrijk, stilstaand tot snel stomend water; op zandige of minder vaak venige bodems; in greppels en beekjes. Zon-licht beschaduwd.
Ranunculus aquatilis - Fijne waterranonkel: Water/moerasplant, overblijvend mei-aug, wit, bloeiwijze alleenstaand. 0,1-3,0. Gewoonlijk in ondiep en matig voedselrijk tot zwak brak, stilstaand tot zwak stromend water; op zandige tot kleiige bodems; in sloten, vijvers en plassen; op droogvallende plaatsen. Zon.
Ranunculus hederaceus - Klimopwaterranonkel: Water/moerasplant, overblijvend apr-sep, wit, bloeiwijze alleenstaand. 0,1-0,3. Matig voedselrijk, ondiep, stromend, zuurstofrijk water; meestal een dunne sliblaag op een lemige of zandige bodems; voornamelijk in beken. Zon.
Ranunculus peltatus - Grote waterranonkel: Water/moerasplant, overblijvend mei-aug, wit, bloeiwijze alleenstaand; 0,3-3,0. Ondiep, min of meer matig voedselrijk, maar fosfaatarm, stilstaand en zwakstromend water op zandige bodems zonder of met een dunne organische laag; in sloten, spoorsloten, vijvers en plassen in zandgroeven. Zon.
Riccia fluitans - Watervorkje: Water/moerasplant: zeer klein. ca. 0,01. Relatief voedselarm tot iets voedselrijk water met een relatief voedselrijke bodems; vaak op kwelplaatsen; licht beschaduwd.
Salvinia natans (Salviniaceae) - Kleine vlotvaren: Water/moerasplant: een vertakte, drijvende watervaren, met veervormig gerangschikte drijfbladen die dicht met papillen zijn bezet. 0,4-0,8. Min of meer in voedselrijk water; regelmatig wordt aangetroffen in vijvers, sloten en kanalen. Zon.
Stratiotes aloides - Krabbenscheer: Water/moerasplant: mei-jul, wit, agaveachtige plant. 0,2-0,4. In matig voedselrijke tot zwak brakke wateren met een modderlaag en zonder golfslag; in sloten, weg- en spoorbermsloten, plassen, stadsvijvers en -singels; minimale diepte 0,4 max. 1,5-2,0. Zon.
Utricularia australis - Loos blaasjeskruid: Water/moerasplant: jun-aug, geel. ca. 0,1 boven water,0,3-1,5 onderwater. Voedselarm, zwak zure tot matig Voedselrijk water; alleen op beschutte plekken op leem, zand en veen; in sloten, spoorsloten, smalle kanalen en vennen. Zon.
Utricularia vulgaris - Groot blaasjeskruid: Water/moerasplant: jun-sep, geel. 0,05-0,2. boven water,0,3-2,0 onder water. Matig voedselrijk, maar weinig of niet verontreinigd water met een modderlaag op de bodems; diepte ca. 05-2m, vaak boven een klei of veenbodems; in sloten, plassen, spoorsloten en wateren binnen de bebouwde kom. Zon.