Langhoornbijen Eucera

Pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl
 
Vliegperiode: de hoofd vliegperiode is van ca. half mei tot half juli.
Nesten en milieu: langhoornbijen graven hun nest in de grond en foerageren op graslandjes, grazige taluds, bermen en bosranden.
Voorkomen in Nederland: langhoornbijen komen de laatste decennia in hoofdzaak voor in Zuid-Limburg, waarbij moet worden opgemerkt dat de zuidelijke langhoornbij de laatste decennia niet of nauwelijks is waargenomen. Vooral voor deze bij moet men meer naar het zuiden en zuidoosten. In de praktijk hebben we dus alleen te maken met Eucera longicornis maar een treffen met Eucera nigrescens mag niet worden uitgesloten. De gewone langhoornbij komt ook in de bebouwde kom van Maastricht voor.
Bloembezoek: zowel de vrouwtjes als mannetjes foerageren op vlinderbloemige: heggenwikke, gewone rolklaver, luzerne, vogelwikke, tere wikke, veldlathyrus, aardaker, boslathyrus, witte klaver, middelste klaver. De mannetjes zijn verder op een groot aantal andere plantensoorten aan te treffen. Onder meer op zenegroen
Beheer: de planten waarop langhoornbijen foerageren zijn soorten van schraal tot matig voedselrijk grasland en zoomvegetaties. Matig voedselrijke graslandvegetaties worden afhankelijk van de situatie 1 of 2 x per jaar gemaaid. Voor langhoornbijen mag dat nooit voor half juli plaats vinden. Waar dat kan moet gefaseerd worden gemaaid. Vegetaties op schralere bodems en zomen worden maximaal 1 maal per jaar in september of in de eerste helft van oktober gemaaid; zomen kunnen later worden gemaaid. Voor details zie www.bijenhelpdesk.nl en aandacht voor insectenvriendelijk beheer.
 
 
Antenne mannetje zuidelijk langhoornbij Terug naar top pagina
 
 
 
Kruipend zenegroen met mannetje zuidelijke langhoornbij Terug naar top pagina
 
 
De voorvleugels hebben 2 submarginale cellen; de 1e cel is duidelijk kleiner dan de 2e cel.