| Grote wederik en grote kattenstaart en kansrijke gebieden voor wilde bijen |
Sluit deze pag. met kruisje rechts boven! |
|
 |
Grote wederik en grote kattenstaart groeien op natte tot vochtige bodems, meestal langs oevers en allerlei andere waterkanten, ook langs greppelkanten op vochtige bodems. Op deze plekken is de kans groot dat slobkousbij (op grote wederik) en/of kattenstaartdikpootbij wordt aangetroffen. |
| De kattenstaartdikpootbij leeft in hoofdzaak langs en in de omgeving van de grote rivieren in het zuidoostelijke deel van ons land; slobkousbij op het vochtige tot natte zandige gedeelte van het binnenland. |
| Grote wederik en grote kattenstaart groeien heel vaak of meestal samen. Alleen in het zuidoostelijk deel van het land komen ook de bijen gemeenschappelijk in bepaalde terreinen voor. Een schoolvoorbeeld hiervan is het stadspark van Veenendaal waar beide bijensoorten talrijk voorkomen (maar de slobkous bij neemt wat af om dat grote wederik terugloopt) Lees verder -- |
| - |
Dit kaartje is gebaseerd op eigen veldbezoek en de
Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (pag. 140, 149)
(het opladen kan tot ca. 1 min duren) |
| |
| Verspreidingskaart grote wederik:
http://tinyurl.com/4yjt9vu |
| Verspreidingskaart grote kattenstaart:
http://tinyurl.com/3c9mr8a |
| |
| |
| |
|
| |
|
| --- |
Terug naar top |
| Beidesoorten bijen kunnen in de openbaar groen voorkomen en zelfs in tuinen. Dit kan alleen als beide planten jaarlijks in redelijke aantallen (minimaal enkele m2) voorkomen en tijdens de groei niet in hun ontwikkeling worden gestoord. Op heel veel plekken waar grote wederik optimaal lijkt te groeien en bloeien, komt slobkous bij niet voor omdat de vegetatie voor de bloei is gemaaid. De plant komt dan wel weer tot bloei, maar vaak te laat voor de slobkousbij. |
|
| De voornaamste soort op grote wederik: Slobkousbij (link plant bij aandachtsoorten) |
|
|
| De voornaamste wilde bijen die binnen het aandachtsgebied op grote kattenstaart kunnen worden verwacht: (link bij aandachtsoorten) |
| kattenstaartbij (Melitta nigricans #), bonte viltbij (Epeoloides coecutiens), tubebij (Stelis), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), slobkousbij (Macropis europaeus) |
| Bovenstaande plantensoorten kunnen samengroeien met o.m.: |
Sluit de geopende pagina'steeds af met kruisje rechts boven! |
|
| Moerasrolklaver(link bij aandachtsoorten): grote wolbij (Anthidium manicatum), behangersbijen (Megachile willughbiella, M. versicolor, M.centuncularis). |
| Moerasandoorn (link bij aandachtsoorten): grote wolbij (: Anthidium manicatum), andoornbij (Anthophora furcata # bij bosranden). |
| Gewone smeerwortel: sachembijen (Anthophora plumipes); rosse metselbij (Osmia rufa). |
| Watermunt: Groefbijen (Lasioglossum/halictus); woekerbijen (Sphecodes) |
| Kale jonker: maskerbijen (Hylaeus onder meer H.pectorlis), zandbijen (Andrena) |
| Lange ereprijs (zeldzaam voornamelijk langs Overijsselse Vecht): maskerbijen (Hylaeus) en groefbijen (Lasioglossum) |
| Voor verspreiding zie afzonderlijk bijensoorten in bovenstaande Atlas. |
| Beheer |
| |
| |
| |
| |
| Beheer |
| Vegetaties met bovengenoemde plantensoorten mogen maximaal 1 x per jaar worden gemaaid (oktober - winter); verhouting voorkomen en nooit voor of tijdens de bloei maaien. |
| Algemene opmerking |
| De soorten wilde bijen die per plant worden genoemd is een landelijk overzicht. Bij elkaar opgeteld kunnen bovenstaande planten als deze bij elkaar groeien tientallen soorten wilde bijen aantrekken. In de praktijk is het zo dat zelfs onder de meest gunstige omstandigheden maar een gedeelte van deze bijen per vliegseizoen is waar te nemen. Hoe langer de afzonderlijke planten zich kunnen handhaven des te groter de kans dat in de loop van jaren het aantal soorten toeneemt. Of er bijen zullen komen hangt dan volledig af van de nestgelegenheid. |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |