| Glanzende groefbij - Lasioglossum lucidulum |
pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl |
|
| Habitus: zeer kleine glanzende, zeer spaarzaam behaarde bijen (4-5 mm). De soort is moeilijk te determineren. Lijkt sterk op de ingesnoerde groefbij (L. minutissimum). Zelf 2 vrouwtjes van deze soort verzameld. De determinaties zijn in 1999 gecontroleerd door Hans Wiering. Determinatie aan de hand van een foto is vrijwel niet mogelijk. De foto's geven echter wel een habitus beeld. |
| Vrouwtje: 2e en 3e tergiet bij niet afgevlogen exemplaren met het kleine haarvlekken opzij; lengte 5mm. |
| Mannetje: alle tarsen geelachtig; 4-4,5mm; lengte. |
| Vliegperiode: juni - augustus mei-september |
| Nesten: in de grond. |
| Bloembezoek: zelf verzameld op zandblauwtje. Volgens Westrich (1989) ook op gewoon duizendblad, kool, gewoon knoopkruid, klein streepzaad en paardenbbloem. |
| Voorkomen in Nederland: zie samenvatting. |
| Koekoeksbijen: zie samenvatting. |
| Fragment samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn zonder een goede binoculair niet te determineren. De soort lijkt te ontbreken in het noordwesten van ons land, maar wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. Het is een polylectische soort, die het nest in de grond maakt De bevruchte vrouwtjes verschijnen pas vanaf begin mei, hetgeen laat is voor een Lasioglossum. Als mogelijke koekoeksbijen worden genoemd: Sphecodes longulus (Vegter 1993), S. niger en Nomada sheppardana. |
|
| |
| |
| |
| |
| Glanzende groefbij - Lasioglossum lucidulum (vr)- (plaat beschikbaar gesteld door Josef Dvorák) |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Glanzende groefbij - Lasioglossum lucidulum (vr) |
Terug naar top |
 |
| |
| |