| Betekenis van bomen in de stedelijke omgeving | ||
In grote delen van de wereld is een stad zonder bomen niet voor te stellen. Daarnaast zijn bomen gewoon noodzaak. Niet alleen door hun gunstige invloed op de luchtkwaliteit en het stadsklimaat, maar ook om hun bijdrage aan biodiversiteit en algemeen welzijn. Schiedam en Rotterdam gezien vanuit een flat (1993). |
||
| Dit is een voorlopige pagina die In 2007 als Cd-rom is gepubliceerd (Groen voor gezondheid, welzijn en biodiversiteit). Biodiversiteit die met bomen samenhangt vereist duurzame bomen. Voor deze duurzaamheid is een breed maatschappelijk draagvlak noodzakelijk. Deze pagina gaat in op aspecten die het maatschappelikijk draagvlak voor duurzaam beheer en behoud van bomen kan verbreden. In de loop van 2011 zal deze pagina volledig worden omgevormd. | ||
|
||
| Wat is een stad zonder bomen? | ||
| Een stad zonder bomen kunnen we ons in grote delen van Europa en andere continenten niet of nauwelijks voorstellen. Maar toch lijkt het er te vaak op dat we dit onvoorstelbare willen realiseren. Hoe vaak wordt er niet geklaagd over bomen? Hoe vaak worden bomen op plekken aangeplant waar een duurzame ontwikkeling kansloos is of bomen zelfs om oneigenlijke argumenten worden gekapt. Bomen worden door te veel mensen geassocieerd met schaduw, rommel, schade of allergieën. Bomen worden nog wel gewaardeerd, maar vooral als ze twee of drie huizen verderop staan. Als we daar steeds rekening meer moeten houden, zullen grote bomen op den duur alleen nog in stadsparken of op landgoederen te vinden zijn. Voor deze tendens zijn niet alleen de individuele burgers verantwoordelijk, maar ook de locale overheden. | ||
| Besluitvorming met betrekking tot bomen wordt nog te vaak gestuurd door de meetbare zakelijke en economische belangen van overheid en projectontwikkelaars en te weinig of nauwelijks door de moeilijker meetbare kwaliteit, die bomen voor de samenleving hebben. Het gaat hierbij om psychologische, sociale en zowel natuurhistorische als cultuurhistorische aspecten. Een onderwerp dat hierbij dringend onder de aandacht gebracht moet worden, is de klimaatsverandering en de toename van fijnstof in de stad. | ||
| Als de zomers in West - Europa inderdaad warmer gaan worden, zijn bomen onmisbaar voor het creëren van een goed stedelijk klimaat. Het valt niet te ontkennen, dat aan een boom bepaalde bezwaren kunnen kleven, maar de vraag is of deze onoverkomelijk zijn en opwegen tegen de voordelen van bomen? Voor de onderbouwing van de voordelen moeten we grotendeels terugvallen op buitenlands onderzoek, maar we kunnen stellen dat de maatschappelijke voordelen aanzienlijk groter zijn dan de nadelen. Op deze pagina wordt volstaan met een uitleg in korte teksten en foto's. | ||
|
||
| Aandacht voor bomen | ||
| Ondanks alle kennis die we over de betekenis van het stedelijk groen hebben, krijgen bomen nog steeds niet de aandacht en de plek in onze maatschappij, die ze verdienen. De plaatsen die bomen in allerlei ontwerptekeningen krijgen toegewezen, is nog vaak slechts een symbolische. Bomen hebben ruimte nodig om te kunnen groeien, zodat ze een omvang krijgen dat ze tot hun recht komen en stadsecologische functies kunnen vervullen. Het gaat dan onder meer om het positief beïnvloeden van de stads - en luchtkwaliteit, wat in een compacte stedenbouw vaak wordt gefrustreerd. | ||
| Om studenten, ontwerpers en beheerders meer argumenten in handen te geven extra ruimte en aandacht voor bomen te bepleiten, worden op deze pagina de betekenissen van bomen op een rij gezet. Het is te zien als een beeldverhaal met korte teksten, die voldoende moeten zijn om het gezonde verstand verder zijn werk te laten doen. De argumenten en aandachtspunten zijn globaal in 6 clusters ingedeeld: welzijn en gezondheid, stadsecologie, cultuurhistorie, natuurwaarde, landschapsarchitectuur en economie. Zie overzicht aandachtspunten | ||
|
||
|
||
| Argumenten voor bomen | ||
| De argumenten voor de betekenis van bomen zijn in een aantal thema's te rubriceren: | ||
| Welzijn-gezondheid | Welzijn, gezondheid, sociale contacten, spelen, recreatie, ontspanning en duurzaamheid. In het kader van deze thema's worden bomen in de toekomst steeds belangrijker. |
|
| Fascinatie | Fascinatie is een fundamenteel begrip in de omgevingspsychologie. Als beplantingen fascinatie kunnen opwekken, voldoen ze in belangrijke mate aan de "verwachting" en kunnen ze bijdragen aan het thema van deze Cd-rom. | |
| Natuurwaarde | Bomen verhogen de natuurwaarde van de leefomgeving door hun bijdrage aan de biodiversiteit, de natuurbeleving en de natuureducatie. |
|
| Stadsecologisch | Stadsecologie betreft onder meer het stadsklimaat, het microklimaat en de luchtkwaliteit. Bomen kunnen daar een enorme positieve bijdrage aan leveren. |
|
| Cultuurhistorisch | Bomen zijn een onmisbaar onderdeel van cultuurhistorische plekken. Wat stelt een oud dorpsplein voor zonder sfeervolle bomen? | |
| Architectonisch | Bomen spelen een belangrijke rol in de vormgeving, structuur, herkenbaarheid en verfraaiing van de stad. | |
| Economisch | Plekken met bomen zijn al eeuwen lang toplocaties om te wonen. Vanuit deze optiek zijn bomen dan veel geld waard. |
|
|
||
| Architectonisch | ||
| In de landschapsarchitectuur spelen bomen een belangrijke rol. Boomstructuren kunnen landschapsarchitectonische elementen zijn, die stadsdelen verbinden of scheiden. Ze geven díe structuur aan de stad waardoor de stad prettiger aanvoelt en beter begrepen en leesbaarder wordt. Bomen fungeren namelijk ook als coördinatiepunten. Als aankleding van de stad zijn bomen enorm belangrijk. In gematigde streken zijn bomen in en om de stad ondenkbaar. Ze verzachten de overgang van de stad naar het buitengebied en maken de stedelijke omgeving aantrekkelijker. Vooral als er sprake is van hoogbouw blijft de stad in het buitengebied duidelijk en vaak prominent zichtbaar, maar bomen kunnen er voor zorgen dat dit beeld niet als onaangenaam wordt ervaren. Bomen zijn goede elementen om de stad in het landschap te integreren. |
||
| Literatuur | ||
| Antrop, M. (1989). Het landschap meervoudig bekeken. Pelkmans, Kapellen, pp. 400. | ||
| Mader, G. & L. Neubert-Mader (1996). Bäumen; Gestaltungsmittel in Garten, Landschaft und Städtebau. Deutsche Verlags-Anstalt, Stuttgart, pp. 220. | ||
| Gälzer, R. (2001). Grünplanung für Städte. Ulmer, Stuttgart, pp. 408. | ||
| Terug naar argumenten | ||
|
||
| Economisch | ||
Plekken met bomen zijn al eeuwenlang toplocaties om te wonen. In dit opzicht zijn bomen veel geld waard. Een huis stijgt in waarde, omdat door de aanwezigheid van bomen de vierkante meterprijs van de kavel hoger wordt en ook de onroerendgoedbelasting stijgt. Maar wat is de economische waarde van bomen, die voorvloeit uit moeilijk meetbare immateriële functies: gezondheid, welzijn, sfeer, educatie en luchtzuivering? Economie wordt niet alleen gedicteerd door financieel belang, maar op lange termijn ook door ecologisch belang, inclusief het welzijn van mensen. Deze factor is vaak niet of moeilijk te meten, maar met gezond verstand wel te beredeneren. Zie ook bij betekenis groene ruimte: Economische betekenis |
||
| Literatuur | ||
| Luttik, J. (2000). The value of trees, water and open space as reflected by house prices in the Netherlands. Landscape and Urban Planning 48: 161-167. | ||
| Orland, O., J. Vining & A. Ebreo ( 1992). The effect of street trees on perceived values of residential property. Environment and Behavior 24 (3), 298-325. | ||
| Price, C., 2003. Quantifying the aesthetic benefits of urban forestry. Urban Forestry & Urban Greening 1, 123-133. | ||
| Willis, K.G. & G.D. Garrod (1993). The contribution of trees and woodland to the value of property. Arboricultural Journal 17 (3): 211-219. | ||
| Terug naar argumenten | ||
|
||
| Cultuurhistorisch | ||
| De betekenis van bomen voor cultuurhistorische plekken en de economische waarde hiervan is moeilijk in harde cijfers weer te geven. Oude historische gebouwen, pleinen, straten en grachten lijken met de hun omringende bomen vergroeid te zijn. Vaak zijn de bomen sterk sfeerbepalend. In de literatuur zijn enkele opmerkingen te vinden over de relatie tussen bomen en gebouwen. Ook uit de praktijk blijkt dat in tientallen gemeenten bomen voor oude gebouwen grote betekenis hebben. | ||
| In Amsterdam is in januari 1999 de binnenstad door de regering aangewezen als beschermd stadsgezicht om de historische stedenbouwkundige structuur en het historische stadsbeeld zo goed mogelijk te beschermen. Niet alleen de monumenten, maar het totaalbeeld gevormd door de gebouwen, straten, pleinen, grachten, water, bruggen en bomen valt onder dit beschermde stadsgezicht. (www.bma.amsterdam.nl/adam/nl/stadsgezicht.htm). [mei 2007 niet meer online]. | ||
| Andere voorbeelden zijn de Loolaan in Apeldoorn en de Maliebaan in Utrecht, die zonder bomen veel van hun historische uitstraling zouden verliezen. En wat blijft er nog van de Drentse essen over zonder bomen? Dit laatste geldt ook voor heel veel straten die in de eerste helft van de vorige eeuw zijn aangelegd en ingericht. | ||
|
||
| Literatuur | ||
| Herzog, T.R. & T.A. Gale (1996). Preference for urban buildings as a function of age and nature context. Environment and behavior 28 (1), 44-72. | ||
| Herzog, T.R. (1989). A cognitive analysis of preference for urban nature. Journal of Environmental Psychology 9, 27-43. | ||
| Terug naar argumenten | ||
|
||
| Stadsecologisch | ||
| Stadsecologie is net zo'n ruim begrip als het begrip urban forestry. Het gaat om natuur, milieu en mensen; om duurzaamheid, gezondheid en welzijn. Dit betreft onder meer het microklimaat, het stadsklimaat en de luchtkwaliteit. Het globale verschil tussen stadsecologie en urban forestry is, dat de laatste sterk georiënteerd is op de groene kant van de stad en dat stadsecologie zich daarnaast ook bezig houdt met de grijze kant. | ||
| Vanuit de stad gezien zou men kunnen stellen dat urban forestry een onderdeel is van stadsecologie. Deze hele pagina en wellicht deze hele Cd-rom valt met een ruime opvatting zowel binnen urban forestry als binnen stadsecologie. Alle denkbare functies die aan bomen worden toegeschreven zijn ook voor de stadsecologie van betekenis. In de stad worden microklimaat, stadsklimaat en luchtkwaliteit meer met bomen in verband gebracht dan op het platteland. Geplaatst in het kader van welzijn, een factor die ook onder de stedelijke ecologie valt, zijn bomen van betekenis voor het psychologische en sociale welzijn. (Voor details klik op fijnstof). Bomen spelen hierbij een crucsiale rol. (literatuur) | ||
| Terug naar argumenten | ||
|
||
| Literatuur | ||
| Sukopp, H. & R. Wittig (eds.) (1998). Stadtoekologie: ein Fachbuch fuer Studium und Praxis. Fischer, Stuttgart, pp. 474. | ||
| Johnston , M. (1983). Urban trees and ecological approach to urban landscape design. Arboricultural Journal 7, 275-282. | ||
| Mao, L.S., Y. Gao & W.Q. Sun (1993). Influences of street tree systems on summer micro-climate and noise attenuation in Najing city, China . Arboricultural Journal 17 (3), 239-251. | ||
| McPherson, E.G. & J.R.Simpson ( 2002). Potential energy savings in buildings by an urban tree planting programme in California. Urban Forestry and Urban Greening 2, 73-86 | ||
| Simpson, J.R. & E.G. McPherson (1996). Potential of tree shade for reducing residential energy use in California. Journal of Arboriculture 22 (1), 10-18. | ||
| Yang, J., J. McBride, J. Zhou and Z. Sun (2004). The urban forest in Beijing and its role in air pollution reduction. Ur ban Forestry & Urban Greening 3, 65-78. | ||
| Koning, E., & S.P. Tjallingii (1991). Ecologie van de stad, een verkenning. Platform Urban ecology, Den Haag, pp. 147. | ||
| Deelstra, T. (1991). Natuur in steden. Ministerie van Landbouw en Visserij. Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer, Den Haag, pp. 215. | ||
| Terug naar stadsecology | ||
|
||
| Natuurwaarde | ||
| Voor de biodiversiteit en de natuurbeleving zijn bomen van grote betekenis. De meest opvallende rol spelen de vogels, zowel in de broed - als in de trektijd. In de nazomer en in de winter vliegen putter en sijs soms massaal op zwarte els. In grote steden is de boomklever het hele jaar door aanwezig. De bonte specht is een trouwe broedvogel in iedere stad en ook de groene specht is allang geen bijzonderheid meer. | ||
| In het najaar komen er onder stadsbomen tientallen soorten paddestoelen voor. | ||
| Tijdens de bloei worden bomen door hommels, bijen en vele andere bloembezoekende insecten bezocht. | ||
| Lanen en rijen met straatbomen worden door vleermuizen voor oriëntatie gebruikt. Oude bomen worden vooral als nestgelegenheid gebruikt door vogels, maar ook door vleermuizen als plaats voor een kraamkolonie of overwintering. | ||
| Bomen zijn voor de beleving, ook als zelfstandig element, van belang. Het uitlopen van de knoppen in het voorjaar, het dragen van vruchten en de herfstkleuren zijn fascinerende natuurverschijnselen. | ||
| Literatuur | ||
| Koster, A. (2001) Paddestoelen varen wel bij ecologisch verantwoord groenbeheer. Tuin & Landschap 23 (21): 50-52. | ||
| Beutler, A., & C. Herfort (1995). Altbäume in der Stadt. Stadt und Grün 44 (7), 501-506. | ||
| Limpens, H., W. Bongers & J. Kopinga (1991). Het belang van oude bomen voor vleermuizen. De Levende Natuur 92 (4): 139-144. | ||
| Terug naar argumenten | ||
|
||
| Welzijn & gezondheid | ||
| Een deel van het bomenonderzoek is samen te vatten onder de noemer welzijn en gezondheid. Welzijn heeft te maken met het feit of mensen wel of niet lekker in hun vel zitten. Welzijn kan weer van invloed zijn op de fysieke conditie. In het eerste hoofdstuk is al aangegeven, dat bomen invloed hebben op de mentale conditie van mensen. | ||
| Onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat het zien en het beleven van bomen een rustgevend effect kunnen hebben. Dergelijk onderzoek valt onder het domein van de omgevingspsychologie en omgevingssociologie. Aandachtspunten hierbij zijn: bomen in relatie tot fysieke gezondheid, mentale conditie en sociale interactie. Daarnaast zijn bomen vaak uitdagende speelobjecten. Spelen moet dan in ruime zin gezien worden als het leren omgaan met en het inschatten van risico's, het ontwikkelen van de motoriek en het opgaan in de fantasie. Recreatie en beleving(swaarde) hangen nauw met elkaar samen. | ||
Plekken of landschappen waar niets te beleven is, zijn meestal onaantrekkelijk voor recreanten. In recreatieve landschappen spelen bomen een belangrijke rol. Bomen in de buurt van de woon/leefomgeving kunnen een hoge belevingswaarde hebben. Voor personen met een kleine actieradius is het van belang dat er betekenisvolle bomen in de directe woonomgeving aanwezig zijn. |
||
|
||
| Fascinatie | ||
| Fascinatie valt volledig onder de noemer gezondheid en welzijn, maar omdat het een fundamenteel proces betreft, wordt het hier afzonderlijk besproken. Fascinatie is een mentaal ontspanningsproces. Het houdt in dat mensen volledig of grotendeels in “iets” kunnen opgaan omdat ze het mooi of spannend vinden. Dat “iets” kan muziek of kunst zijn, maar heel vaak ook natuur en landschap. Ze kennen er bewust of onbewust esthetische kwaliteiten aan toe of raken erdoor geëmotioneerd. | ||
| Het opgaan in “iets” is een proces dat niet of nauwelijks met mentale inspanningen gepaard gaat. De hersenen werken uiteraard wel, maar op een ander niveau. Soms zo heftig dat de fascinatie met bepaalde emoties gepaard gaat. Het gedeelte van de hersenen dat betrokken is bij het actief opnemen of verwerken van informatie, inclusief stress en piekeren, kan tijdens fascinatie tot rust komen. Bij het langdurig actief opnemen van informatie raken de hersenen vermoeid. Bij stres sta je min of meer onder druk van tijd of een situatie. Piekeren is vaak gekoppeld aan een situatie waarin veranderingen, verbeteringen of oplossingen gewenst zijn. Als er gepiekerd wordt over fundamentele zaken of uitzichtloze situaties kan dat tot een mentale of zelfs lichamelijke toestand leiden die niet meer voldoet aan de definitie gezondheid. | ||
Zowel uit de praktijk als uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat een natuurlijke en groene omgeving de geest tot rust kunnen brengen. In onze technologische en digitaal gereguleerde samenleving, waarin we vrijwel non-stop bestookt worden door informatiebronnen al dan niet in combinatie met tijdsdruk, is een fascinerende (groene) omgeving onontbeerlijk. Bomen kunnen hieraan een bijzondere en zeer karakteristieke bijdrage leveren, die door geen enkel andere element is te vervangen. Als beplantingen bij mensen fascinatie kunnen opwekken, voldoen ze in belangrijke mate aan de "verwachting". |
||
|
||
Gezondheid -- Health is defined in WHO's Constitution as a state of complete physical, mental and social wellbeing and not merely the absence of disease or infirmity. Especially in urban areas green environments such as nature, woodlands, parks, gardens, trees, etc. can and have to contribute to people's health and well being, and to mitigate welfare related diseases. The World Health Organization (WHO) is the United Nations specialized agency for health. It was established on April 7th 1948 . WHO's objective, as set out in its Constitution, is the attainment by all peoples of the highest possible level of health. |
||
| Terug naar fascinatie ---Terug naar argumenten | ||
|
||
| CONDITIES VOOR STADSBOMEN (Annemiek van Loon) | ||
| Inleiding | ||
| De laatste dertig jaar is de wijze waarop stadsuitbreidingen worden uitgevoerd steeds grootschaliger. Van het oorspronkelijke landschap worden steeds vaker elementen met bomen gespaard om de nieuwe wijken van begin af aan een groen karakter te geven. Hiervoor is echter alleen in de grotere wijkparken of langs brede invalswegen de ruimte. In de woon -, werk - en winkelgebieden wordt zeer compact gebouwd en zijn de condities voor beplantingen zeer slecht. Bovengronds zijn er vele stressfactoren zoals o.a. strooizout, aanrijdschade en overmatige snoei. | ||
Door ophogen of opspuiten met wit zand is de oorspronkelijke bodem ver buiten het bereik voor boomwortels. Daarnaast is er boven -, maar vooral ondergronds niet veel ruimte beschikbaar voor boomgroei. Steeds meer functies worden gestapeld om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan. Parkeergarages, afvalcontainers en openbaar vervoer krijgen steeds vaker een plaats onder de grond naast de vele kabels en leidingen om alle huizen van de nodige gemakken te voorzien. |
||
Toch is een stadsboom in de compacte stad zeer gewild omdat deze op maaiveldniveau slechts de ruimte van de stam in beslag neemt terwijl de kroon de hele omgeving een groen aanzien geeft. Om een stadsboom de vele functies te laten vervullen die deze in zich heeft moet worden voldaan aan enkele randvoorwaarden. Uiteraard moet bovengronds voldoende ruimte zijn voor de gewenste kroonontwikkeling. Kwalitatief goed doorwortelbare ruimte is daarentegen steeds meer een beperkende factor. Groeiplaatsinrichting is daarom een vereiste om een duurzame groei in verstedelijkte gebieden te garanderen. Zie voor al deze aspecten Van Loon (2003). |
||
|
||
| Stedelijke groeiplaats | ||
Een goede groeiplaats is niet sterk verdicht. Een verdichting van 1,5-2 Mpa (Megapascal= indringingsweerstand in Newton/cm2) is ideaal voor wortelgroei. Vanaf 2,5 Mpa kunnen wortelmutsjes de grond niet meer indringen. Bij een sterke verdichting is in de bodem bovendien geen ruimte meer voor wateropslag en zuurstof. Wegenbouwers daarentegen streven voor de funderingen van wegen en andere verhardingen naar een verdichting groter dan 3 Mpa om verzakkingen onder de zware gebruiksdruk te voorkomen. Daarnaast wordt de toetreding van water en zuurstof door verharding bemoeilijkt. |
||
Voor al deze knelpunten zijn oplossingen voor handen. Er zijn vele methoden om groeiplaatsen in te richten. Afhankelijk van de gebruiksdruk, de gewenste levensduur van de beplanting en de beschikbare ruimte kan een groeiplaats op maat worden ingericht. Bij alle methoden is er sprake van een dragende constructie om de bovengrondse druk op te vangen en wortelgroei veilig te stellen. Bij bomenzand wordt de dragende constructie gevormd door zandkorrels van gelijke grootte. Bij zwaardere belastingen kan de dragende constructie bestaan uit kunststof kratten, damwanden of betonnen elementen. |
||
Afhankelijk van de situatie is een beluchtingsysteem, hemelwaterinfiltratie, drainage en toevoeging van organische stof nodig om de groei te optimaliseren. Een zichzelf regulerend systeem verdient de voorkeur. Op daken van parkeergarages kan, om de bomen voldoende water te garanderen, bijvoorbeeld gekozen worden tussen een schijngrondwaterspiegel of het aansluiten van de groeiplaatsen op de waterleiding met behulp van computergestuurde vochtsensoren. De laatste situatie is storingsgevoelig. Afsluiting van de waterleiding of een stroom - of computerstoring komen hier wel voor en wordt vaak pas opgemerkt als de bomen staan te verdrogen.
|
||
|
||
| Vuistregels | ||
| Hoe natuurlijker de groeiplaatsinrichting, des te optimaler de groei en hoe lager de beheersinspanningen hoeven te zijn. Ruime ondergrondse groeiplaatsen waar dynamiek door vergraving en verdichting zoveel mogelijk wordt voorkomen, geeft de grootste garantie op een duurzame stadsboom. |
||
Op de meeste oorspronkelijke, maar niet sterk verdichte, te arme, te zure of te natte minerale bodems en lichtere kleigronden kunnen de meeste bomen groeien. |
||
Gebruik bomengrond wanneer de grond niet past bij de gewenste beplanting en er sprake is van een open grondsituatie. Vooral op plekken waar de bodem is opgespoten of opgehoogd met zeer schrale, humus en leemarme tot leemloze grond. Doormenging van de aanwezige grond is ook een optie. Voor het nieuwe mengsel gelden dan streefwaarden van 5% lutum en maximaal 8% humus. |
||
Bij toepassingen onder verhardingen kan, afhankelijk van het bovengrondse ruimtegebruik, gekozen worden voor bomenzand, bomengranulaat of eventueel boomkratten of boombunkers. |
||
Bij toepassingen onder verhardingen kan, afhankelijk van het bovengrondse ruimtegebruik, gekozen worden voor bomenzand, bomengranulaat of eventueel boomkratten of boombunkers. |
||
| Bij aanplant moet bodemverdichting worden voorkomen door niet door te werken met nat weer en de bodem niet te berijden met zwaar materieel. Ook stagnatie van water in plantgaten moet worden voorkomen. | ||
De belangrijkste regel is echter, dat alle betrokkenen het belang van bomen moeten inzien. Dat betekent voortdurend communiceren en overleggen met alle belanghebbende partijen. Literatuur |
||
|
||
| Literatuur | ||
| Balder, H., K. Ehlebracht & E. Mahler (1997). Strassenbäume: Planen, Pflanzen, Pflegen am Beispiel Berlin. Patzer, Berlin, pp. 240. | ||
| Bradshaw, A., B. Hunt & T. Walmsley (1995). Trees in the urban landscape: principles and practice. Spon, London, pp. 288. | ||
| Loon, van, A. (2003). Ruimte voor de stadsboom. Blauwdruk, Wageningen, pp. 127. | ||
| Prooijen, G.J. van (2002). Kwaliteitsrichtlijnen en besteksvoorwaarden boombeheer. Westervoort, N.O.C.B. | ||
| Prooijen, G.J. van (2004). Stadsbomen Vademecum 3A: Boomcontrole en onderzoek. Arnhem, IPC Groene Ruimte, pp. 208. | ||
|
||
|
||
|
||
| Fijnstof en bomen | ||
| Fijnstof is een verzamelnaam voor zeer kleine deeltjes die zich in de lucht bevinden. Uit onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen concentraties fijnstof en gezondheidsklachten. Het betreft: aantasting van de luchtwegen, hart - en vaatziekten en vroegtijdige sterfte. Zoals vaak het geval is, zijn ook in dit geval kinderen en ouderen het meest kwetsbaar. | ||
| De belangrijkste verontreinigende stoffen zijn: stikstofdioxide (NO 2 ), koolstofdioxide (CO 2 ), ozon (O 3 ), koolwaterstoffen (HC) en koolmonoxide (CO), vluchtige organische stoffen (VOS). Fijnstof wordt uitgedrukt als PM10 en omvat alle deeltjes met een diameter van 10 µm (0,01 mm) of kleiner. PM10 bevat vele toxische verbindingen zoals zware metalen en organische verbindingen en is schadelijk voor de volksgezondheid. Daarnaast leiden stikstofdioxide en vluchtige organische stoffen uit uitlaatgassen onder invloed van zonlicht tot de vorming van ozon. De belangrijkste bron van deze verontreiniging is het verkeer. | ||
| Bomen kunnen een bijdrage leveren aan het zuiveren van de lucht van fijnstof, zoals duidelijk wordt uit het volgende voorbeeld. Een honderdjarige beuk neemt 150 m 2 aan oppervlakte in. Het loofoppervlak (de bladeren) ligt tussen de 1200 en de 1500 m 2. In een grote stad neemt dat bladoppervlak voortdurend 1,3 registerton stof op. Als het flink regent, verdwijnt dat stof weer door het riool, waarna de boomkroon opnieuw 1,3 registerton stof kan opnemen. Een hectare beukenbos in een stadspark of binnen een stedelijk gebied is goed voor het opnemen van enkele tientallen tonnen stof per regenbui. Een hectare linden is goed voor de absorptie van 169 kilogram stof per dag en voor 42 ton fijnstof per seizoen. Een honderdjarige beuk kan in een periode dat hij blad draagt 125.000 m 3 lucht zuiveren en per dag 200 liter water verdampen. | ||
Een mens ademt, als hij zich normaal inspant, 12 m 3 lucht per dag door zijn longen en daarin zitten voor de stadsmens in ieder geval ook 20 mg stofdelen, nog afgezien van de vuiligheid van auto's en fabrieken. Bomen zijn nodig, hard nodig" (Fontaine [online], www.stadsbomen.nl [accessed mei 2007]) Klik hier voor overzicht soorten --- Terug naar argumenten |
||
|
||
| vermindering ozonniveau | ||
| Meest geschikt: Californische cypres, eenstijlige meidoorn, Europese lariks, Noorse esdoorn, ruwe berk, veldesdoorn, zwarte den, zwarte els. | ||
| Matig geschikt: appel, cypres, Engelse veldiep, gewone es, gewone esdoorn, gewone lijsterbes, gewone vlier, grijze els, hardbladige els, hazelaar, hulst, linde, sering, zoete kers. |
||
| Minder geschikt: Amerkaanse eik, kraakwilg, ratelpopulier, schietwilg, waterwilg, wintereik, zomereik. | ||
| Vermindering fijn stof | ||
| Geschikt tot zeer geschikt: beuk, Europese larix, fijnspar, grove den, gewone esdoorn, haagbeuk, kleinbladige linde, meelbes, Spaanse aak, vederesdoorn, vogelkers, zachte berk, zwarte els, zwarte den, zoete kers. | ||
| Matig tot minder geschikt: gewone es, schietwilg, zomereik, zwarte populier. | ||
| naar: Beckett et al. (1998, 2000, 2005); Donovan et al. (2005); Freer-Smith et al. (2005); bomennieuws lente 2006; Van hove (2006); De vries ( 2005). | ||
Hoe fuctioneert het?---- Terug naar fijn stof ---- Terug naar argumenten |
||
|
||
| Hoe functioneert het? | ||
| Voor alles wat je wilt vangen of opvangen --of het nu om kosmische straling gaat of om fijnstof-- is een structuur nodig. Bij bomen zijn dat de bladeren. Omdat die per boomsoort verschillend zijn, is ook de effectiviteit verschillend waarmee fijnstof en ozon door een boomsoort wordt opgenomen. In het algemeen zijn de oppervlakte, de microstructuur en de stand van de ontvangende structuur van belang bij het opvangen of vangen van partikeltjes (deeltjes). | ||
| Bij bomen betreft dat niet alleen de macrostructuur van het blad (de vorm), de dichtheid van het blad (het totale bladoppervlak per eenheid, bijv. m 2) en de bladstand, maar zijn het ook de microstructuur zoals de ruwheid (oppervlakte vergrotend), de beharing en zeer waarschijnlijk ook afscheidende klieren (bijv. klierharen die kleverige stof afscheiden), die een rol spelen. | ||
| Omdat naaldbomen een fijne, maar dichte bladstructuur hebben, werken naaldbomen effectiever in het opnemen van fijnstof dan loofbomen. Van de loofbomen en struiken zijn de soorten met smalle en gladde bladeren (o.a. schietwilg) minder effectief dan soorten met brede en harige bladeren (o.a. linde). Bomen met een open kroon (bijv. gewone es) hebben weer minder effect dan die met een gesloten kroon (bijv. schietwilg). | ||
| Zie ook kritische noot --- | ||
| Terug naar overzicht soorten --- Terug naar fijn stof --- Terug naar argumenten | ||
|
||
| Kritische noot | ||
| Het onderzoek naar de betekenis van bomen voor het filteren van fijnstof en andere luchtvervuilende stoffen staat nog in de kinderschoenen. In het niet subtropische deel van Europa komen minstens een paar honderd soorten bomen (inclusief exoten) voor, die meer of minder geschikt zijn voor het filteren van fijnstof. Vrijwel alle bomen zullen optimaal functioneren als ze volgroeid zijn. | ||
| De vraag is of er tegen die tijd geen betere oplossingen of preventiemogelijkheden zijn voor het elimineren van fijnstof. Bomen moeten ook betekenis blijven hebben als de problematiek van fijnstof binnen 20 tot 50 jaar misschien niet meer bestaat. Het onderzoek moet zich daarom vooral richten op de soorten die in Nederland in stedelijke en industriële gebieden kunnen worden aangeplant en die zoveel mogelijk inheems zijn of passen binnen het concept duurzame stedenbouw. | ||
| Terug naar overzicht soorten --- Terug naar fijn stof --- Terug naar argumenten | ||
|
||