|
|||
Habitus: middel grote bijen (10-12 mm); haarbandjes op het achterlijf naar het midden versmald, onderbroken of zwak ontwikkeld. |
|||
| Vrouwtje: buikschuier op de eerste tergieten roodbruin, op tergiet 5-6 zwart. | |||
| Mannetje: voeten voorpoten niet verbreed; tergiet 6 aan het einde onregelmatig en zwak getand | |||
| Vliegperiode: juni-augustus | |||
Nesten: oude kevergangen in hout, afgestorven plantenstengels, kunstmatige nesten in de vorm van houtblokken of bundels van bamboe stokjes; de nesten worden bekleed met bladknipsels. |
|||
| Bloembezoek: Vlinderbloemfamilie: gewone rolklaver, bont kroonkruid, witte honingklaver, veldlathyrus; composietenfamilie: Engelse alant, heelblaadjes, akkermelkdistel, speerdistel, gewoon knoopkruid, echt bitterkruid. | |||
| Voorkomen in Nederland: met uitzondering van klei- en veen gebieden verspreid over het hele land met zwaartepunt in het Zuidoosten en het duingebied, | |||
|
|||
| Gewone behangersbij op heelblaadjes | Terug naar top | ||
|
|||
| Gewone behangersbij op akkermelkdistel | Terug naar top | ||
| Gewone behangersbij op bont kroonkruid | Terug naar top | ||
| Gewone behangersbij op bont kroonkruid | Terug naar top | ||
| Gewone behangersbij op bont kroonkruid | Terug naar top | ||