Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
G2 -- Soorten van graslandvegetaties op vochtige tot droge, voedselarme, zure/zwak zure bodem
Uitgebreid overzicht soorten  
Voorkomen -- Vooral op heischrale bodems: weg-, spoor- en kanaalbermen en -taluds, zandafgravingen, terreinen die met Pleistoceen zand zijn opgehoogd of op gespoten.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: Blauwe bosbes, kruipbrem, stekelbrem, stijve ogentroost, struikhei,tormentil, valkruid, verfbrem, viltganzerik.
Overige soorten: dicht havikskruid, echte guldenroede, gewoon biggenkruid, gewone dophei, grasklokje, grote ratelaar (Hommels), grijs havikskruid, hengel, kleine bevernel (alleen in de duinen), knoopkruid, mannetjesereprijs, muizenoor, rode bosbes, rode dophei (zeer zeldzaam), Schermhavikskruid, stijf havikskruid, stijve ogenstroos, valse salie, zandblauwtje. Soorten van G1 en G3 kunnen aanwezig zijn.
Geen bijenplanten --Gidssoorten: bochtige smele, Borstelgras, gewone veenbies, hondsviooltje, kraaihei, pijpenstrootje, zandstruisgras.-- Overige soorten: duinriet, gewoon reukgras, gewoon struisgras, hazenzegge, veelbloemige bies.
Beheer -- Bij geen sterke vergrassing, gewoonlijk minder dan een keer per jaar maaien en afruimen.
a. Bij ontwikkeling van struikhei eenmaal in de 5-7 jaar.
b. Bij lage maaifrequentie opslag verwijderen.
c. Bij vergrassing plaggen of kort maaien (eind september begin oktober). Vooral op de grotere terreinen of brede bermen is plaggen een methode om de diversiteit te vergroten.
Periode -- Winterperiode; in extreme winters kan vorstschade optreden als er te vroeg in het winter seizoen is gemaaid. Heidenvelden en heischrale graslanden worden ook extensief begraasd en bij sterke vergrassing geplagd.
 
Foto's bij beheertype G2
Valkruid groeit alleen op voedselarme bodem met of zonder hei, maar wel in grazige vegetaties. De soort kwam vóór 1980 vrij veel voor in spoorbermen Tussen 1985-1990 was valkruid meer een spoorwegplant dan een soort van de hei. Veel van deze vegetaties zijn door werkzaamheden langs het spoor vernietigd. (Tynaarlo, spoorberm 1987)
 
 
Valkruid - Detail vegetatie
 
 
Blauwe knoop en gewoon biggenkruid in een heischrale wegberm
 
 
Gewone dophei -- Het voorkomen van gewone dophei in stadsbermen ligt niet voor de hand. Toch zijn delen van de infrastructuur in het verleden en waarschijnlijk ook tegenwoordig zodanig aangelegd dat de ondergrond relatief weinig is verstoord. Er kan ook een zekere mate van herstel hebben plaatsgevonden. Het voorkomen van sommige soorten, zoals gewone dophei, zijn daar een aanwijzing voor. Het wijst op kansrijke plekken, die door een goed beheer tot verdere ontwikkeling kunnen worden gebracht. (Assen 1996)
 
 
Zandblauwtje -- Waar zandblauwtje groeit, is de grond echt schraal en droog. Deze soort gedraagt zich soms meer als een pionierplant dan een graslandplant. Als de soort zich manifesteert zoals op deze foto, betreft het een kansrijke plek voor verdere soortrijke vegetatieontwikkeling. (Ameland 1998)
 
 
Zandblauwtje -- Detail vegetatie.
 
 
Stekelbrem groeit voornamelijk in vegetaties van struikhei en op grazige heischrale gronden.
 
 
Stijve ogentroost groeit het meest op zwakzure tot neutrale boden. Daarnaast komt deze soort of varianten (ecotypen, ondersoorten) daarvan ook op meer kalkhoudende bodems voor onder meer in kalkgrasland. Als er inderdaad sprake is van een soort. Dan groeit stijve ogentroost zowel op zwak zure als op kalkhoudende bodems.
 
 
Stijve ogentroost in een wegberm
 
 
Struikhei met Grove den -- In vegetaties met struikhei slaan vaak houtige soorten op waaronder zomereik, ruwe berk, Amerikaanse vogelkers en vooral grove den. Zonder deze opslag zouden heidevegetatie aanzienlijk minder beheerd hoeven te worden. Waar de hei met schapen wordt begraasd, worden houtige soorten en grassen systematisch weggevreten. Handmatig uitsteken is een alternatief. (Terlet 1996)
 
 
Struikhei in verkeersknooppunten -- Dankzij een excellent beheer, uitgevoerd door de gemeente Amersfoort, is dit verkeersknooppunt getooid in een paarse vegetatie van struikhei. Langs de randen groeien andere planten en hier en daar is ruigte en struweel te zien. Dit gebied is daardoor ook rijk aan wilde bijen en vlinders. (Amersfoort Stichtse Rotonde 2001)
 
 
Heide Posbank -- Van grasland is hier nauwelijks sprake. Heidevegetaties zijn in G2 ingedeeld omdat ze veel graslandplanten van dit beheertype gemeen hebben. Struikheivegetaties ontstaan vaak uit deze graslanden. Waar storing achterwege blijft en grasland wordt gemaaid en afgevoerd, kan op kalkarme, regenwater afhankelijke zandgronden struikhei gaan groeien. (Posbank 1996)
Naar top pagina
 
Overzicht soorten G2
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Agrostis capillaris - Gewoon struisgras: VAST: jun-aug. Hemi, wortelstok, 0,2-0,7. Iets vochtige tot droge, voedselarme tot schrale, zandige bodems; in allerlei grazige vegetaties; langs spoorwegen, in bossen en veel tussen het plaveisel vooral op oude industriële terreinen en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G2, G3, G7, B&S 3.        
Agrostis vinealis - Zandstruisgras: VAST: jul-aug. Hemi, 0,1-0,6. Droge, kalkarme en voedselarme zandgrond; in heideterreinen, weg- en spoorbermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G2d, B&S 3.        
Anthoxanthum odoratum - Gewoon reukgras: VAST: apr-jun. Hemi, 0,2-0,6.Natte tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, humushoudende, zandige en venige bodems; in bermen, grasland, op dijktaluds; beschaduwd-zon. (inh); ZINTUIGPL: S.stengel; BEHEERTYP: G1, G2, G7, G8.        
Arnica montana - Valkruid: VAST: jun-jul, oranjegeel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,3-0,5. Vochtige tot iets droge, voedselarme, zwak zure, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties, grazige heide, spoorbermen en terreinen van waterleidingbedrijven. Zon. TUIN (inh); ; BEHEERTYP: (WB) G2.   Hb1    
Calamagrostis epigejos - Duinriet: VAST: jun-aug. Hemi, 0,8-1,5. Vochthoudende tot droge, oorspronkelijk voedselarme, maar verrijkte zandige bodems; in de duinen en langs bosranden, op spoorweg- en industrieterreinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G3, R3, B&S 2, 3, 4.        
Calluna vulgaris - Struikhei: DWERGHEESTER: h1j, jul-sep, paarsachtig, blw. tros; Blad schubvormig. Cham, tot 0,5 (1,0)x. Vochtige tot droge, voedselarme, zure, zand-, leem- en hoogveenbodems; in heidevelden, bossen, duinen, spoor-, weg- en kanaalbermen, zandafgravingen, greppels, op aangevoerd zand en spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, B&S 3. W.bij Hb5 Hom Vlin
Carex arenaria - Zandzegge: VAST: apr-jun. Hemi, 0,2-0,5. Droge, open, voedselarme en veelal licht stuivende zandige boden; in duinen, heiden en zandverstuivingen; verder in bermen, zandgroeven, op spoorweg- en fabrieksterreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P2, P4, G2d, B&S 3, 4.        
Carex ovalis - Hazezegge: VAST: mei-jun. Hemi, 0,2-0,5. Vochtige voedselarme tot matig voedselrijke bodems; in grasland; bermen, waterkanten, vijverkanten in de stad. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, G7.        
Centaurea jacea - Knoopkruid: VAST: jun-sep, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,3-1,2. Vochtige tot iets droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige (humushoudend) tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken en veel langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, G4, G7. W.bij Hb3 Hom Vlin
Deschampsia flexuosa - Bochtige smele: VAST: jun-jul, vast. Hemi, 0,3-0,7. Op droge, voedselarme, zure, zandige bodems; in bossen, heide, kapvlakte en bermen; halfschaduw-zon. (inh); BEHEERTYP: G2, B&S 3.        
Dianthus deltoides - Steenanjer: VAST: jun-sep, roodachtig, zodenvormend. Hemi, 0,15-0,35. Droge, min of meer voedselarme zandige, zwak zure bodems; in lage grazige vegetaties, onder meer in wegbermen, rivierduinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: (WB) G2d.       Vlin
Empetrum nigrum - Kraaihei: DWERGHEESTER, groenblijvend: h2j, apr-mei, roze of paars; bes zwart. Cham, tot 0,4x. Zeer vochtige tot droge, voedselarme, zure zand- en veenbodems; in duinen op noordhellingen, bossen en aangrenzende bermen. Zon-beschaduwd. (inh); E&P: vrucht; ZINTUIGPL: G.plant (zie boek); BEHEERTYP: G2, B&S 3.        
Erica cineria - Dophei: DWERGHEESTER, groenblijvend: h1j, jun-sep, paarsrood, blw. tros. Cham: tot 0,4b. Vochtige tot droge, voedselarme, zwak zure zandige bodems; voornamelijk in heiden. Zon. TUIN (inh); ; BEHEERTYP: G2 W.bij Hb5 Hom Vlin
Euphrasia stricta - Stijve ogentroost: EENJARIG: jun-sep, wit tot lila en meestal met paarse aders, blw. tros; halfparasiet op grassen; Stijve rechtopstaande en duidelijk vertakte plantjes, blad klein, getand en leerachtig, tanden van het blad zijn vaak naaldachtig spits. Ther, 0,05-0,25. Enigszins vochtige tot iets droge, voedselarme zwak, zure zand- en leemgrond en venige bodems; in grazige vegetaties, zoals grazige heide, onbemeste graslanden, wegbermen, op kampeerterreinen en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); FAUNA: Hb3, Hom; BEHEERTYP: G2.   Hb3 Hom  
Festuca filiformis - Fijn schapegras: VAST: mei-aug. Hemi: 0,1-0,6. Overwegend droge, zure zandige en veenachtige bodems; in schraalgraslanden, heidevelden, bermen, langs spoorwegen en op poorwegemplacementen. Zon. (inh) BEHEERTYP: G2d, B&S 3.        
Galium saxatile - Liggend walstro: VAST: jun-sep, wit. Hemi, 0,1-0,3. Droge, voedselarme, zure, zandige, lemige en venige bodems; in grazige vegetaties langs en in bossen, langs heidepaadjes en in weg- en spoorbermen; licht beschaduwd-zon. (inh); BEHEERTYP: G2d, B&S 3.        
Genista anglica - Stekelbrem: DWERGHEESTER: h2j, apr-jun, geel, blw. pluim; plant met scherpe stekets. Cham, tot 0,5b. Vochtige tot droge, voedselarme zure, zandige bodems; in heidevelden, allerlei heidevegetaties in bermen en op spoorweg taluds. Zon. (inh); BEHEERTYP: G2.   Hb1 Hom  
Genista pilosa - Kruipbrem: DWERGHEESTER: h2j, apr-jul, geel, blw. tros. Cham, tot 0,3bb, liggende stengel tot meer dan1,0. Vochtige tot droge, zure, voedselarme, zandige bodems; in heidevelden, allerlei heidevegetaties in bermen en op spoorweg taluds. Zon. (inh); BEHEERTYP: G2.     Hom  
Genista tintoria - Verfbrem: DWERGHEESTER: h1j, jun-aug, geel, blw. tros. Cham, tot 0,8hx. . Droge tot iets vochtige, voedselarme zandig tot lemige, zwak zure, neutrale bodems; in hoofdzaak in duinvalleien en natuurlijke graslanden; soms in bermen. Zon. TUIN (inh); Giftig; BEHEERTYP: G2.   Hb1 Hom  
Hieracium praealtum - Grijs havikskruid: VAST: mei-aug, geel, blw. tuil; met bovengrondse uitlopers. Hemi, rozet, 0,3-0,7. Droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke , zandige, gruis- en stenige bodems; op open, stenige plaatsen en in grazige vegetaties; in weg- en spoorbermen, op spoorwegemplacementen en op mijnsteenbergen en tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G2d, G6, P6. W.bij Hb1 Hom Vlin
Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid: VAST: jul-sep, geel, blw. schermachtig vertakt. Hemi, 0,3-1,2. Droge schrale tot matig voedselrijke, zandige, lemige bodems; in grazige vegetaties: in de duinen, langs bosranden, in weg-, kanaal- en spoorbermen, op spoordijken, industrieterreinen, spoorwegemplacementen en in zandafgravingen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2d, G6. W.bij Hb1 Hom Vlin
Hieracium vulgatum - Dicht havikskruid: VAST: jun-jul, geel, blw, tuil. Hemi, 0,4-0,6. Op droge, tamelijk voedselarme, zandige en steenachtige bodems; aan grazige bosranden, in licht beschaduwde bermen en langs spoorbermen, in graslanden, op heideachtige terreinen, spoorwegemplacementen, oude muren, steengroeven en mijnsteenbergen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2d, G6, B&S 7. W.bij Hb1 Hom Vlin
Lupinus polyphyllus - Vaste lupine: VAST: jun-aug, blauw, roze, rood, blauw; aarachtige tros. Hemi, 0,7-1,3. Droge voedselarme tot iets voedselrijke, zandige veelal zwak zure bodems; in weg- en spoorbermen, langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.peul; BEHEERTYP: G2d. W.bij Hb3 Hom  
Luzula multiflora - Veelbloemige bies: VAST: apr-jun. Hemi, 0,2-0,5. Vrij natte tot vochtige, voedselarme en schrale, humushoudende, zandige, lemige en venige bodems; in graslanden, bermen, spoorbermen, heidevelden, bossen en op opgespoten zandgronden in het binnenland; licht beschaduwd-zon. (inh); BEHEERTYP: G1G2, B&S 2.        
Melampyrum pratense - Hengel: EENJARIG: mei-aug, geel, blw. tros; zie hoofdtekst halfparasiet. Ther, 0,15-0,4. Droge tot iets vochtige, voedselarme, zure, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties onder bomen, bosranden, houtwallen, langs bospaden, onder laan- en oude landschappelijke beplantingen; Hengel is halfparasiet op zomereik en berk; licht beschaduwd. (inh); ; BEHEERTYP: B&S 3, G2d, G10. W.bij Hb1 Hom  
Molinia caerulea - Pijpenstrootje: VAST: jul-sep. Hemi, 0,5-1,2 1,5. Natte tot vochtige, voedselarme en zure zandige en venige bodems; in vennen, heidevelden, allerlei bermen en greppels, op taluds van insnijdingen door het heuvellandschap voor wegen en spoorwegen; in naald- en loofbossen; vaak op ontwaterde gronden (vergrassing van de heide). Zon-licht beschaduwd. (inh); FAUNA: Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G1, G2, R1, R2, B&S 1, 2.        
Ornithopus perpusillus - Klein vogelpootje: EENJARIG: mei-aug, lila, witachtig, blw. armbloemige tros. Ther, 0,05-0,3. Droge, voedselarme, zwak zure, zandige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in graslanden, bermen, zandgroeven, spoorwegterreinen, zone greppelkantjes. Zon. (inh) W.bij; BEHEERTYP: G2d. W.bij      
Pimpinella saxifraga - Kleine bevernel: VAST: jul-sep, wit. Hemi, 0,3-0,7. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke en vaak kalkhoudende bodems; op leemhoudend zand, loss en lichte zavel; in bermen en graslanden, op rivier- en kanaaldijken, spoorbermen en -taluds. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G2, G3, G5.   Hb3   Vlin
Pimpinella saxifraga - Kleine bevernel: VAST: jul-sep, wit. Hemi, 0,3-0,7. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke en vaak kalkhoudende bodems; op leemhoudend zand, loss en lichte zavel; in bermen en graslanden, op rivier- en kanaaldijken, spoorbermen en -taluds. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G2, G3, G5.   Hb3   Vlin
Potentilla argentea - Viltganzerik: VAST: jun-jul, geel, blw. (okselstandig) bijscherm, bloemstengels liggend. Hemi, 0,15-0,3. Droge, voedselarme, zwak zure zandige bodems; in graslanden, duinen, bermen, langs fietspaden door heideachtige terreinen, in zandafgravingen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: P2, G2d. W.bij      
Rhinanthus angustifolius - Grote ratelaar: EENJARIG: mei-okt, geel, schutbladen bleker dan de stengelbladen, blw. tros, halfparasiet op grassen. Ther, 0,1-0,6. Natte tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke bodems; behalve op zeeklei; in grazige vegetaties; in de duinen, onbemeste hooilanden, bermen, op dijken, spoordijken en -bermen; soms ingezaaid in stadsparken en stadsbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G1, G2, G7, G8.     Hom  
Serratula tinctoria - Zaagblad: VAST: jul-sep, lichtpaars, blw. losse tuil. Hemi, 0,5-0,9. Vochtige tot iets droge, schrale tot matig voedselrijke, humeuze lemige bodems. Zon-licht beschaduwd. (inh); FAUNA: Hb1, Hom, Vlin; BEHEERTYP: G2.   Hb1 Hom Vlin
Solidago virgaurea - Echte guldenroede: VAST: jul-sep, geel, blw. pluim. Hemi, 0,4-0,8. Vochtige of vochthoudende, voedselarme, zwak zure lemige bodems en lemig zand; in grazige vegetaties en in zomen van bossen en struwelen; langs bospaden, in weg- en spoor­bermen en op spoorwegemplacementen; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G2, B&S 2, G10. W.bij Hb3 Hom Vlin
Teucrium scorodonia - Valse salie: VAST: jul-aug, witachtig, blw. eindelingse tros. Hemi, 0,3-0,6. Droge, voedselarme, zure zand- en lichte leembodems; in grazige vegetaties en langs bosranden; vaak langs bospaden, weg- en spoorbermen; halfschaduwplant. Zon-beschaduwd (inh); BEHEERTYP: G2d, B&S3. W.bij Hb3 Hom Vlin
Thymus serpyllum - Wilde tijm: VAST, groenblijvend: jun-sep, paars, hoofdje. Cham, kruipend,0,05-0,15. Droge, voedselarme, kalkarme, minerale bodems; in min of meer open grasland; onder meer in bermen en heidenterreinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G2d. W.bij Hb3 Hom Vlin
Vaccinium myrtillus - Blauwe bosbes: DWERGHEESTER: h2j, apr-jun, groen en roodaangelopen, blw. okselstandig; bes blauwzwart. Cham, tot 0,8x. Vochtige tot droge, voedselarme, zure, zandige en venige bodems; in bos en hei; licht beschaduwd. (inh); E&P: vrucht; BEHEERTYP: G2, B&S 2, 3. W.bij Hb5 Hom  
Vaccinium vitis-idaea - Rode bosbes: DWERGHEESTER, groenblijvend: h2j, mei-jun, roze, blw. eindelingse tros; bes rood: Cham: tot 0,35xb. Natte tot droge, zure bodems; voornamelijk in bos en hei; licht beschaduwd-zon. (inh); E&P: vrucht; BEHEERTYP: G1, G2, B&S 2, 3. W.bij Hb3 Hom  
Viola canina - Hondsviooltje: VAST: mei-jun, blauwpaars, bloemen aan bebladerde stengels, wortelrozet afwezig, blad min of meer driehoekig tot iets langwerpig. Hemi, 0,05-0,3. Vochtige tot droge, voedselarme, zure, zandige en venige bodems; in duinen, grazige heiden, weg- en spoorbermen en langs schouwpaden langs het spoor. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2.       Vlin
Naar top pagina