Zoekkaart voor wilde bijen en Bijenkalender Over deze zoekkaart
Zoek een op naam- bh: ook in bijenhotels
Behangersbijen bh Pluimvoetbij
Blauwe ertsbij Rouwbijen bh
Bloedbijen Roetbijen
Glansbijen* Sachembijen bh
Dikpootbijen Slobkousbijen
Groefbijen Slurfbijen*
Harsbijen* Tronkenbijen bh
Hommels Tubebijen bh
Houtbij Viltbijen
Kegelbijen bh Vlekkenbijen*
Klokjesbijen bh Wespbijen
Langhoornbijen Wolbijen bh
Maskerbijen bh Zandbijen
Metselbijen bh Zandloperbijen*
Mortelbijen* Zijdebijen bh
Pantserbijen*  
* zie De Nederlandse bijen
--
Zoek wilde - solitaire- bijen op kenmerk of habitus
 
Zoekkaarten voor Mobieltjes
Wat zijn wilde bijen Kenmerken wilde bijen
  44 aandachtsoorten en -gebieden voor bijen
Bijenkalender begin vliegperiode (wordt in het najaar herzien)
Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sept
Bijenkalender voor alle wilde bijen die vliegen
Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sept
 
Terug naar De Nederlandse bijen
 
 
   
 
Foto's van: Josef Dvorák & anderen - &
 
 
 
 
   
 
 
 
--
Zoekkaarten voor mobieltjes: iphone, blackbarry etc. (ook voor pc, ipad etc)
Let op! Bij het aanklikken van een van de onderstaande links wordt deze pagina afgesloten: via www.zoekkaartwildebijen.nl wordt deze pagina weer geopend.
Zoekkaart voor Mobieltjes Maak via deze zoekkaart kennis met de verscheidenheid van de wilde bijen in Nederland.
Wilde bijen in Groningen ter gelegenheid syposium: Groenbeheer met oog voor bijen op 22 november 2012
Wilde bijen in Zoetermeer Voor het herkennen van de genventariseerde in Zoetermeer
Wilde bijen in Veenendaal Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe bijenstal op 8-12-2012
Meer keuzen in voorbereiding  
   
   
Niet voor mobieltjes wel voor ipad
Zutphen bijenstad en bijenlint Deventer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
---
 
-- Terug naar start zoekkaart
Zoekkaart voor wilde bijen (een vereenvoudigde determineer tabel)  
Deze tabel is gebaseerd op voorvleugels van wilde bijen. Aan de hand van deze vleugels kunnen wilde bijen in groepen (op genus/geslacht) worden ingedeeld. In een smal reageerbuisje kunnen levende wilde bijen op geslachtsniveau heel goed worden herkend. Ook een reeks van digitale foto's, die vooral geconcentreerd zijn op de vleugels, kunnen uitkomst bieden bij het herkennen van wilde bijen Klik hier voor voorbeeld.
De mannetjes kunnen het beste op geslachtsnaam worden gebracht aan de hand celstructuur van de voorvleugels. Mannetjes hebben geen scopa of buikschuier; soms zijn de mannetjes niet of nauwelijks van de vrouwtjes te onderscheiden: vrouwtjes hebben 12 antennenleden, mannetjes 13.
 
Zoek een wilde bij met:
3 submarginale cellen in de voorvleugels
 
2 submarginale cellen in de voorvleugels
 
Zoek op Habitus - Met dit zoekgedeelte kan een beperkt gedeelte van de wilde bijen op geslacht worden ingedeeld. Vooral mannetjes die kleiner zijn dan 8-6 mm moeten aan de hand van de vleugels de naam van het geslacht worden bepaald.
 
- afkorting: Sm.cellen = submariginale cellen; vr = vrouwtje; m = mannetje
De tabellen zijn niet dichotoom. De kenmerken of combinaties daarvan die worden genoemd, sluiten automatisch andere geslachten uit. Door koppeling met foto's, is er voortdurend controle op kenmerken
Soorten die uiterst zeldzaam zijn of uit Nederland zijn verdwenen zijn niet in de tabellen opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar:
Peeters et. al. 2012. De Nederlandse bijen.
 
 
--  
Wilde bijen met 3 submarginale cellen (Sm) in de voorvleugels; vr = vrouwtje; m = mannetje l
1. Achtertibia (schenen) zonder sporen; marginale cel voorvleugel zeer lang 6x langer dan breed: honingbij. check: honingbij
2. Sm.cellen even groot ---check
a. Puntogen op een rechte lijn hommels
b. Puntogen in een driehoek- check: sachembijen
3. 3e Sm.cel groter dan de 1e of 2e Sm.cel; vleugels blauwzwart; bijen groot (2-2,5 cm), blauwzwart en met blauwe metaalglans: houtbij
4. 3e Sm.cel ongeveer even groot als de 1e Sm.cel, maar groter dan de 2eSm-cel
a. Grote bijen met witte haarbundeltjes op achterlijf -check: rouwbijen
b. Bijen klein, kaal en slank en met metaalglans; punt radiaalcel raakt rand niet; 2e tergiet bol - check: blauwe erstbij
5. 2e Sm.cel ongeveer even groot als de 3 Sm-cel: top radiaalcel van de vleugelrand verwijderd; achterlijf met viltvlekken--check: viltbijen
6. 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel; radiaal cel versmald en met top tegen vleugelrand -- check
a. Slanke wespachtige geel of rood gekleurde bijen --- check:--- wespbijen
b. Basaalader duidelijk gebogen; vrijwel kale bijen met rood achterlijf en meestal met zwarte punt; - Check: - bloedbijen
c. Basaalader sterk gebogen; achterlijf behaard; punt achterlijf vr met groefje - check; m vaak met gele gezichtstekening groefbijen
d. Vrouwtjes met duidelijke en m met zwakke oogstreep, basaalader weinig gebogen; vr met fimbria
klauwlid niet sterk verdikt- check: ---- zandbijen
e. Zonder oogstreep; klauwlid sterk verdikt; laatste annelid m afgeknot; lijken veel op zandbijen- check: --- dikpootbijen
f. 2e en 3e Sm-cel ongeveer even groot; achterlijf met strakke viltige haarbanden, tong 2-lobbig of vrij grote behaarde bijen met 2-lobbige tong- check: Zijdebijen
  Terug naar top tabel
 
 
--
Voorvleugels met 2 submarginale cellen (Sm) (vr = vrouwtje; m = mannetje)
1. Achterlijf vr. zeer puntig toegespitst bij of bij het m. aan het eind met 6-8 tanden; ogen behaard, lichaam zwart, Kegelbijen
2. Antenne m. opvallend lang of bij vr. alleen het 3e anttene lid zeer lang; ongeveer zo lang als de scapus- check: - Langhoornbijen
3. Achterpotten zeer lang en/of dicht behaard; 1e Sm.cel groter dan 2e Sm.cel- check bijen groter dan 12 mm: Pluimvoetbij
4: Kleine zwarte, vrijwel kale bijen; 1e Sm-cel veel groter dan de 2 Sm-cel- check; gewoonlijk met gele tot geelwitte gezichtvlekken. Maskerbijen
5. Radiaalcel aan top min of meer recht afgesneden/sterk afgeknot; bijen volledig zwart- check:-- Roetbijen
A
Bijen zonder bovengenoemde kenmerken; 1e en 2e submarginale cel niet sterk in grote verschillend
6. Radiaalcel naar de top toe versmald, met top tegen of vrijwel tegen vleugelrand; poten zie foto's-- check: -- Slobkousbijen
7. Radiaalcel aan de top afgerond en de top raakt de vleugelrand niet; vrouwtjes meestal met buikschuier.----- ---- Ga door
 
 
Terug naar top tabel
 
 
 
 
 
 
 
--
7. Radiaalcel aan de top afgerond en de top raakt de vleugelrand niet; vrouwtjes meestal met buikschuier
2e discoidale dwarsader mondt uit voor 2e Sm.ader: check
- Klauwlid zonder hechtlapje en achterlijf afgeplat en achterranden van de tergieten vaak ingesnoerd:
a. kaken met 2 tanden (1 duidelijke inkeping): Mortelbijen
b. kaken met 3 of 4 tanden (2 of 3 duidelijke inkepingen): Behangersbijen
- Klauwlid met hechtlapje
a. voorkant achterlijf met een verdikte rand: Tronkenbij
b. mesoscutum met 2 lengte(parapsidale)groeven (aan ieder kant 1) Check: hoplitis
c. bijen vrij breed en gedrongen, tergieten niet ingesnoerd: Metselbijen
d. bijen zwart en slank, achterlijf cilindrisch: Klokjesbijen
2e discoidale dwarsader mondt uit achter of in 2e Sm.ader: check
a. Schiltje (scutellum) strerk plaatvormig verlengd en steekt voorbij het pronotum uit Check. Kleine harsbijen
b. brede bijen met gele wespachtig patronen; 6e achterlijfttergiet mannetje met met doorns: Wolbijen
c. overwegend zwarte/donkere bijen, vrouwtje zonder buikschuieren en 6e achterlijfttergiet mannetje zonder doorns: Tubebijen
Terug
 
 
 
     
   
---
Zoek op Habitus m = mannetjes v = vrouwtjes voor terug klik steeds op zoek op habitus Terug naar top tabel
 
Bijen met duidelijke gele, rode of witte kleuren in het achterlijf
Achterlijf met opvallende gele wespachtige patronen (m en v): bijen breed Wolbijen; bijen slank Wespbijen
Achterlijf geheel of gedeeltelijk rood: Bloedbijen (m en v); (soms Zandbijen, Groefbijen of zeer zelden Maskerbijen)
Bijen met witte tot geelwitte contrasterende viltvlekken op het zwarte achterlijf (m en v): Viltbijen
 
Hommelachtige bijen: hommelachtig behaard of een hommelachtige habitus
Hommels: sterk behaarde, en meestal levendig gekleurde bijen (m en v): Hommels
Grote, hommelachtige blauwzwarte bijen met een blauwe metaalglans (m en v): Houtbij
Hommelachtig, sterk bruinachtig behaarde bijen (m en v): Sachembijen (gewone sachembij, andoornbij)
Bijen hommelachtig behaard en met buikschuier (alleen v): Metselbijen (rosse metselbij, gehoornde metselbij)
Dicht bruinrood behaarde met minder hommelachtig postuur (alleen v) zandbijen (vosje)
 
 
Overige wilde bijen
 
 
 
--
Zoek op Habitus: Overige wilde bijen
Bijen met een buikschuier (alleen v): Behangersbijen, Metselbijen, Tronkenbijen, Klokjesbijen, Wolbijen of naar Tabel
Bijen met groefje in punt achterlijf met haarbanden of viltvlekken (alleen v), soms met metaalglans: Groefbijen
Kleine (6-7 mm), vrijwel kale, slanke bijen met een sterke metaal (cyaanblauw) glans, maar zonder groefje: Blauwe cyaanbij
Achterlijf zeer spits (alleen v): Kegelbijen
Bijen met tanden aan einde achterlijf (alleen m): Wolbijen en Kegelbijen
Bijen geheel zwart en slank (m en v), vrijwel altijd in gele composieten met een paardenbloemachtige bloeiwijze: Roetbijen
Kleine, kale overwegend zwarte bijen met een geel gezicht (m) of gezicht gele strepen of vlekken naast ogen (v): Maskerbijen
Antennen zeer lang, iets korter dan de bij zelf (m): Langhoornbijen
Bijen met strakke viltige haarbanden op het achterlijf en/of duidelijke 2-lobbige tong(m en v): Zijdebijen
Bijen met een duidelijk fimbria of dergelijke beharing: (alleen v): Zandbijen, Dikpootbijen
Poten met korte, dichte, witte contrasterende beharing op achterschenen (v); bij grote wederik; m. met geel gezicht: Slobkousbijen
Bij sterk behaard, verzamelharen op achterpoten opvallende lang en dicht (v): Pluimvoetbij
Bruinachtige of zwart behaarde bijen met witte haarbundels/-vlekken aan zijkant van het achterlijf (v en vaak m): Rouwbijen
 
Terug naar top Zoek op habitus
 
 
     
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Hommels - Bombus Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: Sm-cellen ongeveer even groot
Hommels zijn de meest opvallende wilde bijen. Door hun beharing kunnen ze niet met andere bijen worden verward. Vooral door de grote, pelsachtig behaarde en opvallende gekleurde koninginnen die al vroeg in het voorjaar vliegen. Vaak zijn ze door hun laag zoemend geluid ook duidelijk hoorbaar.
Hommels hebben een lange tong waarmee ze nectar kunnen zuigen van bloemen met een relatief lange kroonbuis. Honingbijen, die een kortere tong hebben, zijn daar vaak niet toe in staat. Verder hebben ze aan hun achterpoten een korfje waarin ze stuifmeel verzamelen en transporteren. Voorvleugels met 3 submarginale cellen, puntogen staan in een zeer stompe hoek of anders gezegd bijna in een rechte lijn.
Hommels kennen net als honingbijen een sociale levenswijze. Er is een koningin en er zijn werkers. In het vroege voorjaar maakt de koningin zelf een begin met het stichten van een hommelvolk. Na enige weken wordt dat door de eerst uitkomende bijen overgenomen. Deze bijen zijn meestal klein. Vaak nog kleiner dan de rosse metselbij die ook vrij vroeg in het voorjaar vliegt. Geleidelijk aan worden de hommels groter. In de zomer bereikt het hommel volk zijn volle omvang, de nieuwe koninginnen worden bevrucht. Deze koninginnen blijven vliegen tot in de nazomer of vroege herfst. Ze gaan dan ook op zoek naar een overwinteringsplaats.
Overzicht soorten Links en Literatuur  
 
 
 
 
Overzicht van hommels in Nederland onder constructie voltooid ca. 25 maart 2012
Leest dit eerst a.u.b. Herkenningstabel ---ook als pdf Zoekkaart hommels voor mobieltjes
Bombus barbutellus Lichte koekoekshommel Bombus pratorum Weide hommel
Bombus bohemicus Tweekleurige koekoekshommel Bombus ruderarius Grashommel
Bombus campestris Gewone koekoekshommel Bombus ruderatus Grote tuinhommel
Bombus confusus Boloog Bombus rupestris Rode koekoekshommel
Bombus cryptarom Wilgenhommel Bombus sylvarum Boshommel
Bombus distinguendus Gele hommel Bombus sylvestris 4kleur.koekoekshom.
Bombus hortorum Tuinhommel Bombus terrestris Aardhommel
Bombus humilis Heidehommel Bombus vestalis Grote koekoekshommel
Bombus hypnorum Boomhommel Bombus veteranus Zandhommel
Bombus jonelus Veenhommel Overige soorten die nog niet worden beschreven
Bombus lapidarius Steenhommel Wordt voorlopig volstaan met links en samenvatting
Bombus lucorum Veldhommel Bombus cullumanus Waddenhommel
Bombus magnus Grote aardhommel Bombus promorum Limburgse hommel
Bombus muscorum Moshommel Bombus soroeensis Late hommel
Bombus norvegicus Boomkoekoekshommel Bombus subterraneus Donkere tuinhommel
Bombus pascuorum Akkerhommel    
Terug naar beschrijving hommels
 
 
 
 
Experimentele zoekkaart voor werksters, koninginnen en vrouwtjeskoekoekhommels (pdf-voor veldwerk volgt) -- Terug
Punt achterlijf (tergieten 3-6) geheel of grotendeels wit Punt achterlijf roodachtig, bruinachtig, geelachtig, grijs
Borststuk grotendeels bruinbehaard - Boomhommel
Borststuk vooraan met 1 gele band en achterlijf op het 2 tergiet (voorste helft achterlijf) met 1 gele band
  Gele band borststuk loopt door tot onder de vleugelaanhechting (vleugelbasis) - Grote aardhommel
  Gele band borststuk aanzienlijk korter - Aardhommel of Veldhommel
  De gele band over de voorkant van het borststuk wordt ter hoogte van de vleugelschubben (tegulae) door zwarte haren onderbroken, waardoor een geel lobje in de vorm van een hockeystick ontstaat. Wilgenhommel.
Borststuk vooraan met 1 gele band, achterkant borststuk geel behaard en achterlijf op het 2 tergiet ( voorste helft achterlijf) met 1 of zonder gele band
  Kop langwerpig (duidelijk langer dan breed) Tuinhommel (in de meeste gevallen) of Grote tuinhommel (zeer zeldzaam)
  Kop kort (ca. zo lang als breed); gedrongen bijen; voornamelijk in heide- en veengebieden - Veenhommel
  Zonder gele band op het achterlijf - Lichte koekoekshommel (zeer zeldzaam)
Borststuk vooraan met 1 gele band en achterlijf zonder opvallende gele banden (op het oog 1 band) of een smalle, zwakke min of meer onderbroken gele band op de grens van de witte beharing van de achterlijfspunt. (koekoekshommels)
  3e en 4e segment wit behaard; 5e en 6e tergiet bruin- / roodachtig behaard, maar vaak niet te zien door sterk naar onder gekromde punt - Vierkleurige koekoekshommel of Boomkoekoekshommel (zeldzaam)
  voor de witte beharing op de achterlijfspunt zwakke tot duidelijk gele, bandvormige beharing die in het midden meestal is duidelijk onderbroken of beperkt is een (zwakke) gele beharing aan de zijkanten van het 3e sterniet. Grote koekoekshommel
  Een duidelijke gele beharing op het 3 tergiet ontbreekt, of is alleen opzij zwak aanwezig - Tweekleurige koekoekshommel kan zeer gemakkelijk worden verward met de vorige soort!
 
 
 
Punt achterlijf roodachtig, bruinachtig, geelachtig, grijs Terug
Punt achterlijf roodachtig
  bijen zwart achterlijfpunt rood, roodachtig
    Haren korfjes zwart - Steenhommel algemeen
  Vleugels donkerbruin, met blauwachtige glans - Rode koekoekshommel (zeldzaam)
  Haren korfjes roodachtig, vaak niet goed te zien door stuifmeel, lichaam minder zwart (grijszwart) - Grashommel
    Beharing zeer kort, fluweelachtig Boloog (zeer zeldzaam, of verdwenen)
  Borststuk met gele band, 2e tergiet ( voorste helft achterlijf) met gele haren of vaak met een gele band - Weidehommel
   
Punt achterlijf geelachtig/ bruinachtig behaard
  Borststuk met gele of zwarte banden
  Borststuk met 2 gele banden, punt achterlijf geel behaard - Gewone koekoekshommel
  Borststuk tussen de vleugels met een zwarte band; lichaam verder bruingeelachtig behaard - Gele hommel (zeldzaam)
  Borststuk zonder band
  Borststuk aan de bovenkant roodbruin, opzij bleekgeel tot witachtig behaard; achterlijf geelbruinachtig behaard; beharing borststuk en achterlijf zonder zwarte haren - Moshommel
  Als bovenstaande hommel maar kleuren gevarieerder maar met zwarte haren aan de achterrand van het borststuk en/of bij de vleugelbasis; zwarte haren kunnen ook voorkomen op het achterlijf - Heidehommel
  Borststuk aan de bovenkant bruinachtig - bruinrood behaard (kan grijsachtig verkleuren); 2e-4e tergiet (rugsegmenten) met zwarte haren; die soms moeilijk zijn te zien; onderkant lichaam soms met witte beharing - Akkerhommel
   
Achterlijf grijsachtig behaard, laatste segmenten min of meer (bleek) rood behaard
  voor en achterkant borststuk met een grijze band en een zwarte band tussen de vleugels - Boshommel of Zandhommel (beide zeer zeldzaam)
   
 
Links en literatuur
Een aantal links geeft goede informatie en/of beeldmateriaal
Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (het opladen kan tot ca. 1 min. duren)
http://www.nev.nl/hymenoptera/determinatie_bombus.html (Literatuuroverzicht over determinatie van hommels)
http://www.tierundnatur.de/wildbienen/hummeln.htm ( toont ruim 40 Europese soorten. Van de algemene en de minst zeldzame soorten worden de links afzonderlijk opgegeven.
http://www.nhm.ac.uk/research-curation/research/projects/bombus/ (een zeer uitvoerige Engelse website over hommels)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hommels (Wikipedia gaat uitvoerig in op hommels en geeft ook verder links)
Terug naar beschrijving hommels
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Sachembijen - Anthophora Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: Sm-cellen ongeveer even groot

Grote (14-16 mm), meestal bruinachtig, soms zwart behaarde hommelachtige bijen, met een opvallende lange tong; voorvleugels met drie submarginale, ongeveer even grote cellen; de puntogen staan in een driehoek; bij hommels staan ze bijna op een rechte lijn.

 
Meer informatie over sachembijen en overzicht soorten
 
 
 
Meer informatie over sachembijen en overzicht soorten
De meest voorkomende soort is de gewone sachembij, die vrijwel in alle streken van ons land voorkomt en vaak in tuinen is aan te treffen. Vrouwtje gewone sachembij met roestrode verzamelharen op de achterpoten (de kleur is door het stuifmeel vaak niet te zien). Mannetjes (alle soorten) met geel gezicht. In Nederland zijn 8 soorten waargenomen. Alleen de gewone sachembij is algemeen, de overige zijn zeldzaam (of minder algemeen) tot zeer zeldzaam of uit ons land verdwenen.
Algemene tot zeldzame soorten Overige soorten: uitgestorven of zeer zeldzaam
Anthophora plumipes - bij nest Gewone sachembij Anthophora aestivalis Mooie sachembij
Anthophora furcata Andoornbij Anthophora bimaculata Kleine sachembij
Anthophora quadrimaculata Kattenkruidbij Anthophora borealis Noordelijke sachembij
    Anthophora plagiata Schoorsteensachembij
    Anthophora retusa Zwarte sachembij
De twee soorten die het meeste worden gezien zijn de gewone sachembij (algemeen) en andoornbij (zeldzaam tot vrij algemeen)
In het veld zijn de vrouwtjes zeer goed te onderscheiden.
Het achterlijf van de andoornbij heeft een oranjeachtige behaarde punt; de gewone sachembij heeft dat niet.
De mannetjes van de andoornbij zijn min of meer lichtbruin behaard; de gewone sachembij is donkerder en gevarieerder behaard.
In combinatie met deze globale kenmerken zijn deze bijen ook door de vliegseizoenen goed te onderscheiden. De gewone sachembij vliegt van half maart tot eind mei; de andoornbij van eind mei tot in augustus. Er is een kleine overlapping. Maar de eerstgenoemde soort is dan afgevlogen (heeft rafelige vleugeluiteinden, kaler en verbleekt) de tweede soort is nog helemaal fris.
Voor het herkennen van de overige soorten wordt in combinatie met de beschrijvingen en de foto's op deze zoekkaart verwezen naar de Determinatietabel voor alle Nederlandse sachembijen
Terug naar beschrijving Sachembijen
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Houtbijen - Xylocopa Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel groter dan de 1e of 2e Sm.cel
Grote (20- 30 mm) zwarte bijen met donkere blauwmetaalachtig getinte vleugels; voorvleugels met 3 submarginale cellen; de 3e cel groter dan de 1e of de 2e cel. De grootste bij in Zuidelijk Europa.
De mannetjes en vrouwtjes overwinteren en paren in het voorjaar. Door de grootte en de kleur is deze bij met geen enkele andere bij te verwarren.
Het mannetje heeft een geknikte antennentop en daar onder met enkele geel getinte antennenleden (foto rechts); de antennetop van het vrouwtje is niet geknikt en de antenne is geheel zwart.
In Nederland wordt de houtbij geregeld waargenomen.
 
Meer informatie houtbijen
 
   
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Rouwbijen - Melecta Bijen met 3submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel ongeveer even groot als de 1e Sm.cel, maar groter dan de 2e
Grote behaarde bijen (12-16 mm); achterlijf zwak, maar goed zichtbaar toegespitst; zijkanten borststuk (op scutellum) met tand tussen beharing; tussen de beharing; voorvleugel met 3 submarginale cellen de middelste cel kleiner dan de twee andere; witte viltachtige vlekken op het achterlijf. Mannetjes en vrouwtjes zijn in het veld niet van elkaar te onderscheiden. Met andere bijensoorten is de bruine rouwbij nauwelijks te verwarren. Metatarsus is bij het mannetje tandachtig verlengd. In Nederland komen 2 soorten voor De bruine rouwbij is in delen van het land vrij algemeen; de witte rouwbij is zeldzaam.
Meer informatie:
Bruine rouwbij Witte rouwbij    
 
     
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Ertsbij - Ceratina cyanea Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel ongeveer even groot als de 1e Sm.cel, maar groter dan de 2e

Kleine (6-7 mm), vrijwel kale, slanke bijen met een sterke metaal (cyaanblauw) glans, en een sterk gepuncteerd lichaam. Vleugels met 3 submarginale cellen; de 3e Sm.cel ongeveer even groot als de 1e Sm.cel; de top van de radiaal cel is duidelijk van de vleugelrand verwijderd. De verzamelharen op de achterpoten (scopa) zijn kort en de scopa is ijl. De antennen zijn kort en bij het mannetje zwak knotsvormig. De mannetjes (foto rechts) hebben een witte tot geelwitte vlek op hun gezicht (Clypeus). In Nederland komt 1 soort voor.

Meer informatie blauwe ertsbij
     
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Viltbijen - Epeolus en Epeoloides Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel; top radiaalcel (rc) van de vleugelrand verwijderd en met een kort aderaanhangsel -
Kleine kale bijen met grote sterk contrasterende witte tot geelwitte viltvlekken op een zwart achterlijf.  Bij de bonte viltbij is het achterlijf voornamelijk rood of geelachtig rood en zijn de viltvlekken minder opvallend.  Beide bijengeslachten  hebben 3 submarginale cellen; de 3e cel is kleiner dan de 1e; de 1e en de 2e cel zijn ongeveer even groot. De radiaalcel min of elliptisch; de top is van de vleugelrand verwijderd en heeft een kort aderaanhangsel. In Nederland komen 5 soorten viltbijen voor. De heideviltbij en de gewone viltbij komen het meest voor. De overige zijn zeldzaam of mogelijk uit ons land verdwenen.
http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-epeol.htm
Epeoloides coecutiens -- Bonte viltbij
Epeolus cruciger -- Heideviltbij: 5e sterniet bij vrouwtje breed Zie Kenmerken
Epeolus variegatus -- Gewone viltbij: 5e sterniet bij vrouwtje tongvormig
Epeolus tarsalis -- Schorviltbij: vleugels opvallend donker
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Wespbijen - Nomada Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Vrijwel kale, slanke  bijen met gele tot rode wespachtige kleurpatronen op het achterlijf; ook andere lichaamsdelen kunnen rood of geel zijn gekleurd; aan dit kleurpatroon danken ze  de naam wespbij; lengte 8 tot 14 mm.  Voorvleugels met 3 submarginale cellen; de 3e cel ca. even groot als de 2e .  De vrouwtjes zijn te herkennen aan de dichte haarfranjes aan het einde van het 5e tergiet (rugsegment). In het algemeen zijn de soorten zeer lastig van elkaar te onderscheiden.  Zelfs met goede optische middelen is veel ervaring vereist.  Bij het herkennen van de bijen bieden foto’s vaak geen uitkomst. Ze leiden een parasitaire levenswijze. Het zijn koekoeksbij bij zandbijen en , soms bij roetbijen. Door de parasitaire levenswijze zijn de soorten niet aangewezen op bepaalde stuifmeelplanten.
Overzicht soorten
 
 
 
 
Overzicht Nomada - Wespbijen (koekoeksbijen)
In Nederland 43 soorten wespbijen waargenomen. Meer dan de helft is zeldzaam tot zeer zeldzaam of uit ons land verdwenen.
Op deze pagina worden alle soorten genoemd die minder algemeen tot algemeen zijn en enkele soorten die zeldzaam zijn.
Bij de beschrijving van de kenmerken is gebruik gemaakt van de publicatie van Jan Smit (2004) zie literatuur en links
(z-zz) zeldzaam tot zeer zeldzaam
Nomada alboguttata Bleekvlekwespbij Nomada panzeri Sierlijke wespbij
Nomada armata (z-zz) knautia wespbij Nomada roberjeotiana (z-zz) Kleine bonte wespbij
Nomada bifasciata (z-zz) Bonte wespbij Nomada ruficornis Gewone dubbeltand
Nomada fabriciana Roodzwarte dub.tand Nomada rufipes Heidewespbij
Nomada ferrugiata Geelschouder wespbij Nomada sexfasciata (z-zz) Grote wespbij
Nomada flava Gewone wespbij Nomada sheppardana Geeltipje
Nomada flavoguttata Kleine wespbij Nomada striata Stomptandwespbij
Nomada flavipicta (z-zz) Zwartsprietwespbij Nomada signata Signaalbij
Nomada fucata Kortsprietwespbij Nomada succincta Geelzwarte wespbij
Nomada fulvicornis Roodsprietwespbij
Nomada fuscicornis Bruinsprietwespbij
Nomada goodeniana Smalbandwespbij
Nomada lathburiana Roodharige wespbij Enkele soorten nog in voorbereiding
Nomada leucophathalma Vroege wespbij
Nomada marshamella Donkere wespbij
Terug naar beschrijving wespbijen
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Bloedbijen - Sphecodes Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Vrijwel kale bijen met veelal een grotendeels rood achterlijf; de bijen zijn verder zwart rood getekend en hebben meestal een zwart uiteinde. Lengte 6 tot 14 mm. Voorvleugels met 3 submarginale cellen die duidelijk in grootte verschillen; de 3e cel is ongeveer even groot als de 1e; de middelste cel is het kleinst. De radiaalcel is in de richting van de vleugeltop versmald en raakt bijna de vleugelrand, de basale ader is net als bij de groefbijen duidelijk gebogen. De vrouwtjes hebben nauwelijks verzamelharen (scopa); dit in verband met hun parasitaire levenswijze. De vrouwtjes van de bloedbijen onderscheiden zich van de groefbijen door de afwezigheid van de middengroef op het 5e rugsegment. Bij de mannetjes zijn de sprietleden min of meer viltig behaard en zeer knobbelig; kopschild in tegenstelling met groefbijen geheel zwart.
Meer informatie over bloedbijen Overzicht soorten
Genus sphecodes: http://tinyurl.com/5vu7lrr (Nederlands Soortenregister)
Genus sphecodes: http://zoologie.umh.ac.be/hymenoptera/page.asp?id=46 (detailfoto's, vooral van genitaliën mannetjes)
Genus Sphecodes: http://www.tierundnatu r.de/wildbienen/wbarten.htm
 
 
Overzicht bloedbijen (koekoeksbijen)  
In Nederland zijn 19 soorten bloedbijen waargenomen. ca. de helft hiervan is zeldzaam of uit ons land verdewenen.
Sphecodes albilabris Grote bloedbij http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-salbi.htm ---
Sphecodes crassus Brede dwergbloedbij http://tinyurl.com/6ammzoe
Sphecodes ephippius Bosbloedbij http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-sephi.htm --
Sphecodes ferruginatus Roestbruine bloedbij  
Sphecodes geoffrellus Glanzende dwergbloedbij http://tinyurl.com/65bqtbs
Sphecodes gibbus Pantserbloedbij http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-sgibb.htm ---
Sphecodes hyalinatus Lichte bloedbij  
Sphecodes longulus Kleine spitstandbloedbij  
Sphecodes majalis Kortsnuitbloedbij - - http://www.repository.naturalis.nl/document/93863
Sphecodes marginatus Verscholen dwergbloedbij  
Sphecodes miniatus Gewone dwergbloedbij http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-smini.htm ---
Sphecodes monilicornis Dikkopbloedbij  
Sphecodes niger Zwarte bloedbij http://tinyurl.com/66hbv85 (link traag en vervolg link werkt niet zie plaat)
Sphecodes pellucidus Schoffelbloedbij http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-spell.htm
Sphecodes puncticeps Grote spitstandbloedbij  
Sphecodes reticulatus Rimpelkruingroefbij http://tinyurl.com/6e23ywq3
Sphecodes rubicundus Vroege bloedbij ----------------------
    Terug naar beschrijving bloedbijen
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Groefbijen - Halictus en Lasioglossum Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Halictus lijkt het meeste op kort behaarde tot op het oog kale zandbijen met haarbandjes op het achterlijf. De wijfjes van beide geslachten (Halictus en Lasioglossum) zijn duidelijk te herkennen aan een smalle, onbehaarde lengtegroef op het laatste tergiet (rugsegment); aan beide zijde van de groef is de beharing viltachtig dicht en kort. De voorvleugels hebben net als bij de zandbijen 3 submarginale cellen. De voorvleugel verschilt duidelijk met die van de zandbijen door de gebogen basaalader (b.a.). Eindranden tergieten met witte haarbandjes. De beharing of de achterpoten is minder dan die van de zandbijen: het dijflosje (floccus) ontbreekt. Bij Lasioglossum ontbreken de haarbandjes en hebben vaak viltvlekken (Foto rechts v.v.) op het achterlijf. In Nederland zijn 9 soorten van halictus en 40 soorten van Lasioglossum waargenomen; meer dan de helft hiervan is zeldzaam tot zeer zeldzaam of reeds uit Nederland verdwenen.
Meer informatie over groefbijen Overzicht soorten http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-lasio.htm
   
 
 
Halictus-Groefbijen      
Halictus confusus Heidebronsgroefbij Lasioglossum-Groefbijen  
Halictus rubicundus Roodpotige groefbij Lasioglossum albipes Berijp.geurgroefbij
Halictus scabiosae Breedbandgroefbij Lasioglossum calceatum Gew. geurgroefbij
Halictus tumulorum Parkbronsgroefbij Lasioglossum fulvicorne Slanke groefbij
Halictus maculatus Blokhoofdgroefbij Lasioglossum laticeps Breedkaakgroefbij
Halictus quadricinctus Vierbandgroefbij Lasioglossum leucopus Gewone smaragdgroefbij
Halictus sexcinctus Zesbandgroefbij Lasioglossum leucozonium Matte bandgroefbij
    Lasioglossum lucidulum Glanzende groefbij
    Lasioglossum malachurum Groepjesgroefbij
    Lasioglossum minutissimum Ingesnoerde groefbij
    Lasioglossum morio Langkopsmaragdgroefbij
    Lasioglossum nitidulum Glimmende smaragdgroefbij
    Lasioglossum sexnotatum Zesvlekkige groefbij
    Lasioglossum sexstrigatum Gewone franjegroefbij
    Lasioglossum zonulum Glanzende bandgroefbij
    Lasioglossum villosulum Biggenkruidgroefbij
    In voorbereiding onder meer  
    Lasioglossum parvulum Groefbij
    Lasioglossum pauxillum Groefbij
       
       
Terug naar beschrijving groefbijen
 
 
-- Zoek op habitus ----- Terug naar tabel ---- Terug naar start zoekkaart
Zandbijen - Andrena Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Zandbijen zijn in het algemeen matig tot dicht behaarde bijen van ca. 6 tot 16 mm lang. Het uitwendige skelet is meestal donker gekleurd (meestal zwart of donker bruinachtig), bij sommige soorten ten dele rood of met een metaalglans.
Het borststuk is meestal dicht behaard; het achterlijf kan zeer dicht behaard zijn, maar ook vrijwel kaal. De beharing is vaak gekleurd (wit, zwart, bruinachtig, minder geelachtig), deze kleuren verbleken snel.
Zowel de tergieten, als de sternieten kunnen op het eind dichte haarbandjes hebben.
De wijfjes hebben op het 5e rugsegment een dichte rij haren die fimbria wordt genoemd.
De voorvleugel heeft 3 submarginale cellen. De 1e cel is duidelijk groter dan de 3e en de 2e is kleiner dan de 3e. De basale ader (b.a.) is zwak gebogen.
De achterpoten van het vrouwtje zijn dicht behaard: met gekromde haren aan de dijring (floccus) en een dichte lange beharing om hun poten (scopa). Zowel met de floccus als met de scopus wordt stuifmeel verzameld.
In Nederland zijn 72 soorten zandbijen waargenomen. Ca. 50% hiervan is (zeer) zeldzaam, uitgestorven of ooit een enkele keer waargenomen.
Meer informatie zandbijen Links ( veel foto's): http://tinyurl.com/7bdrv78 Overzicht 45-50 soorten
Tabel zandbijen   http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-andre.htm Zoekkaart zandbijen
 
   
 
 
 
 
--     Terug naar zandbijen
Overzicht beschreven zandbijen Andrena  
A. agilissima Blauwe zandbij A. fuscipes Heidezandbij A. praecox Vroege zandbij
A. angustior Geriemde zandbij A. gravida Weidebij A. proxima Fluitenkruidbij
A. apicata Donkere wilgenzandbij A. haemorrhoa Roodgatje A. semilaevis Halfgladde dwergzandbij
A. argentata Zilveren zandbij A. hattorfiana Knautiabij A. subopaca Witkopdwergzandbij
A.barbilabris Witbaardzandbij A. hevola Valse rozenzandbij A. synadelpha Breedrandzandbij
A. bicolor Tweekleurige zandbij A. humilis Paardenbloembij A. tibialis Grijze rimpelrug
A. bimaculata Donkere rimpelrug A. labialis Donkere klaverzandbij A. vaga Grijze zandbij
A. carantonica Meidoornzandbij A. labiata Erepijszandbij A. varians Variabele zandbij
A. clarkella Zwart-rosse zandbij A. lapponica Bosbesbij A. ventralis Roodbuikje
A. chrysosceles Goudpootzandbij A.marginata Oranje zandbij A. wilkella Geelstaartklaverzandbij
A. cineraria Asbij A. minutula Gewone dwergzandbij    
A. denticulata Kruiskruidzandbij A. minutuloides Glimmende dwergzandbij    
A. dorsata Wimperflankzandbij A. mitis Lichte wilgenzandbij Gepland 2012
A. flavipes Grasbij A. nigriceps Donkere zomerzandbij A. lathyri Wikkebij
A. florea Heggenrankbij A. nigroaenea Zwartbronzen zandbij A. ruficrus Roodscheen-zandbij
A. fucata Gewone rozenzandbij A. nitida Viltvlekzandbij    
A. fulva Vosje A.ovatula Bremzandbij    
A. fulvago Texelse zandbij A. pilipes Koolzwarte zandbij    
A. fulvida Sporkehoutzandbij        
           
           
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Dikpootbijen - Melitta Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Duidelijk behaarde bijen (10-13 mm) , die in het veld het meeste doen denken aan zandbijen; bij de vrouwtjes met haarbandje op het einde van de tergieten; de mannetjes zijn lang behaard. Voorvleugels met drie submarginale cellen; de 3e cel kleiner dan de 1e; radiaalcel naar de vleugelrand versmald en de 2e en 3e cel duidelijk in grote verschillend (foto's volgen). Klauwlid (kl) opvallend dik (foto links) ten opzichte van zandbijen (foto rechts) en groefbijen. Bij de mannetjes is het eind lid van de sprieten schuin afgesneden/afgeknot en zijn de sprietleden afzonderlijk sterk gebogen (foto rechts). De afgebeelde soort is Klokjesdikpoot die op Campanula's vliegt en die in het grootste deel van het land ook in tuinen voorkomt. Kattenstaartbij komt veel minder vaak in tuinen voor. In Nederland komen 4 soorten voor. De meest algemene soort is klokjes dikpoot die ook veel in steden en tuinen voorkomt. Meer informatie over enkele soorten:
Kattenstaartbij Grote kattenstaart Foto's kattenstaartbij in actie Ogentroostdikpoot
Klokjesdikpoot Klaverdikpoot  
     
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Zijdebijen - Colletes Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Zijdebijen zijn matig behaarde bijen (7-15 mm). De  meeste soorten hebben strakke, contrasterende haarbandjes op de eindrand van de tergieten (segmenten). Die ontbeken bij de grote zijdebij; verder meestal ook een basale haarband op het tweede tergiet. De voorvleugels hebben 3 submarginale cellen: de 1e is veel groter dan de 3e; de 2e en 3e zijn ongeveer even groot. Samen met maskerbijen (Hylaeus) is de tweelobbige tong het meest kenmerkend. Die is met een loep gemakkelijk te zien (zie foto rechts). Verzamelharen: bevinden zich op de achterpoten en zijn vergeleken met andere niet parasitaire bijengeslachten slecht ontwikkeld. In Nederland komen 9 soorten voor. 4 soorten hiervan zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam. Meer informatie over enkele soorten:
Grote zijdebij - Colletes cunicularius Schorzijdebij - Colletes halophilus Donkere zijdebij - Colletes marginatus
Wormkruidbij - Colletes daviesanus Klimopzijdebij - Colletes hederae Zuidelijke zijdebij - Colletes similis
Duinzijdebij - Colletes fodiens IJszijdebij - Colletes impunctatus Heizijdebij - Colletes succinctus
     
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Slobkousbijen - Macropis Bijen met 2 submarginale cellen in de voorvleugels: top radiaalcel tegen vleugelrand
Kleine/middelgrote (8-10 mm), gedrongen, weinig behaarde bijen. Het achterlijf is ovaal, zwart, sterk glanzend en met witte haarbandjes aan op het einde van de laatste tergieten. Voorvleugel met 2 submarginale cellen; top van de radiaalcel versmald en raakt de vleugelrand. Gezicht zwart; zwarte en witte verzamelharen op de achterpoten, waarmee ze naar verhouding tot het lichaam zeer grote hoeveelheden stuifmeel verzamelen. Aan de witte, korte borstelvormige beharing op hun achterpoten die zeer contrasterend zijn met de rest van de poten heeft deze bij zijn naam te danken. De mannetjes en hebben een geel gezicht en de achterpoten zijn sterk verdikt. In Nederland komen 2 soorten voor. De gewone slobkousbij is buiten de kustprovincies vrij algemeen en de bruine slobkoustbij is uiterst zeldzaam.
 
Meer informatie over slobkousbij Slobkousbij in de tuin  
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Roetbijen- Panurgus Bijen met 2submarginale cellen in de voorvleugels: radiaal cel weinig versmald, top afgerond of recht afgesneden en raakt de vleugelrand niet
 
Zwarte, glanzende, weinig behaarde, vrij slanke, kleine tot middelgrote bijen (7-12 mm); kop relatief groot ten opzicht van het borststuk. De voorvleugels hebben 2, bijna even grote submarginale cellen; de radiaalcel is weinig versmald en aan het einde min of meer recht afgesneden (afgeknot), de top van deze cel raakt de vleugelrand niet. De achterranden van de tergieten iets naar beneden gedrukt (verdiept). Kaken spits en zonder tanden; antennen zijn relatief kort en zwak knotsvormig. Achterschenen bij vrouwtjes met lange dichte verzamelharen (scopa) en einde achterlijf (5e en 6e tergiet) duidelijk dichter behaard dan het gedeelte er voor.
In Nederland komen twee soorten roetbijen voor: grote roetbij - Panurgus banksianus en kleine roetbij - Panurgus calcaratus die soms in dezelfde bloem voorkomen(foto links). De mannetjes zijn goed te onderscheiden door de antenne. Bij de kleine roetbij is de onderkant (aan 1 kant) iets uitgestulpt en vaak roodbruin gekleurd (foto links boven)
Meer informatie over roetbijen Grote roetbij Kleine roetbij
   
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Langhoornbijen - Eucera Bijen met 2 submarginale cellen in de voorvleugels: 1e Sm.cel vel kleiner dan 2e Sm-cel
Vrij grote (13-16 mm) opvallend dicht behaarde bijen (bij niet afgevlogen exemplaren). De mannetjes met een opvallend lange antenne waaraan dit bijengeslacht zijn naam aan ontleent. De voorvleugels hebben 2 submarginale cellen; de 1e cel is duidelijk kleiner dan de 2e cel. De radiaalcel is aan het einde afgerond en de top is duidelijk van de vleugelrand verwijderd. Kaken met 2 tanden. De antenne bij het mannetje zijn bijna net zo lang als het lichaam. Langhoornbijen hebben een opvallend lange tong. In Nederland komen twee soorten langhoornbijen voor: de gewone langhoornbij (Eucera longicornis) en zuidelijke langhoornbij (Eucera nigrescens). Beide soorten langhoornbijen verschillen weinig in grootte; de mannetjes en vrouwtjes zijn gemiddeld even groot, maar een mannetje kan wel zichtbaar kleiner zijn dan een vrouwtje. Zowel de vrouwtjes als de mannetjes zijn geelbruinachtig behaard, maar verblekend naar mate de bijen ouder worden (meer afgevlogen zijn). De vrouwtjes hebben brede haarbanden waarvan alleen die van het 4e tergiet doorloopt (volledig is).
Gewone langhoornbij Zuidelijke langhoornbij Voor een juiste determinatie zie: Scheul, E. , 2000; pag. 118: IIlustrierte Bestimmungtabellen der Wildbienen Deutschlands und Österreichs.
Meer informatie over langhorenbijen    
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Maskerbijen - Hylaeus Voorvleugels met 2 submarginale cellen: 1e Sm.cel groter dan 2e Sm.cel
Kleine (4,5-9,0 mm), met uitzondering van de haarbandjes op de zijkanten van het achterlijf, kale en meestal zwarte bijen; het gezicht te geheel of gedeelte lijk geel tot geel wit getekend. verzamelharen ontbreken; nectar en stuifmeel wordt met de mond verzameld; voorvleugels met twee submarginale cellen, waarvan de eerste duidelijk groter is dan de tweede De top van de radiaalcel is elliptisch, iets van de vleugelrand verwijderd en voorzien van een kort aderaanhangsel. Het vrouwtje heeft meestal twee langwerpige tot driehoekige of ronde vlekken op het gezicht; de basis van de antenne slank. Het gezicht van het mannetje is tussen de ogen meestal volledig gekleurd. De basis van de antenne vaak matig tot sterk verbreed. Vliegperiode: mei september. Zonder loep (minimaal 10 x) zijn maskerbijen niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Voor juiste determinatie is een steriomicroscoop noodzakelijk.
 
Meer informatie over maskerbijen Overzicht soorten  
Determoneertabellen Makskerbijen: Nederlandstalige tabel - Het genus Hylaeus in Nederland (laadtijd 20-60 sec)
 
 
 
Hylaeus-Maskerbijen) ------ In samenwerking met Josef Dvorak
In Nederland zijn 24 soorten maskerbijen waargenomen; 20 soorten eerder beschreven (Koster, 1986) daarna zijn er 4 nieuwe soorten ontdekt. Zie onder meer 1e onderstaande link. 14 van de 24 soorten zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam of niet meer in ons land aanwezig. Voor determinatie wordt verwezen naar Nederlandstalige tabel of/en Het genus Hylaeus in Nederland zie 2e link ook voor verantwoording, maatstrepen bij de tekeningen en bronvermelding. (p. 4-6) (laadtijd 10-60 sec). Verklaring termen
De engelstalige tabel zal in okt 2012-maart 2013 voor de webwebsite worden bewerkt. voor 10-15 soorten komt is sterk verenvoudigde tabel in voorbereiding.
alg = landelijk, regionaal of locaal (vrij) algemeen
Hylaeus angustatus Ned.naam nog niet bekend Hylaeus leptocephalus Kleine lookmaskerbij
Hylaeus annularis Brilmaskerbij (alg) Hylaeus nigritus nog uitheems
Hylaeus brevicornis Maskerbij (alg) Hylaeus pectoralis Rietsigaarbij (alg)
Hylaeus clypearis Gestippelde maskerbij Hylaeus pfankuchi Moerasmaskerbij
Hylaeus communis Gewone maskerbij (alg) Hylaeus pictipes Maskerbij (alg)
Hylaeus confusus Maskerbij (alg) Hylaeus punctulatissimus Lookmaskerbij
Hylaeus cornutus Gehoornde maskerbij (alg in Z-L) Hylaeus rinki Rinks maskerbij
Hylaeus difformis Boemerangmaskerbij Hylaeus signatus Resedamaskerbij (alg)
Hylaeus gibbus Maskerbij (alg) Hylaeus spilotus Duinmaskerbij
Hylaeus gracilicornis Slanksprietmaskerbij Hylaeus styriacus Stipmaskerbij
Hylaeus gredleri Zompmaskerbij Hylaeus variegatus Rode maskerbij
Hylaeus hyalinatus Tuinmaskerbij (alg)    
Terug naar beschrijving maskerbijen
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Pluimbvoetbijen - Dasypoda Voorvleugels met 2 submarginale cellen: 1e Sm.cel groter dan 2e Sm.cel
Pluimvoetbij is een vrij grote, tamelijk behaarde bij (lengte 13-15 mm)  die in de vlucht aan een honingbij doet denken, vooral het mannetje. Voorvleugels met 2 cubitale cellen. De 1e cel is groter dan de 2e. kop en borststuk geelbruin behaard, met donker gedeelte op het borststuk. Tergieten 2-4 (achterlijf ) met witte haarbanden.  In verhouding tot andere bijen zeer lange verzamelharen aan de achterpoten (scopa) waarmee grote hoeveelheden stuifmeel vervoerd kan worden.  Door deze  haren is het wijfje zeer goed in het veld herkenbaar en niet te verwarren met andere bijen. Het mannetje (rechtsboven) is vrij ruig behaard; met   geelbruine en witachtige beharing; de poten zijn lang en smal.
Pluimvoetbij nestelt in de grond en vaak in grote groepen bij elkaar valt daar door vaak op. Met uitzondering van zeeklei en veengebieden is pluimvoetbij vrij algemeen door het hele land.
Pluimvoetbij graaft een nest
Meer informatie over pluimvoetbij    
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Behangersbijen - Mechachile Bijen met 2 submarginale cellen: 2e teruglopende ader (t2) mondt uit voor 2e Sm.ader; vrouwtjes met buikschuier
Habitus: Grote tot middelgrote (10-16 mm), matig tot tamelijk dicht behaarde bijen met een enigszins afgeplat achterlijf; de vrouwtjes hebben aan de onderkant van het achterlijf een buikschuier waarmee stuifmeel kan worden verzameld.
Het achterlijf is in de vlucht naar boven gewelfd; bij sommige soorten hebben de mannetjes opvallend verbrede voeten (tarsus, foto rechtsboven) aan de voorpoten.
De voorvleugels hebben 2 ongeveer even grote submarginale cellen; de tweede teruglopende ader mondt uit in de tweede submarginale cel. Klauwen zonder hechtlapje (afbeeldingen volgen).

De nesten worden bekleed met ovale stukjes blad die ze met hun kaken uit allerlei planten uitsnijden. Van daar de naam behangersbij of bladsnijder. Planten die onder meer worden gebruikt zijn roos, hosta en geranium.
 
Overzicht soorten  
 
 
 
 
--
Megachile-Behangersbijen
In Nederland zijn 13 soorten behangersbijen waargenomen waarvan 6 soorten landelijk of regionaal min of meer algemeen zijn.
Megachile ericetorum Lathyrusbij  
Megachile lapponica Lapse behangersbij  
Megachile leachella Zilveren fluitje  
Megachile maritima Kustbehangersbij  
Megachile versicolor Gewone behangersbij  
Megachile willughbiella Grote bladsnijder  
Megachile  centuncularis   Tuinbladsnijder Europese blazenstruik
Meer soorten volgen later    
 
Terug naar beschrijving behangersbijen
 
 
 
 
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Metselbijen - Osmia Bijen met 2 submarginale cellen: 2e teruglopende ader (t2) mondt uit voor 2e Sm.ader; vrouwtjes met buikschuier
Enigszins kleine tot grote bijen (8-15 mm); de beharing varieert van zeer dicht, zoals bij hommels, tot vrijwel kaal met uitzondering van haarbandjes. Het achterlijf is min of meer ovaal en niet zoals bij behangersbijen afgeplat. Net als de bij de andere buikverzamelaars hebben de voorvleugels 2 submarginale cellen die ongeveer even groot zijn. De tweede teruglopende ader mondt uit in de tweede submarginale cel. Een belangrijk onderscheidend kenmerk ten opzichte van behangersbijen is het zogenaamde hechtlapje tussen de klauwen (foto rechts; foto is gekanteld). Rosse metselbij. Is een van de meest voorkomende bijen in ons land. Hij komt in de meeste tuinen voor. Deze bijen zijn roodbruin behaard het vrouwtje aanzienlijk meer dan het mannetje (foto rechts).
Wijze van nestelen
- is zeer gevarieerd; voor de nesten wordt gebruik gemaakt van plantenstengel, dood hout met kevergangen, allerlei holtes in muren, en diverse soorten kunstmatige nestgelegenheid, zoals bijenhotels, houtblokken, rietbundels, bamboestokjes, schroefgaten in stenen en kunststofbuizen in nestkastjes.
Overzicht soorten  
 
 
--      
Osmia en Hoplitis - Metselbijen
De soorten zijn opgesplitst in twee geslachten: Hoplitis en Osmia. In en later stadium wordt hier verder op ingegaan
Hoplitis adunca Slangenkruidbij Osmia aurulenta Gouden slakkenhuisbij
Hoplitis anthocopoides Zwaluwbij Osmia bicolor Tweekleurige slakkenhuisbij
Hoplites claviventris Geelgespoorde houtmetselbij Osmia bicornis Rosse metselbij
Hoplitis leucomelana Zwartgespoorde houtmetselbij Osmia caerulescens Blauwe metselbij
Hoplitis papaveris Papaverbij Osmia cornuta Gehoornde metselbij
Hoplitis ravouxi Klavermetselbij Osmia leaiana Kauwende metselbij
Hoplitis tridentata Driedoornige metselbij Osmia maritima Waddenmetselbij
Hoplitis villosa Rotsmetselbij Osmia niveata Zwartbronzen houtmetselbij
    Osmia parietina Boommetselbij
    Osmia spinulosa Gedoornde slakkenhuisbij
    Osmia uncinata Bosmetselbij
    Osmia xanthomelana Grote metselbij
       
       
 
Terug naar beschrijving metselbijen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Tronkenbij - Heriades Bijen met 2 submarginale cellen: 2e teruglopende ader (t2) mondt uit voor 2e Sm.ader; vrouwtjes met buikschuier

Habitus: vrij kleine (5-8 mm) smalle, min of meer cilindrisch vormige, dun behaarde zwarte wilde bijen; voorvleugels met twee ongeveer even grote submarginale cellen; de tweede teruglopende vleugelader mondt uit in de tweede submarginale cel, net voor het einde van de cel; voorzijde van het eerste achterlijfsegment met een verdikte rand. Lijkt zeer veel op klokjesbij. Het vrouwtje heeft een  geelachtige buikschuier aan de onderkant van het achterlijf; voorrand kopschild met twee knobbeltjes . Het mannetje heeft  een sterk gekromd achterlijf; het laatste achterlijf segment zijdelings ingedrukt.

 
Meer informatie over tronkenbij    
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Klokjesbijen - Chelostoma Bijen met 2 submarginale cellen: 2e teruglopende ader (t2) mondt uit voor 2e Sm.ader; vrouwtjes met buikschuier
Habitus: vrij kleine (4-6 mm) tot middelgrote (6-10mm) smalle, min of meer cilindrisch vormige, dun behaarde zwarte bijen; voorvleugels met twee ongeveer even grote submarginale cellen; de tweede teruglopende vleugelader mondt uit in de tweede submarginale cel (detail foto's volgen in de loop van 2011; de kaken zijn relatief groot. De wijfjes verzamelen stuifmeel met de (bleekgele) buikschuier aan de onderkant van het achterlijf. Mannetjes hebben een bultvormige richel aan de onderzijde van het achterlijf. Herkenning van vrouwtjes in het veld: de vrouwtjes zijn door een combinatie van kenmerken met een redelijke kans van zekerheid te herkennen: de grote, bloembezoek (zie hieronder) een de kleur van het stuifmeel (bij boterbloemen geel, bij campanula wit); herkenning van mannetjes is lastiger, maar in combinatie met vrouwtjes en planten, is een goede indicatie mogelijk. In Nederland komen 4 soorten klokjesbijen voor. Alleen grote en waarschijnlijk kleine klokjesbij is vrij algemeen in de oostelijke helft van het land.
Chelostoma campanularum - (Kleine klokjesbij) Chelostoma florisomne - (Ranonkelbij)
Chelostoma distinctum - (Zuidelijke klokjesbij) Chelostoma rapunculi - (Grote klokjesbij)
 
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Kegelbijen - Coelioxys Bijen met 2 submarginale cellen: 2e teruglopende ader (t2) mondt uit voor 2e Sm.ader

Zwartachtige bijen met contrastrijke witte bandjes of witviltige haarvlekken. De overige beharing is zeer spaarzaam. Lengte 8-15 mm. Voorvleugels met 2 submarginale cellen. Het schildje (einde borststuk) aan beide kanten met een tand; ogen behaard.
Vrouwtje: kegelbijen worden vooral gekarakteriseerd door afwijkende lichaamsbouw van de vrouwtjes; hun achterlijf is kegelvormig en sterk toegespitst.
Mannetje: achterlijf afgerond en aan het eind met 6-9 doorntjes. In Nederland komen 8 soorten kegelbijen voor. De helft daarvan is zeldzaam tot zeer zeldzaam of zelfs uit ons land verdwenen. Naar kelgelbijen

Meer informatie over kegelbijen
 
 
 
--
Herkenning soorten: in het veld en/of op en foto's zijn de soorten van kegelbijen niet of nauwelijks te onderscheiden. De mannetjes zijn zelfs moeilijk te determineren zonder gebruik te maken van de genitaliën. De beschrijvingen van de afzonderlijke soorten volgen later. Er is voorlopig wel enige informatie verzameld die een breder beeld geven van de kegelbijen.
Vooral de Engelse visuele determineertabel kan een bijdrage leveren om kegelbijen op naam te brengen:
Coelioxys mandibularis (duinkegelbij) - Coelioxys inermis (gewone kegelbij)
http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=insecten&id=881 -- Coelioxys conoidea (grote kegelbij)
http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-cauro.htm -- Coelioxys aurolimbata (gouden kegelbij)
http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-cauro.htm -- Coelioxys elongata (slanke kegelbij)
http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-ciner.htm -- Coelioxys inermis (gewone kegelbij)
 
 
Terug naar beschrijving kegelbijen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Wolbijen - Anthidium Bijen met 2 submarginale cellen, 2e discoidale dwarsader mondt uit achter of in 2e Sm.ader: vrouwtjes met buikschuier
Grote tot zeer grote bijen (10-18 mm); de mannetjes zijn opvallend groter dan de vrouwtjes; met gele wespachtige tekening; gele dwarsvlekken op het achterlijf; het middengedeelte van het achterlijf is zwart. Voorvleugels met 2 ongeveer even grote submarginale cellen; de tweede teruglopende ader mondt uit net voorbij (of ongeveer) het einde van de tweede submarginale cel. De bijen zijn onopvallend behaard, maar vooral van opzij duidelijk zichtbaar. Bij het  vrouwtje zijn de  zijvlekken op het achterlijf niet onderbroken, de  buikschuier is goudgeel. Bij het mannetje zijn  een aantal zijvlekken meestal onderbroken en met gebogen tanden  op het eind van het achterlijf: het 6e en 7e tergiet. Het laatste tergiet is gewoonlijk sterk naar binnen getrokken en dan zijn alleen de tanden zicht baar. De lengte van de tanden verschilt per soort. In Nederland zijn 5 soorten wolbijen waargenomen. Alleen de grote wolbij is vrij algemeen in het grootste deel van het land. Meer informatie over enkele soorten:
Anthidium manicatum - Grote wolbij Anthidium punctatum - Kleine wolbij Anthidium strigatum - Kleine harsbij
De kleine harsbij is thans ingedeeld bij het geslacht Anthidiellum (kleine harsbijen)
 
 
-- Zoek op habitus Terug naar tabel Terug naar start zoekkaart
Tubebijen - Stelis Bijen met 2 submarginale cellen, 2e discoidale dwarsader mondt uit achter of in 2e Sm.ader
Meestal zwarte tot donkere, kale tot weinig behaarde bijen  met witte tot gele patronen op het achterlijf of doorzichtige eindranden.  Lengte 3-11 mm.  Voorvleugels met 2 submarginale cellen. De 2e  teruglopende ader mondt uit voorbij of in de  2e cubitale dwarsader.  Bij de 2 meest voorkomende soorten in Nederland is het achterlijf dicht gepuncteerd en zijn de achteranden van de tergieten doorschijnend of met een smalle band korte haren bezet. Bij de mannetjes is het achterlijf naar beneden gekromd. In Nederland zijn 7 soorten waargenomen. Voorlopig worden alleen de 2 meest voorkomende soorten beschreven. De overige soorten zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam of mogelijk verdwenen.
http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-steli.htm
In voorbereiding:
Stelis ornatula Witgevlekte tubebij Stelis signata - Gele tubebij  
Stelis punctulatissima Geelgerande tubebij    
Stelis breviuscula Gewone tubebij   Terug naar start zoekkaart
   
 
 
 
---

Onder constructie voltooitd zomer wordt binnenkort aangepast en verplaatst naar Bijenbeheer op www.denederlandsebijen.nl

Aandachtsoorten----- Adg = aandachtsgebied: concept - Zeeklei en laagveengebieden = ZLg
Aster tripolium - Zeeaster# Adg Lathyrus sylvestris # Adg
Bryonia dioica - Heggenrank # Adg Lathyrus tuberosus - Aardaker # Adg
Calluna vulgais - Struikhei # Adg Lotus corniculatus - Gewone rolklaver # Adg
Campanula rapunculoides - Akkerklokje # Adg Lotus pedunculatus - Moerasrolklaver # Adg
Campanula rapunculus - Rapunzelklokje # Adg Lysimachia vulgare grote wederik # Adg
Campanula rotundifolia - Grasklokje # Adg Lythrum salicaria - Grote kattenstaart # Adg
Campanula trachelium - Ruig klokje # Adg Ononis repens ssp. Kruipend stalkruid Adg
Centaurea jacea - Knoopkruid Adg Ononis repens ssp. spinosa - Kattendoorn Adg
Centaurea scabiosa - Grote centaurie Adg Origanum vulgare - Wilde marjolein Adg
Cichorium intybus - Wilde chichorei Adg Picris hieracioides - Echt bitterkruid #  
Crepis capillaris - Klein streepzaad # Adg Reseda lutea - Wilde reseda # Adg
Echium vulgare - Slangenkruid # Adg Salix aurita - Geoorde wilg #  
Eryngium campestre- Kruisdistel Adg Salix caprea - Boswilg #  
Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid # Adg Securigera varia - Bont kroonkruid  
Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid # Adg Stachys palustris - Moerasandoorn # Adg
Hieracium pilosella - Muizenoor Adg Succisa pratensis - Blauwe knoop #  
Hypericum perforatum Adg Stachys sylvatica - Bosandoorn #  
Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid # Adg Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid #  
Jasione montana - Zandblauwtje Adg Veronica chamaedrys - Gewone ereprijs  
Knautia arvensis - Beemdkroon # Adg Vicia cracca - Vogelwikke # Adg
Lathyrus pratensis - Veldlathyrus # Adg Vicia sepium - Heggenwikke # Adg (ook ZLg)
    Terug naar start zoekkaart
 
 
 
-- Terug naar start zoekkaart
Zoekkaart zandbijen (Andrena): hoofdsleutel voor vrouwtjes Concept Terug naar zandbijen algemeen
Kenmerken bijen algemeen
Hoofdsleutel: klik op een link van toepassing.
Bijen kleiner dan 8 mm; zwart of donker gekleurd----
Voor grotere bijen klik op een link hieronder
Middenveld grof gerimpeld----
Middenveld fijn of ongerimpeld ga verder hieronder
 
Achterranden van de tergieten met haarbanden-
Tergieten zijn de rugsegmenten van het achterlijf. De haarbanden kunnen doorlopend of in het midden onderbroken zijn. Soms zijn het alleen maar kleine dichte langwerpige pukjes haar. zie voorbeelden
  Geen van de haarbanden zijn onderbroken 1 of meer haarbanden zijn onderbroken
 
Achterranden tergieten zonder haarbanden
Soms staan de haren wel dicht op elkaar maar vormen geen echte gesloten haarbanden
Bijen zeer dicht roodbruin behaard Met gedeeltelijk rood gekleurd achterlijf Grote, zwarte bijen met witte of grijze beharing
  Bijen anders  
  Scopa geel, goudgeel of geelbruin Scopa wit-, bruinachtig tot zwart bijen bruinachtig of donker
 
 
 
 
---- Terug naar hoofdsleutel
Bijen kleiner dan 8 mm; zwart of donker, maar niet met roodachtig kleuren; 1e segment achterlijf tamelijk dof/matglanzend (niet sterk glanzend) en fijn gerimpeld; 2e en 3e rugsegment met witte haarbanden opzij.
- Achterrand 3e tergiet achterlijf sterk neergedrukt, meestal ook bij het 2e tergiet en de neergedrukte gedeelte relatief breed en sterk glanzend (Zie foto achterlijf tussen de punten); 2e tergiet gewoonlijk duidelijk gepunteerd. Halfgladde dwergzandbij
- Achterrand 3e segment achterlijf niet sterk neergedrukt; 2e segment achterlijf niet of nauwelijks gepuncteerd. Onderstaande drie soorten kunnen het beste worden herkend of gedetermineerd door ze onderling te vergelijken  
- Mesonotum mat/dof, dicht en fijn gerimpeld, fijn gepuncteerd; scutellum, fijn gepuncteerd en gerimpeld; fimbria bruinachtig. Witkopdwergzandbij
- Mesonotum mat/dof, punctering regelmatig en dicht. Gewone dwergzandbij
- Mesonotum matig glanzend punctering duidelijk en iets onregelmatig; witte haarbanden opzij van het 2e en 3e segment zwak ontwikkeld; zijn alleen van de zijkant goed te zien. Glimmende dwergzandbij
 
 
 
-- Terug naar hoofdsleutel
Bijen groter dan 9 mm en een grof gerimpeld middenveld Vergelijk foto's
Fimbria goudgeel; bovenkant borststuk dicht, kort roestbruin behaard, achterlijf zwart glanzend. Roodgatje
Fimbria zwart, bijen zwart. Koolzwarte zandbij
Fimbria bruinachtig; achterste scheensporen donker; bijen bruinachtige behaard. Grijze rimpelrug
Fimbria donker; achterste scheensporen geel, scopa roodgeelachtig: met uitzondering bovenkant borststuk voornamelijk witachtig behaarde bijen. Donkere rimpelrug
 
 
 
 
 
 
-- Terug naar hoofdsleutel
Geen van de haarbanden onderbroken  
  Scopa geelbruin tot zwartbruin Vergelijk foto's
- Haarbanden breed tot 2/3 lengte tergiet, oranjegeelachtig tot geelwit verschietend; gezicht zwartbehaard. Donkere zomerzandbij
- Haarbanden smal en grijsachtig; kop geelgrijsachtig tot vuilwit behaard. Kruiskruidzandbij
- Haarbanden relatief breed en geelgrijsachtig; gezicht geelgrijsachtig behaard Heide zandbij
     
  Scopa geel of geel rood  
- Haarbanden bruingeel (verblekend); overige beharing bruinachtig. Grasbij
- Haarbanden wit; bovenkant borststuk lichtbruin behaard, overige beharing grotendeels wit/witachtig. Weidebij
     
     
     
     
     
     
     
     
     
-- Terug naar hoofdsleutel
1 of meer haarbanden onderbroken Vergelijk foto's
- Zwarte bijen met geelbruinachtig behaarde kop en borststuk; haarbanden 2e en 3e tergiet breed onderbroken, haarband 4e tergiet in het midden versmald of smal onderbroken Wimperflankzandbij
- Borststuk grijsbruinachtig behaard; haarbanden 3e tergiet smal en het 4e tergiet niet onderbroken Geelstaartklaverzandbij
- Achterlijf gedeeltelijk rood gekleurd; einde 3e rugsegment met een onderbroken en het 4e segment met een gesloten haarband, Knautiabij
- Achterlijf gedeeltelijk rood gekleurd; sternieten (buiksegmenten) met duidelijk witte haarbanden. Roodbuikje
- Alle haarbanden onderbroken, scopa witachtig; fimbria bruingrijs. Fluitenkruidbij
- Borststuk bruinachtig behaard; achterlijf dun behaard, zwart glanzend, 2e en 3e segment met onderbroken haarbanden Witbaardzandbij
- Lijkt veel op witbaardzandbij, verschilt hiervan door gepuncteerde (1-3) tergieten. (foto ontbreekt) Zilveren zandbij
- tergieten 2-4 met smalle geelachtige tot wit verschoten haarbanden; die van het 2e en 3e tergiet zijn breed onderbroken; kop en borststuk bruinachtig behaard; achterlijf afstaand bruinachtig behaard. Donkere klaverzandbij
     
 
 
 
 
 
 
 
-- Terug naar hoofdsleutel
Achterranden tergieten zonder haarbanden  
Bijen zeer dicht behaard Vergelijk foto's
- Borststuk en achterlijf, dicht, lang, hommelachtig roodbruinachtig behaard Vosje
Achterlijf gedeeltelijk rood gekleurd  
- Achterlijf gedeeltelijk rood en zeer spaarzaam behaard; fimbria bruinzwart Heggenrankbij
- Achterlijf gedeeltelijk rood en zeer spaarzaam behaard; fimbria goudgeel Knautiabij
Grote, zwarte bijen met witte of grijze beharing  
- Opvallende zwarte bijen met contrasterende witte beharing; bovenkant borststuk (mesonotum) met dichte brede band van zwarte haren; achterlijf met metaalblauw glans. Asbij
- Opvallende zwarte bijen met contrasterende grijsachtige beharing. Grijze zandbij
 
 
 
 
 
 
 
 
 
--- Terug naar hoofdsleutel
Uiteinden van de tergieten zonder haarbanden: scopa geel, goudgeel of geelbruin  
Fimbria en scopa (goud)geel en achterlijf niet gedeeltelijk rood Vergelijk foto's
- Kop en borststuk geelgrijsachtig behaard; achterlijf mat glanzend, fijn gerimpeld, nauwelijks gepunteerd Texelse zandbij
- Kop en borststuk bruinachtig behaard; achterlijf glanzend; tergieten 2-4 dicht gepuncteerd Paardenbloembij
 
Fimbria bruin- tot zwart- en soms grijsachtig
- scopa geel, goudgeel of geelbruin: bovenkant borststuk bruinachtig tot roestbruin behaard  
  Voorkant kop zwart behaard; Onderkant borststuk bruin behaard; achterlijf zwartbehaard; achterschenen doorschijnend geel. Zwart-rosse zandbij
- Voorkant kop zwart behaard; onderkant borststuk bruinachtig behaard; de eerste 2 of 3 tergieten bruin behaard; achterlijf sterk glanzend en vaak met groenachtige erts glans. Lente 13-15 mm Zwartbronzen zandbij
- Kop zwart behaard; onderkant borststuk zwart behaard bij 1e generatie; bij de 2e gen. lichter behaard; de eerste 2 of 3 tergieten bruin behaard; achterschenen bruinachtig tot zwart; Achterlijf mat glanzend; 9-10 mm. Tweekleurige zandbij
- Kop en borststuk grotendeels geelbruin/grauwgeel behaard; tergieten aan de basis gerimpeld; achterlijf dun maar duidelijk behaard. Geriemde zandbij
- Kop en borststuk bruinachtig behaard. Zwarte bijen met een glanzend en vrijwel kaal achterlijf. Sporkehoutzandbij
     
     
 
 
 
 
-- Naar hoofdsleutel
Uiteinde van de tergieten zonder haarbanden  
  Scopa wit-, bruinachtig tot zwart; borststuk bruinachtig behaard vergelijk foto's
- Levendig gekleurde grote bijen 12-14 mm; voorkant kop en onder kant borststuk witbehaard; de voorste tergieten dicht gepuncteerd. Viltvlekzandbij
- Geelbruinachtige grote bijen 12-14 mm; borststuk donkerder behaard; tergieten fijn gerimpeld; floccus onvolkomen. Meidoornzandbij
- Een zeer breed gedeelte (achterranden) van de tergieten 2-4 neergedrukt; tergiet 1 en 2 geelbruin afstaand behaard. Breedrandzandbij
- Vrij donker gekleurde bijen; gezicht zwart tot zeer donker behaard; poten zwart, beharing poten zwartgrijs. Bosbesbij
- Levendig gekleurde bijen; gezicht zwart tot wit behaard; scopa gedeeltelijk donker. Variabele zandbij
- Levendig gekleurde bijen; gezicht wit behaard; scopa wit(achtig) Valse rozenzandbij
- Bruingeelachtige behaarde bijen; boven kant borststuk aanvankelijk bruin behaard; de eerste 2 tergieten lang aanliggend behaard. Lichte wilgenzandbij
- Bruinachtig behaarde bijen; gezicht bruingeel behaard; achterlijf lang, dicht afstaand behaard. Vroege zandbij
- Bijen met een zwarte habitus; gezicht, zijkanten en onderkant borststuk en tergieten wit behaard; achterranden tergieten geelachtig doorschijnend. Gewone rozenzandbij
     
     
 
 
 
Zutphen bijenstad en Deventer bijenlint Terug naar zoekkaart
Tussen 1996 en 2000 is een onderzoek (een quick scan) verricht naar het voorkomen van wilde bijen in de steden Deventer en Zutphen. Omdat wilde bijen in deze steden zo sterk in de belangstelling staan is er een overzicht gemaakt van de bijen die zijn waargenomen. Een aantal bijensoorten die niet zijn waargenomen maar die er mogelijk wel kunnen worden ontdekt zijn ook in die overzicht opgenomen. Dit is gedaan aan de hand van de voorlopige atlas van de Nederlandse bijen (Peeters et al, 1999). De meeste bijen komen ook in Arnhem voor waar eveneens een inventarisatie is verricht. Zie: Arnhem -- Deventer -- Zutphen. Bij nieuwe inventarisaties zullen zeker tientallen andere soorten worden gevonden, vooral als daar ook tuinen bij worden betrokken. De meeste voorkomende bijen kunnen ook worden opgezocht via iphone of blackberry etc.
 
Wilde bijen die in Deventer en Zutphen zijn waargenomen of aanwezig zijn
Behangersbijen bh Bloedbijen Dikpootbijen Groefbijen Hommels Kegelbijen bh Klokjesbijen bh
Maskerbijen bh Metselbijen bh Pluimvoetbij Roetbijen Rouwbijen Sachembijen bh Slobkousbij
Tronkenbij bh Tubebijen bh Wespbijen Wolbijen bh Zandbijen Zijdebijen bh  
bh: ook soorten die in of bij bijenhotels en in tuinen voorkomen.
Links voor info. over bijen en activiteiten daaromheen
http://www.b-cause.tk www.zutphenbijenstad.nl

 
 
--
Bijen (geslachten) die veel op elkaar lijken
Zandbijen Andrena    
A. angustior Geriemde zandbij A. fulva Vosje A. subopaca Witkopdwergzandbij
A.barbilabris Witbaardzandbij A. haemorrhoa Roodgatje A. synadelpha Breedrandzandbij
A. bicolor Tweekleurige zandbij A. labiata Erepijszandbij A. tibialis Grijze rimpelrug
A. carantonica Meidoornzandbij A. minutula Gewone dwergzandbij A. vaga Grijze zandbij
A. chrysosceles Goudpootzandbij A. nigroaenea Zwartbronzen zandbij A.ventralis Roodbuikje
A. cineraria Asbij A. nitida Viltvlekzandbij A. wilkella Geelstaartklaverzandbij
A. flavipes Grasbij A. pilipes Koolzwarte zandbij    
A. florea Heggenrankbij A. proxima Fluitenkruidbij    
Dikpootbijen      
Melitta haemorrhoidalis Klokjesdikpoot    
Groefbijen      
Halictus rubicundus Roodpotige groefbij Lasioglossum morio Langkopsmaragdgroefbij
Halictus tumulorum Parkbronsgroefbij Lasioglossum sexnotatum Zesvlekkige groefbij
Lasioglossum calceatum Gew. geurgroefbij Lasioglossum sexstrigatum Gewone franjegroefbij
Lasioglossum leucopus Gewone smaragdgroefbij Lasioglossum villosulum Biggenkruidgroefbij
Lasioglossum leucozonium Matte bandgroefbij    
      Terug naar Zutphen bijenstad
       
       
       
       
--
Hommels en bijen met een hommelachtig postuur
Bombus bohemicus Tweekleurige koekoekshommel Bombus pascuorum Akkerhommel
Bombus campestris Gewone koekoekshommel Bombus pratorum Weide hommel
Bombus hortorum Tuinhommel Bombus sylvestris 4kleur.koekoekshom.
Bombus hypnorum Boomhommel Bombus terrestris Aardhommel
Bombus lapidarius Steenhommel Bombus vestalis Grote koekoekshommel
Bombus lucorum Veldhommel    
Sachembijen (hommelachtig postuur)    
Anthophora plumipes Gewone sachembij    
Rouwbij      
Melecta albifrons Bruine rouwbij    
      Terug naar Zutphen bijenstad
 
 
 
 
 
 
 
 
 
--
Overige bijen
Zijdebijen      
Colletes cunicularius Grote zijdebij Colletes daviesanus Wormkruidbij
Colletes fodies Duinzijdebij    
Pluimvoetbij      
Dasypoda hirtipes Pluimvoetbij    
Maskerbijen      
Maskerbijen algemeen   Hylaeus signatus Resedamaskerbij
Hylaeus hyalitatus Tuinmaskerbij Hylaeus communis Gewone maskerbij
Hylaeus pictipes   Hylaeus gibbus  
Slobkousbij      
Macropis europaea Gewone slobkousbij    
Roetbijen      
Panurgus calcaratus Kleine roetbij Panurgus banksianus Grote roetbij
Terug naar Zutphen bijenstad
 
 
 
 
--
Bijen met een buikschuier en enkele van hun koekoeksbijen
Behangersbijen      
Megachile ericetorum Lathyrusbij Megachile versicolor Gewone behangersbij
Megachile willughbiella Grote bladsnijder Megachile  centuncularis   Tuinbladsnijder
Metselbijen      
Osmia caerulescens Blauwe metselbij Osmia rufa Rosse metselbij
Wolbijen      
Anthidium manicatum Grote wolbij    
Tronkenbij      
Heriades truncorum Tronkenbij    
Klokjesbijen      
Chelostoma campanularium Kleine klokjsbij Chelostoma rapunculi Grote klokjesbij
Kegelbijen      
Coelioxys Kegelbij    
Tubebijen      
Stelis punctulatissima Geelgerande tubebij    
Terug naar Zutphen bijenstad
 
 
 
--
Koekoeksbijen bij groefbijen en zandbijen zandbijen
Wespbijen
Nomada alboguttata Bleekvlekwespbij Nomada marshamella Donkere wespbij
Nomada fabriciana Roodzwarte dub.tand Nomada panzeri Sierlijke wespbij
Nomada ferrugiata Geelschouder wespbij Nomada ruficornis Gewone dubbeltand
Nomada flava Gewone wespbij Nomada rufipes Heidewespbij
Nomada flavoguttata Kleine wespbij Nomada sheppardana Geeltipje
Nomada fucata Kortsprietwespbij Nomada striata Stomptandwespbij
Nomada fulvicornis Roodsprietwespbij Nomada signata Signaalwespbij
Nomada fuscicornis Bruinsprietwespbij Nomada succincta Geelzwarte wespbij
Nomada goodeniana Smalbandwespbij    
   
Bloedbijen  
voorlopig wordt verwezen naar de algemene pagina over bloedbijen
Sphecodes monilicornis  
   
    Terug naar Zutphen bijenstad