| Agrimonia eupatoria - Gewone agrimonie: VAST: jun-sep, geel, blw. aarachtige tros. Hemi, wortelstok, 0,5-1,0. Vochtige tot enigszins droge tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke zandige tot kleiige, kalkhoudende bodems; op dijken, spoorwegtaluds, taluds van opritten van bruggen, in wegbermen, langs holle wegen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4; G5, R5, B&S 4. |
|
|
|
|
| Ajuga reptans - Kruipend zenegroen: VAST: apr-jun, blauwpaars, blw. aar; plant bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,3. Vochtige, veelal matig voedselrijke of iets schrale kalkhoudende bodems; leemhoudend zand, leem en loss; in graslanden, grazige bermen, langs bosranden, in struwelen, zandafgravingen en langs kanten van sloten en greppels; licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G4, G7, B&S 4, 5. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Allium oleraceum - Moeslook: BOL: jun-aug, min of meer roze, groenachtig of wit, blw. uit een eindelingse kluwen van broedbolletjes ontspringen lang gesteelde bloempjes. Geof, 0,3-0,7. Vochthoudende tot vrij droge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems; in grasland en bermen; groei goed op omgewoelde bodems. Zon. (inh); ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G4, G5. |
|
|
Hb1 |
|
| Ambrosia psilostachya - Zandambrosia: VAST: aug-okt, groenig, blw. aarachtige tros. Geof, 0,3-0,6. Droge, matig voedselrijke tot schrale en vaak kalkhoudende zandbodems; op open gronden en grazige vegetaties; langs duinpaden, in bermen, en spoorbermen, op haven- en fabrieksterreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P4, G4, G6. |
|
|
|
|
| Anthericum liliago - Grote Graslelie: BOL: mei-jun, wit, blw. tros. Geof, 0,3-0,6. Zomerdroge, zwak zure tot licht kalkhoudende bodems en stenig substraat. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; FAUNA: Hb3, W.bij; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
|
Hb1 |
|
| Anthyllis vulneraria - Wondklaver: VAST: mei-jun, geel, blw. hoofdje, stengels liggend. Hemi, 0,15-0,6. Meestal op droge, voedselarme kalkhoudende zandige bodems; op min of meer open gronden; in grazige vegetaties in de duinen, en in wegbermen door de duinen; verder veel op spoorwegterreinen in noord- en Zuid-Holland en in (Geen suggesties); op spoorwegterreinen ook als pionierplant. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
|
| Arabis hirsuta ssp. hirsuta - Ruige scheefkelk: TWEEJARIG: mei-jun, wit. Hemi, 0,3-0,8. Droge, kalkhoudende matig voedselrijke bodems; op vrij open korte grazige plaatsen; ook op stenige plekken; in hoofdzaak in het duingebied; ook langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Arenaria serpyllifolia - Gewone zandmuur: EENJARIG: mei-okt, wit; kleine en meestal rechtopstaande of opgaande plantjes. Ther, 0,05-0,2. Droge, betrekkelijk voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelige bodems; op open overhoeken, tussen plaveisel, in spoor- en wegbermen, op spoorwegemplacementen en industrieterreinen. Zon. (inh), Tegel; BEHEERTYP: P4, P5, P6, G4. |
|
|
|
|
| Asparagus officinalis s. prostratus - Liggende asperge: VAST: mei-jun, wit, blw, blw. okselstandige armbloemige tros; bes rood; stengel aan de voet geknikt. Geof, 0,3-0,6. Droge, kalkhoudende, zandgrond; op grazige plaatsen in duinen en langs spoorwegen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
|
| Asparagus officinalis ssp. off. - Tuinasperge: VAST: mei-jul, groenig, blw. okselstandige armbloemige tros; bes rood. Geof, 0,5-1,8. Droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel; in de duinen, op spoordijken, braakliggende overhoeken. Zon. TUIN (inh); E&P: jonge spruit; BEHEERTYP: G4, G6, B&S 4, 7. |
W.bij |
Hom |
Hb4 |
|
| Brachypodium pinnatum - Gevinde kortsteel: VAST: jun-jul, vast. Hemi, 0,4-1,0. Op grazige, droge krijthellingen en kalkrijke bodems; op spoordijken, in kalkgraslanden en langs holle wegen. Zon- licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G4. |
|
|
|
|
| Campanula rapunculus - Rapunzelklokje: TWEEJARIG: mei-sep, blauw, blw. vertakte tros en bloemen naar alle kanten gekeerd; stengelbladen lancetvormig. Hemi, penwortel, 0,5-0,8. Vochtige tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige, lemige licht humushoudende bodems; in grazige tot enigszins ruige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, R5. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
|
| Carduus nutans - Knikkende distel: TWEEJARIG: jul-aug, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,5-1,5. Droge tot iets vochtige, schrale tot matig voedselrijke, en kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op min meer open plaatsen of plekken waar de grasmat is stukgetrapt of -gereden: in de duinen, op rivierdijken, industrie- en spoorwegterreinen, in bermen en op braakliggende terreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P4,(G4). |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Carex flacca - Zeegroene zegge: VAST: Mei-jun. Geof, 0,25-0,6. Zeer vochtige tot min of mee droge, leem of kalkhoudende bodems; vooral in onbemeste graslanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1k, G3,G4. |
|
|
|
|
| Carlina vulgaris - Driedistel: Twee-tot meerjarig (kortlevend): aug-sept, strogeel, blw. alleenstaand. Hemi, 2,0-0,4. MILIEU: open grazige, droge, kalkhoudende zandige of lemige bodem. VERSPR.nl: in hoofdzaak in het Hollandse Duingebied en in Zuid-Limburg. BEHTYP: P4, P6, G4. (inh); BEHEERTYP: P4, P6, G4; |
|
|
|
|
| Centaurea jacea - Knoopkruid : VAST: jun-sep, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,3-1,2. Vochtige tot iets droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige (humushoudend) tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken en veel langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, G4, G7. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Centaurea scabiosa - Grote centaurie: VAST: jun-aug, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,5-1,2. Droge tot vochthoudende, vrij schrale tot enigszins voedselrijke, kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en soms in zoomvegetaties; in graslanden, langs holle wegen, op spoordijken en in spoorweginsnijdingen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Cirsium acaule - Aarddistel: VAST: jul-sep, paarsachtig, blw. alleenstaand, zeer kort gesteeld en dicht bij de grond. Hemi, 0,05-0,1. Min of meer droge tot iets vochtige, kalkhoudende bodems; kalkgrasland. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. |
|
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Clinopodium acinos - Kleine steentijm: EENJARIG: jun-sep, paarsblauw, blw. okselstandig; Ther/Cham: 0,15-0,25. Iets vochtige tot droge, kalkhoudende bodems; veelal in min of meer open grazige vegetaties. Zon. TUIN (inh), Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: P4. |
W.bij |
Hom |
Hb |
|
| Clinopodium vulgare - Borstelkrans: VAST: jul-sep, roze, blw. okselstandig. Hemi, 0,3-0,6. Zomerdroge, vrij schrale, kalkhoudende bodems; in grazige begroeiingen, veelal langs struwelen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
|
| Daucus carota - Peen: TWEE/EENJARIG: jun-sep, wit tot iets roze. Hemi/Ther, 0,3-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot kleiige bodems; op dijken en taluds, in bermen en graslanden, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G4, G6, G7. |
W.bij |
|
Hb1 |
Vlin |
| Erigeron acer - Scherpe fijnstraal : TWEEJARIG: jun-aug, lila, blw. tros. Hemi, 0,2-0,6, b1/4. Droge tot iets vochtige, voedselarme tot vrij schrale en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in min of meer open, grazige vegetaties; langs paden in de duinen, op dijken, in bermen, langs spoorlijnen, op spoorwegemplacementen, in steengroeven, tussen voegen van plaveisel en steentaluds van v4iaducten. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; W.bij; BEHEERTYP: G3, G4; |
W.bij |
|
|
|
| Erodium lebelii - Kleverige reigersbek: EENJARIG: mei-okt, roze/wit, rozetten vrij symmetrisch. Ther, 0,1-0,3. Droge, voedselarme, kalkhoudende, open zandige bodems; op open plekken in de duinen, in bermen en op spoorwegen. Zon. (inh); ZINTUIGPL: T.plant; BEHEERTYP: P4, G4. |
|
|
|
|
| Euphorbia cyparissias - Cipreswolfsmelk: VAST: apr-mei, geel. Cham, wortelstok, 0,15-0,3. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak kalkhoudende bode; in duinen, rivierduinen, bermen, op spoordijken en spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4, G6. |
W.bij |
|
Hb1 |
|
| Helianthemum nummularium - Geel zonneroosje: VAST, groenblijvend: mei-aug, geel, blw. aanvankelijk in een schicht, stengels liggend. Cham, 0,1-0,4, b2/1stengels opgaand. Zomerdroge, kalkhoudende bodems; in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
|
| Helictotrichon pubescens - Zachte haver: VAST: mei-jun. Hemi, 0,3-0,8. Vochthoudende tot droge zandige tot zavelige, matig voedselrijke kalkhoudende bodems; in de duinen, op dijken, in bermen, langs holle wegen en spoorwegen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G7. |
|
|
|
|
| Inula conyzae - Donderkruid : TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,4-1,0. Iets vochtige tot zomerdroge, schrale en veelal kalkhoudende, min of meer open bodems; op grazige taluds van holle wegen, spoordijken, wegbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4. |
|
|
Hb1 |
|
| Knautia arvensis - Beemdkroon: VAST: jun-sep, lila. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige tot zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, licht humushoudende, zandige tot zavelige en vaak kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, langs holle wegen, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4, G5. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Koeleria macrantha - Smal fakkelgras: VAST: jun-jul. Hemi, 0,3-0,6. Droge, voedselarme en kalkhoudende zand- en zavelgronden; in de duinen; in grasvelden en bermen, op rivier- en spoordijken, en spoorweginsnijdingen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G63. |
|
|
|
|
| Leontodon hispidus - Ruige leeuwentand: VAST: jul-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,2-0,4. Vochthoudende, schrale, maar kalkhoudende, zavelige en lemige bodems; op kalkgraslanden; verder voornamelijk op rivierdijken en in wegbermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Leontodon saxatilis - Kleine leeuwentand: TWEEJARIG: jun-okt, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,1-0,3. Vochtige tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; meestal in grazige vegetaties maar ook als pionierplant; op grazige en open plekken in de duinen en op heideterreinen; in grasvelden, bermen en op dijken; verder aan bermranden, min of meer verdichte bodems en tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Listera ovata - Grote keverorchis: VAST: mei-jun. Geof, 0,2-0,4. groen. Vochtige en vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems; in bossen en op beschaduwde plaatsen; langs holle wegen en langs spoorwegen; op strooivelden op begraafplaatsen; licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) B&S 4, 5, G4. |
|
|
|
|
| Medicago falcata - Sikkelklaver: VAST: mei-sep, geel, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,2-0,5. Meestal op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, zandige tot zavelachtige bodems; op rivier- en spoordijken, in wegbermen, spoorweg-, haven-, industrieterreinen en braakliggende overhoeken. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G4, G5, G6. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Medicago x varia - Bonte luzerne: VAST: jun-sep, paarsblauw met groen en geel, blw. okselstandige tros, een bastaard van sikkelklaver en luzerne. Hemi, 0,3-0,8. Meestal op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; op rivier- en spoordijken, spoorweg-, industrieterreinen. Zon. (inh); FAUNA: BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Ononis repens ssp. repens - Stalkruid: VAST: jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Hemi/Cham, 0,05-0,3. zomerdroge, voedselarme kalkhoudende, zandige tot lemige bodems; op min op meer open grazige plaatsen, in schrale weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen die met duinzand zijn aangelegd. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G0. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Ononis repens ssp. Spinosa - Kattedoorn: VAST: jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Cham/Hemi, 0,2-0,6. Vochthoudende, iets voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende zand-, löss- en zavelige bodems; op grazige plaatsen, in weilanden, duinen, wegbermen, op dijken en spoordijken. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Picris hieracioides - Echt bitterkruid: TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, rozet: 0,5-1,0. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot iets voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in grazige vegetaties in de duinen, in bermen, op dijken, spoordijken, en spoorwegemplacementen; verder op halfverhardingen en tussen het plaveisel o; m; op parkeerplaatsen en in fietsenstallingen, in het duingebied en op vluchtheuvels in de stad. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ; BEHEERTYP: P5, G4, G5. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Plantago media - Ruige weegbree: VAST: mei-jul, roze; blad elliptisch tot eirond en vrij sterk grijsachtig behaard. Hemi, rozet, 0,25-0,4. Vochthoudende tot vrij (zomer)droge, zandige tot zavelige, kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier-, kanaal- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en stadsgazons. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4, G5. |
W.bij |
|
Hb3 |
|
| Polygonatum odoratum - Welriekende salomonszegel: VAST: mei-jun, wit, blw. okselstandig; stengel kantig met een- of tweebloemige trosjes. Geof, wortelstok, 0,2-0,4. Droge, voedselarme, kalkhoudende, zandige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel en lichte bossen; in de duinen, langs duinpaden, in bermen en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, B&S 4. |
|
|
Hb1 |
|
| Primula veris - Gulden sleutelbloem: VAST: apr-mei jun, geel, blw. scherm. Hemi, 0,15-0,3. Vochthoudende, matig voedselrijke, kalkrijke lemige, licht humeuze bodems en zavelgronden; in bossen; grasland, spoordijken en wegbermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, B&S 4, 5. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
|
Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem: VAST: apr-jun, geel, blw. pluimvormig vertakt; Hemi/Geof: alleenstaand,0,15-0,3. Droge of vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke leem- en zavelgronden en op leem- of kalkhoudend zand; in grazige vegetaties; bermen, grasvelden en dijken. Zon. TUIN (inh)
Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, G6, G7. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
|
| Rubus caesius - Dauwbraam: HEESTER: h1j, mei-aug, wit, blw. armbloemige pluim, vruchten grijsblauw berijpt. Cham/Hemi, tot 1,0, kruipende stengels tot 2,5-3,0. Op vochtige tot zomerdroge, veelal matig voedselrijke en kalkhoudende bodems; in duinen, veel langs spoorwegen, fabrieksterreinen; allerlei ontgrondingen. Zon. (inh); E&P: vrucht; ; BEHEERTYP: G3, G4, G5, R5, R7, B&S 4, 6. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Salvia pratensis - Veldsalie: VAST: mei-jul, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6; 1/2. Enigszins vochtige tot min of meer zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige bodems; in grazige vegetaties op rivier-, spoordijken en op overhoeken bij de rivieren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: (WB) G4, G5. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Salvia verticillata - Kranssalie: VAST: jun-sep, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6; 2/3. Vochthoudende tot zomerdroge, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4. |
|
Hom |
|
Vlin |
| Scabiosa columbaria - Duifkruid : VAST: jul-sep, lila. Hemi, 0,3-0,8. Iets vochtige tot zomerdroge, schrale, kalkhoudende lemige bodems; voornamelijk in kalkgraslanden en grazige begroeiingen langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Securigera varia - Bont kroonkruid: VAST: jun-sep, roze, blw. hoofdje. Hemi, met ondergrondse uitlopers, ca 0,6, klimmend en liggend tot 1,3. Giftig voor vee, maar niet voor herkauwers. Vochtige tot zomerdroge, matig voedselrijke of kalkhoudende bodems; op rivier en spoordijken, in wegbermen en rivierduinen, op spoorwegemplacementen, stenige taluds. Zon. TUIN (inh), Tegel; Giftig (vee); FAUNA: Hb1, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G4, G5, R5, R6. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: TWEEJARIG: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Silene vulgaris - Blaassilene: VAST: jul-sep, wit. Hemi, 0,3-0,7. Zomer droge tot iets vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke zandige tot kleiige, kalkhoudende bodems; in grazige en zomerdroge ruigtkruidenvegetaties; op dijken, spoordijken, langs holle wegen, in wegbermen, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen en basaltglooiingen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4, G5. |
|
|
|
|
| Stachys officinalis - Betonie: VAST: jun-aug, paars, blw. aar. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk op grazige plaatsen langs bossen en struweel. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
Vlin |
| Teucrium chamaedrys - Echte gamander: VAST: jul-sep, roze en donker verkleurend, blw. okselstandig; blad min of meer gekarteld en leerachtig. Cham, 0,15-0,3. Vochthoudende bodems, neutrale bodems; in Nederland in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb5 |
Vlin |
| Thymus praecox - Kruiptijm: VAST: jun-jul, paars, blw. hoofdje; stengels kruipend. Cham, 0,05-0,1. Min of meer droge tot iets vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; op grazige plaatsen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; ; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
|
| Thymus pulegioides - Grote tijm: VAST: jun-sep, paarsachtig, hoofdje. Cham, 02-0,3. Iets vochtige tot droge, tamelijk voedselarme en zowel kalkrijke als kalkarme bodems; in grazige vegetaties, bermen, schrale graslanden, op rivier- en spoordijken, langs paden in bossen, heiden en duinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G4. |
W.bij |
Hom |
Hb3 |
Vlin |
| Trifolium campestre - Middelste klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,08-0,25. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelachtige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in de duinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. |
W.bij |
Hom |
Hb1 |
|
| Vicia lathyroides - Lathyruswikke: EENJARIG: apr-jun, rozerood, blw. okselstandige, armbloemige tros. Ther, 0,1-0,25. Droge, voedselarme, vaak kalkhoudende zandige bodems; in min op meer open veelal grazige vegetaties; in weg- en spoorwegterreinen en braakliggende overhoeken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4. |
|
Hom |
|
|
| Vicia nigra ssp.nigra - Smalle wikke: EENJARIG: mei-jul, roodpaars, zwaarden rood, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Ther, 0,2-1,0. Vochtige tot droge, voedselarme (maar basische) tot matig voedselrijke, zandige tot lemige en zavelige bodems; in grazige vegetaties en op open gronden; in graanakkers, duinen, bermen, op dijken, schrale overhoeken en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. |
|
|
|
|
|