| Gebruik van oppervlaktewater bij verdroging |
|
|
| Kan bij het beheer van verdroogde blauwgraslanden calciumhoudend oppervlakkewater ingelaten worden om verzuring te compenseren? Hiermee lijken we immers twee vliegen in een klap te kunnen vangen. De grondwaterstand stijgt en de basenbezetting van de bodem wordt hersteld. In het verleden werd de basenbezetting in veel blauwgraslanden in stand gehouden door onregelmatige overstroming met boezem-, beek- of rivierwater. Het probleem is echter dat oppervlaktewater sindsdien meestal veel rijker aan voedingsstoffen is geworden, waardoor het risico op verruiging van de vegetatie groot geworden is. Bovendien kunnen onder invloed van de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater ook veranderingen optreden in de snelheid waarmee er binnen het blauwgrasland nutriënten vrijgemaakt worden. |
| Voor de blauwgraslanden die geheel afhankelijk zijn van grondwater, zoals in de meeste pleistocene delen van ons land, kan het gebrek aan grondwater niet zomaar opgelost worden daar aanvoer van oppervlaktewater. De twee typen water verschillen namelijk in samenstelling, ook wanneer de calciumconcentratie en het EGV ( elektrisch-geleidingsvermogen= een maat voor de totale concentratie aan opgeloste sloffen) overeenkomen. Een belangrijk verschil is de hoeveelheid opgelost ijzer. Deze is in oppervlaktewater laag doordat ijzer oxideert en uitvlokt. Grondwater is vaak rijk aan opgelost ijzer, doordat het weinig of geen zuurstof bevat. Op locaties waar ijzerrijk grondwater aan de oppervlakte komt, is dan meestal een dun olieachtig laagje op het water te zien, gevormd door bacteriën die energie verkrijgen door de oxidatie van het aangevoerde ijzer. |
| IJzer speelt een belangrijke rol bij het binden van fosfaat in de vorm van allerlei ijzerfosfaatverbindingen. Bij vervanging van grondwater door oppervlaktewater valt dit belangrijke mechanisme voor fosfaatbinding weg door het tekort aan ijzer. Hierdoor zal er extra fosfaat vrijgemaakt worden, waardoor de vegetatie kan gaan verruigen. Fosfaat is vaak (co-)limiterend in blauwgraslanden. Bij toename van de fosfaatbeschikbaarheid gaat met name moerasstruisgras sterk toenemen. |
| IJzerrijk grondwater en sulfide |
| Naast de binding van fosfaat speelt ijzer een belangrijke rol bij het binden van sulfide. In een natte bodem ontstaat meestal vrij sulfide, een giftige stof die naar de lucht ontwijkt als waterstofsulfide (rotte-eieren lucht). Deze gereduceerde verbinding is al bij relatief lage concentraties in het bodemvocht giftig voor plantenwortels. Opgelost ijzer, aangevoerd via het grondwater, slaat met sulfide neer in de vorm van ijzersulfide (zoals pyriet) en zorgt ervoor dat de concentratie laag blijft. |
| Oppervlaktewater mist deze ontgiftende werking. Uit proeven met plaggen uit verschillende schraallandtypen, waaronder blauwgrasland, bleek telkens dat met name de zeggensoorten (Carex) zeer gevoelig waren voor verhoogde sulfideconcentraties. Russen waren wel goed bestand tegen verhoogde sulfideconcentraties in het bodemvocht. Dit komt overeen met veldwaarnemingen op plaatsen met aanvoer van sulfaatrijk oppervlakte water. Deze waarnemingen zijn enigszins gewijzigd overgenomen, met toestemming van de redactie, uit: Lammers, L., M. de Graaf, R. Bobbink & J. Roelofs, 1997. Verzuring en eutrofiëring van blauwgraslanden. De Levende Natuur 98 (7): 246-252. |
|
| |