Beheertype V4/5 en W4/5: voedselrijk (4)tot zeer voedselrijk (5) water

Overzicht soorten V4 --- Overzicht soorten W4
Voorkomen: in allerlei wateren in het hele land.
W4
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: gele plomp (zeer gering), watergentiaan, witte waterlelie.
Geen drachtplanten -- Kenmerkende soorten: Aarvederkruid, drijvend fonteinkruid, glanzig fonteinkruid, grote waternavel, klein kroos, lidsteng, puntkroos, smalle waterpest, stijve waterranonkel, watersla,
V4
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: gele lis, grote waterweegbree, moerashyacint exoot), slanke waterweegbree, zwanenbloem.
Geen drachtplanten -- kenmerkende soorten: gewone waterbies, grote egelskop, kleine lisdodde, kleine watereppe, oeverzegge, pijlkruid, riet, waterzuring.
Overige soorten -- Soorten van W5 en W6 en V5 en V6 kunnen voorkomen
 
 
Een kanaal in Zwolle W4 -- Een soortenrijke watervegetatie in een voormalige vaart, met gele plomp, waterlelie, watergentiaan, zwanenbloem en verschillende onder water drijvende planten. Buiten de natuurgebieden zijn zulke beelden In Nederland schaars. (Zwolle, 1996)
 
Veenwortel W5
Watergentiaan W4 -- Watergentiaan is hier een sieraad voor de stad. Op plekken waar het water flink moet doorstromen kan de watervegetatie de waterstroming belemmeren. In bredere wateren is dat op te lossen door in het midden van de waterkolom een baan door de vegetatie te maaien.
 
Waterlelie is een soort van voedselrijke wateren, maar kan ook in vrij voedselarm water goed groeien, de plant blijft dan kleiner. Als deze plant in geïsoleerde, voedselarme wateren voorkomt, is dat meestal een teken van verrijking, dus een achteruitgang van het natte milieu.
 
Zwanenbloem in een straat V5 -- Zwanenbloem is een typische oeverplant van meestal smalle wateren, vooral sloten. De meeste sloten waar zwanenbloem groeit worden jaarlijks geschoond. Deze spoorsloot wordt (in ieder geval in de jaren negentig) in het kader van ecologisch groenbeheer door de gemeente beheerd. (Leeuwarden, 1997)
 
Zwanenboem op het platteland V5 -- Zwanenbloem is het meest een plant van boerensloten die ook in de stedelijke omgeving goed tot zijn recht kan komen. Zie volgende foto (Franekeradeel, 1997)
 
Gele lis V5 -- Gele lis is een van de meest decoratieve planten van het natte milieu. Deze soort wordt zelden op een onacceptabele wijze dominant. (Meppel, 1995)
 
Gele plomp W4 -- Gele plomp is een typisch beeld van voedselrijk water dat vaak van nature voedselrijk is.
 
Gele plomp (W4 ) in en stadsvijver (Gouda, 1989)
 
Grote waterweegbree
 
Veenwortel W5
Veenwortel is een typische amfibische plantensoort. De soort groeit hier als een waterplant, maar komt ook voor op spoordijken die ver boven de grondwaterspiegel liggen. In zulke droge situatie bloeit de plant dan niet. Buiten het water komt veenwortel alleen op natte bodems en in vrij natte zomers goed tot bloei. (Veenendaal, 1990)
 
 
Overzichtig soorten V4 Terug
Acorus calamus - Kalmoes: Water/oeverplant, overblijvend jun-jul, bloeiwijze een groene kolf. met dikke, kruipende wortelstok, 0,6-1,2. Voedselrijk stilstaand tot zwakstromend, tot 0,5 m diep water; ook in drassige grasland; in hoofdzaak op veen verder op kleiige en zandige bodems; meestal niet op zeeklei; langs tamelijk steilaflopende oevers en in verlandingsvegetaties; in sloten, kanalen, stadssingels en -vijvers. Zon.
Alisma lanceolatum - Slanke waterweegbree: Water/oeverplant, overblijvend jul-sep, wit, bloeiwijze een pluim. 0,3-1,2. Zoete, stilstaande tot zwak stromende wateren, ook op droogvallende plekken; diepte 0-0,2 m; op kleiige basische bodems. Zon. Fauna: Honingbijen Hb1.
Alisma plantago-aquatica - Grote waterweegbree: Water/oeverplant, overblijvend jul-sep, wit, bloeiwijze een luim. 0,3-1,5. Zoete tot iets brakke, stilstaande tot zwak stromende voedselrijke wateren en op natte voedselrijke bodems; diepte 0-0,2 m; in sloten, greppels, plassen, stadsvijvers en -singels, drinkpoelen; vaak als pioniervegetatie op drooggevallen bodems;, ook zwak brak. Zon. Fauna: Honingbijen Hb1, Wilde bijen.
Berula erecta - Kleine watereppe: Water/oeverplant: jul-sep, wit. uitlopers, 0,3-0,6. Natte milieus; voedselrijke bodems of ondiep water; in en aan sloten, greppels, plassen en poelen; klei, leem, zand, veen, ook zwak brak. Zon-licht beschaduwd .
Bulboschoenus maritimus - Heen(Zeebies): Overblijvend: jun-aug. 0,5-1,5. In natte, brakke tot zoete, voedselrijke milieus; langs allerlei waterkanten en in plassen, met of zonder dunne baggerlaag; onder meer in kanalen, sloten en stadsvijvers, tussen basaltglooiingen en op droogvallende plaatsen; verdraagt geen onverdund zeewater. Zon.
Butomus umbellatus - Zwanebloem: Water/oeverplant, overblijvend jun-sep, roze, bloeiwijze een scherm. 0,5-1,5. In zoete tot zwak brakke voedselrijke wateren en in verlandingsvegetaties; op zandgronden met een (dunne) baggerlaag; in sloten, plassen, kanalen, spoorsloten, stadsvijvers en singels. Zon.Fauna: Honingbijen Hb3,Hommels.els, Wilde bijen.
Carex riparia - Oeverzegge: Water/oeverplant: mei-jun. 0,6-1,3. Natte, voedselrijke bodems en in voedselrijk water; vooral op veen- en kleibodems; langs waterkanten en oevers; in sloten, langs meren en plassen. Zon- licht beschaduwd .
Eleocharis palustris ssp. pal. - Gewone waterbies: Water/oeverplant, overblijvend mei-aug. wortelstok, 0,2-0,6. In voedselrijk water en op natte voedselrijke bodems; in allerlei ondiepe wateren, moerassen, greppels, sloten, langs stadsvijvers en -singels; vaak op plekken die in de zomer tijdelijk droogvallen. Zon.
Iris pseudacorus - Gele lis: Overblijvend: mei-jul, geel. wortelstok, 0,6-1,3. Natte, voedselrijke bodems; in Natte, verruigde graslanden, aan oevers, in verlandingsvegetaties en in broekbossen; het meest langs allerlei oevers; verder veel langs stadsvijvers en singels; staat meestal op de overgang van opdiep naar diep water. Zon-licht beschaduwd. Fauna: Honingbijen Hb1,Hommels.
Phalaris arundenacea - Rietgras: Overblijvend: jun-jul; Hemi: 0,8-2,0. Vochtige, voedselrijke Vochtige bodems; aan allerlei oevers en waterkanten, basaltglooiingen, verruigde graslanden, in ruigtkruidenvegetaties, in natte bossen, in ruige weg- en spoorbermen. Zon .
Phragmites australis - Riet: Overblijvend: jul-okt. , wortelstok, 1,0-4,0. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; niet op puur zand; in rietmoerassen, en allerlei havens in vrijwel alle eerder genoemde milieus onder meer; oevers, bermen, dijken, kleiafgravingen; schijnbaar op droge plaatsen als spoordijken en schouwpaden langs de rails, onder asfaltpaden en -taluds waar het doorheen groeit, tussen allerlei plaveisel waar het vaak niet hoger wordt dan 0,1 m en niet in bloei komt; het is dan te herkennen aan het tongetje dat bestaat uit een krans van haren. Zon-licht beschaduwd.
Pontederia cordata - Moerashyacint: Water/oeverplant, overblijvend jul-sep, blauw;blad met een hartvormige voet. 0,6-1,0. Voedselrijk water veelal met een modderlaag op de bodems; in sloten en vijvers. Zon.Fauna:Hommels.els, Wilde bijen.
Rorippa amphibia - Gele waterkers: Overblijvend: mei-jun, geel. 0,4-1,0. In zeer voedselrijk water of natte bodems op moerassige en verlandende plaatsen; in sloten, vijvers, kanalen, plassen etc. Zon . (inh); Fauna: Honingbijen Hb3,Hommels.els, Wilde bijen, Vlinders.
Rumex hydrolapathum - Waterzuring: Overblijvend: jul-aug, groen; wortelstok, 1,0-1,5. Aan voedselrijk water, op moerassige bodems en in verlandende wateren; langs sloten en vijvers, in verruigde rietkragen, drijftillen, tegen kaden en muren langs het water. Zon-licht beschaduwd. Fauna: Vlinders.
Sagittaria sagittifolia - Pijlkruid: Water/oeverplant, overblijvend jun-sep, wit, bloeiwijze Kransstandig. 0,3-0,8. Voedselrijke, ondiepe wateren en in verlandingsvegetaties; meestal op zandige tot kleiige bodems en op kleiig of zandig veen; met een baggerlaag; in sloten, plassen, kanalen, stadsvijvers en -singels. Zon.
Schoenoplectus lacustris - Mattenbies: Water/oeverplant, overblijvend jun-sep; wortelstok, 1,0-3,0. Zoete tot zwak brakke tot ca. 3,0 diepe wateren zowel met een weke sliblaag als op vaste bodems; is zeer gevoelig voor uitdroging; aan oevers van rivieren, plassen, wielen en meren kanalen, allerlei sloten en stadsvijvers. Zon.
Sium latifolium - Grote watereppe: Water/oeverplant, overblijvend jul-aug, wit; 0,6-1,4. . In en aan voedselrijke wateren en waterkanten; in sloten, greppels, grienden, broekbossen, rietkragen en verlandingsvegetaties. Zon.
Sparganium erectum - Grote egelskop: Water/oeverplant: jun-sep, wit. wortelstok, 0,6-1,20. Voedselrijk water; op de meeste bodemtypen; ondiepe plaatsen aan oevers van sloten, kanalen, plassen, stadsvijvers en -singels. Zon.
Typha angustifolia - Kleine lisdodde: Water/oeverplant: jun-aug, groen en bruin verkleurend. wortelstok, 1,0-2,5. Zoete tot zwak brakke, stilstaande tot zwakstromende wateren met een dikke laag veenmoder diepte tot ca. 1,3; in sloten, kanalen, plassen, zand- en kleiafgravingen, stadsvijvers en -singels; meestal in kleine, rustige wateren. Zon.
Typha latifolia - Grote lisdodde: Water/oeverplant: jun-jul, groen en bruin verkleurend. wortelstok, 1,0-2,0. In zeer voedselrijk water met een laag humeus materiaal op de bodems; in natte ruigten sloten, kanalen, plassen, zand- en kleiafgravingen, stadsvijvers en -singels; meestal in kleine, rustige wateren; zeer gevoelig voor golfslag. Zon.
 
W4/5: Soorten van voedselrijk tot zeer voedselrijk water
Opmerking: een aantal moerasplanten (V4) die ook als waterplant groeien, maar dan vaak niet in bloei komen, zijn niet in de selectie opgenomen.
Azolla filiculoides (Azollaceae) - Grote kroosvaren: Water/oeverplant: sep-okt, eenjarig. 0,01-0,04. Ondiep tot ca. 0,8-1,0m, zeer voedselrijk tot zwak brak, vervuild water, met modderlaag op bodems; in sloten en kanalen; in voedselrijk; water dekvormend. Zon-halfschaduw.
Callitriche platycarpa - Gewoon sterrenkroos: Water/oeverplant: mei-sep, groen. 0,1-0,7. Voedselrijk maar niet te sterk vermest, vaak helder en stromend water; in allerlei kleine wateren; plassen, sloten, beekjes, kanalen en stadsvijvers. Zon.
Ceratophyllum demersum - Grof hoornblad: Water/oeverplant: jul-sep. eenjarig,0,3-0,6. Zeer voedselrijke, zoet tot brak stilstaande tot zwak stromende wateren met een modderbodems; in sloten, kanalen en vijvers; meestal dieper dan 0,5 m; ongevoelig voor vermesting en vervuiling, waterreinigend indien planten worden verwijderd. Zon-beschaduwd.
Ceratophyllum submersum - Fijn hoornblad: Water/oeverplant: jun-jul, zeer klein. 0,3-0,6. Zoet, zeer voedselrijk tot zwak brak ondiep (dieper dan ca. 0,5m) in hoofdzaak in stilstaande wateren met een modderbodems; ongevoelig voor vermesting en vervuiling; waterreinigend, zon-beschaduwd.
Elodea nuttalii - Smalle waterpest: Water/oeverplant: mei-aug; blad sterk naar onder gekruld. 0,5-3,0.Zoet tot zwak brak stilstaand tot zwakstromend voedselrijk water. Zon.
Hydrocotyle ranunculoides - Grote waternavel: Water/oeverplant, overblijvend jun-aug, wit of rood aangelopen, bloeiwijze compact en zeer klein en trosachtig gegroepeerd; 0,1-0,4. Relatief voedselarm tot zeer voedselrijke wateren. Zon-beschaduwd.
Lemna minor - Klein kroos: Water/oeverplant: sep-okt. ca. 3 mm. Zoet (zeer)voedselrijk en zwak brak water, minder dan 0,8m diep, vaak met modderlaag; vooral in kleine wateren. Zon-licht beschaduwd.
Lemna trisulca - Puntkroos: Water/oeverplant: mei-jun. ca. 0,01. Zoet (zeer) voedselrijk en zwak brak, relatief helder water; ondiep water tot ca. 80-90 cm met modderlaag op bodems; vooral in kleine wateren. Zon-licht beschaduwd.
Myriophyllum spicatum - Aarvederkruid: Water/oeverplant: jul-sep, rood. 0,3-2,5. Zoet voedselrijk tot zwak brak (ondiep tot) vrij diep stilstaand of zwakstromend water; gevoelig voor vegen; in sloten, spoorsloten en in plassen. Zon-licht beschaduwd.
Nuphar lutea - Gele plomp: Water/oeverplant, overblijvend mei-aug, geel, diepte 0,6-2,0. wortelstok. Matig voedselrijk tot zeer voedselrijk, stilstaand tot zwak stromend water met modderlaag op de bodems; in het stedelijk en landelijk gebied vaak dezelfde standplaatsen als waterlelie (iets voedselrijker dan waterlelie). Zon. Fauna: Honingbijen Hb1,Hommels.
Nymphaea alba - Witte waterlelie: Water/oeverplant, overblijvend mei-aug, wit, diepte 0,6-1,75. wortelstok. Niet te diep stilstaand tot zwak stromend, min of meer voedselrijke zoet, helder water met modderlaag op de bodems; maar niet op zeeklei; in sloten, kanalen, plassen en vijvers. Zon.Fauna: Honingbijen Hb1,Hommels.
Nymphoides peltata - Watergentiaan: Water/oeverplant, overblijvend jul-sep, geel. 1,0-2,0. In voedselrijk, stilstaand tot zwakstromend zoet tot zeer zwak brak water met dunne modderlaag op een meestal kleiige bodems, maar ook op venig zand of veen; ontbreekt op puur veen; in oude doorbraakkolken langs de rivieren, oude rivierarmen, sloten, kanalen, watergangen, spoorsloten en stadsvijvers; heeft een hoge fosfaattolerantie. Zon. Fauna: Honingbijen Hb3,Hommels.
Persicaria amphibia (polygonum amphibia) - Veenwortel: Overblijvend: jun-okt, roze, met wortelstok, landvorm 0,3-0,8, watervorm, tot stengels van ca. 2m. Ondiepe voedselrijke wateren, ook in matig voedselrijk - relatief voedselarm water met een voedselrijke bodems; verder in allerlei overgangen van nat naar droog; de droge vorm vaak niet bloeiend of alleen in zeer natte periodes of op plekken met een natte ondergrond; in vijvers, sloten en plassen, aan oevers van beken, sloten vijverkanten, in wegbermen, op hoge spoordijken en tussen het plaveisel; bloeiende landvormen zijn een indicator voor natte ondergrond. Zon-licht beschaduwd. Fauna: Honingbijen Hb1.
Pistia stratiotes - Watersla: Water/oeverplant: jul-sep, een op het water drijvende groene, eenjarig/vaste plant. Hydr: ca. 0,15. Allerlei diepe en ondiepe, vrijwel stilstaande, voedselrijke kalkarme wateren met weinig golfslag. Zo.
Potamogeton crispus - Gekroesd fonteinkruid: Water/oeverplant: mei-jul. 0,3-1,0. In stilstaand of stromend, zoet voedselrijk tot zwak brak water of iets vervuild water met geen of weinig bagger op een minerale bodems; is gevoelig voor golfslag; in sloten, vaarten, stadsvijvers en singels. Zon-licht beschaduwd.
Potamogeton lucens - Glanzig fonteinkruid: Water/oeverplant: jun-sep; blad doorzichtig, groot, langwerpig 10-25cm,1-5 cm breed, kort gesteeld. Hydr: 0,6-2,0. Voedselrijk, zoet stilstaand tot zwak stromend water; in plassen, kanalen, stadsvijvers en -singels. Zon-licht beschaduwd.
Potamogeton natans - Drijvend fonteinkruid: Water/oeverplant: jun-aug; blad breed, eirond tot langwerpig op het water drijvend, bladen onderwater afwezig of zonder bladschijf. 0,6-1,5. Matig voedselrijk tot voedselrijk, stilstaand tot zwak stromend water; met hooguit een dunnen modderlaag; in allerlei kleine wateren. Zon-licht beschaduwd.
Ranunculus circinatus - Stijve waterranonkel: Water/oeverplant, overblijvend jun-aug, wit, bloeiwijze alleenstaand. 0,3-1,0. Stilstaand tot zwak stromend voedselrijk tot zwak brak water met een dunne baggerlaag op de bodems; in sloten, singels, vijvers en plassen. Zon-licht beschaduwd.
Terug