Aandachtspunten inzaaien akkerranden, bermen en andere groeiplaatsen
Het grootschalig inzaaien van akkerranden of bermen moet per locatie altijd met deskundigen worden overlegd. Onderstaande tekst geeft alleen aan waar men aan moet denken als men van plan is om akkerranden en andere landschapselementen kunstmatig bloemrijker te maken.
Akkeronkruiden zijn lichtkiemers en kunnen gewoon op de licht omgewoelde grond worden ingezaaid. Maar zoals de boeren dat vroeger deden, moeten de wortelonkruiden vooraf worden verwijderd.
Randvoorwaarden voor lange termijn doelstellingen
Vruchtbaarheid - De bodem mag niet te voedselarm of te zuur zijn (Ph 4,5-8)
Grondsoort - Akkerkruiden en graan groeien het beste op minerale gronden: klei, zavel (leemhoudend)zand, leem en löss. Op venige of te humusrijke grond aanzienlijk minder.
Grondwaterstand - De grond moet relatief droog zijn: de grondwaterstand mag niet hoger komen dan 40 cm onder het maaiveld.
Zon - De locatie moet zonnig zijn.
Oppervlakte akker: De oppervlakte moet niet te klein zijn en niet te smal 2x3 m of meer. Omdat de lichtomstandigheden aan de randen van de akker voor akkerkruiden beter zijn dan verder van de rand af is het beter om perceeltjes in tuinen en parken niet breder dan 3 of 4 m aan te leggen.
Kalkbemesting - Als er kalk moet worden toegevoegd, gebruikt dan schelpengruis of kippengrit dat uit gemalen schelpen bestaat. (eventueel zelf schelpen(gruis) verzamelen op het strand; wel een keer uitspoelen i.v.m. zout. In zeer kleinschalige projecten kunnen uiteraard ook eierschillen worden gebruikt.
Klei mengen met zand - Wees terughouden met het mengen van klei met zand. Dit werkt vaak tijdelijk. Het zand zakt meestal geleidelijk uit. Dit is de ervaring uit mijn hoveniers periode. Op klei horen akkeronkruiden van de klei.
Mee zaaien van graan - Voor ondersteuning van het gewas kan het beste graan dun worden mee gezaaid.
Experimenteren - Zaadmengsels van akkerkruiden moeten zo goed mogelijk op de bodem zijn afgestemd. De twee hoofdgroepen grond zware en lichtere gronden zijn vaak eenvoudig van elkaar te onderscheiden. Binnen de twee hoofdgroepen die in " Overzicht en Zaadmengsels" worden aangegeven wordt het lastiger. Als je daar niet uitkomt, is het experiment vaak de beste oplossing. Sommige soorten groeien goed op alle genoemde bodemtypen, andere zijn tot enkele beperkt. Door gewoon uit te proberen, kom je er vanzelf achter of deze soorten bij de bodem passen. Een stukje kennis en ervaring is ook wat waard.