Agroranden en akkerranden met exotische soorten---- Zaadmengsels Hoeksewaard
Agroranden in zuidwest Nederland zijn stroken land langs sloten in landbouwgebieden die al dan niet tijdelijk uit productie zijn genomen. Deze stroken voorkomen dat er te veel meststoffen en bestrijdingsmiddelen in het oppervlakte water terecht komen. Een groene strook langs akkerranden van 2 tot 4 meter breed reduceert de concentratie van deze stoffen. Hoe meer groene en natte stroken buiten de invloed van landbouwgronden staan, des te beter dat is voor de biodiversiteit. Deze ervaringen zijn opgedaan in natuurgebieden, wegbermen, spoorwegterreinen en het beheer van slootkanten. Een smalle landweg die een maïsveld van een spoorberm scheidt, doet soms wonderen. Vooral in de Zuidwesthoek van het land, onder meer in de Hoekse Waard en op Goeree-Overflakkee zijn agroranden ontwikkeld. De totale lengte bedroeg in 2009 meer dan 200 km.
Bij niets doen ontstaat er gewoonlijk een spontane, maar ruige begroeiing. Door die jaarlijks te maaien ontstaat er een graslandvegetatie. Agroranden kunnen ook worden ingezaaid met grasmengsels, bloemenmengsels of akkeronkruiden. De soorten die worden ingezaaid ondervinden meestal sterke concurrentie van de soorten die van nature op deze zeer verrijkte gronden groeien. Dit geldt vooral voor ingezaaide soorten die van nature niet in de lokale akkers voorkomen. Door in rijen te zaaien en te schoffelen wordt de concurrentie verminderd.
Iedere begroeiing in grootschalige landbouwgebieden zal gewoonlijk een positieve invloed hebben op de biodiversiteit en bloemrijke begroeiingen vooral ook op de esthetische kwaliteit van het landschap. De begroeiingen die kunnen ontstaan wijken in principe niet af van de voorbeelden die op deze pagina worden genoemd. Daarom worden hier alleen voorbeelden gegeven van agroranden die met bloemenmengsels zijn ingezaaid.
Betekenis voor bijen -- Doordat de nestgelegenheid voor wilde bijen meestal nog ontbreekt of te zwak is ontwikkeld, zijn bloemrijke agroranden vooral van betekenis voor honingbijen. De meeste ingezaaide soorten zijn drachtplanten en iedere 3 tot 5 km agrorand komt overeen met 1 ha bloemakker. Dat betekent dus dat er een paar maanden (juli- begin september) voedsel geleverd wordt voor 3-5 zware bijenvolken. In ieder geval in de voorbeeldsituaties zoals die op de foto's zijn te zien. Vooral als agroranden in de omgeving liggen van andere bloemrijke landschapselementen en de bijenstallen strategisch zijn geplaatst kunnen agroranden een substantiële bijdrage leveren aan de voedselvoorziening van honingbijen. Als de nestgelegenheid voor wilde bijen wordt verbeterd, zal ook de bijenfauna toenemen.
Agroranden die zijn ingezaaid met bloemenmengsels zijn van grote betekenis voor honingbijen. Als deze akkerranden in een lange reeks van jaren duurzaam aanwezig zijn zullen ook de wilde bijen hiervan profiteren. Eerst zijn de drachtplanten er, dan komen de eerste wilde bijen, als de drachtplanten jaarlijks aanwezig zijn en zullen de bijen zich voortplanten en zal de bijenfauna toenemen. Ecologisch beheer is wel noodzakelijk.
De Hoeksche Waard is een gebied met grootschalige landbouw. Agroranden dragen niet alleen bij aan en beter milieu, maar ook aan de visuele kwaliteit van het landschap. Door de veelheid van ingezaaide soorten geven ze geen opvallend landschappelijk effect, maar vanaf de weg is het wel duidelijk zichtbaar. (Nieuw-Beijerland 2009)
De aardappels zijn gerooid terwijl de bloemrijke agrorand is gespaard. Voor de bijen is dat zeer noodzakelijk en voor de recreanten aantrekkelijk. (Nieuw-Beijerland 2009)
Een agrorand tussen een graanakker en een gerooid aardappelveld. Op de voorgrond lavatera, goudsbloem, Phacelia en gele ganzenbloem. (Nieuw-Beijerland 2009)
Grassen en andere groene (on)kruiden kunnen zeer dominant worden. Vooral als het overblijvende soorten zijn, nemen deze grassen zonder extra beheer in het volgende groeiseizoen toe of worden volledig dominant. (Nieuw-Beijerland 2009)
Vooral aan de zonnebloemen is goed te zien dat er in rijen is gezaaid. Hierdoor is ook enig beheer (schoffelen) mogelijk, maar in de rijen groeit het onkruid gewoon door. (Nieuw-Beijerland 2009). Zie ook bij beheer.
Een fragment dwars op de agrorand met onder meer: meisjesogen, gele ganzenbloem, Cosmos, en korenbloem. (Nieuw-Beijerland 2009)
Fragment met meisjesogen (Coreopsis tinctoria)
Fragment agrorand met onder meer: goudsbloem, korenbloem, gele ganzenbloem en lavatera. (Nieuw-Beijerland 2009)
Fragment agrorand met onder meer: lavatera, gele ganzenbloem, Cosmos, korenbloem en op de voorgrond Salvia farinacea. Nieuw-Beijerland 2009)
Fragment agrorand met onder meer: groot akkerscherm, korenbloem, safloer (oranje), gele ganzenbloem, lavatera en Cosmos). (Nieuw-Beijerland 2009)
Een hoek maisakker met Cosmea (Bij Scherpenzeel 2011)
Een akkerrand met Cosmea langs een gemaaide akker (bij Scherpenzeel 2011)
---
Bijenplanten die in agroranden Hoeksche Waard zijn uitgezaaid en waargenomen -(op zware klei)
Tussen de soorten die zijn ingezaaid groeien ook wilde plantensoorten onder meer akkerdistel, akkermelkdistel, echte kamille en reukeloze kamille.
Ammi majus - Groot akkerscherm: eenjarig: jun-jul, wit, bloeiwijze een scherm. 0,7-1,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. Fauna: honingbijen.
Anethum graveolens - Dille: eenjarig: jul-sep, geel, bloeiwijze een scherm. 0,8-1,4. Vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke neutrale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Anthemis tinctoria - Gele kamille: overblijvend: jun-sep, geel, bloeiwijze alleenstaandi: kortlevende vaste plant; 0,4-0,7. Droge, open, schrale tot matig voedselrijke bodems en op stenig substraat; voornamelijk op gruizige bodems van spoorwegen en op verweerde muren. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Antirrhinum majus - Grote leeuwenbek: eenjarig: jun-aug, rood-geel, bloeiwijze een aarvormige tros;,0,4-0,8. Vochthoudende tot iets droge, matig voedselrijke, neutrale bodems of stenig substraat; overblijvend in zachte winters, maar zeer gevoelig voor winternatte bodems. Zon. (uitheems); Fauna: hommels.
Borago officinalis - Bernagie: eenjarig: jun-sep, blauw. 0,2-0,8. Vochtige of vochthoudende, voedselrijke, zandige tot lichte kleibodems; op braakliggende terreinen, vuilstorten, en bij VAM-installaties op spoorwegterreinen. Zon; Fauna: honingbijen, hommels.
Calendula officinalis - Tuingoudsbloem (inclusief cultivars: eenjarig: mei-okt, oranje geel, bloeiwijze alleenstaand. 0,25-0,4. Vochthoudende tot vochtige, vrij schrale tot voedselrijke, neutrale en veelal lemige bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, vlinders.
Carthamus tinctorius - Saffloer: eenjarig: jul-aug, geel naar oranje verkleurend, bloeiwijze alleenstaand; 0,7-1,1. Vochthoudende zandige tot zavelige bodems; op overhoeken en tegen straatmeubilair. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Centaurea cyanus - Korenbloem: eenjarig: jun-aug, blauw, bloeiwijze alleenstaand. 0,5-0,8. Vrij droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; op open gronden; graanakkers, bermen, spoorbermen, braakliggende terreinen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Chrysanthemum carinatum - Zomerchrysant: eenjarig: jun-aug, geel of wit met bruine banden. 0,4-0,6. Vochtige, maar zomer droge, matig voedselrijke, neutrale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Chrysanthemum (Glebionis) segetum - Gele ganzenbloem: eenjarig: jun-sep, geel. 0,3-0,6. Vochthoudende, voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; op open gronden; in akkers, nieuwe wegbermen, op spoorwegtaluds, braakliggende terreinen; in pas aangelegde stadsplantsoenen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, vlinders.
Cichorium intybus - Wilde cichorei: overblijvend: jul-aug, blauw, bloeiwijze vertakt en hoofdjes eindelings en okselstandig. 0,5-1,5. Op vochtige en vochthoudende, veelal kalkhoudende, voedselrijke zavel- en lichte kleibodems; in grazige vegetaties en vaak op verdichte bodems; op rivier- en spoordijken, weilanden in de uiterwaarden, in bermen vaak op de overgang van wegdek/wegberm). Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. De cultivar andijvie vaak op verlaten volkstuinen.
Clarkia amoena - Zomerazalea: eenjarig: jun-aug, lila tot rozerood, bloeiwijze een tros. 0,5-0,7. Vochtige, matig voedselrijke, zandige bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Coreopsis tinctoria -- Meisjesogen: eenjarig: jul-sep, geel met bruin, ca. 0,3. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. (uitheems). Geen waarnemingen van bijen. Waarschijnlijk een bijenplant.
Cosmos bipinnatus - Cosmea: eenjarig: jul-okt, rozerood-wit, bloeiwijze alleenstaand; bladen zeer fijn, met zeer smalle lintvormige bladslippen. 0,8-1,5 (2,0), b1/3. Vochtige, matig voedselrijke, bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Dracocephalum moldavica - Drakekop: eenjarig: jun-sep, blauw, bloeiwijze een aar. 0,4-0,6, b2/3. Enigszins vochtige, matig voedselrijke bodems. Zon- tijdelijk schaduw. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Eschscholzia californica - Slaapmutsje: eenjarig: jun-okt, oranje. 0,3-0,5. Vrij droge, open bodems; ook tussen plaveisel. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Fagopyrum esculentum - Boekweit: eenjarig: jun-aug, wit, roze, bloeiwijze een pluim. 0,3-0,7. Arme tot zeer arme, veelal zure bodems; werd in de eerste decennia van de vorige eeuw op een dunnen laag ontwaterd, losgemaakt en vervolgens afgebrand hoogveen als landbouwgewas geteeld. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Gilia capitata - Hoofdjegilia: eenjarig: mei-sep, lavendelblauw, bloeiwijze alleenstaand. 0,4-0,6. Enigszins vochtige, matig voedselrijke, lichte minerale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Helianthus annuus - Zonnebloem: eenjarig: jul-okt, geel, bruinig hart, bloeiwijze eindelings hoofdje. 0,8-4,0, b1/5. Vochtige voedselrijk bodems; op overhoeken, rivierstandjes, daar soms talrijk en op kribben. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Iberis umbellata - Schermscheefbloem: eenjarig: jun-sep, wit-paarsverkleurend. 0,2-0,6. Vochthoudende voedselrijke bodems; op open plaatsen in de buurt van bebouwing of stortplaatsen. Zon. (inheems), Tegel; Fauna: honingbijen, hommels, vlinders..
Lavatera trimestris - Lavetetra: eenjarig: jul-okt, roze, bloeiwijze okselstandig en alleenstaand. 0,8-1,2. Vochthoudende tot iets droge, matig voedselrijke, neutrale bodems; gevoelig voor noordoostelijke vriezende wind. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Malva sylvestris (inclusief ssp. mauritanica) - Groot kaasjeskruid: tweejarig: jun-okt, roze tot rozerood, bloem 3-4 cm in doorsnede, blad gelobd, plant meestal rechtopstaand of sterk opstijgend. Hemi, 0,5-1,4. Vochthoudende, voedselrijke, lemige tot kleiige bodems; op overhoeken, spoorwegemplacementen, verlaten industrieterreinen, basaltglooiing en rivierdijken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Medicago sativa - Luzerne: overblijvend: jun-sep, blauw tot paarsachtig, bloeiwijze een okselstandige tros. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige, voedselrijke, lemige en kleiige bodems; in wegbermen, op rivier-, kanaal- en spoordijken, spoorwegemplacementen, haven- en industrieterreinen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Nemophila maculata - Gevlekt bosliefje: eenjarig: mei-okt, wit tot zeer lichtblauw en donker gevlekt, bloeiwijze alleenstaand en okselstandig. 0,2-0,3. Vochtige, matig voedselrijke tot schrale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Nigella damascena - Juffertje in het groen: eenjarig: jun-aug, lichtblauw, hoofdje alleenstaand. 0,2-0,4. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, niet zure bodems. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Papaver rhoeas - Grote klaproos (incl. cultivars): eenjarig: mei-jul, rood. 0,3-0,7. Vochtige tot droge, voedselrijke leem- en zavel- en kleigronden en lemige zandgronden; vroeger veel op akkers op kleigronden; op open plaatsen en omgewerkte bodems en pas opgebrachte grond van bermen en dijken; permanent op spoordijken; verder op braakliggende terreinen. Zon. (inheems)l; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen..
Phacelia tanacetifolia - Phacelia: eenjarig: eind mei-sep, blauw, bloeiwijze een aarvormige schicht, 0,3-1.0. vochtige voedselrijke, open bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Salvia farinacea - Salvia: eenjarig: jun-sep, lavendelblauw, bloeiwijze een aar,0,4-0,6; 1/2. Vochtige, matig voedselrijke, humushoudende bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Silybum marianum - Mariadistel: eenjarig: jul-aug, paarsachtig, bloeiwijze alleenstaand; bladen meestal wit gevlekt en met gele stekels aan de bladrand. 0,8-1,5. Vochtige, voedselrijke bodems; op allerlei kale en braakliggende overhoeken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Sinapis alba - Gele mosterd: eenjarig: mei-juli, geel. 0,4-0,8. Vochtige, voedselrijke open bodems; op allerlei open plaatsen; zon.(inheems). Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Trifolium incarnatum - Incarnaat klaver: eenjarig: mei-jun, rood, bloeiwijze een aarvormig hoofdje. 0,2-0,5. Vrij droge, matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems; voornamelijk op open plekken op overhoeken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.