Verantwoording
Onderzoek wilde bijen in het stedelijk groen
Vanuit verschillende instituten en verschillende invalshoekenheb ik sinds 1980 onderzoek gedaan naar bijen in relatie met planten. Dit is vastgelegd in onderstaande documenten en allerlei andere documenten ( Zie literatuur A.Koster)
 
Koster, A. 2000. Wilde bijen in het stedelijk groen: een evaluatie van het ecologisch groenbeheer Wageningen ALTERRA, Research Instituut voor de Groene Ruimte.
Koster, A., 2001.Openbaar groen op ecologische grondslag. Proefschrift WUR. --- PDF-file op verzoek beschikbaar.

http://www2.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport48.pdf

Dit rapport gaat over de invloed van ecologisch groenbeheer op de wilde bijenstand in stedelijk groen. In het openbaar groen van 26 gemeenten zijn wilde bijen geïnventariseerd.
Bevordert ecologisch groenbeheer de bijenstand?
Wat zeggen wilde bijen over de kwaliteit van het groen?
Wat betekent dat voor het ontwerp en het beheer van de groene ruimte?
Het volledige rapport is te downloaden via de bovenstaande link
 
Locaties -- 30 gemeenten zijn geselecteerd: Amstelveen, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Deventer, Ede , Goes, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerenveen, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Leusden, Maastricht , Nijkerk, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Sneek, Utrecht, Veenendaal, Vlaardingen, Wageningen, Winsum, Zeist, Zoetermeer, Zutphen .
Globaal resultaat
Binnen de bebouwde zijn in dit onderzoek 106 soorten wilde bijen waargenomen, hommels niet meegerekend . Het voorkomen van wilde bijen in openbaar groen is voornamelijk toe te schrijven aan ecologisch groenbeheer. Het aantal bijen dat na 1980 in het totale stedelijk groen is waargenomen, bedraagt minstens 195 soorten. Dat is 60% van de ca 330 (370 in 2012) soorten die in Nederland ooit zijn waargenomen. Dit rapport is bestemd voor beheerders en ontwerpers van de openbare groene ruimte in het stedelijk gebied. Het geeft inzicht in de bijen die in de stad zijn waargenomen en het bevat richtlijnen voor het ontwerp en het beheer van groene elementen in het stedelijk gebied. Al deze gegevens ook van later onderzoek zijn op deze website verwerkt.
 
Resultaten gespecificeerd
a. In totaal zijn  106 soorten wilde bijen waargenomen, exclusief hommels. Inclusief waarnemingen in tuinen en data voor 1997 zijn dat 110 soorten en 7 soorten hommels. De hommels hebben alleen betrekking op waarnemingen in Veenendaal. De 110 soorten zijn als volgt verdeeld:
58 polylectische soorten --- 24 mono- (2) en oligolectische soorten --- 28 soorten koekoeksbijen
b. In 26 gemeenten werden er gemiddeld 23 soorten waargenomen
het totaal aantal vangsteenheden bedraagt 1769
d. Op 141 locaties zijn bijen talrijk waargenomen
e. Op 27 locaties komen 10 of meer soorten voor
f. De bijen zijn op 181 plantensoorten verzameld: op 39 soorten planten zijn minstens 10 keer bijen verzameld
g. Indien er stuifmeel- en nectarproducerende planten aanwezig zijn en nestgelegenheid in de naaste omgeving, komen wilde bijen in vrijwel alle stedelijke milieutypen voor .
h. Op plaatsen waar stuifmeel- en nectarproducerende planten ontbreken, zijn bijen afwezig. Op plaatsen waar vroeg wordt gemaaid, loopt de bijen stand sterk terug of verdwijnt volledig. Op plekken waar de bloei ononderbroken doorgaat zijn de bijen ook in de zomer talrijk.
 
Na 2000 is vooral frequent en intensief naar de relatie bijen en drachtplanten gekeken. Daar vloeide in de eerste plaats het Plantenvademecum (Koster, 2007) uit voort. en na ca 2010 deze digitale bijenhelpdesk.
Na 2010 is er verder onderzoek(inventarisaties + Advies) verricht in: Amsterdam, Zoetermeer, Leeuwarden, Utrecht, Almere).