| Wilde marjolein en kansrijke gebieden voor wilde bijen |
Sluit deze pag. met kruisje rechts boven! |
|
 |
Wilde marjolein wordt door bijen in hoofdzaak voor nectar bezocht. In Nederland zijn geen bijen bekend die in verband met stuifmeel van wilde marjolein afhankelijk zijn. |
| Wilde marjolein is als aandachtssoort opgevoerd omdat de aanwezigheid van deze plant wijst op een kansrijke plek voor een bloemrijke vegetatie die veel drachtplanten kan bevatten. |
| Of die bloemrijke vegetatie er komt, hangt sterk van het beheer af. Zonder actief beheer kan wilde marjolein nog lang stand houden maar de meeste andere planten verdwijnen na enkele jaren. |
| Deze situaties komen buiten de natuurterreinen in Zuid-Limburg voor op taluds van holle wegen, rivierdijken, spoorwegtaluds (vooral in de periode van vóór 1990) de zogenaamde bloemdijken in Zeeland en sommige nieuwe natuurgebieden in of bij het rivierendistrict (Millingerwaard, Plantage Willem lll (bij Elst). Lees verder |
| |
| Verspreidingskaart wilde marjolein:
http://tinyurl.com/6gkgphn |
Dit kaartje is in hoofdzaak gebaseerd op eigen veldbezoek en de
|
| |
| |
| |
| |
| |
|
| |
|
| -- |
Terug naar top |
| De voornaamste drachtplanten die binnen het aandachtsgebied samen met wilde marjolein kunnen voor komen. |
| Het samen voorkomen is niet alleen bedoeld in de vegetatiekundige zin maar kan ook betrekking op een beperkt gedeelte van een terrein waar de genoemde wilde bijensoorten vliegen. De plantensoorten hoeven niet altijd in een formeel (syntaxionomische) erkende plantengemeenschap voor te komen. |
| Als op lichte minerale, neutrale tot kalkhoudende bodems vegetaties met wilde marjolein jaarlijks worden gemaaid of extensief door schapen worden begraasd, kunnen onder meer de volgende planten zich vestigen of verder uitbreiden: beemdkroon, echt bitterkruid, gewone rolklaver, gewoon knoopkruid, grasklokje, grootbloem centaurie, kattendoorn, muizenoor, peen, ruige leeuwentand, sint Janskruid, vogelwikke. |
| Bij een lagere beheerfrequentie en/of op rijkere bodems onder meer: gewone berenklauw, viltig kruiskruid, veldlathyrus, boslathyrus (zeldzaam) en soms aardaker en zwarte toorts. De laatste twee soorten kwamen in combinatie met wilde marjolein tussen 1980 en ca. 1992 talrijk voor langs het spoor tussen Klimmen-Ransdaal en Voerendaal. Zwarte toorts ook witbloeiend (dus geen melige toorts!) |
| In beide groepen kunnen nog tientallen andere drachtplanten voor komen. |
| Beheer |
| Maximaal 1 x per jaar in september maaien, ruige vegetaties en zomen kunnen volstaan met een lagere frequentie. Waar voldoende ruimte is kan extensieve begrazing met schapen de diversiteit in de floristische samenstelling bevorderen. |
| Algemene opmerking |
| De soorten wilde bijen die per plant worden genoemd is een landelijk overzicht. Bij elkaar opgeteld kunnen bovenstaande planten als deze bij elkaar groeien tientallen soorten wilde bijen aantrekken. In de praktijk is het zo dat zelfs onder de meest gunstige omstandigheden maar een gedeelte van deze bijen per vliegseizoen is waar te nemen. Hoe langer de afzonderlijke planten zich kunnen handhaven des te groter de kans dat in de loop van jaren het aantal soorten toeneemt. De koekoeksbijen (parasitaire bijen) die samen leven met de bovengenoemde bijen soorten worden op deze pagina niet genoemd. Per terrein kan dat onder gunstige omstandigheden oplopen tot een tiental soorten of meer. Of er bijen zullen komen hangt dan volledig af van de nestgelegenheid. |
| Enkele drachtplanten en de voornaamste wilde bijen |
| |
| |
| --- |
| Wilde bijen op planten die in combinatie met wilde marjolein kunnen voorkomen |
Terug naar top |
| Aardaker: langhoornbijen (Eucera alleen in Limburg), behangersbijen (Megachile, willughbiella, Lathyrusbij M. ericetorum, kustbehangersbij Megachlie maritima), metselbijen (Osmia aurulenta, O. claviventris, O. Leucomelana) |
| Beemdkroon: zandbijen knautiabij (Andrena hattorfiana # voornamelijk in Limbrug); groefbijen o.m. Halictus scabiosae (alleen in Zuid-Limburg. |
| Boslathyrus: gewone langhoornbij (Eucera longicornis alleen in Limbrug); behangersbijen (Mechalile ericetorum, M. centucularis) |
| Campanula rotundifolia - Grasklokje: klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis) en klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium); behangersbijen (Megachile centuncularis), groefbijen (Lasioglossum morio) en zandbijen (Andrena bicolor). |
| Centaurea jacea - Knoopkruid: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes #), behangerbijen (Megachile), zandbijen (Andrena nigriceps), grasbij (A. flavipes), Groefbijen (Halictus en Lasioglossum). |
| Hieracium pilosella - Muizenoor: zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), roetbijen (Panurgus banksianus , P. calcaratus ). |
| Hypericum perforatum - Sint Janskruid: zandbijen (onder meer Andrena bicolor, A. flavipes); groefbijen (Lasioglossum leucozonium, L. morio, L. calceatum); Gewone behangersbij (Megachile centucularis), metselbijen (Osmia caerulescens). |
| Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes #), roetbijen (Panurgus banksianus # ,P. calcaratus #), zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus en Lasioglossum). |
| Kattendoorn: behangersbijen (Magachile ericetorum, M. centucularis, M. maritima, M. willughbiella) en Metselbijen (Osmia aurulenta), wolbijen (Anthidium manicatum, A. punctatum). |
| Leontodon hispidus - Ruige leeuwentand: roetbijen (Panurgus), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), zandbijen (Andrena) |
| Lotus corniculatus - Gewone rolklaver: wolbijen (Anthidium manicatum, A. punctatum); behangersbijen (Megachile ericetorum #, M. willughbiella, M. versicolor, M.centuncularis), metselbijen (Osmia caerulescens, ), zandbijen o.m.: grasbij (Andrena flavipes). |
| Wilde marjolein: - in hoofdzaak voor nectar -metselbijen (osmia), zandbijen (Andrena), kegelbij (Coelioxys), wespbijen (Nomada), bloedbijen (Specodes). |
| Voor genoemde bijen zie: Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen
(het opladen kan tot ca. 1 min.duren) |
| |
|
|