DOPHEI-VERBOND ( ERICION TETRALICIS) Ga terug via depijl links boven
Referentie bij: G1 -- Natte tot (zomer)vochtige, voedselarme bodem (Inclusief heiden)
Deze pagina is bedoeld om een indruk te krijgen hoe drachtplanten in plantengemeenschappen onder min of meer natuurlijke of ongestoorde omstandigheden voorkomen. Dat is meestal in natuurreservaten en terreinen die langdurig ecologisch worden beheerd. Daarbuiten gaat het meestal om verarmde fragmenten van zulke plantengemeenschappen waarin vaak alleen de algemene plantensoorten voorkomen.
Omschrijving: Plantengemeenschappen op vochtige tot natte, voedselarme, zure, zandige en venige bodems.  Als er sprake is van een zandige bodem is deze meestal met een dunne venige laag bedekt. In de winter kan het water ruim 10 cm boven het maaiveld staan in het droge zomerseizoen tot 50 cm er onder
De Klasse der hoogveenbulten en natte heide(oxycocco-sphagnetea) omvat twee verbonden. Hier wordt alleen ingegaan op het Dophei-verbond (Ericion tertralicis)
Beheer --  Zonder beheer kan vergrassing optreden en opslag zicht tot bos gaan ontwikkelen. Actief beheer is daarom meestal een noodzaak. Oorspronkelijk werd er ten behoeve van strooisel of  brandstof geplagd. Tegenwoordig wordt het ook gemaaid. Waarbij uiteraard het maaisel wordt afgevoerd. Grotere terreinen kunnen ook extensief worden begraasd eventueel gecombineerd met maaien. Bij verdroging en te sterke verrijking van de bodem moet de bovengrond worden afgegraven. De diepte is afhankelijk van de grondwaterspiegel en de voedselrijkdom van de bodem.
 
Literatuur
Schaminée, J.H.J.,  R. van ’t Veer & G. van Wirdum (1996). Oxycocco-Spahgnetea (Klasse der hoogveenbulten en natte heiden). In:  Schaminée, J.H.J., E.J. Weeda & V. Westhoff (red.).  De vegetatie van Nederland 2: wateren, moerassen, natte heiden. Opulus Press, Leiden: 287-316
Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2000). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland 1: wateren, moerassen en natte heiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 334.
Schaminée, J. K.Sykora, N. Smits, M. Horsthuis, 2010. Veldgids plantengemeenschappen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 439.
 
 
Deze pagina geeft een kwalitatief overzicht voornaamste soorten. Voor een volledig overzicht zie Schaminée et al. (1996)
Presentie soorten: XX groter dan 50%; X 20-50%; + kleiner dan 20%; + kleiner dan 5% -- * plant voor bijen
     

 

        11Aa1 Associoatie van moeraswolfsklauw en snavelbies

 

     
11A Dophei-orde   11Aa Dophei-verbond   11Aa2 Associatie van gewone dophei
 

 

 
      11Aa3 Associatie van kraaihei en gewone dophei
         
     

 

 
        11Ba1 Associatie van gewone dophei en veenmos
11B Hoogveenmos-Orde   11Ba Hoogveenmos-verbond    
      11Ba2 Moerasheide
 

 

 

Voor de overige zie onderstaande literatuur.
 
 
Kenmerkende soorten van de klasse 11Aa1 11Aa2 11Aa3    
Beenbreek Narthecium ossifragum + X      
Gewone dophei * Erica tetralix XX X +    
Ronde zonnedauw Drosera rotundifolia XX XX XX    
Differentiërende soort            
Veenpluis Eriophorum angustifolium X X X    
             
             
11Aa Dophei-verbond (Ericion tetralicis)          
Kenmerkende soorten verbond 11Aa1 11Aa2 11Aa3    
Gewone veenbies Scirpus cespitosus X XX      
Trekrus Juncus squarrosus + X +    
Differentiërende soorten            
Blauwe zegge Carex panicea XX X X    
Gentiana peumonanthe Klokjesgentiaan X X +    

 

          Naar top pagina
Kenmerkende soorten associaties
11Aa1 Associatie van moeraswolfsklauw en snavelbies (Lycopodio-Rhynchosporetum) 11Aa1 11Aa2 11Aa3    
Bruine snavelbies Rhynochspora fusca XX +      
Kleine zonnedauw Drosera intermedia XX + +    
Moeraswolfsklauw Lycopodium inundatum XX + +    
Differentiërende soorten            
Witte snavelbies Rhynochspora alba XX +      
MILIEU: natte min of meer open plekken op venig zand. ook op zandige plaatsen die ontgraven zijn. O.m. natuurtuin Muntendam.
 
11Aa2 Associatie van gewone dophei (Ericetum tetralicis) 11Aa1 11Aa2 11Aa3    
Gewone veenbies Scirpus cespitosus X XX      
MILIEU: natte tot vochtige voedselarme, zure zandige, lemige en venige bodems. De wortelzone van de vegetatie kan in contact staan met basenrijk grondwater, waardoor de diversiteit in de soortensamenstelling kan toenemen.

Naar top pagina

11Aa3 Associatie van kraaihei en gewone dophei (Empetro-Ericetum) 11Aa1 11Aa2 11Aa3   Geen kensoorten
Differentiërende soorten            
Drienervige zegge Carex trinervis     XX    
Duinriet Calamagrostis epigejos     X    
Gewone dophei * Emeptrum nigrum X X X    
Gewone waternavel Hydrocotyle vulgaris + + X    
Grote veenbes * oxycoccus macrocarpos     XX    
Kraaihei Empetrum nigrum   + X    
Kruipwilg * Salix alba + + XX    
MILIEU: In zure duinvalleien met een hoge grondwaterstand. De wortelzone is vaak venig
            Naar top pagina
           
Overige soorten          
Gevlekte orchis * Dactylorhyza maculata + + +    
Heidekartelblad Pedicularis sylvatica + + +    
Kleine veenbes Oxycoccus palustris + + +    
Lavendelhei * Andromeda polyfolia   X      
Moerasstruisgras Agrostis canina + + X    
Pijpenstrootje Molinia caerulea XX XX XX    
Tormentil * Potentilla erecta + X XX    
Struikhei * Calluna vulgaris X XX X    
Welriekende nachtorchis Platantera bifolia +   +    
             
Naar top pagina