script language="Javascript1.2">
Biodiversiteitsjaar 2010 - Klim- en leiplanten
Kamperfoelie Klimhortensia Brede lathyrus
Clematis montana Bruidssluier Druif
Klimplanten zijn in alle soorten, maten en op ieder schaalniveau toe te passen. Ze maken straten groen en het vraagt relatief weinig ruimte.
Klim- en leiplanten vormen eigenlijk een onderdeel van tegel- of geveltuinen. Omdat ze ook als zelfstandig element kunnen worden gebruikt, worden ze afzonderlijk behandeld. Klim- en leiplanten groeien in het stedelijk gebied gewoonlijk tegen allerlei bouwwerken op, maar soms ook om palen en bomen. De planten worden gewoonlijk gebruikt om stenen wanden groen en/of fleurig te maken. Ze worden aangeplant naast de deur en tegen de stenige gedeelten van het huis.
Maatvoering -- De oppervlakte van het plantvlak hoeft niet groter te zijn dan een tegel (0,3 x 0,3 m). De breedte boven het plantvak is afhankelijk van de soorten en het beheer. Planten die jaarlijks worden gesnoeid en goed worden aangebonden, hoeven niet breder te worden dan 0,2 - 0,5 m. Bij geen of te weinig beheer kunnen sommige soorten tot meer dan een meter breed worden. De hoogte hangt eveneens af van soort en beheer. Sommige soorten worden niet hoger dan 3 m, maar er zijn ook soorten die wel 20 m hoogte kunnen halen. De meeste planten kunnen alleen maar worden toegepast bij een regelmatig beheer. In ieder geval moet steeds een wintersnoei plaatsvinden en controle van de bevestiging aan de muur. In het groeiseizoen is ook enig beheer voor de eerste twee meter vanaf de grond aan te bevelen en in sommige gevallen ook noodzakelijk.
Begroeiing -- De huidige begroeiing van gevels bestaat in hoofdzaak uit exoten en cultivars. Veel minder algemeen worden botanische soorten gebruikt en zelden inheemse soorten.

Beeld & gebruik -- Door de aanwezigheid van klim- en leiplanten kunnen straten een metamorfose ondergaan. Vooral als ook gebruik wordt gemaakt van pergola-achtige constructies of andere constructies waardoor groene overspanningen in de straat kunnen ontstaan. Als ze met andere vormen van kleinschalig groen worden toegepast, kunnen ze een zeer sfeervol straatbeeld opleveren.

Fauna -- Achter de bovengenoemde plantennamen is aangegeven voor welke diergroepen ze van betekenis kunnen zijn.
 

Tuinkamperfoelie wordt voornamelijk door hommels bezocht minder vaak door honingbijen. (Urtecht 1990, 1991) Naar top pagina
 
 
Klimhortensia bloeit ook goed op beschaduwde plaatsen.((Utrecht 1998) Naar top pagina
 
 
Brede lathyrus kan als kruidachtige klimplant worden toegepast. Als deze plant zich beter kan hechten blijft hij ook smaller. (Utrecht 1998) Naar top pagina
 
 
Clematis montana (cultivar) wordt meestal niet druk door bijen bezocht. Het hangt er ook van af welke ander planten er in de buurt voorkomen. Voor de belevingswaarde hoeven niet alle planten perfecte bijenplanten te zijn, combinaties met andere leiplanten zoals klimrozen en vuurdoorn kunnen er voor zorgen dat deze straat van belang wordt voor bijen (Schiedam, Bijdorp 2001). Naar top pagina
 
 
Bruidsluier is een snelle groeier die voornamelijk bij een hoge luchtvochtiheid bijen aantrekt. Naar top pagina
 
 
In deze straat zijn verschillende soorten klimplanten geplant onder meer druif. Met betrekkelijk weinig ruimte is een straat groen te krijgen. (Amsterdam 2000) Naar top pagina