20 KLASSE DER DROGE HEIDE (CALLUNO-ULICETEA) Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
Referentie bij G2 -- Vochtige tot droge, voedselarme, zure/zwak zure bodem (inclusief heiden)
Deze pagina is bedoeld om een indruk te krijgen hoe drachtplanten in plantengemeenschappen onder min of meer natuurlijke of ongestoorde omstandigheden voorkomen. Dat is meestal in natuurreservaten en terreinen die langdurig ecologisch worden beheerd. Daarbuiten gaat het meestal om verarmde fragmenten van zulke plantengemeenschappen waarin vaak alleen de algemene plantensoorten voorkomen.
Omschrijving: Heidevegetaties op droge tot vochtige zandige tot lemige, voedselarme, zure bodem.  In de voorgaande eeuwen waren ze in het binnenland onderdeel van het agrarische productie systeem.  Heideplaggen, gebruikt in schaapskooien werden gemengd met mest en gebruikt voor bemesting  van de akkers.  In het kalkarme duingebied zijn heidevegetaties natuurlijk.
Beheer: plaggen en begrazing door schappen zou het beste zijn.  Op kleinschalige terreinen is dat lang niet altijd mogelijk. Een keer in de 5-7 jaar maaien in combinatie met het uitsteken van houtige opslag is een alternatief. In sommige delen van het land branden spoorbermen en spoowegtaluds geregeld af.  De heidevegetatie herstelt zich dan daarna weer.  Faunistisch is branden nadelig.
Literatuur
Swertz , C.A. , J.H.J. Schaminée  & E. Dijk (1996) Nardetea (Klasse der heischrale graslanden). In: Schaminée, J.H.J., A.H.F, Stortelder & E.J. Weeda (red).  De vegetatie van Nederland 3: Graslanden, zomen, droge heiden. Opulus press, Leiden: 263-286.
Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2000). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland 1: wateren, moerassen en natte heiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 334.
Schaminée, J. K.Sykora, N. Smits, M. Horsthuis, 2010. Veldgids plantengemeenschappen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 439.
 
Kwalitatief overzicht voornaamste soorten: voor een volledig overzicht zie Swertz et al. (1996)
Presentie soorten: XX groter dan 50%; X 20-50%; + kleiner dan 20%; + kleiner dan 5% --- * plant voor bijen
        20Aa1 Associatie van struikhei en stekelbrem
    20A1 Verbond van struikhei en kruipbrem    
        20Aa2 Associatie van struikhei en bosbes
         
20A Struikhei-orde        
         
        20Ab1 Associatie van zandzegge en kraaihei
         
        20Ab2 Associatie van eikvaren en kraaihei
    20Ab Kraaihei-verbond    
        20Ab3 Associatie van kruipwil en kraaihei
         
        20Ab4 Associatie van wintergroen en kruipwilg
 
Blo
Kenmerkende soorten van de klasse en orde 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4 Kensoorten zijn mossen en korstmossen
Struikhei * Calluna vulgaris XX XX XX X XX    
Einde overzicht kensoorten en differentiërende soorten van klasse en orde
                 
                 

Verbond  van struikhei en kruipbrem (Calluno-Gensition pilosae)

             
Kenmerkende soorten   20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Grote wolfsklauw Lycopodium clavatum +            
Klein warkruid Cuscuta epithymum +            
Kruipbrem* Genista pilosa X +          
Stekelbrem * Genista anglica X + + + X    
Differentiërende soorten               In hoofdzaak mossen
Bochtige smele Deschampsia flexuosa X XX          
Pilzegge Carex pilulifera X +          
MILIEU: podzolgrond. Podzolgronden hebben een B-horizont met een ingespoelde humuslaag en ijzerverbinding, de zogenaamde oerbank. B-horizont: De laag waarin verandering in het bodemmateriaal ten gevolge van inspoeling van kleimineralen, ijzer, aluminium en humus plaatsvindt.
                 
Kenmerkende soorten associaties              
20Aa1 Associatie van struikhei en stekelbrem 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Kleine wolfsklauw Lycopodium tristachium +            
Kruipbrem * Genista pilosa X +          
Stekelbrem * Genista anglica X + + + X    
Struikhei * Calluna vulgaris XX XX XX X XX    
Differentiërende soorten                
Fijn schapengras Festuca ovina XX + XX XX XX +  
MILIEU: podzolgrond. Humus laag gemiddeld 2 cm.

               
20Aa2 Associatie van struikhei en bosbes 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Struikhei * Calluna vulgaris XX XX XX X XX    
Differentiërende soorten                
Rode bosbes * Vaccinium vitis-idaea + XX          
Blauwe bosbes * Vaccinium myrtillus + XX        
MILIEU: podzolgrond. Humus laag gemiddeld 2-3 cm. Op locaties met een relatief hoge luchtvochtigheid. Hierdoor kunnen rode en blauwe bosbes die min of meer aan een bosmilieu gebonden zijn, zich ook buiten het bos goed standhouden.
                 
Overige soorten   20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4 Ca. 30 mossen en korstmossen
Dophei * Erica tetralix X XX + + XX +  
Kraaihei Empetrum nigrum + X XX XX XX XX  
Pijpenstrootje Molinia caerulea X X          
Tandjesgras Dantonia decumbens + +          
                 
Einde Verbond  van struikhei-kruipbrem
Naar top pagina
 

20Ab Kraaihei-verbond (Empetrion nigri)

             
Kenmerkende soorten   20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Kraaihei Empetrum nigrum + X XX XX XX XX  
Differentiërende soorten                
Duindoorn Hippophae rhamnoides       + + XX  
Duinriet Calamagrostis epigejos     + X XX XX  
Gestreepte witbol Holcus lanatus       + + XX  
Gewone rolklaver * Lotus corniculatus     + X X X  
Gewone veldbies Luzula campestris     + X X X  
Helm Ammophila areneria     X XX + +  
Hondsviooltje Viola canina     + X + X  
Kruipwilg * Salix repens     + XX XX XX  
Schermhavikskruid * Hieracium umbellatum + + X XX X X  
Zandzegge Carex arenaria + + XX XX XX XX  
MILIEU: In hoofdzaak in kalkarme duinen boven het Noordzeekanaal. Op met meest op en noordelijke duinhellinen en zwakvochtige duinvalleien; niet op zuidhellingen. In tegenstelling met het Verbond  van struikhei en kruipbrem is er geen podzolgrond. De plantengemeenschap staat onder invloed van zeewind dat vooral gepaard gaat met zandafzetting waarvan kraaihei profiteert.
Naar top pagina
Kenmerkende soorten associaties              
20Ab1 Associatie van zandzegge en kraaihei (Carici arenariae-Empetretum) 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Differentiërende soorten                
Rode heidelucifer Cladonia floerkeana     X +     En andere korstmossen
MILIEU: Droge bodem, op vlakke gedeelte van de duinen, wel in de volle zon maar minder heet dan zuidhellingen. Een humushoudende bovengrond en een dunne strooisellaag is aanwezig.
               
20Ab2 Associatie van eikvaren en kraaihei (Polypodio-Empetretum) 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Differentiërende soorten                
Gewone eikvaren Polypodium vulgare     X XX + X  
Hondsviooltje VIola canina       XX      
Schermhavikskruid * Hieracium umbelatum       X      
MILIEU: Op zeer zuur wordende bodems op noord- en oosthellingen.
                Naar top pagina
20Ab3 Associatie van kruipwil en kraaihei(Salici-repentis Empetretum) 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Verfbrem * Genista tinctoria       + X +  
Rijsbes * Vaccinium uliginosum         +    
Differentiërende soorten                
Gewone dophei * Erica tetralix X XX + + XX +  
Drienervige zegge Carex trinervis     + + XX X  
Pijpenstrootje Molinia caerulea     +   X    
Tormentil * Potentilla erecta     + + XX +  
Stekelbrem * Genista anglica     + + X    
Tandjesgras Dantonia decumbens       + X +  
MILIEU: Op ontkalkte, humeuze, niet zeer vochtige of zeer droge bodems van vlakke gedeelten van duinvalleien.
              Naar top pagina
20Ab4 Associatie van wintergroen en kruipwilg (Pyrolo-Salicetum) 20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Rondbladig wintergroen Pyrola rotundifolia       + + XX  
Differentiërende soorten                
Geelhartje Linum catharticum       +   +  
Gewone vleugeltjesbloem         + + +  
Kleine ratelaar * Rhinanthus minor       + + X  
Knopbies Schoenus nigricans         + X  
Moeraswespenorchis * Epipactis palustris       + + X  
Parnassia Parnassia palustris           X  
Rode klaver * Trifolium pratense       + + X  
Stijve ogentroost * Euphasia stricta       + + X  
Watermunt *           + X  
Waternavel Hydrocotyle vulgaris       + + X  
Zeegroene zegge Carex flacca       +   X  
MILIEU: Droge tot vochtige, ontkalkte bodem met een vrij ruwe humus laag die tot ca. 10 cm dik kan zijn.
                Naar top pagina
               
Overige soorten   20Aa1 20Aa2 20Ab1 20Ab2 20Ab3 20Ab4  
Duinroosje * Rosa pimpernellifolia     X X + +  
Geel walstro Galium verum     + + + +  
Gewoon biggenkruid * Hypochaeris radicata +   + X + X  
Grote veenbes * Ocycoccus macrocarpos       + + +  
Kleine leeuwentand * Leontonton saxatile       +   X  
Mannetjes ereprijs * Veronica officinalis     + X + X  
Wondklaver * Anthyllis vulneraria       + + X  
Zandblauwtje * Jasione montana + + + X + +  
                 
Einde Kraaihei-verbond
Naar top pagina