| Beheer opties spoorwegterreinen |
scroll deze pagina |
|
| Vegetatiebeheer langs het spoor wordt erstig bemoeilijkt door de ontoegankelijkheid voor groot beheermaterieel. In verband met de grote acuele of potentiele betekenis voor de bijen en zeker ook voor vlinders en andere kleine dieren is het een noodzaak om de vegetatie zo goed mogelijk te beheren. Integraal maaibeheer is vrijwel onmogelijk, maar ook onwenselijk. Op veel plekken is de vegetatie of potentiele vegetatie zo bijzonder dat er aan een afgestemd beheer niet te ontkomen is. Daarnaast zijner veel plekken waar faunavriendelijk beheer zeer wenselijk is. Op deze pagina worden aan de hand van de getoonde foto's enkele voorbeelden en suggesties voor het beheer gegeven. |
| |
|
| Voorbeelden van bijzondere vegetaties |
|
| Vanaf ca. 1984 tot ca. 1995(?) werden vegetaties met wolverlei zorgvuldig beheerd. De vegetie werd jaarlijks gemaaid en het maaisel wer geruimd. Als het maaisel niet goed kon worden afgevoerd, werd het op hopen gezet op plekken waardat niet nadelig was voor de vegetatie. |
| Valkruid groeit alleen op voedselarme bodem met of zonder hei, maar wel in grazige vegetaties. De soort kwam vóór 1980 vrij veel voor in spoorbermen Tussen 1985-1990 was valkruid meer een spoorwegplant dan een soort van de hei. Veel van deze vegetaties zijn door werkzaamheden langs het spoor vernietigd. (Tynaarlo, spoorberm 1987) |
 |
| |
| |
| Kalkgraslandbeheer: Op dit zeer steile talud is nauwelijk vegetatiebeheer mogelijk, toch werd het op kosten van de NS met de bosmaaier gemaaid, terwijl ook het maaisel werd afgevoerd. |
| Kalkgrasland bij Eys: Dit kalkgrasland was zo soortenrijk en zo belangrijk voor insecten dat het gefaseerd werd gemaait. iederjaar een derde gedeelte. Aanvankelijk brande deze vegetatie geregeld volledig af. Voor de vegetaie was dat vermoedelijk niet schadelijk, maar voor de fauna des te meer. |
 |
| |
| |
| Suggestie voor beheer |
|
| Plaatsen die niet toegankelijk zijn voor groot materieel, maar wel met een eenassige messenbalk of bosmaaier, kunnen worden gemaaid, het maaisel moet wel worden geruimd, maar kan op verschillende plaatsen op hopen worden gezet. Bij voorkeur onder houtige begroeiing. Het gaat hier weliswaar om kleine oppervlakten, maar juist voor bijen, vlinders en andere insecten kan dat van zeer grote betekenis zijn. |
| Om biggenkruid hier in stand te houden zou er minstens een maal per jaar worden gemaaid waarbij het maaisel wordt afgeruimd. Voor groot materieel is het terrein hermetisch afgesloten. Het maaien kan hier alleen met een eenassige maaibalk, maar het afruimen van het maaisel moet handmatig gebeuren. (Veenendaal 1989) |
 |
| |
| |
| Spoordijk Culemborg: Dit talud is toegankelijk voor groot materieel. De hoogste plaatsen moeten mogelijk met de bosmaaier worden gemaaid. Indien gefaseerd wordt gemaaid (ieder jaar 33%) zou een maai-zuigcombinatie kunnen worden gebruikt. Voor de zaadverspreiding zou pleksgewijs enkele meters ongemaaid moeten blijven. |
| Tot ca. 1986 werd dit talud gedomineerd door wilde marjolein, door herprofilering is deze vegetatie sterk verstoord. De toplaag is weliswaar afgegraven en teruggezet, maar daarna dicht ingezaaid met Engels raaigras terwijl er geen herstel beheer is gevoerd. Een van de vele tientallen voorbeelden van het verdwijnen van bijzondere vegetaties. Na 1993 zijn er enkele planten van deze soort gevonden (Culemborg 1995) |
 |
| |
| |
| Kesteren-Echteld -- Voor zulk typen situaties zou een zuig-maaicombinatie per trein moeten worden ingezet. De volledige vegetatie hoeft niet te worden gemaaid, alleen op plaaten die actueel of potentieel voor flora en fauna van belang zijn. Het aantal plekken kan worden afgestemd op de opslagcapaciteit van de maai-zuigcombinatie. Vooral langs lijnen waar bovenspanningsleidingen ontbreken, zou zo'n systeem kunnen worden ingezet. |
| Een rand waarin echt bitterkruid dominant is geworden. De vegetatie is waarschijnlijk door verkeerd beheer ontstaan. Door in zo situatie een maal per jaar te maaien en het maaisel af te voeren zal echt bitterkruid verminderen, maar de diversiteit in de vegetatie wel toe nemen. Het afvoeren van maaisel is in verband met de toegankelijkheid een probleem. (Kesteren 1993) |
 |
| |
| |
 |
Grauwe wilg met grote wederik: Op deze plek gaat het om het instandhouden van kleinschalige natte ruigte. Hiervoor moet houtige opslag worden afgezet en om verruiging te voorkomen moet het hout worden afgevoerd. Dit is vanaf de parallelweg mogelijk. Het hout kan versnipperd worden afgevoerd. In bredere bermen kan het ook op afstand blijven liggen. Het hout wordt dan met de hand weggesleept.
Tussen de struwelen - hier wilgenbroek struweel - komt vaak ruigte voor. Op de foto onder meer met grote wederik (geel). Deze soort wordt alleen door de slobkousbij bezocht. (Buitenpost 1988)
Andere nectar en stuifmeelplanten die hier vaak voorkomen zijn:
Houtige drachtplanten: sporkehout, grauwe wilg, geoorde wilg; gagel, kruipwilg, laurierwilg, zwarte els, wilde lijsterbes, Gelderse roos, boswilg.
Kruidachtige soorten: bitterzoet, echte valeriaan, gele lis, gewone engelwortel, grote kattenstaart, kale jonker, moerasrolklaver, moerasspirea, tormentil, wateraardbei, watermunt . |
|
| |
| |
| Overige voorbeelden die vanaf de parallelweg te beheren zijn met gangbaar materieel |
| Bonte wikke komt vooral voor op nieuw aangelegde spoorwegtaluds en wordt vaak talrijk door bijen bezocht. Vanaf de parallelweg kan de vegetatie gemakkelijk worden beheerd. (Linne 1995) |
 |
| |
| |
| Grote hardvrucht is een zeldzame tot zeer zeldzame soort in Nederland. De vegetatie waarin deze soort voorkomt moet in verband met de ontwikkeling van nieuwe planten jaarlijks worden gemaaid. |
 |
| |
| |
| Deze spoordijk bij Arnhem-Zuid was een van de meest bloemrijke spoorwegelementen van het land die werd gekenmerkt door zeldzame en zeer zeldzame soorten planten. Daar is nog wenig van over. Door beheer is een groot deel van deze bloemenpracht weer te herstellen. Vanaf de parallelweg is dat te realiseren. (Arnhem-Zuid 1995). In het landelijke gedeelte staat thans een nieuwe woonwijk. |
 |
| |
| |