| Biodiversiteitsjaar 2010 - Groene straten |
|
|
| Groene straten voor mensen en bijen |
|
|
| Groene straten -- Het gaat hier om straten, stegen, woonerven, kleine pleinen en openbare binnenplaatsen, waar een groot gedeelte van de bewoners eraan meewerkt om de plek waar ze wonen een groen of meer natuurlijk aanzien te geven. Iedere burger doet dat naar eigen smaak en leefstijl, die vaak wel door de bladen Libelle, Margriet, Groei en Bloei, etc. worden beïnvloed. |
Maatvoering -- De mogelijkheden hangen af van de functie van de straat en de ruimte die beschikbaar is. In straten of woonerven, die autovrij zijn, zijn gewoonlijk meer mogelijkheden dan op plekken die worden gedomineerd door geparkeerde auto's. |
| Begroeiing --
Verschillende mensen hebben verschillende ideeën. Waar veel mensen een bijdrage leveren aan de groene omgeving, ontstaan er ook verschillende beelden. Ieder beeld is anders en kan qua karakter sterk uiteen lopen. Dat komt in ieder geval de variatie ten goede. Langs een gedeelte van de 2e Achterstraat in Utrecht werden over een lengte van ca. 50 m de volgende planten genoteerd: klimhortensia, stokroos, Maclaya, druif, gele helmbloem, hondsdraf, ruig klokje, gewoon vingerhoedskruid, bosooievaarsbek, kleine maagdenpalm, gele papaver, klimop, prachtklokje, robertskruid, muursla, judaspenning, lelietje der dalen, braam, paarse dovenetel, damastbloem en bermooievaarsbek. |
| Beeld & gebruik -- Ondanks het feit dat de individuele bijdragen zeer verschillend kunnen zijn, ontstaan er meestal sfeervolle beelden. Meestal gaat het verkeerd, als er van uit de locale overheid te strakke richtlijnen worden gegeven. Er ontstaat dan iets dat architectonisch wel te verantwoorden is, maar in de belevingswereld van burgers die er tegenaan moeten kijken niet te pruimen is. |
| Fauna -- Voor de fauna wordt verwezen naar de eerder genoemde voorbeelden. Duidelijk is hoe meer groen en hoe afwisselender dat groen, des te groter is de kans op een gevarieerde fauna. Langs het Zwarte water in Utrecht zijn de volgende soorten vogels waargenomen: pimpelmees (broedend in nestkast), heggenmus, winterkoning, koolmees, gaai, tjiftjaf, fuut en in de lindeboom soms een foeragerende ijsvogel. Insecten: dagpauwoog, koolwitje, behangersbijen, akkerhommel en klokjesbij. |
| Het gaat hier in hoofdzaak om de fauna die gemakkelijk door de burgers kan worden waargenomen. Van kinderen lijken de grenzen van het waarnemingsvermogen bijna onbeperkt: lieve heerbeestjes, kevertjes en andere kleine diertjes worden normaal gesproken ontdekt. Heel vaak hangt de waarneembaarheid niet zozeer af van het ontdekkingsvermogen van het kind, maar veel meer van de stimulansen die uitgaan van zijn omgeving. ----------------------------------------- |
| |
| |
| Hier zijn allerlei typen planten toegepast. Hommels en honingbijen weten ze te vinden. (Haarlem 2001) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| Hier is onder meer stijve zonnebloem aangeplant. (Utrecht 1996) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| Gevels, boomspiegels en potten en ketels worden hier gebruikt voor planten. (Het Zwarte Water Utrecht 1998) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| Een steeg met stokrozen in Utrecht (1998) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| Groene elementenm worden hier ook gebruikt om structuur te geven aan de straat (Utrecht 1996) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| In deze straat zijn weinig bijenplanten gebruikt, maar dat is hier wel heel goed mogelijk. (Haarlem 2002) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| Een groene straat met weinig bijenplanten. Dit heeft vermoedelijk meer te maken met onwetendheid dan onwil, maar dit voorbeeld toont aan wat er in principe mogelijk is. (Haarlem 2002) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |
| Ook in kleine gemeenschappen wordt er van alles gedaan om de beeldkwaliteiten en de leefbaarheid te verbeteren. (Texel 1998) |
Naar top pagina |
 |
| |
| |