Soorten van brak (1) en voedselarm (2)water (water en moerasplanten V = verlanding)
Vooral voor honingbijen spelen deze milieus geen rol van betekenis. Voor de volledigheid wiorden hier alleen de planten genoemd die in deze milieus kunnen voorkomen. Sommige soorten zijn wel drachtplanten zoals watermunt en wateraardbij, maar deze komen in voedsel rijkere mileus meer voor. De voornaamste planten zijn wateraardbei en watermunt. Locaal kunnen deze planten talrijk voorkomen met en een relevante bijdrage leveren aan de dracht.
 
Overzicht soorten V1: : Soorten van brak water
Bulboschoenus maritimus - Heen(Zeebies): Overblijvend: jun-aug. 0,5-1,5. In natte, brakke tot zoete, voedselrijke milieus; langs allerlei waterkanten en in plassen, met of zonder dunne baggerlaag; onder meer in kanalen, sloten en stadsvijvers, tussen basaltglooiingen en op droogvallende plaatsen; verdraagt geen onverdund zeewater. Zon.
Mentha aquatica - Watermunt: Overblijvend: jul-sep, lila, bloeiwijze okselstandig en eindelings hoofdje, ondergrondse uitlopers. 0,3-0,7.Natte, matig voedselrijke brakke en vaak doorweekte, humusrijke bodems; langs allerlei waterkanten, in ruigten, natte bossen en verlandingsvegetaties; langs stadsvijvers, langs sloten en in greppels. Zon-licht beschaduwd . FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin.
Phragmites australis - Riet: Overblijvend: jul-okt. Helo/Hemi, wortelstok, 1,0-4,0. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; niet op puur zand; in rietmoerassen, en allerlei havens in vrijwel alle eerder genoemde milieus onder meer; oevers, bermen, dijken, kleiafgravingen; schijnbaar op droge plaatsen als spoordijken en schouwpaden langs de rails, onder asfaltpaden en -taluds waar het doorheen groeit, tussen allerlei plaveisel waar het vaak niet hoger wordt dan 0,1 m en niet in bloei komt; het is dan te herkennen aan het tongetje dat bestaat uit een krans van haren. Zon-licht beschaduwd.
Schoenoplectus lacustris - Mattenbies: Water/oeverplant, vast: jun-sep;1,0-3,0. Zoete tot zwak brakke tot ca. 3,0 diepe wateren zowel met een weke sliblaag als op vaste bodems; is zeer gevoelig voor uitdroging; aan oevers van rivieren, plassen, wielen en meren kanalen, allerlei sloten en stadsvijvers. Zon.
Schoenoplectus tabernaemontani - Ruwe bies: Water/oeverplant, vast: jun-sep. 1,0-2,8. Zoete tot brakke tot ca. 3,0 diepe wateren. Zon. BEHEERTYP: V1 .
 
W1: Soorten van brak water
Ceratophyllum submersum - Fijn hoornblad: Water/oeverplant: jun-jul, zeer klein. 0,3-0,6. Zoet, zeer voedselrijk tot zwak brak ondiep (dieper dan ca. 0,5m) in hoofdzaak in stilstaande wateren met een modderbodems; ongevoelig voor vermesting en vervuiling; waterreinigend. Zon-beschaduwd.
Hippuris vulgaris - Lidsteng: Water/oeverplant: mei-aug, groen. 0,3-0,9. Voedselrijk tot zwak brak water op kleibodems met modderlaag; in sloten, poelen en duinmeertjes; vaak op kwelplekken en op de overgang van zout/zoet. Zon-licht beschaduwd..
Ranunculus baudotii - Zilte waterranonkel: Water/oeverplant, eenjarig-vast: mei-aug, wit, bloeiwijze alleenstaand. 0,2-0,8. Zoet voedselrijk tot brak, stilstaand tot zwak stromend water; voornamelijk op zeeklei; ook op droogvallende plaatsen; onder meer in sloten. Zon. .
 
V2: Soorten van voedselarm zuur/zwak zuur water
Agrostis canina - Moerasstruisgras: Overblijvend: jun-aug; in pollen, bovengrondse uitlopers aanwezig.0,2-0,7. Natte, voedselarme, zure bode; op veengronden, hooilanden en in duinvalleien; bermen en plasbermen. Zon.
Carex rostrata - Snavelzegge: Water/oeverplant: mei-jun. 0,3-0,8. Natte, voedselarme tot matig voedselrijke milieus op leem, zand, veen; in natte graslanden en in allerlei ondiepe wateren zoals vijverkanten, sloten, in zomernatte greppels en poelen. Zon.
Eleocharis multicaulis - Veelstengelige waterbies: Water/oeverplant, vast: mei-aug. wortelstok, 0,2-0,6. In tamelijk voedselarm water en op natte voedselarme, zure bodems; in allerlei ondiepe wateren en in moerassen; greppels, sloten, vaak op plekken die in de zomer tijdelijk droogvallen. Zon.
Eleocharis palustris ssp. pal. - Gewone waterbies: Water/oeverplant, vast: mei-aug. wortelstok, 0,2-0,6. In voedselrijk water en op natte voedselrijke bodems; in allerlei ondiepe wateren, moerassen, greppels, sloten, langs stadsvijvers en -singels; vaak op plekken die in de zomer tijdelijk droogvallen. Zon.
Eriophorum angustifolium - Veenpluis: Overblijvend: apr-mei, wit, bloeiwijze eindelings een zeer pluizige aar. Hemi/Geof, wortelstok, 0,4-0,5. Natte, voedselarme, zure, zandige en venige bodems; op natte heide, in vennen en in de duinen; verder in natte weg- en spoorbermen, in greppels en natte heide restanten. Zon.
Juncus bulbosus - Knolrus: Overblijvend: jun-okt; plant vaak roodbruin aangelopen. 0,05-0,2. Natte, open of droogvallende, zure voedselarme veen-, zand- en leembodems; op heidegrond, afgeplagde of drooggevallen gronden, greppels en poelen.
Mentha aquatica - Watermunt: Overblijvend: jul-sep, lila, bloeiwijze okselstandig en eindelings hoofdje, ondergrondse uitlopers. Hemi/ 0,3-0,7.Natte, matig voedselrijke brakke en vaak doorweekte, humusrijke bodems; langs allerlei waterkanten, in ruigten, natte bossen en verlandingsvegetaties; langs stadsvijvers, langs sloten en in greppels. Zon-licht beschaduwd. Fauna: honingbijen - Hb3, hommels , wilde bijen, vlienders
Menyanthes trifoliata - Waterdrieblad: Water/oeverplant, vast: mei-jun, wit. 0,15-0,3. Voedselarm tot matig Voedselrijk water; vaak op kwelplekken; vaak op veenachtige bodems; in al dan niet moerasachige vennen, in spoorsloten en greppels. Zon..
Potentilla palustris - Wateraardbei: Water/oeverplant: jun-jul, bloeiwijze en los armbloemig bijscherm, roodbruin, wortelstok, 0,3-1,2. Matig voedselarm tot matig voedselrijk water en moerassen op zandige en venige bodems; vaak op kwelplaatsen; in vennen, veenplassen, duinmeertjes, spoorsloten en -greppels. Zon. Fauna: honingbijen - Hb1 (indien planten talrijk en dicht bij een bijenvolk 3-5)
 
W2: soorten van voedselarm zuur/zwak zuur water
Eleogiton (Scirpus) fluitans - Vlottende bies: Water/oeverplant, vast: jun-okt, zeer klein. 0,2-0,5. Voedselarm tot matig Voedselrijk, ondiep, stilstaand en zwakstromend water op leem-, zand- en veengrond; vaak op kwelplekken; vooral in greppels en spoorsloten. Zon-lichte schaduw.
Hypericum elodes - Moerashersthooi: Overblijvend: jun-sep, geel. 0,1-0,45. Voedselarme, natte zwak zure bodems; niet op klei; vaak op zeer ondiepe plaatsen met kwelwater en op tijdelijk droogvallende plekken; vaak op plaatsen met een wisselende waterstand. Zon.
Potamogeton polygonifolius - Duizendknoopfonteinkruid: Water/oeverplant: mei-aug, groen. 0,2-0,6. Voedselarm tot matig Voedselrijk, stilstaand tot snel stomend water; op zandige of minder vaak venige bodems; in greppels en beekjes. Zon-licht beschaduwd.
Ranunculus ololeucos - Witte waterranonkel: Water/oeverplant, vast: jun-aug, geel, bloeiwijze alleenstaand. 0,6-1,2. Voedselarm, ondiep helder (kwel)water met modderbodems; voornamelijk op venig zand. Zon.
Utricularia australis - Loos blaasjeskruid: Water/oeverplant: jun-aug, geel. ca. 0,1 boven water,0,3-1,5 onderwater. Voedselarm, zwak zure tot matig Voedselrijk water; alleen op beschutte plekken op leem, zand en veen; in sloten, spoorsloten, smalle kanalen en vennen. Zon.
Utricularia minor - Klein blaasjeskruid: Water/oeverplant: jun-aug, geel. ca. 0,1 boven water,0,1-0,5 onder water. Voedselarme zure, kleine, ondiepe en beschutte watertjes op zand en veen; in sloten, trilveenmoerassen, en turfgaten. Zon.