|
|||||||
| Habitus: grote (14-16 mm), meestal bruinachtig, soms zwart behaarde hommelachtige bijen, met een opvallende lange tong; voorvleugels met drie submarginale, ongeveer even grote cellen; de puntogen staan op een bijna rechte lijn. Zie voor determinatiekenmerken: tabel sachembijen |
|||||||
| Vrouwtje: met roestrode verzamelharen op de achterpoten (de kleur is door het stuifmeel vaak niet te zien). | |||||||
| Mannetjes: met geel gezicht | |||||||
| Vliegperiode: maart-mei (begin juni) | |||||||
| Nesten: leemachtige, lichte klei, of leemachtig of kleiachtig zand; in vlakke tot verticale gronden: wegbermen, holle wegen, steilwanden, zand en leemafgravingen, vlakke open gronden in het openbaar groen; ook in kunstmatige nestgelegenheid in kisten of andere elementen die met geschikte, niet eroderen de grond zijn gevuld of zelfs gewoon in houtblokken De nesten, ca. 5 tot 10 cm lang en ca. 8 mm doorsnee, maken ze gewoonlijk zelf. Grote sachembij broedt vaak in kolonies die soms meer dan duizend nesten kunnen bevatten. Onder een galerij van een flat van minsten 50 m lang in Rotterdam bevatte iedere m 2 tientallen nesten. Op deze plek waren ook honderden (vermoedelijk meer dan 1000) bruine rouwbijen (Melecta albifrons) aanwezig, een koekoeksbij van gewone sachembij. |
|||||||
| Milieu: holle wegen, loofbosranden, tuinen, parken, spoor- en wegbermen, openbaar groen, tuinen, overhoeken, ruderale terreinen, vijver- en waterkanten, geluidswallen, polderdijken. | |||||||
| Bloembezoek: de voornaamste soorten: gewone smeerwortel, bodembedekkende smeerwortel, gulden sleutelbloem, slanke sleutelbloem, paarse dovenetel, gevlekte dovenetel, witte dovenetel, stengelloze sleutelbloem, gevlekt longkruid, gewone ossentong, hondsdraf, voorjaarshelmbloem, holwortel, overblijvende ossentong, zenegroen. | |||||||
| Voorkomen in Nederland: in vrijwel heel Nederland aanwezig. Zie ook link:
http://waarneming.nl/soort/maps/8309?from=2010-09-05&to=2011-09-05 |
|||||||
| Gedrag: sachembijen zijn zeer snelle vliegers; staan vaak zeer korte tijd (vooral de mannetjes) als kolibries voor de bloemen. De mannetjes lijken en soort territoriumgedrag te hebben. | |||||||
| Meer informatie: http://www.tierundnatur.de/wildbienen/eb-aplum.htm http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=insecten&id=884 |
|||||||
| Literatuur: Lith, J.P. van 1947. A note on the biology of Anthophora acervorum L. (Hym. Apid.). Entomologische Berichten 12: 197-200. | |||||||
| Scroll of Klik | |||||||
| Gewone sachembij - Anthophora plumipes - (plaat beschikbaar gesteld door Josef Dvorák) | |||||||
|
|||||||
| Gewone sachembij bij gulden sleutelbloem | Scroll of Klik -- Terug naar top | ||||||
| Gewone sachembij bij sleutelbloem | Scroll of Klik -- Terug naar top | ||||||
| Gewone sachembij bij gulden gevlekt longkruid | Scroll of Klik -- Terug naar top | ||||||
| Gewone sachembij (man.) bij gulden gevlekt longkruid (lang behaarde middenpoten nog zichtbaar)-- Scroll of Klik - Terug naar top- | |||||||
| Gewone sachembij bij smeerwortel (Symphythum grandiflorum) | Scroll of Klik -- Terug naar top- | ||||||
| Gewone sachembij bij Smeerwortel | Scroll of Klik -- Terug naar top- | ||||||
| Gewone sachembij bij Smeerwortel | Terug naar top- | ||||||