script language="Javascript1.2">
Alleijn, W.F.2 (1980). Houtwallen in het boerenland. Reeks Natuur en Milieu 14. Stichting Natuur en Milieu, 's-Graveland, pp. 84. |
Antrop, M. (1989). Het landschap meervoudig bekeken. Monografieën Stichting Leefmilieu 30. Antwerpen, pp. 400. |
Antrop, M. (1991). De landschappelijke betekenis van "groen". Groenkontakt 17 (1): 39-46. |
| Arnolds, E. (2004). Bijzondere biotopen voor stinzenplanten? Een reactie. De Levende Natuur 105 (3): 109. |
As., B. van (1990). Wijkpark Holy-Noord ten voeten uit. Natura 87: 175-180. |
Asperen, H.S. van (1983). Samenhang ontwerp - uitvoering bij het scheppen en instandhouden van groenvoorzieningen. Proefschrift. Landbouwhogeschool, Wageningen, pp. 327. |
| Baas, W. (1998). Ecologische achtergronden van het stinzenplantenmilieu. De Levende Natuur 99 (2): 46-49. |
| Baas, W. (2004). Over het ontstaan en de ligging van stinzenplantenbiotopen. De Levende Natuur 105 (1): 22-26. |
Bakker, P. & E. Boeve (1985). Stinzenplanten. Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, 's-Graveland (Terra, Zutphen), pp. 168. |
Bal, D., H.M. Beije, Y.R. Hoogeveen, S.R.J. Jansen & P.J. van der Reest (1995). Handboek natuurdoeltypen in Nederland. IKC Natuurbeheer, Wageningen, pp. 408. |
Bauer, H.J. & H.J. Prautzsch (1973). Sekundäre Naturbiotope einer Sandgrube. Natur und Landschaft 48 (10): 285-290. |
| Belonje, J. (1971). Beplantingen op vestingwerken. Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 70 (4): 91-97. |
Berg, J. van (2000). Speelbossen bij Staatsbosbeheer. Groen 56 (6): 30-33. |
Berkel, C.J.M. en R. Colijn (red.) (1983). Vogels en bosstructuur. Het vogeljaar 31: 49-116. |
Bezzel, E. von (1987). Pflanzen als Vogelnährung: Beitrag zum Artenschutz auf Kleinflächen. Bayerisches Landwirtschaftliches Jahrbuch 1: 97-120. |
Bilt, E.W.G. van der (1990). Bos en bosbeheer bij de Stichting 'Het Drentse Landschap'. De Levende Natuur 91: 46-53. |
Bradshaw, A.D. (1986). Ecological principles in landscape. In: A.D. Bradshaw, A.A. Goode & E. Thorp (Eds.), Ecology and design in landscape. Blackwell, Oxford, pp. 15-36. |
| Bremer, P. (2003). Een halve eeuw bosontwikkeling on het Voorsterbos, Flevoland oudste bos. De Levende Natuur 104 (1):16-23. |
| Bremer, P. (1998). De ontwikkeling van de flora in de Flevolandse kleibossen. De Levende Natuur 99 (4):153-159. |
| Bijlsma, R.J. (2002). Bosrelicten op de Veluwe. Een historisch-ecologische beschrijving. Alterra-rapport 647, Alterra, Wageningen, pp 92. www2.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport647 |
| Bijlsma, R.J. (2004). Verbraming: oorzaken en ecologsiche plaats. De Levende Natuur 105 (4): 138-144. |
CBS (1985). De Nederlandse Bosstatistiek 1980-1983. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag, pp. 83. |
Coch, T. (1995). Waldrandpflege. Grundlagen und Konzepte. Neumann, Radebeul, pp. 240. |
Daalder R & H. Koop (1997). Bosomvorming in het Amsterdamse Bos. De Levenden Natuur 98 (3): 84-88. |
Daamen, W. P. (1976). Onderzoek naar de spontane bosvorming op opgespoten terreinen, drooggelegde gebieden en verlaten akker- en weidegronden. Uitvoerig verslag band 14, 2. Rijksinstituut voor onderzoek in de bos- en landschapsbouw "De Dorschkamp", Wageningen, pp. 39. |
| Dam, B. van & S. de Vries (1998). In de voetsporen van de eik, postglaciale herkolonisatie-routes. De Levende Natuur 99 (1): 38-41. |
Dingethal, F.J., P. Jührging, G. Kaule & W. Weinzierl (1985). Kiesgrube und Landschaft. Parey, Hamburg. pp. 285. |
Dorp, D. van (1991). Over vogels, bessen en bossen. Nederlands Bosbouwtijdschrift 63 (11/12): 335-340. |
Dorp, D. van (1987). Verbreiding van besdragende planten in een Twents houtwallenlandschap; een vooronderzoek. Intern rapport 87/27. Rijksinstituut voor Natuurbeheer, Leersum, pp. 23+ bijlage. |
Dorp, D. van (1993). Zaaddispersie: een onderbelicht proces in het herstelbeheer. De Levende Natuur 94 (6): 205-209. |
Dorp, D. van, K.J. Canters, J.T.R. Kalkhoven & P. Laan (red.) (1999). Landschapsecologie: natuur en landschap in een veranderende samenleving. Boom, Amsterdam, pp. 440. |
Ellenberg, H., H.E. Weber, R. Düll, V. Wirth, W. Werner & D. Paulissen (1992). Zeigerwerte von Pflanzen in Mitteleuropa. Scripta Geobotanica 18: 1-258. |
| Ehrenburg, A., H. van der Hagen & L. Terlouw, 2008. Amerikaanse vogelkers als invasieve soort in de kustduinen. De Levende Natuur 109 (6): 241-245. |
| Flückiger, P.F., H. Bienz, R. Glünkin, K. Iseli & P. Duelli (2002). Vom Krautsaum bis ins Kronendach – Erforschung und Aufwertung der Waldränder im Kanton Solothurn. Heft der Mitteilungen der Naturforschenden Gesellschaft des Kantons Solothurn. Mitt. Natf. Ges. Solothurn 39: 9–39. |
Frentz, W.I. & H.N. Siebel (2005). 100 jaar bosbeheer bij Natuurmonumenten: ingrijpen(d) veranderd. De Levende Natuur 106 (3): 80-83. |
| Gilbert, O.L. (1989). The ecology of urban habitats. Chapman and Hall, London, pp. 369. |
Haartsen, A.J. et al. (1989). Levend verleden: een verkenning van de cultuurhistorische betekenis van het Nederlandse landschap. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag, pp 167. |
Hendriks, J.L.J. (1985). Bossen van een veelsoortige aard. De Levende Natuur 86 (6): 200-206. |
Hendriks, J.L.J. (1985). Meerjarenplan Bosbouw. De Levende Natuur 86 (2): 34-39. |
Hermy, M. & G. de Blust (red.) (1997). Punten en lijnen in het landschap. Schuyt, Haarlem; Van de Wiele, Brugge, pp. 336. |
Hermy, M. (red.) (1989). Natuurbeheer. Van de Wiele, Stichting Leefmilieu, Natuurreservaten en Instituut Natuurbehoud, Brugge, pp. 224. |
Hermy, M. (1984). Oude en jonge bossen: floristische verschillen en waarde voor het natuurbehoud. De Levende Natuur 85 (2): 51-56. |
| Heybroek, H.M. (1992). Behoud en ontwikkeling van het genetische potentieel van onze bomen en struiken. Dorschkamprapport 684. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 34. |
Hiele, R. van (1988). Besverbreiding door vruchtenetende vogels in houtwallandschappen. Doctoraal verslag Landbouwuniversiteit Wageningen; Intern rapport 88/70. Rijksinstituut voor Natuurbeheer, Arnhem, pp. 36. |
Heusden, W.R.M. van, M. Bruins, E.M.P. Hermens & J. Vissers (1994). Ideeënboek beplantingen: ontwerp en aanleg van landschappelijke beplantingen op basis van ecologische uitgangspunten. LD-Mededelingen 202, werkdocument IKC Natuurbeheer 62, Landinrichtingsdienst, Utrecht, pp. 124. |
Heytze, J.C. & L.H.E. Herbert (1991). Waardering van bosbeelden door recreanten. Rapport 665. De Dorschkamp, Instituut voor Bosbouw en Groenbeheer, Wageningen, pp. 76. + bijlage. |
Hoekstra, B.W. (1980). Sortimentskeuze voor landschappelijke beplantingen in relatie tot functie en beheer. Groen 36 (8): 344-347. |
| Howe, H.F. & J. Smallwood (1982). Ecology of seed dispersal. Annual review of ecology and systematics 13: 201-228. |
Hullu, E. de (2000). De visie van Staatsbosbeheer. De Levende Natuur 101 (1): 22-27. |
Hullu, P.C. de (1995). Natuurontwikkeling bij Staatsbosbeheer. De Levende Natuur 96 (5): 141-147. |
Jager, K. & A. Oosterbaan (1994). Aanleg van Gemende loofhoutbeplantingen. Schuyt & Co, Haarlem, pp. 245. |
Jansen, M.T.& D.T.E. van der Ploeg (1977). Stinzenplanten in Nederland. Wetenschappelijke Mededelingeb KNNV 122. KNNV, Hoogwoud, pp. 44. |
Kalkhoven, J.T. R. & P.F.M. Opdam (1984). Vogelgemeenschappen en vegetatie in essenhakhout. De Levende Natuur 85 (1): 3-9. |
KNNV (1981). Heggen en houtwallen. Natura 78 (4): 89-181 |
| Konijnendijk, C.C., 2008. The Forest and the city: the cultural landscape of urban woodland. Springer, Berlin, pp. 245. |
Koningen, H (1985). Aanbevelingen beheer bosplantsoen. Gemeente Amstelveen, Dienst voor plantsoenen, Sport en Jeugd en Recreatie, pp. 94. |
Koop, H.& S. van der Werf (1995). Natuurlijke bosgemeenschappen A-Lokaties en boscomplexen: achtergronddocument bij de Ecosysteemvisie bos. IBN-rapport 162. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 230. |
Koop, H. (1994). Beheervisie Amsterdamse Bos. IBN-rapport 97. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 59. |
Koop, H. (1983). De rol van dood hout in het proces van de bodemvorming. Nederlands Bosbouwkundig Tijdschrift 55 (2/3): 51-65. |
Koop, H.G.M.J. & L.J. van Os (1995). Start monitoring Natuurboszone Amsterdamse Bos. IBN-rapport 135. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 65. |
Koster, A. (1991). Spoorwegterreinen, toevluchtsoord voor plant en dier. KNNV, Utrecht, pp. 236. |
Koster, A. (1998). Beelden en begrippen voor bosplantsoen en landschappelijke beplantingen 1. Groen 54 (5): 46-51. |
Koster, A. (1998). Beelden en begrippen voor bosplantsoen en landschappelijke beplantingen 1. Groen 54 (5): 46-51. |
Koster, A. (1998). Beelden en begrippen voor bosplantsoen en landschappelijke beplantingen 3. Groen 54 (9): 56-51. |
Koster, A. (1998). Ecologisch beheer van beplantingen in het stedelijk gebied. IBN-Rapport 369. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 349. |
Koster, A. (2001). Openbaar groen op ecologische grondslag. Proefschrift Wageningen universiteit, pp. 264. |
| Kuiters, L. & S. Vreugdenhill (2005). Vestiging van hardhoutooibossoorten in de Beuningse uiterwaarden. De Levende Natuur 106 (2): 40-45. |
Lans, H. van der & G. Poortinga (1986). Natuurbos in Nederland. Instituut voor Natuurbeschermingseducatie, Amsterdam, pp. 192. |
Leeuwen, C.G. van & H.Doing Kraft (1959). Landschap en beplantingen in Nederland. Veenman, Wageningen. |
Leeuwen, C.G. van (1955). Beplantingen op vegetatiekundige grondslag. Rapport Staatsbosbeheer, Utrecht. |
Leeuwen, Chr.G. van & H. Doing (1984). Landschap en beplanting in Nederland: richtlijnen voor een soortenkeuze bij beplantingen op vegetatiekundige grondslag. Landbouwuniversiteit Wageningen, pp. 70. + bijlage. |
Logemann, D. & E.F. Schoorl (1988). Verbindingswegen voor plant en dier. Reeks Natuur en Milieu 23. Natuur en Milieu, Utrecht, pp. 76. |
Londo, G. & G. van Wirdum (1994). Natuurlijkheidsgraden en natuurontwikkeling. De Levende Natuur 95 (1): 10-16. |
Londo, G. & H.N. Leys (1979). Stinzenplanten en de Nederlandse flora. Gorteria 9, 7/8: 247-257. |
Londo, G. (1991). Natuurbeheer in Nederland 4: Natuurtechnisch bosbeheer. Pudoc, Wageningen, pp. 190. |
Londo, G. (1996). Het beheer van Thijsse's Hof; (2) Het duinbos; de boom- en struiklaag. Groen 52 (11): 45-47. |
Londo, G. (1997). Bos- en Natuurbeheer in Nederland 6: Natuurontwikkeling. Backhuys, Leiden, pp. 658. |
| Maes, B. (red.) (2006). Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen: herkenning, verspreiding, geschiedenis en gebruik. Boom, Amsterdam, pp. 376. |
Margadant-van Arcken, M.J.A. (1999). Kinderinspraak bij de inrichting van Natuurspeelbossen. De Levende Natuur 100 (7): 252-255. |
Olsthoorn, A.F.M, A. Koster, P.A. Slim & H.G.H.J. Koop (2001). Het effect van gewone esdoorn op de diversiteit van bos. Alterra-rapport 201. Alterra, Wageningen, pp. 40. |
Oosterbaan, A. (2000). Begeleiding van natuurlijke bosverjonging. Alterra, Wageningen, pp. 44. |
Opdam et al. (1986). Ecologie van kleine landschapselementen. Rijksinstituut voor Natuurbeheer, Leersum, pp. 88. |
Peterken, G.F. (1996). Natural woodland, ecology and conservation in northern temperate regions. Cambridge university press, pp. 522. |
| Peterken, G. F. and M. Game (1984). Historical factors affecting the number and distribution of vascular plant species in the woodlands of central Lincolnshire. Journal of Ecology 72: 155-182. |
Pietzarka U., Roloff A. (1993). Dynamische Waldrandgestaltung – Ein Modell zur Struktur-verbesserung von Waldaussenrändern. Natur und Landschaft 68 (11): 555-560. |
Ploeg, D.T.E. van der (1988). Stinzenplanten, bloemenpracht rondom Friese stinzen en states. Friese Pers Boekerij, Drachten, pp. 132. |
Prins, A.H. (1997). Natuurwaarden van het populierenbos ten noordoosten van het Van Tuyll Sportpark in Zoetermeer. IBN-rapport 315. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 25. |
Reuver, P.J.H.M. & I. van den Hoven (1997). Tussen beplantingsplan en eindbeeld, het beheer van het bosplantsoen. IPC Groene Ruimte, Arnhem, pp. 484. |
Rijksinstituut voor Natuurbeheer (1979). Natuurbeheer in Nederland; levensgemeenschappen . Pudoc, Wageningen, pp. 392. |
Rijksinstituut voor natuurbeheer (1983). Natuurbeheer in Nederland; dieren. Pudoc, Wageningen, pp. 423. |
Rövekamp, C.J.A., N.C.M. Maes & H.Th.J. Ketelaar (1997). Genetische kwaliteit van inheemse bomen en struiken. Werkdocument W-135. IKC Natuurbeheer, Wageningen, pp. 61. |
| Roy, L.G. le (1973). Natuur uitschakelen natuur inschakelen. Ankh-Hermes, Deventer, pp. 205. |
Sachse, U. (1989). Die anthropogene Ausbreitung von Berg- und Spitzahorn (Acer pseudoplatanus L. und Acer platanoides L.). Landschaftsentwicklung und Umweltforschung, Schriftenreihe des Fachbereichs Landschaftsentwicklung der TU Berlin, 63, pp. 129. |
| Sachse, U., U. Starfinger & I. Kowarik (1990). Synanthropic woody species in the urban area of Berlin , West. In: H. Sukopp, S. Hejný & I. Kowarik (Eds.), Urban ecology, plant and plant communities in urban environments. SPB Academic Publishing, The Hague, pp. 233-243. |
Schaminée, J.H.J. et al. (1995-1999). De vegetatie van Nederland 1-5. Opulus press, Uppsala. |
Scheper, M. & L. de Zee (1991). Dagvlinders en bosbeheer: een onderzoek naar de Slangenburg bij Doetinchem. Natura 88, 4: 75-80. |
Schmitz, H. (1993). Houtwallen, heggen en singels; lijnvormige houtopstanden in Nederland. LONL, Utrecht, pp. 87. |
Schütz, P.R. & G. van Tol (1990). Aanleg en beheer van bos en beplantingen. Puduc, Wageningen, pp. 504. |
Siebel, H. & H. Koop (1993). Omvorming naar een natuurlijk bos. Groen 49 (5): 23-26. |
Snow, B. & D. Snow (1988). Birds and Berries. A study of an ecological interaction. Poyser, Calton, pp. 268. |
Stortelder, A.H.F., K.W. van Dort, J.H.J. Schaminée & N.A.C. Smits (1999). Beheer van Bosranden. KNNV, Utrecht, pp. 88. |
| Stortelder, A.F.H., J.H.J. Schaminée & P.W.F.M. Hommel (1999). De vegetatie van Nederland 5: ruigten, struwelen, bossen. Opulus Press, Leiden, pp. 376. |
Stortelder, A.H.F., P.W.F.M. Hommel & R.W. de Waal (1998). Broekbossen. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 216. |
Teeuwisse, J.J.T. (1984). Geriefhoutbosjes. Reeks Natuur en Milieu 20. Stichting natuur en Milieu, Utrecht, pp. 64 |
Tinbergen, L. (1967). Vogels in hun domein. Thieme, Zutphen, pp. 120. |
Verheyen, K., S. van der Veken & M. Hermy (2004). Trage planten in en snel landschap; herstel van bosplantenpopulaties in jonge bossen. De Levende Natuur 105 (3): 93-97. |
Vera, F. (1997). Metaforen voor de wildernis. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Den Haag, pp. 426. |
Vissers, J. & G. Verhoek (1987). Spontane opslag van houtige planten op bermen, taluds en overhoeken. Staatsbosbeheer afdeling verkeerswegen, pp. 20+ bijlagen. |
Waal, R.W., R.J. Bijlsma, E.M. Dijkman & M.M. van der Werff (2001). Stekelvarendominantie in bossen op arme zandbodems. De Levende Natuur 102 (3): 118-122. |
Weeda, E.J., R. & CH. & T. Westra (1985-1994). Nederlandse oecologische flora Deel 1-5. IVN, VARA en de VEWIN. |
| Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2000). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland: bossen struwelen en ruigte. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 334. |
Werf, S. van der (1991). Bosgemeenschappen. Pudoc, Wageningen, pp. 375. |
Westhoff, V. et al. (1970-1973). Wilde planten, flora en vegetatie van onze natuurgebieden. Deel 1-3. Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland. |
| Zukrigl, K., G. Eckhart & J. Nather, 1963 Standorts kundliche und waldbauliche Utersuchungen in Urwaldresten der nieröstereichischen Kalkalpen. |
| Literatuur: Bos, struweel en houtige beplantingen |