---
Paring en territoriumgedrag
Rosse metselbij Lookmaskerbij Grote wolbij
Als je wilde bijen kunt herkennen en oplettend bent, zie  je al snel rituelen die met de paring te maken hebben. Zoals individuele of talrijke mannetjesbijen die langs allerlei soorten begroeiingen of over de grond druk heen en weer vliegen met de bedoeling om een vrouwtje te bemachtigen. We noemden dat patrouilleren. Als er een vrouwtje in de buurt komt,  wordt het benaderd en pogingen ondernomen om te paren. Maar het vrouwtje is daar niet altijd van gediend en weet dan de paring te ontwijken.  
 
Inhoud deze pagina (klik op link of scrol)
- Paringsfrequentie van mannetjes en vrouwtjes
- Toenadering van vrouwtje en mannetjes
- Het voorspel (precopulatiefase), paring en bevruchting
- Paringsplekken
- Territoriumgedrag
Klik voor meer info op link: Peeters et all. 2010 en ga naar pag. 21
--
Paringsfrequentie Terug
De meeste vrouwtjes paren in hun leven maar één keer met één mannetje. Dit in tegenstelling tot honingbijen waarvan de koningin tijdens een eenmalige paringsvlucht met meerder mannetjes paart (vaak met meer dan tien). Bij deze paring verliezen  de darren (mannetjes) hun penis die tijdelijk in de geslachts-opening  van de koningin achterblijft. De darren  sterven dan spoedig daarna.  
Van enkele wilde bijensoorten paart het vrouwtje met meerdere mannetjes  dat komt voor bij roetbijen en bij wolbijen die het hele vliegseizoen paren. De mannetjes van de wilde bijen paren met meerdere vrouwtjes.
Op de foto vier gegadigden die met het vrouwtje van de lookmaskerbij willen paren. Slechts een mannetje wordt toegestaan. Het vrouwtje paart daarna niet meer; de mannetjes wel.
--
Toenadering van vrouwtje en mannetjes Terug
Gewoonlijk zoeken de mannetjes de vrouwtjes op. Hierbij wordt gebruik gemaakt van chemische signalen die zowel door mannetjes als vrouwtjes door de kaakklieren worden afgescheiden.
Om mannetjes te lokken, scheiden de vrouwtjes zogenaamde seksferomonen af. Het zijn vluchtige stoffen die in extreem kleine  concentraties op relatief grote afstand door mannetjes kunnen worden waargenomen. Eenmaal in de buurt van het vrouwtje  zijn het andere chemische stoffen  op het lijf van het vrouwtje die de mannetjes tot de paring aanzetten.
Mannetjes van verschillende bijengeslachten markeren met een chemische stof, pleksgewijs hun territorium.  Deze plekjes  worden geurvlaggen genoemd en zijn bedoeld om vrouwtjes te lokken. In tuinen is dat proces vooral bij de gewone sachembij waar te nemen. De patrouillerende mannetjes  landen rondom de planten waar vrouwtjes foerageren en zetten onder meer op de bladeren hun geurvlaggen af. 
Het mannetje van lookmaskerbij benadert het vrouwtje
--
Het voorspel (precopulatiefase), paring en bevruchting Terug
Aan de paring gaat een soort baltsgedrag vooraf, waarbij een mannetje het vrouwtje het hof probeert te maken. Het mannetje ligt op het vrouwtje maar van een penetratie is dan nog geen sprake. Als het vrouwtje de copulatie toestaat gaat de punt van het achterlijf van het mannetje naar die van het vrouwtje. De genitaliën worden met elkaar in verbinding gebracht waarna de penetratie plaats vindt.  Maar hiermee is het vrouwtje nog niet bevrucht. Het zaad van het mannetje wordt eerst in een zaadblaas opgeslagen. De eitjes en het zaad zijn dan nog gescheiden. De vrouwtjes kunnen zelf de bevruchting regelen. Als ze een zaadje tot het eitje toelaat, groeit dat uit tot een (diploïd) vrouwtje, wordt het niet bevrucht dan ontstaat er een (haploïd) mannetje.  Dit wordt haplodiploide voortplanting genoemd.
Rosse metselbij
 
Het voorspel bij de rosse metselbij duurt zo lang (tot meer dan 20 min.) dat je alle tijd hebt om het paringsritueel van alle kanten te fotograferen.
 
Precopulatiefase grote wolbij in een bloem van scharlei
 
Paring grote wolbij op een bloem van stinkende ballote
--
Paringsplekken Terug
Op de plekken waar vrouwtjes worden verwacht daar komen ook de mannetjes. Dat zijn:  
- nestplaatsen waar de nesten in grote groepen bij elkaar liggen:  onder meer nesten van grijze zandbij (foto onder), zwart-rosse zandbij, grote zijdebij. De mannetjes wachten de vrouwtjes daar op.  Op onderstaande foto is het vrouwtje van de grijze zandbij net uit het nest en wordt direct door een mannetje benaderd.
 
Nesten van de grasbij liggen ook vaak in grote aantallen bij elkaar, maar vaak met meer begroeiing er omheen. Paring vindt ook op bladen van planten plaats.
 
Rosse metselbij paart op bloemen, bij het nest,  op een blad en op de grond, zelden in het nest zelf. Vooral op plekken waar veel nesten bij elkaar liggen is de concurrentie tussen de mannetjes zeer groot. Op de foto hangen nog 4 mannetjes aan het vrouwtje; een seconde voor dat de foto werd gemaakt waren het er 8 tot 10. Hoeveel mannetjes er ook zijn, slechts één mag met het vrouwtje paren.
 
- Op  de bloemen waar de vrouwtjes foerageren
Wormkruidbij paart het meest op bloemen van composieten die veel buisbloemen bevatten (hier het gele gedeelte van de bloem). De witte bloemblaadjes zijn van de lintbloemen.
 
Tronkenbij die gewoonlijk op composieten vliegt probeert te paren in een bloem van rechte ganzerik, een plant van de rozenfamilie. Voor nectar vliegen ook gespecialiseerde bijen op bloemen van allerlei planten.
 
maar de concurrentie tussen de mannetjes gaat door tot het laatste moment voor de paring.
 
Roetbijen paren gewoonlijk in composieten met lintbloemen
 
De lookmaskerbij paart meestal op look, meestal op prei of ui
 
- op plekken waar de vrouwtjes nestmateriaal  verzamelen
Dat is onder meer het geval bij grote wolbij tijdens het verzamelen van plantenharen voor het nest. De vrouwtjes van deze bij paren de hele vliegperiode door.
Grote wolbij op ezelsoor: een plek waar de vrouwtjes haren verzamelen en zeer frequent foerageren.
 
- Soms in het nest voor het uitvliegen
Een klein gedeelte van de vrouwtjes meidoornzandbij en blauwe zandbij is in de nesten al geïnsinueerd
 
--
Territoriumgedrag Terug

Mannetjes bakenen met geurvlaggen hun territorium af met de bedoeling om maagdelijke vrouwtjes te kunnen bevruchten, alle andere mannetjes van de eigen soort maar ook bijen van de eigen geslacht worden dan meestal geweerd. Vooral de grote wolbij is zeer agressief naar andere grote bijen en vliegen.  Niet alleen de mannetjes van het eigen soort worden aangevallen, maar vooral ook honingbijen en ook hommels. Honingbijen worden op een zeer agressieve wijze aangevallen waarbij in de meeste gevallen één van de achterste vleugels wordt afgebeten. De honingbijen kunnen dan niet meer vliegen en ook geen richting meer houden bij het lopen. Deze bijen sterven dan binnen enkele dagen. (De bijen zijn dus niet kreupel zoals dat ooit eens door Jac. P. Thijsse werd beschreven. Op plekken waar honingbijen foerageren en waar de grote wolbij talrijk voorkomt, kunnen tientallen aangevallen honingbijen op de grond rondkruipen.
Territoriumgedrag wordt onder meer bepaald door de dichtheid van de nesten, kwaliteit van het foerageergebied en het aantal mannetjes dat op zoek is naar een vrouwtje.
Als de nesten relatief dun verspreid zijn en foerageerplekken van een constante kwaliteit leidt dat meestal tot patrouilleergedrag. De mannetjes (enkele tot een paar duizend) vliegen dan langs de plekken waar vrouwtjes te verwachten zijn.  De vliegbanen kunnen kleiner zijn dan een meter tot vele tientalen meters  bij hommels. De gewone sachembij die ik zelf heb kunnen volgen  maakt slagen tot meer dan 70 m. Binnen het territorium zitten mannetjes ook vaak op de uitkijk zodra er een vrouwtje voorbij komt vliegen ze er op af.

 
Mannetjes van de grote wolbij staan als katten roerloos tegen over elkaar en botsen een paar seconden later tegen elkaar en vliegen weer weg. Geregeld vechten ze ook 1 of 2 seconden op de grond.
 
Mannetje van de grote wolbij valt een aardhommel aan op betonie
 
 
Mannetje slobkousbij op de uitkijk op grote wederik: alleen op deze plant verzamelt het vrouwtje stuifmeel
 
Mannetje resedamaskerbij op de uitkijk op reseda: alleen op reseda verzamelen vrouwtjes stuifmeel