Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
G3 -- Soorten van graslandvegetaties op overwegend droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zwakzure tot kalkhoudende bodem
Uitgebreid overzicht soorten  
Voorkomen -- Op allerlei schrale zandige plekken in het duingebied, pleistocene zandgronden, langs wegen, spoorwegen en kanalen op fabrieksterreinen en in zandafgravingen.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: duinroosje, echt bitterkruid, echte kruisdistel, gewone rolklaver, gewoon biggenkruid, grasklokje, grote tijm, hazenpootje, kleine bevernel, kleine leeuwentand, kleine ratelaar, kleine ruit, knolboterbloem, kruipend stalkruid, liggende klaver, mannetjesereprijs, muizenoor, muurpeper, rechte rolklaver, sikkelklaver, stijf havikskruid, (Dauwbraam), wilde tijm, wondklaver, zandblauwtje..
Geen bijenplanten --Gidssoorten: Akkerhoornbloem, duinriet, gewone eikvaren, gewone veldbies, gewoon struisgras, rood zwenkgras, scherpe fijnstraal, veldbeemdgras, zeegroene zegge.
Beheer -- Eenmaal per jaar maaien en afruimen.
a. Bij een zeer lage productie bv. 1 of 2 ton per jaar en weinig of geen houtopslag, kan met een lagere frequentie worden gemaaid.
b. Op zure bodem kan struikheide tot ontwikkeling komen. Indien dat op grote schaal doorzet dan beheren als G2.
c. Bij eenmaal per jaar maaien kan vergrassing optreden, indien meer floristische diversiteit gewenst is dan tweemaal per jaar maaien. Bij 1e maaibeurt maaihoogte 10 cm.
Periode -- Bij een maaibeurt september - half oktober; bij twee maaibeurten half juni - half juli en half september - half oktober; vervolgens na een tot drie jaar in de nazomer of het najaar (tot half oktober) maaien. Verder kan afhankelijk van de omstandigheden de vegetatie door middel van extensieve begrazing, lichte betreding in stand worden gehouden, afplaggen. Op veel plekken kunnen konijnen een natuurlijke bijdrage leveren.
 
Foto's bij beheertype G3
Biggenkruid -- Het milieu van biggenkruid is hier enigszins verrijkt ten gevolge van instuiven van stof en vuil. In die omstandigheden moet biggenkruid twee maal per jaar worden gemaaid. Waar de bermen of andere grazige plekken op de pleistocene zandgronden breder zijn, zal lichte verzuring kunnen optreden en dus ook een verschraling. Voor biggenkruid is twee keer maaien vaak noodzakelijk. (Ede 1992)
 
 
Grasklokje staat hier op een vrij schrale plek in een matig voedselrijke berm. Grasklokje hoeft hier in principe niet te worden gemaaid, maar de rest van de berm één of twee maal per jaar. (Zwolle 1996)
 
 
Fragment vegetatie met grasklokje
 
 
Kleine leeuwentand groeit hier op relatief voedselrijke bodem (vermoedelijk meer G6 dan G3). Meer in de ondergrond zal de bodem enigszins kalkhoudend zijn. Nutriënten zullen hier ook vrij snel worden uitgespoeld. Deze vegetatie illustreert dat veel soorten een bredere ecologische amplitudo hebben dan uit allerlei indelingen blijkt. In principe zou hier 1 x per jaar kunnen worden gemaaid. In het begin misschien 2 x per jaar.
 
 
Mannetjeserenprijs -- Detail van een vegetatie.
 
 
Muizenoor -- Net als zoveel andere planten komt muizenoor pleksgewijs voor. Vaak geïsoleerd in een voedselrijkere omgeving. (Renswoude 1994)
 
 
Gewone rolklaver komt vaak in wegbermen voor.
 
 
 
Overzicht soorten G3
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Agrostis capillaris - Gewoon struisgras: VAST: jun-aug. Hemi, wortelstok, 0,2-0,7. Iets vochtige tot droge, voedselarme tot schrale, zandige bodems; ook en min of meer uitgeloogde kalkhoudende bodems; in allerlei grazige vegetaties; langs spoorwegen, in bossen en veel tussen het plaveisel vooral op oude industriële terreinen en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G2, G3, G7, B&S 3.        
Calamagrostis epigejos - Duinriet: VAST: jun-aug. Hemi, 0,8-1,5. Vochthoudende tot droge, oorspronkelijk voedselarme, maar verrijkte zandige bodems; in de duinen en langs bosranden, op spoorweg- en industrieterreinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G3, R3, B&S 2, 3, 4.        
Campanula rotundifolia - Grasklokje: VAST: jun-sep, blauw, blw. armbloemige pluim; plant kaal, stengelbladen lijnvormig. Hemi: 0,15-0,4. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige bodems of stenig substraat; in grazige vegetaties; in graslanden, weg-, kanaal- en spoorbermen, op spoor- en rivierdijken, Droge greppelkantjes, spoorwegemplacementen, tuinwallen en oude, verweerde muren. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: (WB) G3, G6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Carex flacca - Zeegroene zegge: VAST: Mei-jun. Geof, 0,25-0,6. Zeer vochtige tot min of mee droge, leem of kalkhoudende bodems; vooral in onbemeste graslanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1k, G3,G4.        
Cerastium arvense - Akkerhoornbloem: VAST: apr-jul, wit. Cham, 0,1-0,2. Droge, voedselarme tot matig voedselrijke en veelal kalkhoudende, zand-, leem- en zavelgronden; in min of meer open bermen en grasvelden, op spoordijken en greppelkantjes. Zon. (inh); BEHEERTYP: G3, G6.        
Erigeron acer - Scherpe fijnstraal: TWEEJARIG: jun-aug, lila, blw. tros. Hemi, 0,2-0,6, b1/4. Droge tot iets vochtige, voedselarme tot vrij schrale en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in min of meer open, grazige vegetaties; langs paden in de duinen, op dijken, in bermen, langs spoorlijnen, op spoorwegemplacementen, in steengroeven, tussen voegen van plaveisel en steentaluds van viaducten. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G3, G4; W.bij      
Festuca rubra - Rood zwenkgras: VAST: mei-aug. Hemi, 0,2-1,0. Vochtige tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke of brakke bodems; op allerlei grazige plaatsen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P0, P3, G3, G6, G0.        
Galium verum - Geel walstro: VAST: jun-sep, geel; de planten in het binnenland hebben meestal langere stengels dan in de duinen. Hemi, 0,1-0,8. Overwegend (zomer) droge, voedselarme en vaak kalkhoudende, zandige, tot zavelige bodems; in open en gesloten grazige begroeiingen; in de duinen, weg- en spoorbermen, op dijken en spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: P3, P4, G3, G4.        
Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid: VAST: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,3-1,2. Droge, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties: in graslanden, bermen, op spoorbermen, spoorweg- en industrieterreinen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, G6, B&S 3. W.bij Hom Hb3 Vlin
Hieracium pilosella - Muizenoor: VAST: mei-jun, geel, alleenstaand; en bovengrondse uitlopers; Hemi rozet, 0,05-0,2. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak leemhoudende tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen en op dijken, greppelkantjes en in schrale gazons; verder op oude, verweerde muren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G3, G6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Hypochaeris radicata - Gewoon biggekruid: VAST: jun-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,15-0,8. Droge tot vochthoudende, voedselarme, zandige tot zavelige bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in graslanden en allerlei bermen; op dijken en taluds; verder als pionier in zandafgravingen, spoorwegterreinen, op half verhardingen tussen de voegen van het plaveisel en van stenen taluds van viaducten en beschoeiingen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G3, G6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Jasione montana - Zandblauwtje: EENJARIG: jun-aug, blauw, blw. eindelings hoofdje. Ther, 0,1-0,3. Droge, zandige, voedselarme en kalkarme, zandige tot lemige, kalkarme bodems; op open en grazige terreinen; in schrale graslanden, duinen, heide, bermen, op spoordijken op aangevoerd zand, Droge greppelkantjes, in zandafgravingen, op spoorwegemplacementen en fabrieksterreinen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G3. W.bij Hom Hb3 Vlin
Leontodon saxatilis - Kleine leeuwentand: TWEEJARIG: jun-okt, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,1-0,3. Vochtige tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; meestal in grazige vegetaties maar ook als pionierplant; op grazige en open plekken in de duinen en op heideterreinen; in grasvelden, bermen en op dijken; verder aan bermranden, min of meer verdichte bodems en tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh), Tegel; Vlin; BEHEERTYP: G3, G4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Lotus corniculatus var. sativus - Rechte rolklaver: VAST: jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig; stengels rechtopstaand. Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, schrale zandige bodems; in grazige vegetaties onder meer in bermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lotus corniculatus var.corniculatus - Gewone rolklaver: VAST: jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, 0,1-0,4. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, veelal kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; in duinvalleien, graslanden en bermen, op dijken, spoorwegterreinen en in zandafgravingen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Luzula campestris - Gewone veldbies: VAST: mrt-mei. Hemi, 0,1-0,2. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken, greppelkantjes en in schrale gazons. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6.        
Ononis repens ssp. repens - Stalkruid: VAST: jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Hemi/Cham, 0,05-0,3. zomerdroge, voedselarme kalkhoudende, zandige tot lemige bodems; op min op meer open grazige plaatsen, in schrale weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen die met duinzand zijn aangelegd. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G0. W.bij Hom Hb3 Vlin
Picris hieracioides - Echt bitterkruid: TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, rozet: 0,5-1,0. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot iets voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in grazige vegetaties in de duinen, in bermen, op dijken, spoordijken, en spoorwegemplacementen; verder op halfverhardingen en tussen het plaveisel o; m; op parkeerplaatsen en in fietsenstallingen, in het duingebied en op vluchtheuvels in de stad. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: P5, G4, G5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Poa pratensis - Veldbeemdgras: VAST: mei-jun. Hemi, 0,2-0,8. Droge tot vochtige, zandige tot kleiige voedselrijke bodems; ook op muren, halfver hardingen en tussen het plaveisel. Zon. (inh); FAUNA: Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G3, G6, G7, G9.        
Polypodium vulgare (Polypodiaceae) - Gewone eikvaren: VAST, groenblijvend: jul-sep, varen,0,1-0,6; Hemi, wortelstok, 0,1-0,6. Vrij droge, voedselarme zandgronden; in houtwallen, bossen en op muren; meestal beschaduwd; in de duinen ook zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.blad; BEHEERTYP: B&S 3, G3.        
Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem: VAST: apr-jun, geel, blw. pluimvormig vertakt; Hemi/Geof: alleenstaand,0,15-0,3. Droge of vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke leem- en zavelgronden en op leem- of kalkhoudend zand; in grazige vegetaties; bermen, grasvelden en dijken. Zon. TUIN (inh)
Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, G6, G7.
W.bij Hom Hb1 Vlin
Rhinanthus minor - Kleine ratelaar: EENJARIG: mei-sep, geel, schutbladen donker groen, blw. tros. Ther, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, zandige tot lemige, schrale bodems; in grazige begroeiing van wegbermen, dijken, kanaalbermen, duinen en heidevelden. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G3.   Hom    
Rosa pimpinellifolia - Duinroosje: HEESTER: h1j, mei-jun, wit, blw. alleenstaand. Cham/Phan/Geof, tot 0,9x. Droge, matig voedselrijke en veelal kalkhoudende bodems; in de duinen. Zon. TUIN, (inh) heg; BEHEERTYP: G3, B&S 4. W.bij Hom Hb5  
Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: TWEEJARIG: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7. W.bij Hom Hb3  
Thalictrum minus - Kleine ruit: VAST: jun-jul, geel(meeldraden) blw. pluim. Hemi, 0,5-1,3. Droge, voedselarme, maar humus- en kalkhoudende bodems; op de meeste grondsoorten, maar niet op zware klei. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G3, B&S 3, 4. W.bij Hom Hb3  
Thymus pulegioides - Grote tijm: VAST: jun-sep, paarsachtig, hoofdje. Cham, 02-0,3. Iets vochtige tot droge, tamelijk voedselarme en zowel kalkrijke als kalkarme bodems; in grazige vegetaties, bermen, schrale graslanden, op rivier- en spoordijken, langs paden in bossen, heiden en duinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3 Vlin
Thymus serpyllum - Wilde tijm : VAST, groenblijvend: jun-sep, paars, hoofdje. Cham, kruipend,0,05-0,15. Droge, voedselarme, kalkarme, minerale bodems; in min of meer open grasland; onder meer in bermen en heidenterreinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G2d. W.bij Hom Hb3 Vlin
Trifolium campestre - Middelste klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,08-0,25. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelachtige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in de duinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Trifolium campestre - Middelste klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,08-0,25. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelachtige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in de duinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Verbascum lychnitis - Melige toorts: TWEEJARIG: jun-sep, wit, blw. kluwens aarachtige gegroepeerd, soms geel, bladen vaak grijsgroen. Hemi, rozet. 0,7-1,5, b1/4. Min of meer droge, neutrale, zandige tot lemige bodems of substraten; in Nederland het meest langs spoorwegen waargenomen; op open grazige plaatsen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: T.plant; BEHEERTYP: P3, P6, G 3, G5   Hom Hb3  
Veronica officinalis - Mannetjesereprijs: VAST: mei-aug, blauw, blw. tros. Cham, 0,1-0,4. Droge, voedselarme, zandige tot lemige, licht humushoudende bodems; in korte, grazige vegetaties; vooral in bermen door bos- en heideterreinen en in schrale graslanden. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, B&S 3, 4. W.bij   Hb2  
Naar top pagina