Foto's voorbeelden invloed licht

Deze pagina behoort bij www.Bijenhelpdesk.nl

 
Donker stakenbos -- Deze aanplant is nooit gedund. Een donkere holle beplanting is het gevolg. Zelfs een lichtinval van opzij is hier niet mogelijk. In het hele groeiseizoen blijft de bodem hier kaal. (Zoetermeer 1996)
 
 
Lichtinval boomloze strook -- In dit bos heersen ongeveer dezelfde lichtcondities als in het bos van bovenstaande foto, maar boven het pad raken de kronen elkaar niet. Plantengroei langs het pad is mogelijk. Op sommige plekken waar voldoende licht van opzij kan binnendringen werd de kruidlaag tot 4 meter breed vanaf het pad. (Goes 1992)
 
 
Lichtinval boomloze strook - alleen in de buurt van het het pad komt fluitenkruid tot ontwikkeling
 
 
Een donkere strook bos -- Op deze plek heerst in de zomer schaduw, die vooral door de struiklaag wordt veroorzaakt. Alleen vroeg in het voorjaar is hier op de minst schaduwrijke plekken een kruidlaag aan te treffen. In de zomer is het hier kaal. (Amstelveen, meanderpark 1996)
 
 
Bladerdek van de donkere strook bos -- Totale bladbedekking van struik- en boomlaag van de plek van vorige foto. De foto is vanaf de grond genomen. (Amstelveen, Meanderpark 1996)
 
 
Niet bloeiend speenkruid -- Op deze plek komt speenkruid dominant voor, maar door een te beperkte lichtinval komt speenkruid nauwelijks tot bloei en zal bij een verdere afname van het licht volledig wegkwijnen. Door snoeien of het afzetten van enkele bomen zal de kruidlaag tot bloei komen. (Amstelveen, Handwegbos 1994)
 
 
Niet bloeiend zevenblad -- Zevenblad groeit zeer goed op beschaduwde plekken, maar in te diepe schaduw komt deze plant niet tot bloei. De schaduw wordt hier vooral veroorzaakt door de struiken. In verband met het overzicht is deze foto voor de bloei gemaakt. In de boeiperiode bloeit op deze plek de plant alleen volop langs het pad en dieper in deze beplanting zeer spaarzaam. (Haarlem 1996)
 
 
Lichtinval botanische rozen -- Op plekken waar zijwaarts licht en licht van boven kan binnendringen is vaak een onbeperkte plantengroei mogelijk. Tussen deze botanische rozen moet daarom de kruidlaag met de bosmaaier worden uitgemaaid. Door bezuinigingen is dit rozenvak naar gras omgevormd ( Arnhem-Zuid 1992)
 
 
Kruidlaag in essenbos -- Essen hebben een goed lichtdoorlatende kroon. Het grootste deel van het groeiseizoen is hier een kruidlaag aanwezig (Warffumerbos 1996)
 
 
Boomkronen essenbos -- De kronen van gewone es raken elkaar, maar laten genoeg licht door voor een weelderige kruidlaag. (Warffumerbos 1996)
 
 
Lichtinval middenbos -- Bij het middenbos (haagbeukbos) is de lichtinval zodanig dat dit leidt tot een gevarieerde onderbegroeiing. Vooral in het voorjaar zijn hier veel bloeiende planten aanwezig. Op deze foto (nazomer) is alleen een plek met bramen zichtbaar. (Gulpen 1997)
 
 
Bosje beheerd als middenbos -- Dit bos wordt als middenbos beheerd. Er zijn hier verschillende boomlagen en er is een struiklaag. Op sommige plekken is de bodem altijd kaal, op de andere plekken is er tijdelijk of permanent een kruidlaag aanwezig. (Bijlmer 1998)
 
 
Dode boom en lichtcondities -- Op plekken waar bomen afsterven komt er meer licht op de grond, zodat de kruidlaag zich kan ontwikkelen of/en bosverjonging op gang komt.
 
 
Ringen voor verbetering lichtcondities -- In bossen, parken en landgoederen worden bomen geringd om de lichtcondities te verbeteren.
 
 
Ringen als natuurverschijnsel -- Net zoals maaien een afgeleide is van begrazing, is ringen afgeleid van andere natuurlijke processen. Knagen van bevers is daar een voorbeeld van, maar ook grote grazers ringen bomen. (Oost-Polen 2002)
 
 
Ringen door begrazing -- Sinds de jaren tachtig zijn in veel bossen en parken grote grazers ingezet. Deze vreten de bast van de bomen, hetgeen als ringen te zien is. Als dit leidt tot het afsterven van monumentale bomen en cultuurhistorisch waardevolle beplantingen is dat een onacceptabele zaak. (Zaandam, Vijfhoekpark 1996)
 
 
Rigoureuze dunning -- Als een donkere beplanting te rigoureus wordt afgezet of gedund, wordt dat vaak reflexmatig beantwoord door een explosieve en veelal ruige vegetatieontwikkeling. Vooral voor de fauna is dat goed, maar in de naaste woonomgeving leidt dit vaak tot kritiek van omwonenden en gebruikers.