Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
G4 -- Soorten van graslandvegetaties op overwegend (matig) droge, voedselarme tot iets voedselrijk, kalkhoudende bodem
Uitgebreid overzicht soorten  
Voorkomen -- In kalkgraslanden, in de duinen, rivierdijken en in spoor- en wegbermen, op spoorwegemplacementen en industrieterreinen in Zuid-Limburg en in het rivieren gebied.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: Aarddistel, beemdkroon, borstelkrans, cipreswolfsmelk, donderkruid, duifkruid, echt bitterkruid, geel zonneroosje, grote centaurie, grote tijm, gulden sleutelbloem, kleine steentijm, knikkende distel, liggende asperge(in duingebied), ruige leeuwentand, ruige scheefkelk, ruige weegbree, stalkruid, veldsalie welriekende salomonszegel, wondklaver.
Overige soorten: betonie, bieslook, bont kroonkruid (geen honingbijen), bonte luzerne, bosaardbei, brede ereprijs, dauwbraam, echte gamander, gewone rolklaver, grasklokje, grote graslelie, harige ratelaar (hommels), jacobskruiskruid, kattendoorn, kleine pimpernel, knolboterbloem, knolspirea, knoopkruid, kranssalie, kruipend zenegroen, kruiptijm, lathyruswikke, middelste klaver, peen, rechte rolklaver, sikkelklaver, smalle wikke, tuinasperge, veldereprijs.
Geen bijenplanten --Gidssoorten: geel walstro, gevinde kortsteel, gewone agronomie, scherpe fijnstraal, smal fakkelgras. -- Overige soorten: blaassilene, blauw walstro, gewone zandmuur, glad walstro, grote keverorchis, moeslook, peen, sikkelklaver, smalle wikke, tuinasperge, veldereprijs, zachte haver, zeegroene zegge.
Beheer -- Gewoonlijk eenmaal per jaar maaien en afruimen; bij te veel vergrassing zijn twee maaibeurten gewenst.
Periode -- September - half oktober; bij twee maaibeurten de 1e maaibeurt eind mei-half juni; 1e maaibeurt stoppelhoogte 10 cm.
Kalkgraslanden worden vaak extensief door schapen begraasd.
 
Foto's bij beheertype G4
Kleine pimpernel -- Detail vegetatie.
 
 
Gulden sleutelbloem -- Detail vegetatie. De plant heeft zich verder in het grasland verspreid (Heelsum 2008).
 
 
Gulden sleutelbloem --Detail
 
 
Gulden sleutelbloem -- Gulden sleutelbloem -- Deze soort is hier geïntroduceerd en heeft zich sinds 1995 sterk uitgebreid.  De bodem is hier opgebracht en heeft droge en vochtige plekken (Vlaardingen, Holypark 2008)
 
 
Kalkgraslandbeheer -- De vegetatie op dit steile talud werd vóór 1990 volledig gedomineerd door gevinde kortsteel, een grassoort die vrij lastig is terug te dringen. Tegen de regels in is het talud drie jaar achtereen jaarlijks in september gemaaid. Sinds 1993 is de gevinde kortsteel sterk terug-gedrongen en zijn tientallen andere soorten bezig met hun come back, waaronder de grote centaurie, die hier al talrijk voorkwam. (NS Ransdaal, 1993).
 
 
Wondklaver -- Wondklaver kwam vooral in de jaren tachtig vaak op spoorwegterreinen voor. Op emplacementen, kopstukken van perrons en in spoorwegbermen. In het westelijk deel van het land vaak op spoorwegterreinen die vroeger met duinzand werden aangelegd. (Kerkrade-West 1984)
 
 
Wondklaver is hier uitgezaaid op een middenberm die bestaat uit kalkhoudendzand. Deze vegetatie werd op moment van de opname zeer druk door hommels bezocht. (Amstelveen 1998)
Naar top pagina
Overzicht soorten G4
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Agrimonia eupatoria - Gewone agrimonie: VAST: jun-sep, geel, blw. aarachtige tros. Hemi, wortelstok, 0,5-1,0. Vochtige tot enigszins droge tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke zandige tot kleiige, kalkhoudende bodems; op dijken, spoorwegtaluds, taluds van opritten van bruggen, in wegbermen, langs holle wegen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4; G5, R5, B&S 4.        
Ajuga reptans - Kruipend zenegroen: VAST: apr-jun, blauwpaars, blw. aar; plant bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,3. Vochtige, veelal matig voedselrijke of iets schrale kalkhoudende bodems; leemhoudend zand, leem en loss; in graslanden, grazige bermen, langs bosranden, in struwelen, zandafgravingen en langs kanten van sloten en greppels; licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G4, G7, B&S 4, 5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Allium oleraceum - Moeslook: BOL: jun-aug, min of meer roze, groenachtig of wit, blw. uit een eindelingse kluwen van broedbolletjes ontspringen lang gesteelde bloempjes. Geof, 0,3-0,7. Vochthoudende tot vrij droge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems; in grasland en bermen; groei goed op omgewoelde bodems. Zon. (inh); ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G4, G5.     Hb1  
Ambrosia psilostachya - Zandambrosia: VAST: aug-okt, groenig, blw. aarachtige tros. Geof, 0,3-0,6. Droge, matig voedselrijke tot schrale en vaak kalkhoudende zandbodems; op open gronden en grazige vegetaties; langs duinpaden, in bermen, en spoorbermen, op haven- en fabrieksterreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P4, G4, G6.        
Anthericum liliago - Grote Graslelie: BOL: mei-jun, wit, blw. tros. Geof, 0,3-0,6. Zomerdroge, zwak zure tot licht kalkhoudende bodems en stenig substraat. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; FAUNA: Hb3, W.bij; BEHEERTYP: G4. W.bij   Hb1  
Anthyllis vulneraria - Wondklaver: VAST: mei-jun, geel, blw. hoofdje, stengels liggend. Hemi, 0,15-0,6. Meestal op droge, voedselarme kalkhoudende zandige bodems; op min of meer open gronden; in grazige vegetaties in de duinen, en in wegbermen door de duinen; verder veel op spoorwegterreinen in noord- en Zuid-Holland en in (Geen suggesties); op spoorwegterreinen ook als pionierplant. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1  
Arabis hirsuta ssp. hirsuta - Ruige scheefkelk: TWEEJARIG: mei-jun, wit. Hemi, 0,3-0,8. Droge, kalkhoudende matig voedselrijke bodems; op vrij open korte grazige plaatsen; ook op stenige plekken; in hoofdzaak in het duingebied; ook langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Arenaria serpyllifolia - Gewone zandmuur: EENJARIG: mei-okt, wit; kleine en meestal rechtopstaande of opgaande plantjes. Ther, 0,05-0,2. Droge, betrekkelijk voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelige bodems; op open overhoeken, tussen plaveisel, in spoor- en wegbermen, op spoorwegemplacementen en industrieterreinen. Zon. (inh), Tegel; BEHEERTYP: P4, P5, P6, G4.        
Asparagus officinalis s. prostratus - Liggende asperge: VAST: mei-jun, wit, blw, blw. okselstandige armbloemige tros; bes rood; stengel aan de voet geknikt. Geof, 0,3-0,6. Droge, kalkhoudende, zandgrond; op grazige plaatsen in duinen en langs spoorwegen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3  
Asparagus officinalis ssp. off. - Tuinasperge: VAST: mei-jul, groenig, blw. okselstandige armbloemige tros; bes rood. Geof, 0,5-1,8. Droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel; in de duinen, op spoordijken, braakliggende overhoeken. Zon. TUIN (inh); E&P: jonge spruit; BEHEERTYP: G4, G6, B&S 4, 7. W.bij Hom Hb4  
Brachypodium pinnatum - Gevinde kortsteel: VAST: jun-jul, vast. Hemi, 0,4-1,0. Op grazige, droge krijthellingen en kalkrijke bodems; op spoordijken, in kalkgraslanden en langs holle wegen. Zon- licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G4.        
Campanula rapunculus - Rapunzelklokje: TWEEJARIG: mei-sep, blauw, blw. vertakte tros en bloemen naar alle kanten gekeerd; stengelbladen lancetvormig. Hemi, penwortel, 0,5-0,8. Vochtige tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige, lemige licht humushoudende bodems; in grazige tot enigszins ruige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, R5. W.bij Hom Hb3  
Carduus nutans - Knikkende distel: TWEEJARIG: jul-aug, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,5-1,5. Droge tot iets vochtige, schrale tot matig voedselrijke, en kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op min meer open plaatsen of plekken waar de grasmat is stukgetrapt of -gereden: in de duinen, op rivierdijken, industrie- en spoorwegterreinen, in bermen en op braakliggende terreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P4,(G4). W.bij Hom Hb1 Vlin
Carex flacca - Zeegroene zegge: VAST: Mei-jun. Geof, 0,25-0,6. Zeer vochtige tot min of mee droge, leem of kalkhoudende bodems; vooral in onbemeste graslanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1k, G3,G4.        
Carlina vulgaris - Driedistel: Twee-tot meerjarig (kortlevend): aug-sept, strogeel, blw. alleenstaand. Hemi, 2,0-0,4. MILIEU: open grazige, droge, kalkhoudende zandige of lemige bodem. VERSPR.nl: in hoofdzaak in het Hollandse Duingebied en in Zuid-Limburg. BEHTYP: P4, P6, G4. (inh); BEHEERTYP: P4, P6, G4;        
Centaurea jacea - Knoopkruid : VAST: jun-sep, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,3-1,2. Vochtige tot iets droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige (humushoudend) tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken en veel langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, G4, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Centaurea scabiosa - Grote centaurie: VAST: jun-aug, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,5-1,2. Droge tot vochthoudende, vrij schrale tot enigszins voedselrijke, kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en soms in zoomvegetaties; in graslanden, langs holle wegen, op spoordijken en in spoorweginsnijdingen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3 Vlin
Cirsium acaule - Aarddistel: VAST: jul-sep, paarsachtig, blw. alleenstaand, zeer kort gesteeld en dicht bij de grond. Hemi, 0,05-0,1. Min of meer droge tot iets vochtige, kalkhoudende bodems; kalkgrasland. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G4.   Hom Hb1 Vlin
Clinopodium acinos - Kleine steentijm: EENJARIG: jun-sep, paarsblauw, blw. okselstandig; Ther/Cham: 0,15-0,25. Iets vochtige tot droge, kalkhoudende bodems; veelal in min of meer open grazige vegetaties. Zon. TUIN (inh), Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: P4. W.bij Hom Hb  
Clinopodium vulgare - Borstelkrans: VAST: jul-sep, roze, blw. okselstandig. Hemi, 0,3-0,6. Zomerdroge, vrij schrale, kalkhoudende bodems; in grazige begroeiingen, veelal langs struwelen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1  
Daucus carota - Peen: TWEE/EENJARIG: jun-sep, wit tot iets roze. Hemi/Ther, 0,3-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot kleiige bodems; op dijken en taluds, in bermen en graslanden, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G4, G6, G7. W.bij   Hb1 Vlin
Erigeron acer - Scherpe fijnstraal : TWEEJARIG: jun-aug, lila, blw. tros. Hemi, 0,2-0,6, b1/4. Droge tot iets vochtige, voedselarme tot vrij schrale en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in min of meer open, grazige vegetaties; langs paden in de duinen, op dijken, in bermen, langs spoorlijnen, op spoorwegemplacementen, in steengroeven, tussen voegen van plaveisel en steentaluds van v4iaducten. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; W.bij; BEHEERTYP: G3, G4; W.bij      
Erodium lebelii - Kleverige reigersbek: EENJARIG: mei-okt, roze/wit, rozetten vrij symmetrisch. Ther, 0,1-0,3. Droge, voedselarme, kalkhoudende, open zandige bodems; op open plekken in de duinen, in bermen en op spoorwegen. Zon. (inh); ZINTUIGPL: T.plant; BEHEERTYP: P4, G4.        
Euphorbia cyparissias - Cipreswolfsmelk: VAST: apr-mei, geel. Cham, wortelstok, 0,15-0,3. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak kalkhoudende bode; in duinen, rivierduinen, bermen, op spoordijken en spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4, G6. W.bij   Hb1  
Helianthemum nummularium - Geel zonneroosje: VAST, groenblijvend: mei-aug, geel, blw. aanvankelijk in een schicht, stengels liggend. Cham, 0,1-0,4, b2/1stengels opgaand. Zomerdroge, kalkhoudende bodems; in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1  
Helictotrichon pubescens - Zachte haver: VAST: mei-jun. Hemi, 0,3-0,8. Vochthoudende tot droge zandige tot zavelige, matig voedselrijke kalkhoudende bodems; in de duinen, op dijken, in bermen, langs holle wegen en spoorwegen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G7.        
Inula conyzae - Donderkruid : TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,4-1,0. Iets vochtige tot zomerdroge, schrale en veelal kalkhoudende, min of meer open bodems; op grazige taluds van holle wegen, spoordijken, wegbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4.     Hb1  
Knautia arvensis - Beemdkroon: VAST: jun-sep, lila. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige tot zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, licht humushoudende, zandige tot zavelige en vaak kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, langs holle wegen, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4, G5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Koeleria macrantha - Smal fakkelgras: VAST: jun-jul. Hemi, 0,3-0,6. Droge, voedselarme en kalkhoudende zand- en zavelgronden; in de duinen; in grasvelden en bermen, op rivier- en spoordijken, en spoorweginsnijdingen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G63.        
Leontodon hispidus - Ruige leeuwentand: VAST: jul-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,2-0,4. Vochthoudende, schrale, maar kalkhoudende, zavelige en lemige bodems; op kalkgraslanden; verder voornamelijk op rivierdijken en in wegbermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Leontodon saxatilis - Kleine leeuwentand: TWEEJARIG: jun-okt, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,1-0,3. Vochtige tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; meestal in grazige vegetaties maar ook als pionierplant; op grazige en open plekken in de duinen en op heideterreinen; in grasvelden, bermen en op dijken; verder aan bermranden, min of meer verdichte bodems en tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, G4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Listera ovata - Grote keverorchis: VAST: mei-jun. Geof, 0,2-0,4. groen. Vochtige en vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems; in bossen en op beschaduwde plaatsen; langs holle wegen en langs spoorwegen; op strooivelden op begraafplaatsen; licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) B&S 4, 5, G4.        
Medicago falcata - Sikkelklaver: VAST: mei-sep, geel, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,2-0,5. Meestal op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, zandige tot zavelachtige bodems; op rivier- en spoordijken, in wegbermen, spoorweg-, haven-, industrieterreinen en braakliggende overhoeken. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G4, G5, G6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Medicago x varia - Bonte luzerne: VAST: jun-sep, paarsblauw met groen en geel, blw. okselstandige tros, een bastaard van sikkelklaver en luzerne. Hemi, 0,3-0,8. Meestal op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; op rivier- en spoordijken, spoorweg-, industrieterreinen. Zon. (inh); FAUNA: BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Ononis repens ssp. repens - Stalkruid: VAST: jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Hemi/Cham, 0,05-0,3. zomerdroge, voedselarme kalkhoudende, zandige tot lemige bodems; op min op meer open grazige plaatsen, in schrale weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen die met duinzand zijn aangelegd. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G0. W.bij Hom Hb1 Vlin
Ononis repens ssp. Spinosa - Kattedoorn: VAST: jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Cham/Hemi, 0,2-0,6. Vochthoudende, iets voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende zand-, löss- en zavelige bodems; op grazige plaatsen, in weilanden, duinen, wegbermen, op dijken en spoordijken. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3 Vlin
Picris hieracioides - Echt bitterkruid: TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, rozet: 0,5-1,0. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot iets voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in grazige vegetaties in de duinen, in bermen, op dijken, spoordijken, en spoorwegemplacementen; verder op halfverhardingen en tussen het plaveisel o; m; op parkeerplaatsen en in fietsenstallingen, in het duingebied en op vluchtheuvels in de stad. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ; BEHEERTYP: P5, G4, G5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Plantago media - Ruige weegbree: VAST: mei-jul, roze; blad elliptisch tot eirond en vrij sterk grijsachtig behaard. Hemi, rozet, 0,25-0,4. Vochthoudende tot vrij (zomer)droge, zandige tot zavelige, kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier-, kanaal- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en stadsgazons. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4, G5. W.bij   Hb3  
Polygonatum odoratum - Welriekende salomonszegel: VAST: mei-jun, wit, blw. okselstandig; stengel kantig met een- of tweebloemige trosjes. Geof, wortelstok, 0,2-0,4. Droge, voedselarme, kalkhoudende, zandige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel en lichte bossen; in de duinen, langs duinpaden, in bermen en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, B&S 4.     Hb1  
Primula veris - Gulden sleutelbloem: VAST: apr-mei jun, geel, blw. scherm. Hemi, 0,15-0,3. Vochthoudende, matig voedselrijke, kalkrijke lemige, licht humeuze bodems en zavelgronden; in bossen; grasland, spoordijken en wegbermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, B&S 4, 5. W.bij Hom Hb1  
Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem: VAST: apr-jun, geel, blw. pluimvormig vertakt; Hemi/Geof: alleenstaand,0,15-0,3. Droge of vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke leem- en zavelgronden en op leem- of kalkhoudend zand; in grazige vegetaties; bermen, grasvelden en dijken. Zon. TUIN (inh)
Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, G6, G7.
W.bij Hom Hb1  
Rubus caesius - Dauwbraam: HEESTER: h1j, mei-aug, wit, blw. armbloemige pluim, vruchten grijsblauw berijpt. Cham/Hemi, tot 1,0, kruipende stengels tot 2,5-3,0. Op vochtige tot zomerdroge, veelal matig voedselrijke en kalkhoudende bodems; in duinen, veel langs spoorwegen, fabrieksterreinen; allerlei ontgrondingen. Zon. (inh); E&P: vrucht; ; BEHEERTYP: G3, G4, G5, R5, R7, B&S 4, 6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Salvia pratensis - Veldsalie: VAST: mei-jul, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6; 1/2. Enigszins vochtige tot min of meer zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige bodems; in grazige vegetaties op rivier-, spoordijken en op overhoeken bij de rivieren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: (WB) G4, G5. W.bij Hom Hb1 Vlin
Salvia verticillata - Kranssalie: VAST: jun-sep, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6; 2/3. Vochthoudende tot zomerdroge, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4.   Hom   Vlin
Scabiosa columbaria - Duifkruid : VAST: jul-sep, lila. Hemi, 0,3-0,8. Iets vochtige tot zomerdroge, schrale, kalkhoudende lemige bodems; voornamelijk in kalkgraslanden en grazige begroeiingen langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3 Vlin
Securigera varia - Bont kroonkruid: VAST: jun-sep, roze, blw. hoofdje. Hemi, met ondergrondse uitlopers, ca 0,6, klimmend en liggend tot 1,3. Giftig voor vee, maar niet voor herkauwers. Vochtige tot zomerdroge, matig voedselrijke of kalkhoudende bodems; op rivier en spoordijken, in wegbermen en rivierduinen, op spoorwegemplacementen, stenige taluds. Zon. TUIN (inh), Tegel; Giftig (vee); FAUNA: Hb1, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G4, G5, R5, R6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: TWEEJARIG: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Silene vulgaris - Blaassilene: VAST: jul-sep, wit. Hemi, 0,3-0,7. Zomer droge tot iets vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke zandige tot kleiige, kalkhoudende bodems; in grazige en zomerdroge ruigtkruidenvegetaties; op dijken, spoordijken, langs holle wegen, in wegbermen, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen en basaltglooiingen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4, G5.        
Stachys officinalis - Betonie: VAST: jun-aug, paars, blw. aar. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk op grazige plaatsen langs bossen en struweel. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Teucrium chamaedrys - Echte gamander: VAST: jul-sep, roze en donker verkleurend, blw. okselstandig; blad min of meer gekarteld en leerachtig. Cham, 0,15-0,3. Vochthoudende bodems, neutrale bodems; in Nederland in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb5 Vlin
Thymus praecox - Kruiptijm: VAST: jun-jul, paars, blw. hoofdje; stengels kruipend. Cham, 0,05-0,1. Min of meer droge tot iets vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; op grazige plaatsen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; ; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3  
Thymus pulegioides - Grote tijm: VAST: jun-sep, paarsachtig, hoofdje. Cham, 02-0,3. Iets vochtige tot droge, tamelijk voedselarme en zowel kalkrijke als kalkarme bodems; in grazige vegetaties, bermen, schrale graslanden, op rivier- en spoordijken, langs paden in bossen, heiden en duinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G4. W.bij Hom Hb3 Vlin
Trifolium campestre - Middelste klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,08-0,25. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelachtige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in de duinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Vicia lathyroides - Lathyruswikke: EENJARIG: apr-jun, rozerood, blw. okselstandige, armbloemige tros. Ther, 0,1-0,25. Droge, voedselarme, vaak kalkhoudende zandige bodems; in min op meer open veelal grazige vegetaties; in weg- en spoorwegterreinen en braakliggende overhoeken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4.   Hom    
Vicia nigra ssp.nigra - Smalle wikke: EENJARIG: mei-jul, roodpaars, zwaarden rood, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Ther, 0,2-1,0. Vochtige tot droge, voedselarme (maar basische) tot matig voedselrijke, zandige tot lemige en zavelige bodems; in grazige vegetaties en op open gronden; in graanakkers, duinen, bermen, op dijken, schrale overhoeken en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7.        
Naar top pagina