script language="Javascript1.2">
Ad hoc Werkgroep Akkerdistel (1978). De akkerdistel beschouwd vanuit landbouw, natuur en landschap. Coördinatie-commissie Onkruidonderzoek NLRO, Wageningen, pp. 26. |
As, B. van (1995). De vlinders van het Vlaardingse Holy-park. Vlinders 10 (4): 19-23. |
Bak, A., W. Oorthuijsen & M. Meijer (1998). Vlindervriendelijk wegbermbeheer langs de A58 in Zeeland. De Levende Natuur 99 (7): 261-267. |
| Benno, P. (1967). De Nederlandse wespen. Wetenschappelijke Medelingen KNNV 67. KNNV, Hoogwoud, pp. 48. |
| Bezemer, M., W. van der Putten & F. Rienks (2006). Niets doen loont bij Jakobskruiskruidplaag. De Levende Natuur 107 (5): 214-216. |
Bijlsma, R. & R. Jalving (1992). Een aanzet tot een vlindervriendelijk bermbeheersplan voor de gemeente Westerbork (Drenthe). De Levende Natuur 93 (3): 86-93. |
Bink, F. & F. Maaskamp (1998). Zandoogjes fungeren als graadmeter: werken aan meer biodiversiteit in en om de stad. Tuin & Landschap 20 (14): 22-25. |
Bink, F.A. (1983). Sterke achteruitgang van de Nederlandse dagvlinder fauna. Natuur en Milieu 7 (8): 4-7 |
Bink, F.A. (1987). Te veel netheid in het openbaar groen is niets voor vlinders. Bosbouwvoorlichting 3: 34-37. |
Bink, F.A. (1992). Ecologische atlas van de dagvlinders van Noordwest-Europa. Schuyt & Co, Haarlem, pp. 512. |
Blab, J. (1986). Grundlagen des Biotopschutzes für Tiere. (Schriftenreihe für Landschaftspflege und Naturschutz, 24), Klida Verlag, Greven, pp. 257. |
Booij, C.J.H. (1976). De Insektenfauna van de Grote brandnetel, Urtica dioica L. op verschillende standplaatsen. Doctoraal verslag 362. Landbouwhogeschool Wageningen, Vakgroep Natuurbeheer, pp. 58. |
Bos, F., M. Bosveld & D. Groenendijk (2006). De dagvlinders van Nederland. KNNV uitgeverij, Urtecht, pp. 381. |
Buesink, H. (1994). Dagvlinders en het beheer van openbaar groen. Groenkontakt 20 (5): 27-30. |
Commissie voor Inventarisatie en Natuurbescherming van de Nederlandse Entomologische Vereniging (1988). Minimilieus van minifauna: microbiotopen van ongewervelde dieren. Entomologische Vereniging, Amsterdam, pp. 13. |
Davis , B.N.K. (1983). Insects on nettles. Cambridge University Press, Cambridge, pp. 64. |
Ebert, G. (1991). De Schmetterlinge Baden-Württembergs 1. Ulmer, Stuttgart, pp. 552. |
Ebert, G. (1991). De Schmetterlinge Baden-Württembergs 2. Ulmer, Stuttgart, pp. 535. |
Ellis, W.N. (1989). Insektenfauna en natuurbeheer. Wetenschappelijke Mededelingen KNNV 192. KNNV, Utrecht, pp. 210. |
Fry, R. & D. Lonsdale (1991). Habitat conservation for insects – a neglected green issue. The Amateur Entomologist 21: i-1xvi; 1-262. |
Haeseler, V. (1979). Landschaftsökologischer Stellenwert von Zaunpfählen am Beispiel der Nistgelegenheiten für solitäre Bienen und Wespen (Hym. Aculeata). Natur und Landschaft 54 (1): 8-13. |
Halder, I. van & H. Kievit (1994). Maaibeheer voor vlinders: gefaseerd maaien, ruigtes creeren, maaisel laten liggen en afvoerren. Tuin & Landschap 16 (18): 86-87. |
Halder, I. van & H. Kievit (1994). Minder maaien: meer dieren. Groen 50 (12): 19-22. |
Halder, I. van et al. (1990). Vlindervriendelijk openbaar groen. De Vlinderstichting, Wageningen, pp. 64. |
Hermy, M. & G. De Blust (1997). Punten en Lijnen in het landschap. Schuyt & Co, Haarlem, pp. 336. |
Ketelaar, R. (1991). De insekten van de Douwelerkolk. Verslag van een inventarisatie met aanbevelingen voor het beheer van insekten in de Douwelerkolk bij Deventer. Rijkshogeschool IJsselland, Deventer, pp. 28. |
Ketelaar, R. (1994). Loopkevers, Coleoptera: Carabidae in drie parken van Deventer. INB-rapport 099. Instituut voor Bos en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 57. |
Klandermans, P.G. (1994). Vlindervriendelijk Groenbeheer in Soest. Groen 50 (12): 23-25. |
Kleukers, Roy, Nieukerken, E.J. van, Odé, Baudewijn (2004). De sprinkhanen en krekels van Nederland. KNNV uitgerverij, Utrecht, pp. 416. |
Koster, A. & P. Zonderwijk (1995). Hommelbeheer is vegetatiebeheer. Natura 92 (9): 234-235. |
Koster, A. (1986). Het genus Hylaeus in Nederland (Hymenoptera, Colletidae). Zoologische Bijdrage 36: 1-120 p. |
Koster, A. (1988). Insektenbeheer: Gewenst beheer van sterk door de mens beïnvloede levensgemeenschappen. Wetenschappelijke Mededelingen KNNV 189. KNNV, Utrecht, pp. 112. |
Koster, A. (1991). Spoorwegterreinen, toevluchtsoord voor plant en dier. KNNV, Utrecht, pp. 236 p. |
Koster, A. (1998). Van tegeltuin tot lusthof: een verkenning van de mogelijkheden voor groen en natuur in groenarme straten, buurten en compacte woonwijken of Vinexlocaties. IBN-Rapport 391. Instituur voor Bos en Natuurbeheer, Wageningen, pp. 41. |
Kurstjens, G., P. Calle & B. Peters (2005). Verrassend herstel van insectenrijkdom in de Gelderse Poort. De Levende Natuur 106 (6): 260-267. |
Latour, J. & C. van Swaay (1992). Dagvlinders als indicatoren voor de regionale milieukwaliteit. De Levende Natuur 93 (1): 19-22. |
Lefeber, V. (1969). Kweken uit dood hout. Entomologische Berichten 27 (11): 219-220. |
Lefeber, V. (1989). Het belang van hekpalen voor solitaire bijen en wespen. In: W.N. Ellis, Insektenfauna en natuurbeheer. Wetenschappelijke Mededelingen KNNV 192. KNNV, Utrecht, pp. 93-95. |
| Lewis,T. (1969) The distribution of flying insects near a low hedgerow. Journal of Applied Ecology 6: 443-448. |
| Luff, M.L. (1966). List of Coleoptera occurring in grass tussocks. Entomologist's Monthly magazine 101: 240-245. |
| Luff, M.L. (1966). The abundance and diversity of the beetle fauna of grass tussocks. Journal of Animal Entomology 35: 189-208. |
Mabelis, A.A. (1983). De betekenis van dood hout voor ongewervelde dieren. Nederlands Bosbouwkundig Tijdschrift 55 (2/3): 78-85. |
Made, J. van der & J. van Halder (1991). Vlinders als wegwijzers voor een natuurlijker openbaar groen. Groen 49 (3): 30-32. |
Ministerie van Landbouw en Visserij, Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer (1989). Beschermingsplan dagvlinders. Den Haag, pp. 227. |
| Morris, M.G. & W. E. Rispin (1987). Abundance and Diversity of the Coleopterous Fauna of a Calcareous Grassland Under Different Cutting Regimes. The Journal of Applied Ecology 24 (2): 451-465. |
Natuurwetenschappelijke Commissie (1991). Wie het kleine niet eert...; Ongewervelde dieren en het terreinbeheer. Natuurbeschermingsraad, Utrecht, pp. 91. |
Nijland, F. (2001). Fladderen langs it Canterlân, verslag van tien jaar vlinderberm. Publicatie Bureau N 7. Wielenwerkgroep te Gytsjerk, pp. 31. |
Nijland, F. (2001). Werkt vlindervriendelijk beheer? Vlinders 16 (4): 28-30. |
Peeters, T.M.J. , C. van Achterberg & W.R.B. Heitmans (2004). De wespen en mieren van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 496. |
Peeters, Th.M.J., I.P. Raemakers & J. Smit (1999). Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (Apidae). EIS-Nederland, Leiden, pp. 220. |
Raemakers, F. (1989). Langs de lijn. Vlinders 4 (3): 2-9. |
Redfern, M. (1983). Insects and thistels. Cambridge University Press, Cambridge, pp. 64. |
Rossenaar, A.J.G.A. (1999). Natuurvriendelijk groenbeheer in de Gemeente Roermond. Rapportnr. VS 99.15. Vlinderstichting, Wageningen, pp. 42. |
Scheper, M. & L. de Zee (1991). Dagvlinders en bosbeheer: een onderzoek naar de Slangenburg bij Doetinchem. Natura 88 (4): 75-80. |
Sterk, A.A., C.H., Hommels, M.J.P.J. Jenniskens, J.H. Neuteboom, J.C.M. Den Nijs, P. Oosterveld & S. Segal (1987). Paardenbloemen, planten zonder vader. KNNV, Utrecht, pp. 348. |
Swaay, C.A.M. & A.J. van Strien (2005). Stadsvlinders profiteren van ecologisch beheer. De Levende Natuur 106 (4): 146-150. |
Velden, D. van der (1996). Verhuist de Sleedoornpage naar de stad? Vlinders 11 (3): 4-6. |
Veling, K. & T. Wolterbeek (1999). Vlinders: ambassadeurs voor natuur in de stad. Groen 55 (5): 48-51. |
Verdonschot, P.F.M. & H.H. Tolkamp (1983). De rol van dood hout i stromend water. Nederlands Bosbouwtijdschrift 55 (2/3): 106 -111. |
Vonk, D.H. & K. Schagen (1996). Vlinders en hommels in Haarlem. Gemeente Haarlem, pp. 45. + bijlage. |
Wallis de Vries, M.F. & S.H. Ens (2004). Kansen voor dagvlinders bij natuurontwikkeling op landbouwgronden. De Levende Natuur 105 (2): 51-54. |
Wallis de Vries, M.F. & J.C. Knotters (2000). Effecten van gefaseerd maaibeheer op de ongewervelde fauna van graslanden. De Levende Natuur 101 (2): 37-41. |
| Webb, N.R. & P.J. Hopkins (1984). Invertebrate diversity on fragmented Calluna heathland. Journal of Applied Ecology 21(3): 921-933. |
| Webb, N.R., Clarke, R.T. & J.T. Nicholas (1984). Invertebrate diversity on fragmented calluna heathland. Effects of surrounding vegetation. Journal of Biogeography 11(1): 41-46. |
Weeda, E.J., R. Westra, Ch. Westra & T. Westra (1985-1994). Nederlandse oecologische flora 1-5. IVN, Amsterdam. |
Zuijen, M. van & M.W. de Vries (1999). Het Amsterdamse Bos: Dagvlinders en sprinkhanen bij grazen of maaien. Rapportnr. VS 99.08. De Vlinderstichting, Wageningen, pp. 15. |
Benno (1969). Vliesvleugelige insekten - Hymenoptera, Angeldragers, Hymenoptera Aculeata De Nederlandse bijen, Apoidea. Wetenschappelijke Mededelingen KNNV 18. KNNV, Utrecht, pp. 1-32. |
Commissie voor Inventarisatie en Natuurbescherming van de Nederlandse Entomologische Vereniging (1988). Minimilieus van minifauna: microbiotopen van ongewervelde dieren. Entomologische Vereniging, Amsterdam, pp. 13. |
Ellis, W.N. (1989). Insektenfauna en natuurbeheer. Wetenschappelijke mededelingen KNNV 192. KNNV, Utrecht, pp. 210. |
Haeseler, V. (1979). Landschaftökologischer Stellenwert von Zaunpfählen am Beispiel der Nistgelegenheiten für solitäre bienen und Wespen (Hym. Aculeata). Natur und Landschaft 54 (1): 8-13. |
Lefeber, V. (1969). Kweken uit dood hout. Entomologische Berichten 27 (11): 219-220. |
Lefeber, V. (1989). Het belang van hekpalen voor solitaire bijen en wespen. In: W.N. Ellis, Insektenfauna en natuurbeheer. Wetenschappelijke Mededelingen KNNV 192, KNNV, Utrecht, pp. 93-95. |
Mabelis, A.A. (1983). De betekenis van dood hout voor ongewervelde dieren. Nederlands Bosbouwkunig Tijdschrift 55 (2/3): 78-85. |
Natuurwetenschappelijke Commissie (1991). Wie het kleine niet eert...; Ongewervelde dieren en het terreinbeheer. Natuurbeschermingsraad, Utrecht, pp. 91. |
Veling, K., J. Smit & V. Siebering (2004). Bosrandbeheer voor vlinders en andere ongewervelden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. 96 p. |
Verdonschot, P.F.M. & H.H. Tolkamp (1983). De rol van dood hout i stromend water. Nederlands Bosbouwkundigtijdschrift 55 (2/3): 106-111. |
| Literatuur: Insecten vriendeliik groenbeheer | Minimilieu's |