script language="Javascript1.2">
Vragen over graslandbeheer . Terug naar zoek onderwerp - Terug naar start graslandvegetatie
   
Graslandvegetatie Wat verstaan we onder een graslandvegetatie
   
Betekenis Wat is de betekenis van graslanden voor de natuur inclusief bijen
   
Graslandbeheer Wat zijn de voornaamste richtlijnen voor het graslandbeheer
   
Bloemrijk grasland Hoe wordt bloemrijk grasland ontwikkeld (Resultaten)
   
Maaitijdstip en frequentie Op welk tijdstip/periode en en met welke frequentie moet er worden gemaaid
   
Veilige maaidata Wat zijn veilige maaidata voor bijzondere plantensoorten
   
Toepassingen Wat zijn toepassingen van bloemrijk grasland
   
   
   
   
   
   
   
   
   

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Omschrijving graslandvegetatie
Graslanden zijn "lage" tot half hoge (tot ca 1m hoog, soms tot 1,8 m hoge ) gesloten vegetaties van voornamelijk overblijvende kruiden waarin de grassen domineren of een belangrijke plaats innemen. Graslandplanten groeien op relatief “stabiele” standplaatsen.
Graslandvegetaties worden in stand gehouden door organisch materiaal af te voeren middels maaien en begrazen. Deze vegetaties komen op vrijwel alle bodems voor, waar geregeld wordt gemaaid en gegraasd.
In het verre verleden, tot in de eerste helft van de 20-ste eeuw was ieder landschap- en milieutype gekenmerkt door karakteristieke graslanden. Een kalkgrasland in Zuid-Limburg zag er totaal anders uit dan een grasland in het noorden van Nederland. De graslanden in de beekdalen vertoonden een totaal ander aspect dan die van de uiterwaarden. De rivierdijken langs de grote rivieren bezaten een eigen karakteristieke vegetatie die niet te vergelijken was met die van polderdijken.
De enorme intensivering van de landbouw, gekarakteriseerd door een overtollig gebruik van kunstmest, drijfmest en chemische onkruidbestrijdingsmiddelen, hebben de verschillen genivelleerd tot het niveau van Engels raaigras. Er waren ook tegenbewegingen. Natuurmonumenten en andere natuurbeschermingsorganisaties probeerden te redden wat er te redden viel. In de jaren zeventig kwam door bemoeienissen van prof. dr. P. Zonderwijk het nieuwe bermbeheer in opkomst.

Dat leidde tot bloemrijke bermen met vele zeldzame soorten. Ook in het stedelijk gebied begon vanaf begin jaren tachtig een ander beheer in zwang te raken. Vele natuurontwikkelingsprojecten zowel in het landelijk als in het stedelijk gebied brengen weer iets van die oude glorie terug. Dit proces is niet alleen goed voor de natuur zelf, maar ook voor het welzijn van de mensen, die zich in de natuur ophouden

Nieuwe vraag
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Betekenis grasland

Ieder successiestadium, dus ook grasland, speelt een rol in het voorkomen van specifieke planten en dieren. Per streek en per bodemsoort kan de soortensamenstelling verschillen. Karakteristieke soorten van het kalkgrasland tref je niet snel ergens anders aan. Hetzelfde geldt ook voor soorten van dijk- en taludvegetaties of soorten van voedselarme, natte bodems en arme, droge bodems. Maar ook graslanden van voedselrijke gronden, die niet overbemest zijn, kunnen heel karakteristieke graslandplanten herbergen. Zonder graslandvegetaties zou de Nederlandse flora aanzienlijk minder soorten tellen. Dit geldt ook voor de fauna. Veel vlindersoorten, bijen en andere insecten zijn voor voedsel en voortplanting afhankelijk van graslanden. Veel weidevogels broeden uitsluitend in grasland. Bloemrijke vegetaties die niet te vroeg worden gemaaid leveren zaden die door vogels worden gegeten. De putter en de huismus zijn daar voorbeelden van.

betekenis in land en tuinbouwgebieden
Bloemrijke vegetaties zijn niet alleen goed voor bijen, maar ook voor dagvlinders en andere insecten. Veel van deze insecten leven van kleine dieren die schadelijk kunnen zijn voor de land- en tuinbouw en de planten in onze tuin. Schadelijke dieren worden ook wel plaagdieren genoemd. Dit zijn onder meer bladluizen, slakken, rupsen en larven van insecten.
De rovende insecten worden predatoren genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld zweefvliegen, gaasvliegen, roofwantsen, lieveheerbeestjes, graafwespen en sluipwespen. Deze insecten hebben vaak stuifmeel nodig voor hun ontwikkeling. Voor een zeker biologisch evenwicht zijn zulke insecten noodzakelijk. In de landbouw wordt dat steeds meer onderkend en ook toegepast. Maar ook daarbuiten zijn rovende insecten en niet te vergeten spinnen van grote betekenis. Zie verder bij biologische bestrijding
 

Nieuwe vraag

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Beheer grasland

Grazige vegetaties worden door maaien, begrazen en branden in stand gehouden. Het maaien gebeurde (voor 1990 in de stad en voor 1970 in wegbermen) zo frequent, dat plantensoorten nauwelijks bloemen konden ontwikkelen en dus niet tot zaadzetting konden komen. In de periode daarna werd vooral van bermen, parken en recreatieterreinen de maaifrequentie teruggebracht tot 1 of 2 maal per jaar. In de meeste gevallen leidde dat tot bloemrijke vegetaties.

In deze handleiding zal alleen maaien als beheermethode worden genoemd. Branden wordt uit faunistische overweging afgewezen. Voor grotere terreinen kan begrazing een alternatief zijn. In sommige situaties zijn aanvullende beheermaatregelen zoals plaggen nodig. Zonder deze maatregelen zal grasland steeds verder vergrassen, dat wil zeggen dat bloemplanten afnemen en de grassen toenemen. In een nog later stadium zal vervilting kunnen optreden. Er ontstaat dan een dikke, dichte, halfdode graslaag waarin geen enkele soort kan ontkiemen en zeker niet kan uitgroeien tot een levenskrachtige plant. In andere gevallen wordt de grazige vegetatie verdrongen door verruiging met bramen, struweel of bos. Als deze successie niet gewenst is, moet het beheer gericht zijn op maaien en afvoeren of laten begrazen van de vegetatie
Maaien dient zoveel mogelijk te gebeuren met de lichtste machines, een lichte vingerbalk voldoet meestal. Op stevige minerale bodems kan eventueel met schotel- en trommelmaaiers gewerkt worden. Als natuurontwikkeling een rol speelt, mag er nooit geklepeld worden. In kleine terreinen dient de zeis, grasschaar of bosmaaier gebruikt te worden.
 
Foto's beheeraspecten
Gazonbeheer --- Detail frequent gemaaid grasland --- Stadsberm met krokussen --- Narcissen in stadsbermen ---
Uitgebloeide narcissen --- Verschil maaien en niet maaien --- Omvorming grasland -- Afvoer van en de Verwerking van maaisel
 
Nieuwe vraag
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ontwikkeling bloemrijk grasland
De bodem bepaalt in eerste instantie welk type grasland er kan groeien. De bodem die van nature aanwezig is, vormt het uitgangspunt. Daarnaast bestaan er ook natuurtechnische mogelijkheden om betere condities te scheppen voor de ontwikkeling van grasland en andere vegetaties. Een gebruikelijke methode is het afgraven van de voedselrijke toplaag. Afhankelijk van de diepte waarop de voedselverrijking zich bevindt, moet de bodem 20 tot 30 cm worden afgegraven. Op plaatsen waar de grondwaterstand is gedaald, kan men de bodem tot dicht bij de grondwaterstand afgraven. De vrijgekomen grond kan onder meer in beplantingen van bosachtige begroeiingen (bosjes, singels, etc.) worden gebruikt.

Het is echter de vraag of het afgraven van toplagen steeds noodzakelijk is. Op lange termijn zal de natuur zijn eigen stempel op het gebied drukken (zie ook bij Groeiplaatsfactoren). In situaties waarin grond van elders aangevoerd moet worden, hebben lichte, humusarme, minerale bodems de voorkeur. Als het niet anders kan of omdat het vanuit ecologisch oogpunt  beter te verantwoorden is zwaardere kleigronden te gebruiken, zal het aanzienlijk langer duren voordat er relevante resultaten zijn. Een soortenarme en vrij ruige graslandvegetatie op kleigronden kan zeker een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit van de fauna, als ook faunistische doelstellingen een rol spelen.

Door maaien en afvoeren zonder te bemesten kunnen bestaande graslanden tot bloemrijk grasland worden omgevormd. Op lichte minerale bodems en op natte bodems die in contact staan met het grondwater verloopt dit proces aanzienlijk sneller dan op de zware gronden. Voor meer informatie over natuurontwikkeling in graslanden wordt verwezen naar Londo (1997).
 
Omvorming grasland:
Voorbeeld a: 1. Frequent gemaaid gras --- 2. Hooilandbeheer --- 3. Hooiproductie --- 4.Veldzuring dominant --- 5. Resultaat
Voorbeeld b: 1. Verstoord vijvertalud -----2. Resultaat maaibeheer
Voorbeeld c: 1. Omvorming rondweg --- 2. Eenjarigen overheersen --- 3. Tweejarigen overheersen --- 4. Vergrassing treedt op
Nieuwe vraag
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Het maaitijdstip en de maaifrequentie worden door zes aspecten bepaald:

a. De voedselrijkdom van de bodem. De voedselrijkdom van de bodem bepaalt het aantal maaibeurten per jaar. Op rijkere bodems kan in de beginfase drie maal maaien en afvoeren per jaar noodzakelijk zijn; op arme gronden is eenmaal per jaar voldoende.

b. De vochtigheid van het terrein. Op natte terreinen komt de groei trager op gang. Bovendien zijn de terreinen in het voorjaar en de vroege zomer vaak te nat om gemaaid te kunnen worden. Maaien kan hier vaak niet eerder dan in augustus uitgevoerd worden.

c. Het wijzigen van de onderlinge concurrentieverhoudingen tussen graslandplanten. Als dit het doel is, moet er worden gemaaid op het moment dat de minder gewenste planten daarvoor het gevoeligst zijn. In de praktijk zal er dan gemaaid moeten worden net voor de bloei van deze soorten.

d. De aanwezigheid van bijzondere soorten die men in de vegetatie wenst te behouden. In dit geval moet men bij het maairegiem rekening houden met de zaadrijping en de zaadval.

e. Faunistische aspecten. Voor het behoud van de fauna is het ongunstig wanneer de vegetatie in één keer wordt afgemaaid. Gefaseerd maaien kan ondervangen, dat de fauna schade ondervindt.

f. Praktische redenen. Dit kunnen zijn: de esthetische kwaliteit van de woonomgeving; verkeersonveiligheid wegens te lang bermgras; het voorkomen van kruisbestuiving tussen bermplanten en cultuurplanten in aangrenzende akkers (o.m. wilde peen, graszaad) en het nakomen van de distelverordening.

Nieuwe vraag
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Twee maaibeurten en veilige maaidata

De meeste graslandsoorten verdragen twee maaibeurten per jaar. De eerste maaibeurt levert dan planten met maaivormen op. Die zijn gedrongen en vaak meer vertakt en bloeien vaak rijker. Door de latere bloei en verstoring van de overlevingsstrategie kan de zaadrijping in gevaar komen. Op termijn kunnen soorten daardoor uit de vegetatie verdwijnen.

Door de eerste maaibeurt relatief vroeg in het jaar te laten plaatsvinden, kunnen nadelige gevolgen voor de flora echter beperkt of zelfs achterwege blijven. Voor de meeste soorten, die hergroei gevolgd door bloei vertonen, is de laatste volle week van de maand mei het minst riskante maaitijdstip.

Voor verschillende plantensoorten die geen hergroei kennen is een vroege maaibeurt funest en moet er na de zaadrijping worden gemaaid. In tuinen kan men de zaadrijping afwachten, maar als men wil of moet plannen dan gelden, afhankelijk van de voorkomende soorten, veilige maaidata voor de eerste maaibeurt. Voor veilige data zie: Overzicht beheertypen

Nieuwe vraag
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Toepassingen
Bloemrijke graslanden kunnen bijdragen aan de esthetische kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Daar is in Nederland veel ervaring mee opgegaan. Er zijn talloze indicaties waaruit blijkt dat mensen bloemrijke graslanden en bermen mooi vinden. Voorwaarde is dat ze goed worden beheerd of dat ze toegankelijk zijn.
Als de vegetatie is uitgebloeid en de planten zaad hebben gevormd, willen veel mensen dat de vegetatie wordt afgemaaid. Uit ecologische overwegingen is dat vaak niet optimaal, maar zonder draagvlak van de omwonenden en de gebruikers komen bloemrijke vegetaties niet van de grond. Voor bewoners moet het vaak zichtbaar zijn dat het groen wordt verzorgd. Onder die voorwaarden zijn er successen te boeken. Vakmanschap en continuïteit zijn onlosmakelijk met succes verbonden. Zie foto's (inhoudsopgave) voor enkele praktijkvoorbeelden van behaalde resultaten.
Foto's toepassingen: Bloemrijke berm Apeldoorn --- Paardenbloemen langs busbaan --- Bloemrijke berm in Haren
Vlinderberm in Soest ---- Bloemrijke berm in Zwolle --- Een wijkpark in Deventer --- Een wijkpark in Utrecht
 
Nieuwe vraag