9 KLASSE DER KLEINE ZEGGE (Parvocaricetea) Ga terug via depijl links boven
Referentie bij:G1 -- natte tot (zomer)vochtige, voedselarme/schrale, zwak zure tot neutrale ( en basische) bodems
Deze pagina is bedoeld om een indruk te krijgen hoe drachtplanten in plantengemeenschappen onder min of meer natuurlijke of ongestoorde omstandigheden voorkomen. Dat is meestal in natuurreservaten en terreinen die langdurig ecologisch worden beheerd. Daarbuiten gaat het meestal om verarmde fragmenten van zulke plantengemeenschappen waarin vaak alleen de algemene plantensoorten voorkomen.
Omschrijving: Laagblijvende plantengemeenschappen op schrale tot voedselarme, natte, meestal organische substraten. Ze komen voor in trilvenen (laagveenmoerassen), zeer natte venige bodems in beekdalen en in duinvalleien. Trilvenen drijven op het water waardoor de waterstand tamelijk constant blijft. Ze drijven met het waterpeil mee. Op andere humeuze gronden staat het water in de winter tot aan het maaiveld of iets er boven; in de zomer daalt het grondwaterpeil niet verder dan tot ca. 20 cm onder het maaiveld. De bodem blijft onder die omstandigheden nog zeer vochtig. In duinvalleien kunnen aanzienlijke fluctuaties voorkomen. In de winter kan het ruim 0,5 m boven het maaiveld staan, in zeer droge zomers kan het tot 0,8 m onder het maaiveld dalen. In het oosten van het land komen deze vegetaties ook op eerdgronden met een humeuze bovengrond voor. Een duidelijke moslaag is aanwezig. De hoogte van de gemiddelde vegetatie bedraagt ca. 20-30 cm, maar verspreid of pleksgewijs komen er ook soorten voor die aanzienlijk hoger worden. Zie onder link overige soorten.
Voorkomen: verspreid in het grootste deel van het land, maar niet in het Noordelijk Kleidistrict.
Beheer – plantengemeenschappen van de klassen der kleine zeggen worden door maaien in stand gehouden. Het maaitijdstip is afhankelijk van de toegankelijkheid van het terrein. Gemiddeld gebeurt dat in de nazomer. Zonder maaibeheer kan er vrij snel bosvorming optreden en strooisel ophoping plaats vinden. Door afvoer van maaisel wordt het substraat vaak al armer dan het als is, voor verschillende soorten wordt dan een op het gebied van de voedselvoorziening een ondergrens bereikt en verdwijnen dan uit de vegetatie. In sommige gevallen, in vegetaties die vroeger voor hooilandproductie werden gebruikt kan een zeer zwakke bemesting met oude (overjarige) stalmest of een zeer dunne baggerlaag om het nutriëntenniveau op peil houden. Extensieve beweiding in combinatie van maaien kan ook worden toegepast als het terrein groot genoeg is en de bodem niet te drassig. Op den duur degenereert de vegetatie. Door nieuwe petgaten te graven of door afplaggen van vegetaties op een minerale ondergrond kan de vegetatieontwikkeling weer opnieuw beginnen.
 
Literatuur
Westhoff, V., J.H.J. Schaminée & A.P. Grootjans (1995). Parvocaricetea (Klasse der kleine zegge). In:  Schaminée, J.H.J., E.J. Weeda & V. Westhoff (red.).  De vegetatie van Nederland 2: wateren, moerassen, natte heiden. Opulus Press, Leiden: 221-262
Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2000). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland 1: wateren, moerassen en natte heiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 334.
Schaminée, J. K.Sykora, N. Smits, M. Horsthuis, 2010. Veldgids plantengemeenschappen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 439.
 
Kwalitatief overzicht voornaamste soorten. Voor een volledig overzicht zie Westhoff et al. (1995)
De klasse bestaat uit 2 verbonden die totaal 8 associaties omvatten.
Presentie soorten: XX groter dan 50%; X 20-50%; + kleiner dan 20%; + kleiner dan 5% -- * plant voor bijen

  9Aa1 Associatie van drienervige en zwarte zegge
 
9A Orde van zwarte zegge 9Aa Verbond van zwarte zegge 9Aa2 Veenmosrietland
 
    9Aa3 Associatie van moerasstruisgras en Zompzegge
       
       
      9Ba1 Associatie van schorpioenmos en ronde zegge
       

    9Ba2 Associatie van vetblad en vlozegge
     

9B Knopbies-orde 9Ba Knopbies-verbond   9Ba3 Associatie van duinrus en parnassia
       
      9Ba4 Knopbies-associatie
       
      9Ba5 Assosiatie van bonte paardenstaart en moeraswespenorchis
 
Kenmerkende soorten van de klasse en orde 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4  
Egelboterbloem Ranunculus flamula XX + XX X  
Gewone waternavel Hydrocotyle vulgaris XX XX XX XX  
Moerasbasterdwederik Epilobium palustre X + X +  
Moeraskartelblad pedicularis palustris X + X X  
Moerasstruisgras Agrostis canina + X XX +  
Wateraardbei * Potentilla palustris XX + XX X  
Waterdrieblad Menyanthus trifoliata + + XX X  
Zeegroene muur Stellaria palustris +   XX +  
Zomprus Juncus articulatus X + + X  
Zwarte zegge Carex nigra X + XX +  
             
             
Differentiërende soorten klasse en orde 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4  
Grote Kattenstaart * Lythrum salicaria XX + X X  
Hennengras Calamagrostis canscens   + X +  
Melkeppe Peucedanum palustre   X X X  
Moeraswalstro Galium palustre XX + XX X  
Veenpluis Eriophorun angustifolia X + XX +  
Ronde zonnedauw Drosera rotundifolia   XX + +  
Snavelzegge Carex rostrata + + XX +  
Watermunt * Mentha aquatica XX + X X  
Einde overzicht kensoorten en differentiërende soorten van klasse en orde
            Naar top overzicht
             

9Aa Verbond van zwarte zegge (Caricion nigrae)

         
Kenmerkende soorten verbond 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4  
Wateraardbei * Potentilla palustris XX     X  
Moerasstruisgras Agrostis canina + X XX +  
Moerasviooltje Viola palustris   X X +  
Zompzegge Carex curta   + XX +  
Zwarte zegge Carex nigra X + XX +  
Differentiërende soorten            
Kruipwilg * Salix repens X + + X  
Milieu: Laagvenen en natte minerale bodems bedekt met een venige tot humeuze bovenlaag en gevoed door kalkarm grondwater.

 

        Naar top overzicht
Kenmerkende soorten associaties         Bodem zwak zuur tot neutraal
9Aa1 Associatie van drienervige zegge en zwarte zegge (Caricetum trinervi-nigrae) 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4  
Drienervige zegge Carex trinervis XX        
Differentiërende soorten            
Duinrus Juncus alpinoarticulatus X     X  
Duinriet Calamagrostis epigejos X     X  
Duizendknoopfonteinkruid Potamogeton polygonifolius X        
Grote veenbes * Oxycoccus macrocarpus X        
Kruipwilg * Salix repens XX + +    
Waterbies Eleocharis palustris XX + +    
MILIEU: In moerassige, vaak ook 's zomers zeer nat of blankstaande, duinvalleien met een venige, zwakzure tot licht basische bovenlaag (tot 20 cm).
            Naar top overzicht
9Aa2 Veenmosrietland (Pallavicinio-Sphagnetum) 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4 Bodem zuur tot neutraal
Kamvaren Dryopteris cristata   X      
Differentiërende soorten            
Ronde zonnedauw     X +    
MILIEU: laagveengebieden met zwak brak water. De dikte van de veenlaag kan oplopen tot 2,5 m. De ondergrond is meestal zandige of kleiig.

 

           
9Aa3 Associatie van moerasstruisgras en zompzegge (Carici-Agrostietum caninae) 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4 Bodem zuur tot zwak zuur
Draadrus Juncus filiformis     X    
Schildereprijs Veronica scutellata     X    
Sterzegge Carex echinata + + X    
Zompzegge Carex curta   + X    
Differentiërende soorten            
Zeegroene muur Stellaria palustris +   X    
MILIEU: natte, voedselarme tot schrale, zandige tot venige bodem. Vooral langs de randen van de beekdalen. in het pleistocene deel van het land.
Einde Verbond van zwarte zegge
            Naar top overzicht
           

9Ba4 Knopbies verbond (Caricion davallianae)

        Binnen het Knopbies-verbond komen 5 associaties voor.
Kenmerkende soorten 9Aa1 9Ab2 9Ab3 9Ba4  
Armbloemige waterbies Eleocharis quinueflora +     +  
Dwergzegge/Geelgroene zegge Carex oederi + + + X  
Knopbies Schoenus nigricans +     X  
Moeraswespenorchis * Epipactis palustris +   + X  
Parnassia Parnassia palustris + + + X  
Vleeskleurige orchis * Dactylorhyza incarnata + + + X  
Zompzegge Carex curta X     +  
Differentiërende soorten            
Kruipwilg * Salix repens X     XX  
Geelhartje Linum catharticum       X  
Sierlijke vetmuur Sagina nodosa       +  
Stijve ogenstroost * Euphrasia stricta       X  
            Naar top overzicht
9Ba4 Knopbies-associatie (Juno baltici-Schoenetum nigricantis) 9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4 Bodem kalkrijk neutraal tot basisch. De Knopbies-associatie komt voor pal langs de kust in natte duinvalleien.
Bonte paardenstaart Equisetum variegatum       +  
Duinrus Juncus alpinoarticulatus X     X  
Knopbies Schoenus nigricans       XX  
Differentiërende soorten            
Blauwe zegge Carex panicea       +  
Drienervige zegge Carex trinervis       XX  
Duinriet Calamagrostis epigejos X     X  
Tormentil * Potentilla erecta       X  
Zwarte zegge Carex nigra X     +  
MILIEU: in hoofdzaak in natte, ontzilte, kalkrijke primaire duinvalleien.
Einde Knopbies-verbond
Naar top overzicht
             
Overige soorten   9Aa1 9Aa2 9Aa3 9Ba4  
Blauwe knoop * Succisa pratensis   X +    
Echte koekoeksbloem * Lycnis flos-cuculi + X X    
Grote wederik * Lysimachia vulgaris   X X    
Hennengras Calamagrostis canescens   + X    
Holpijp Equisetum fluviatile + + XX    
Kale jonker * Cirsium palustre + X X X  
Kleine valeriaan * Valeriana dioica     X    
Melkeppe Peucedaum palustre   X X    
Melkkruid * Glaux maritima       X  
Moerasvaren Thelyteris palustris   X +    
Moeraswederik Lysimachia thryrsiflora   + X    
Paddenrus Juncus subnodulosus + X +    
Pluimzegge Carex paniculata   +      
Pijpenstrootje Molinia Caerulea + X +    
Riet Phargmites australis X XX X X  
Ruwe bies Scirpus lacustris subsp.tabernaemontani + X      
Tormentil * Potentilla erecta + X +    
Wolfspoot * Lycopis europaeus + + + +  
Zilte rus Juncus gerardii       X  
Naar top overzicht