ECOLOGISCH GROENBEHEER |
||
Ecologisch groenbeheer is een krachtig instrument om de doelstellingen van het biodiversiteisjaar(internationaal jaar van de biodiversisteit) te realiseren. Deze website gaat over planten en plantengroei in tuin, park en landschap. Het gaat over planten die we voor de sier kopen of aanplanten, die we aanplanten of beheren om de esthetische en de ecologische kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Deze planten laten echter ook zien hoe mensen met de natuur zijn verweven en dat bijvoorbeeld de achtertuin een plek is waar mensen hun afhankelijkheid van de natuur kunnen voelen. Als metafoor van deze afhankelijkheid wordt de honingbij gebruikt. Honingbijen dragen bij aan het voor ons noodzakelijke en hoogwaardige voedselpakket. De planten in onze tuin en daarbuiten leveren bijen nectar en stuifmeel om in leven te blijven. In ons verstedelijkte en hoog geïndustrialiseerde landschap ligt deze voedselbron in handen van mensen. Zonder stuifmeel en nectar geen bijen en zonder bijen geen of aanzienlijk minder fruit, vruchten en zaden; zaden die nodig zijn om planten te kweken die wij eten. |
||
| Deze website brengt planten voor het voetlicht die als voedselbron voor bijen kunnen worden gebruikt en die tuin en landschap ecologisch en esthetisch gezien aantrekkelijk kunnen maken. De inheemse planten groeien in allerlei soorten vegetaties die in verschillende landschapselementen voorkomen, zoals akkerranden, wegbermen, graslanden, oevers, bosachtige vegetaties en houtige beplantingen. | ||
| Bloemrijke vegetaties en biodiversiteit | ||
Bloemrijke vegetaties zijn niet alleen goed voor bijen, maar ook voor dagvlinders en andere insecten. Veel van deze insecten leven van dieren die als plaaginsecten worden ervaren, onder meer bladluizen. Dit zijn bijvoorbeeld zweefvliegen, gaasvliegen, roofwantsen, lieveheerbeestjes, graafwespen en sluipwespen. Deze insecten hebben vaak stuifmeel nodig voor hun ontwikkeling. Voor een zeker biologisch evenwicht zijn zulke insecten noodzakelijk. In de landbouw wordt dat steeds meer onderkend en ook toegepast. Maar ook daarbuiten zijn rovende insecten en niet te vergeten spinnen van grote betekenis. |
||
Heel veel andere insecten en spinnen die in bloemrijke vegetaties voorkomen zijn voedsel voor vogels. |
||
Bloemrijke vegetaties die niet te vroeg worden gemaaid leveren zaden die door vogels worden gegeten. De huismus is slechts een van de soorten. |
||
Ook veel bomen en struiken die voor de bloemen of bes worden aangeplant trekken vogels aan. |
||
Plekken waar bramen groeien zijn niet alleen goed voor de bloembezoekende insecten, maar bieden ook nestgelegenheid voor vogels en schuilplaatsen voor zoogdieren. |
||
Deze website heeft bijen als thema, maar is gebaseerd op ecologisch groenbeheer. Dit dient de algemene biodiversiteit. |
||
Het verbeteren van de bijenstand draagt bij aan biodiversiteit en bloemrijke vegetaties worden gewoonlijk hoog gewaardeerd. |
||
Kortom, bijenbeheer is ecologisch groenbeheer en draagt aan zowel de ecologische als esthetische kwaliteit van het landschap. |
||
| Er wordt echter ook rekening gehouden met insecten en andere ongewervelde dieren die niet van nectar of stuifmeel afhankelijk zijn. Voor veel ongewervelde dieren is in verband met het microkllimaat de vegetatie structuur van doorslaggevende betekenis. | ||
| Deze website heeft bijen als thema maar houdt tevens rekening met de levensvoorwaarden van andere ongewervelde dieren. De methode die daarvoor wordt gebruikt is ecologisch groenbeheer. | ||
| Ecologisch groenbeheer | ||
Ecologisch groenbeheer houdt rekening met de wetten van de natuur. Het probeert de natuur niet tegen te werken, maar juist alle beheermaatregelen zo veel mogelijk op natuurlijke processen af te stemmen. De levenscyclus van planten en dieren probeert men zo min mogelijk te verstoren en men is erop gericht de biologische verscheidenheid te vergroten door gevarieerde milieus te scheppen. In houtige begroeiingen streeft men naar een zo volledig mogelijke ontwikkeling. Dat houdt in: een kruidlaag, struiklaag en een boomlaag. Soms is er sprake van een moslaag en in sommige jaren manifesteert zich een schimmellaag in de vorm van paddenstoelen. Aan de randen streeft men in toenemende mate naar een zoomvegetatie. Dat betekent een zo extensief mogelijk mechanisch beheer. |
||
Bij ecologisch groenbeheer worden uiteraard geen pesticiden gebruikt. De meeste kruidachtige begroeiingen worden gewoonlijk gemaaid, maar het maaitijdstip wordt dan afgestemd op de volledige ontwikkeling van de planten, dus na de zaadrijping. Uit faunistische overwegingen wordt er in sommige gemeenten plaatselijk van maaien afgezien. Veel diersoorten leven immers in overjarige en ruige begroeiingen. Sommige gemeenten gaan zelfs zo ver dat ze langs de houtige begroeiingen bloemrijke zomen aanleggen. Deze zomen worden dan ten hoogste een maal per jaar, na de bloei, gemaaid. Waar mogelijk wordt snoeihout niet meer afgevoerd, maar op rillen gelegd, dat wil zeggen in een bepaalde richting opgestapeld. Dit levert nest- en schuilgelegenheid voor de fauna. Bij sortimentkeuze wordt uitgegaan van ‘inheems’ plantmateriaal, dus van soorten die in Nederland voorkomen. De oorsprong van dit materiaal is echter vaak niet inheems, vandaar dat er nu kwekerijen zijn die uitgaan van moederplanten waarvan redelijk zeker is dat ze inheems zijn. |
||
Gefaseerd en gedifferentieerd beheer |
||
Bij ecologisch groenbeheer wordt het beheer gefaseerd en gedifferentieerd uitgevoerd. |
||
Gefaseerd en gedifferentieerd beheer kunnen invloed van eenvormigheid in belangrijke mate temperen. Gefaseerd beheer wil zeggen dat het beheer niet in een keer wordt uitgevoerd, maar dat het over verschillende jaren wordt verdeeld; bijv. jaarlijks een derde tot een vijfde gedeelte. Hetzelfde beheer wordt dan gefaseerd uitgevoerd en is bedoeld om verschillende leeftijdscategorieën van een vegetatiestructuur te handhaven. Van een ruigte wordt bijvoorbeeld jaarlijks eenderde gedeelte gemaaid. De ruigte zal hierbij niet tot bos overgaan. |
||
|
||
Bij een gedifferentieerd beheer worden er verschillende beheermethoden naast elkaar toegepast. Deze methode is bedoeld om verschillende vegetatiestructuren naast elkaar te handhaven of te bevorderen. Een gedeelte van de vegetatie wordt dan als gras of ruigte beheerd, terwijl een ander gedeelte zich tot bos of struweel mag ontwikkelen. Vooral voor de fauna kan dit van belang zijn. Voor hommels en andere wilde bijen leidt die meestal tot een variatie in nestgelegenheid en voedselplanten terwijl honingbijen en vlinders hier ook kunnen foerageren. Op plaatsen waar meer ruimte is zouden aan de zonnige kant inhammen in de beplantingen kunnen worden gemaakt. Hierdoor ontstaan warme, luwe plaatsen die de aanwezigheid van zowel bijen als dagvlinders bevorderen. |
||
|
||