| Biodiversiteitsjaar -- Grasland en bermen voor bijen | Terug naar zoek onderwerp | Home | |
| Stichtse rotonde (Amersfoort) | Biggenkruid (Ede) | Kleine leeuwentand (Vlieland) | Wondklaver (Amstelveen) |
| Sint Janskruid (Apeldoorn) | Margriet (Zoetermeer) | Pinksterbloem (Arnhem) | Rietorchis (Amstelveen) |
| Bloemrijke graslanden zijn niet alleen goed voor bijen en andere insecten, ze dragen bij aan de esthetische kwaliteit van stad en landschap. Niet alleen door hun bloemen weelde, maar ook door hun bijdrage aan de landschappelijke diversiteit. Ze zorgen ervoor dat een polderdijk er anders uitziet dan een boerenlandweg en dat een nat hooiland zich duidelijk onderscheidt van een droog hooiland. Bloeiende graslanden en bermen bezitten daarom ook in Nederland een grote recreatieve betekenis, vooral in het jaar van de biodiversiteit. | |||
| Om bloemrijke graslanden te bevorderen of te behouden moeten ze afhankelijk van de bodemvruchtbaarheid en de grondwaterstand 1 of 2 maal per jaar worden gemaaid. Het maaisel moet altijd worden afgevoerd. Klepelen is meestal funest voor flora en fauna. De maaifrequentie hangt af van bodemeigenschappen en de soortensamentelling van grasland. Om het juiste beheer vast te stellen is enige plantenkennis vereist. zie Bijen en openbaar groen via zoek onderwerp | |||