Structuur beplanting/bos: Foto's randen van beplantingen

Deze pagina behoort bij www.Bijenhelpdesk.nl

Randen van beplantingen zijn van belang voor bijen en andere insecten, vooral als er ook nectar en stuifmeelplanten aanwezig zijn.
 
Een geschoren singel -- Veel wegbegeleidende beplantingen die in de jaren 70 waren aangelegd werden na 1980 vaak met de vingerbalk als heg geschoren. Zoals deze beplantingstrook die varieert van enkele meters tot ca 8 meter. Alleen de bomen steken er nog boven uit; zowel ecologisch als esthetisch stellen deze beplantingen nog weinig voor. (Veenendaal 1996)
 
 
Een holle beplanting -- Geschoren beplantingen zijn zo donker dat er geen kruiden kunnen groeien. Voor de fauna hebben zulke beplantingen een zeer beperkte betekenis. Eind jaren tachtig begin jaren negentig werden onder invloed van een ecologisch gezinde politiek in veel gemeenten deze beplantingen omgevormd, zodat er meer ruimte ontstond voor natuurlijke ontwikkeling. Dat gebeurde in ieder geval in alle plaatsen die op deze pagina worden genoemd. (Apeldoorn 1990)
 
 
Bosrand -- Onder invloed van begrazing is hier een geleidelijke overgang van grasland naar bos. De zoom ontbreekt hier. Deze is vermoedelijk afgegraasd. (Polen, Bialowieza 2000). Door begrazing kunnen de overgangen ook abrupt zijn, ook in natuurgebieden.
 
 
Door begrazing ontstaat er een open structuur. Vooral voor wilde bijen en andere insecten van groot belang
 
 
Bos met open rand buurtbos -- Langs deze brede parkstrook is de rand van de beplanting vrijwel open. De rand ligt aan de noordkant en is beschaduwd door een rij bomen. De groei wordt daardoor enigszins getemperd. Het voordeel van deze openheid is dat voorbijgangers in deze bosachtige beplanting kunnen kijken. Een open rand komt de ruimtelijke beleving van deze beplanting ten goede. Omdat het ook vrij overzichtelijk is vergroot het ook het gevoel van sociale veiligheid. (Amsterdam-Noord, Baanakkerspark 1997)
 
 
Rand los en vrij regelmatig -- Deze rand met Zuurbes (Berberis thunbergii) is los maar sterk regelmatig. In de jaren zestig en zeventig werd het snoeien in zulk soort beplantingen meestal handmatig met de snoeischaar gedaan. Later werden ze meestal tot vlak boven de grond afgezet of ook met zwaar materieel geklepeld. Omdat de planten vrij dicht op elkaar staan, ontstaan dan dergelijke regelmatige beelden. Bij ruig beheer worden ze vaak overwoekerd met onkruiden. (Veenendaal 2005)
 
 
Randen los met inhammen -- Deze beplanting met meidoorn uit de jaren zeventig was gesloten tot aan de rand van het fietspad. Met betrekking tot belevingswaarde, beheer en veiligheid was deze beplanting (zeer karakteristiek voor deze tijd) verre van optimaal. Hier is de eerste rij struiken verwijderd en er is gedund. De planten kunnen op een meer natuurlijke wijze uitgroeien. De situatie is in alle opzichten verbeterd. Door de inhammen die zijn ontstaan is het ook goed voor warmte minnende insecten. (Zutphen 1995)
 
 
Randen los en ingezaaid -- Deze vrij smalle afscheidingsbeplanting kwam aanvankelijk tot over het fietspad. De struiken zijn teruggezet en enkele bosrandsoorten zijn ingezaaid. Door vergrassing zullen deze grotendeels verdwijnen. (Zutphen 1995)
 
 
Inhammen kunnen op allerlei manieren begroeid raken. Deze is ten dele weer dicht gegroeid. De resterende plek wordt hier druk door insecten bezocht. Vooral door wilde bijen en dagvlinders. (Nijmegen1998)
 
 
Rand met grote brandnetel -- Grote brandnetel komt door te weinig beheer te vaak in beplantingen voor. Grote brandnetel is hier in de eerste plaats een storingsplant. Zeker geen indicator voor kwaliteit. Maar soms zetten vlinders hun eieren op deze plant af. In dit geval dagpauwoog. (Haarlem 1998)
 
 
Rand met bodemdekkers -- De rand van deze stadsbeplanting ligt op het oosten, dus niet in het volle zonlicht. Klimop groeit hier (aangeplant of spontaan) als bodembedekker. (Ede, De Klomp 1995)
 
 
Rand los met inhammen met bramen -- Open plekken raak vaak begroeid met bramen als ze volledig met rust worden gelaten. Zolang dat tot deze omvang beperkt blijft is dat geen probleem. Verschillende soorten bramen die hier zouden kunnen groeien, maken meters lange ranken die de doorgang kunnen belemmeren. (Leusden 1996)