Wilde bijen en de ecologische kwaliteit v an een tuin of ander groen
Aan ieder stukje groen kan ecologische kwaliteit worden toegekend. Het begint met de diversiteit van de flora of de planten in de tuin, daarna volgt de fauna waaronder de bijen. Behalve de aanwezigheid van een soort speelt ook de frequentie een rol. Als maar enkele bijen aanwezig zijn, is de soort in dat milieu tamelijk kwetsbaar; grote populaties geven in ieder geval aan dat het milieu voor die bijensoort gunstig is. Een grote populatie moet dus in het algemeen meer gewaardeerd worden dan een kleine; ook vanwege de feiten dat grote populaties de kans op de aanwezigheid van koekoeksbijen vergroten en de bestuivingscapaciteit toeneemt. Ook zeldzame of kritische soorten zeggen iets over de ecologische kwaliteit an een tuin of ander groen.
Als vuistregel kan men stellen dat de ecologische kwaliteit van tuin en de groene omgeving toeneemt naarmate:
a. De bijen onder b-d beter vertegenwoordigd zijn;
b. Er meer bijen zijn die aan bepaalde planten gebonden zijn. Dus bijen die ten aanzien van hun voedsel (stuifmeel) zeer kritgisch zijn;
c. Er meer koekoeksbijen van kritische en zeldzame soorten zijn;
d. Er meer zeldzame soorten aanwezig zijn;
e. De populaties groter zijn;
f. Nestgelegenheid en foerageergebied minstens een gedeelte van het vliegseizoen op hetzelfde terrein liggen. (dus dicht bij elkaar)
Klik op # in Kolom lLinks voor de volledige tekst