Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
G5 -- Soorten van graslandvegetaties op zomerdroge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodem
Uitgebreid overzicht soorten  
Het gaat hier om grasland vegetaties die plantensoorten gemeen hebben met G4 en de droge typen van het glanshaver- verbond. Verder om ruige tot zeer ruige grazige begroeiingen die het mddden houden tussen graslandvegetaties en ruigte. Het gaat hier om soorten die voor een groot gedeelte binnen de andere indelingen vallen: droge typen van het glanshaver-verbond, kalkrijke droge bodems (G4) en Ruigte op kalkhoudende droge bodems (R4-5) maar deze beheertypen komen op deze website nog niet voor. G5 Sluit nog het meeste aan bij de bij het zoomvegetaties van het marjolein-verbond en kalkgrasland (G4). Vooral langs de Nederlandse Spoorwegen kwamen tussen 1980 en 1990 (1995) veel van zulke vegetaties voor, die varieerden van een sterk grazig karakter tot ruigte met dauwbraam, bijvoet etc (Zuid-Limburg, Rivierengebied, Zeeland, Noord-Holland). Aardaker, bont kroonkruid, echt bitterkruid, viltig kruiskruid, wilde marjolein, groot streepzaad kwamen in het rivieren gebied en Zuid-Limbrug geregeld dominant voor. Vaak als gevolg van storing, door grondwerk, branden, te hoge maaifrequentie, begrazingdruk (dit onder meer bij kattendoorn, echter kruisdistel en wilde marjolein). Combinaties van deze soorten zijn meestal te vinden op bodems en substraten die in het zomerseizoen sterk kunnen uitdrogen, maar buiten dit seizoen tamelijk vochtig kunnen zijn. Bij de beheertypen ruigten (R) zal worden ingegaan op marjolein-verbond waarbij ook een link zal worden gelegd naar G5.
Voorkomen -- In hoofdzaak op taluds en in bermen van hole wegen, rivierdijken, spoor- en autowegen. Op spoorwegemplacementen en op industrieterreinen.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: Aardaker, beemdkroon, beemdooievaarsbek, bont kroonkruid (geen honingbijen), boslathyrus, echt bitterkruid, echte kruisdistel, groot streepzaad, kluwenklokje, paardenbloemstreepzaad, rapunzelklokje, ruige weegbree, veldsalie, viltig kruiskruid, wilde marjolein, witte munt.
Overige soorten: bieslook, dauwbraam, esparcette, gulden sleutelbloem, ijzerhard, kattendoorn, kleine bevernel, knikkende distel (op open plekken), kruipend zenegroen, melige toorts, moeslook, paardenhoefklaver (zeer zeldzaam), peen, sikkelklaver, slangenlook, smalle rolklaver, wilde cichorei, wilde herfsttijloos, zwarte toorts.
Geen bijenplanten --Gidssoorten: blaassilene, gewone agrimonie, goudhaver, moeslook. -- Overige soorten: blauw walstro, heksenmelk.
Beheer -- Maximaal eenmaal per jaar maaien en afruimen.
Periode -- Gewoonlijk vanaf eind augustus tot half oktober.
Opmerkingen -- Bij een sterke vergrassing of in een aanvangssituatie kunnen twee maaibeurten noodzakelijke zijn. Indien rapunzelklokje en aardaker aanwezig zijn mag de 1e maaibeurt niet later dan eind mei plaatsvinden. De 2e maaibeurt september - oktober. Bij de 1e maaibeurt op stoppelhoogte 10 cm instellen. Op plekken waar dat kan is extensieve begrazing eventueel gecombineerd met selextief maaien sw beste oplossing om de variatie in soorten en vegetatiestructuur te handhaven.
 
 
Foto's bij beheertype G5
Wilde marjolein houdt het midden tussen een ruigteplant en een graslandplant. Hij groeit in schrale kalkgraslanden, maar kan zich ook jaren handhaven in ruigte en daarin zelfs aspectbepalend zijn. Deze situatie kwam vóór 1990 vooral op spoorwegtaluds in Zuid-Limburg en in het rivierengebied voor. Bij begrazing wordt de plant vaak gemeden, zelfs door geiten, waardoor marjolein tot dominantie kan komen.. (Linden, Rijndijk 1996)
 
 
Een grazige tot ruige vegetatie met wilde marjolein In een wegberm op korte afstand van de Maas in Maastricht. Deze vegetatie sluit sterk bij het marjolein-verbond aan.
 
 
Een grazige tot ruige vegetatie met wilde marjolein op een dijkhelling langs de Rijn bij Wageningen.
 
 
Gewone agrimonie -- Gewone agrinomie houdt het midden tussen een graslandplant en een zoomplant. De soort groeit vaak in tamelijk ruige vegetaties, die formeel nog wel grasland genoemd mogen worden. De groeiplaatsen zijn vaak lichtbeschaduwde plekken of ook wel het noordelijk talud van de dijk (zoals op deze foto). Deze vegetatie hoeft hier maar éénmaal per jaar te worden gemaaid. (Lienden, Oude Rijndijk 1997)
 
Beemdkroon op het talud van een rivierdijk langs de waal (Ochten 2010). Maakt hier deel uit van het glanshaver-verbond.
 
 
Beemdkroon is een vrij schaars voorkomende soort; niet echt zeldzaam, maar ook niet algemeen. Deze plant wijst op een kansrijk milieu. Waar deze soort in kleine aantallen voorkomt, is de kans groot dat bij een goed hooilandbeheer de soortenrijkdom zal toenemen.
 
 
Kattendoorn is een houtige plant die meestal niet door het vee of paarden wordt gegeten. Op plekken die worden begraasd kan hij goed stand houden en zich zelfs uitbreiden. (Linden, Rijndijk 1996)
 
 
Kattendoorn (Ingen, oprit veerpont 1996)
 
 
Wilde cichorei met boerenwormkruid en hier en daar echt bitterkruid vormen hier elementen van een droge variant van het glanshaver-verbond.
 
Wilde Cichorei -- Wilde cichorei is een soort van neutrale tot basische bodem. Door beheer of door werkzaamheden kunnen sommige planten tijdelijk aspectbepalend worden. Als andere plantensoorten van G5 ontbreken, is het op het oog vaak niet met zekerheid te zeggen of er sprake is van beheertype G7 of G5. (Rijndijk 1997) . Dit geldt ook voor de soorten hier onder Peen en echt bitterkruid
 
 
Peen komt vaak met deze abundantie op dijken voor. Als deze vegetatie op de juiste wijze wordt beheerd, d.w.z. 2 x per jaar maaien en afvoeren van maaisel, zal de vegetatie diverser worden. (Driel Rijndijk 1997); daarna is de kans aanwezig dat 1 x maaien voldoende is.
 
 
Kleine bevernel -- Zulke grote stukken met kleine bevernel zijn schaars. Groeit hier onder meer samen met knoopkruid, gewoonduizendblad, gewoon biggenkruid en glanshaver. Onder invloed van de bemseting van het aangrenzende weiland lijkt de vegetatie zich in de richting van een verarmd glanshaver-verbond te ontwikkelen, waarbij kleine bevernel waarschijnlijk als eerste zal verdwijnen.(Overijsselse Vecht, Diffelen 1997)
 
 
 
Rapunzelklokje is een tamelijk kritische soort wat betreft het maairegiem. Als hij tijdens de groei wordt gemaaid, komt de zaadvorming in gevaar. Als er twee maal per jaar moet worden gemaaid, dient de eerste maaibeurt voor eind mei te hebben plaatsgevonden. De plant kan zich dan nog voldoende herstellen en rijpe zaden vormen.
 
Rapunzelklokje -- Fragment vegetatie Zo groeit rapunzelklokje vaak langs spoorwegterreinen (Brummen - Zuthen 1994)
 
 
Slangenlook is een zeer zeldzame grasland plant. (Elst 2008)
 
 
Op de voormalige steenfabriek in Meinerswijk komt de zeldzame veldsalie talrijk voor. (Arnhem 2008)
 
 
Veldsalie -- Detail vegetatie.
Naar top pagina
 
Overzicht soorten G5
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Agrimonia eupatoria - Gewone agrimonie: VAST: jun-sep, geel, blw. aarachtige tros. Hemi, wortelstok, 0,5-1,0. Vochtige tot enigszins droge tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke zandige tot kleiige, kalkhoudende bodems; op dijken, spoorwegtaluds, taluds van opritten van bruggen, in wegbermen, langs holle wegen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4; G5, R5, B&S 4.        
Allium oleraceum - Moeslook: BOL: jun-aug, min of meer roze, groenachtig of wit, blw. uit een eindelingse kluwen van broedbolletjes ontspringen lang gesteelde bloempjes. Geof, 0,3-0,7. Vochthoudende tot vrij droge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems; in grasland en bermen; groei goed op omgewoelde bodems. Zon. (inh); ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G4, G5.     Hb1  
Allium schoenoprasum - Bieslook: BOL: mei-jul, roze-violet, blw. hoofdjesachtig scherm. Geof, 0,2-0,4. Min of meer droge tot vochtige, schrale tot matig voedselrijke, al dan niet kalkhoudende bodems van nature op grazige, winternatte, plekken langs rivieroevers; verwilderd op veel andere plaatsen in bermen, dijken, langs spoorwegen, voormalige boerenerven en in de bebouwde kom. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G5, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Allium scorodoprasum - Slangelook: BOL: jun-jul, purper, blw. uit een eindelingse kluwen van broedbolletjes ontspringen lang gesteelde bloempjes. Geof, 0,5-1,0. Vochtige, matige, al dan niet kalkrijke bodems; onder meer in grazige begroeiingen langs struwelen. Zon- licht beschaduwd. (inh); ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G5, G7.   Hom Hb3  
Campanula glommerata - Kluwenklokje: VAST: jun-aug, blauw, blw. eindelingse kluwen. Geof, 0,25-0,5. Vochtige, matig voedselrijke, humus- en vaak kalkhoudende bodems. Zon-lichte schaduw. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G5. W.bij Hom Hb3  
Campanula rapunculus - Rapunzelklokje: TWEEJARIG: mei-sep, blauw, blw. vertakte tros en bloemen naar alle kanten gekeerd; stengelbladen lancetvormig. Hemi, penwortel, 0,5-0,8. Vochtige tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige, lemige licht humushoudende bodems; in grazige tot enigszins ruige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, R5. W.bij Hom Hb3  
Cichorium intybus - Wilde cichorei: VAST: jul-aug, blauw, blw. vertakt en hoofdjes eindelings en okselstandig. Hemi, 0,5-1,5. Op vochtige en vochthoudende, veelal kalkhoudende, voedselrijke zavel- en lichte kleibodems; in grazige vegetaties en vaak op verdichte bodems; op rivier- en spoordijken, weilanden in de uiterwaarden, in bermen vaak op de overgang van wegdek/wegberm). Zon. TUIN (inh); E&P: blad; BEHEERTYP: G5, G9. W.bij Hom Hb5 Vlin
Colchicum autumnale - Wilde herfsttijloos: KNOL: sep-okt, lila, bloem lijkt op krokus, blw. alleenstaand. Geof, 0,1-0,25. Natte tot vochtige, voedselrijke en veelal kalk- en humushoudende bodems; in grasland van uiterwaarden, natte en vochtige hooilanden, loofbos; natte spoorweg taluds; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh);
Giftig; BEHEERTYP: (WB) G5, G8.
  Hom Hb3  
Crepis biennis - Groot streepzaad: TWEEJARIG: mei-aug, geel, blw. tuil. Hemi, rozet, 0,6-1,2. Vochtige, voedselrijke, vaak kalk- en humushoudende leem, zavel en rivierklei; in grazige vegetaties, in hooilanden, op dijken, bermen en taluds van holle wegen; verder in en langs vergraste stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G7. W.bij Hom Hb2 Vlin
Crepis vesicaria ssp. taraxacifol. - Paardebloemstreepzaad: TWEEJARIG: mei-aug, geel, blw. tuil; Hemi/Ther: twee- of eenjarig, rozet, 0,3-0,7. Vochthoudende tot zomerdroge, matig voedselrijke en kalkhoudende, lemig zand tot kleiige bodems; in open vegetaties; op dijken, in bermen en op spoorweg- en industrieterreinen, ook in plantsoenen. Zon. (inh);; BEHEERTYP: G5.     Hb1  
Daucus carota - Peen: TWEE/EENJARIG: jun-sep, wit tot iets roze. Hemi/Ther, 0,3-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot kleiige bodems; op dijken en taluds, in bermen en graslanden, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G4, G6, G7 W.bij Hom Hb1 Vlin
Eryngium campestre - Echte kruisdistel: VAST: jul-aug, wit, blw. scherm bol en hoofdjesachtig; blad met scherpe harde stekelpunten. Hemi, 0,2-0,8, b1/1. Enigszins vochthoudende tot zomerdroge vaak kalkhoudende, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; in uiterwaarden, rivierduinen, op rivier- en spoordijken, in spoorbermen en basaltglooiingen bij kanaalmondingen. Zon. TUIN (inh), Rots; ZINTUIGPL: T.plant; BEHEERTYP: G5, G6. W.bij Hom Hb5 Vlin
Euphorbia esula - Heksenmelk: VAST: mei-aug, geelgroenachtig. Hemi/Cham. 0,3-0,8. Vochtige tot droge, iets voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot zavelige en veelal kalkhoudende bodems; in duinen en uiterwaarden, op spoor- en rivierdijken, in spoor-, kanaal- en wegbermen, op spoorwegemplacementen, industrieterreinen en op onbetreden plaatsen tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G6, R5. W.bij   Hb1  
Filipendula vulgaris - Knolspirea: VAST:jun-jul, wit, blw. tuil. Hemi, 0,4-0,8. Zomerdroge, schrale, maar kalkhoudende bodems; op grazige plaatsen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4.     Hb3  
Fragaria vesca - Bosaardbei: VAST: mei-jun, wit, blw. bijscherm; vruchten rood en sappig; met lange bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, iets voedselarme tot matig voedselrijke, zandige, leemhoudende en vaak kalkhoudende bodems; in ijle grazige vegetaties en in lichte bossen; langs bospaden, in licht beschaduwde wegbermen op dijken, in zand- en leemgroeven; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh); E&P: vrucht ; ZINTUIGPL: S.vrucht; BEHEERTYP: G4, B&S 4. W.bij   Hb1  
Galium verum - Geel walstro: VAST: jun-sep, geel; de planten in het binnenland hebben meestal langere stengels dan in de duinen. Hemi, 0,1-0,8. Overwegend (zomer) droge, voedselarme en vaak kalkhoudende, zandige, tot zavelige bodems; in open en gesloten grazige begroeiingen; in de duinen, weg- en spoorbermen, op dijken en spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: P3, P4, G3, G4.        
Geranium pratense - Beemdooievaarsbek: VAST: jun-jul. Hemi, 0,5-0,8. Vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige, veelal kalkhoudende bodems; in ruige hooilanden en soms in ruigten; in uiterwaarden en wegbermen, op dijken, spoorwegterreinen, buitenplaatsen (stinzenplant). Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G7, R5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Inula conyzae - Donderkruid: TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,4-1,0. Iets vochtige tot zomerdroge, schrale en veelal kalkhoudende, min of meer open bodems; op grazige taluds van holle wegen, spoordijken, wegbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4.     Hb1  
Hippocrepis comosa - Paardenhoefklaver: VAST: mei-jun, geel, blw. plat hoofdje; stengels liggend, peulen met paardenhoefachtige structuren. Cham, 0,1-0,3. Vochtige tot zomerdroge, enigszins schrale, kalkrijke, grazige bodems. Zon. (inh) BEHEERTYP: G5. W.bij      
Hypericum perforatum - Sint Janskruid: VAST: jun-sep, geel, stengel rond met twee lijsten, blad met talrijke doorzichtige punten. Hemi, 0,3-0,8 (1,0). Droge, schrale tot matig, voedselrijke zandige bodems; in grazige tot iets ruige vegetaties; in de duinen, bermen, Droge greppels, zandafgravingen, op spoordijken, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen en braakliggende terreinen, tussen het plaveisel, op halfverhardingen en in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; Giftig (vee); BEHEERTYP: G6. W.bij Hom Hb3  
Knautia arvensis - Beemdkroon: VAST: jun-sep, lila. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige tot zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, licht humushoudende, zandige tot zavelige en vaak kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, langs holle wegen, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4, G5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lathyrus sylvestris - Boslathyrus: VAST, jun-aug, groenachtig met roodpaars, blw. tros. Hemi, 1,0-1,8. Vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk aan bosranden, verder ook in bermen en spoorbermen en taluds. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 4. W.bij Hom Hb1 Vlin
Lathyrus tuberosus - Aardaker: VAST: jun-aug, rozerood, blw. tros. Hemi, ondergrondse uitlopers; 0,5-1,2. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende leem-, löss-, zavel- en zandgronden; in grazige vegetaties, in ruigten en op open gronden, vroeger (1980-1995) het meest langs spoorwegen, toen als pionierplant ook op schouwpaden; verder op rivierdijken, in weg-, kanaal- en stadsbermen en in stadsplantsoenen. Zon- beschaduwd. TUIN (inh); E&P: knol; BEHEERTYP: (WB) G5, G7, R5, R7. W.bij Hom Hb3  
Lotus glaber - Smalle rolklaver: VAST: jun, sep, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, 0,15-0,4. Natte tot vochtige, brakke tot zilte bodems; in grazige begroeiingen; voornamelijk op schorren en aangrenzende milieus; soms in bermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G0, G7.   Hom Hb1  
Medicago arabica - Gevlekte rupsklaver: EENJARIG: apr-sep, geel, blw. okselstandig, langgesteeld armbloemige tros, blaadje met paarsachtige vlek. Ther, 0,15-0,4. Vochtige, voedselrijke, kalkhoudende en kleiachtige bodems; in grazige vegetaties op dijken en in bermen. Zon. (inh); FAUNA: Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G5. W.bij Hom   Vlin
Medicago falcata - Sikkelklaver: VAST: mei-sep, geel, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,2-0,5. Meestal op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, zandige tot zavelachtige bodems; op rivier- en spoordijken, in wegbermen, spoorweg-, haven-, industrieterreinen en braakliggende overhoeken. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G4, G5, G6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Mentha suaveolens - Witte munt: VAST: lila tot wit, blw. aar. Hemi, 0,3-1,0. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, kalkhoudende bodems; in n vrij ruige grazige begroeiingen, dijk- en spoorwegtaluds, bermen en langs oevers. Zon. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G5.     Hb1  
Onobrychis viciifolia - Esparcette: VAST: mei-jun, roze en rood geaderd, blw. tros. Hemi, 0,2-0,7. Vochtige, matig voedselrijke, veelal kalkhoudende bodems; in Nederland het meest in wegbermen. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G5. W.bij Hom Hb5 Vlin
Origanum vulgare - Wilde marjolein: VAST: jun-sep, roze tot licht paars, blw. tuil. Hemi, 0,3-0,6. Vochthoudende tot zomer droge, matig voedselrijke tot schrale kalkhoudende zavelige en lemige bodems; in grazige vegetaties en in ruigten: op dijken, in bermen, langs holle wegen, langs spoorwegen, langs struwelen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel, Rots; E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: (WB) G5, R5. W.bij Hom Hb5 Vlin
Picris hieracioides - Echt bitterkruid: TWEEJARIG: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, rozet: 0,5-1,0. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot iets voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in grazige vegetaties in de duinen, in bermen, op dijken, spoordijken, en spoorwegemplacementen; verder op halfverhardingen en tussen het plaveisel o; m; op parkeerplaatsen en in fietsenstallingen, in het duingebied en op vluchtheuvels in de stad. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: P5, G4, G5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Pimpinella saxifraga - Kleine bevernel: VAST: jul-sep, wit. Hemi, 0,3-0,7. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke en vaak kalkhoudende bodems; op leemhoudend zand, loss en lichte zavel; in bermen en graslanden, op rivier- en kanaaldijken, spoorbermen en -taluds. Zon. TUIN (inh), Rots; W.bij   Hb3 Vlin
Plantago media - Ruige weegbree: VAST: mei-jul, roze; blad elliptisch tot eirond en vrij sterk grijsachtig behaard. Hemi, rozet, 0,25-0,4. Vochthoudende tot vrij (zomer)droge, zandige tot zavelige, kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier-, kanaal- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en stadsgazons. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G4, G5. W.bij   Hb3  
Rhinanthus alectorolophus - Harige ratelaar: EENJARIG:mei-jul, geel, kelk dicht behaard, blw. tros. Ther, 0,2-0,6 0,8. Vochtige tot zomerdroge, kalkhoudende bodems; in hooiland, op grazige spoorwegtaluds en wegbermen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4.   Hom    
Primula veris - Gulden sleutelbloem: VAST: apr-mei jun, geel, blw. scherm. Hemi, 0,15-0,3. Vochthoudende, matig voedselrijke, kalkrijke lemige, licht humeuze bodems en zavelgronden; in bossen; grasland, spoordijken en wegbermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, B&S 4, 5. W.bij Hom Hb1  
Rubus caesius - Dauwbraam: HEESTER: h1j, mei-aug, wit, blw. armbloemige pluim, vruchten grijsblauw berijpt. Cham/Hemi, tot 1,0, kruipende stengels tot 2,5-3,0. Op vochtige tot zomerdroge, veelal matig voedselrijke en kalkhoudende bodems; in duinen, veel langs spoorwegen, fabrieksterreinen; allerlei ontgrondingen. Zon. (inh); E&P: vrucht; ; BEHEERTYP: G3, G4, G5, R5, R7, B&S 4, 6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Salvia pratensis - Veldsalie: VAST: mei-jul, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6; 1/2. Enigszins vochtige tot min of meer zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige bodems; in grazige vegetaties op rivier-, spoordijken en op overhoeken bij de rivieren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: (WB) G4, G5. W.bij Hom Hb1 Vlin
Sanguisorba minor - Kleine pimpernel: VAST: mei-jul: groenig, blw. bolvormige hoofdjes. Hemi, 0,2-0,6. Zomerdroge, voedselarme, kalkhoudende bodems; in graslanden, op dijken, in bermen en in duinen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij   Hb3  
Securigera varia - Bont kroonkruid: VAST: jun-sep, roze, blw. hoofdje. Hemi, met ondergrondse uitlopers, ca 0,6, klimmend en liggend tot 1,3. Giftig voor vee, maar niet voor herkauwers. Vochtige tot zomerdroge, matig voedselrijke of kalkhoudende bodems; op rivier en spoordijken, in wegbermen en rivierduinen, op spoorwegemplacementen, stenige taluds. Zon. TUIN (inh), Tegel; Giftig (vee); FAUNA: Hb1, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G4, G5, R5, R6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Senecio erucifolius - Viltig kruiskruid: VAST: aug-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,5-1,5. Vochtige tot zomer droge, matig voedselrijke en meestal kalkhoudende, zand-, leem- en kleibodems; in grazige vegetaties en in ruigten: op rivier- en spoordijken, in weg-, spoor- en kanaalbermen, vooral in zeeland veel in stadsplantsoen en in pioniervegetaties. Zon. (inh); BEHEERTYP: G5, R5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: TWEEJARIG: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Sherardia arvensis - Blauw walstro: EENJARIG: jun-sep, blauw. Ther, 0,15-0,25. Min of meer vochtige, voedselrijke klei-, löss- en krijtbodems; in grazige vegetaties; in bermen, langs holle wegen en op dijken (onder meer veel op de afsluitdijk). Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: P5, G5.        
Silene vulgaris - Blaassilene: VAST: jul-sep, wit. Hemi, 0,3-0,7. Zomer droge tot iets vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke zandige tot kleiige, kalkhoudende bodems; in grazige en zomerdroge ruigtkruidenvegetaties; op dijken, spoordijken, langs holle wegen, in wegbermen, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen en basaltglooiingen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4, G5.        
Trisetum flavescens - Goudhaver: VAST: jun. Hemi, 0,3-0,6. Vrij (zomer)droge, maar vochthoudende, matig voedselrijke bodems; op dijken en spoordijken, wegbermen en hooilanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: G5.        
Verbascum lychnitis - Melige toorts: TWEEJARIG: jun-sep, wit, blw. kluwens aarachtige gegroepeerd, soms geel, bladen vaak grijsgroen. Hemi, rozet. 0,7-1,5, b1/4. Min of meer droge, neutrale, zandige tot lemige bodems of substraten; in Nederland het meest langs spoorwegen waargenomen; op open grazige plaatsen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: T.plant; BEHEERTYP: P3, P6, G 3, G5   Hom Hb3  
Verbena officinalis - IJzerhard: VAST: jun-okt, bleeklila, blw. dunne aar; stengels ruw en zeer taai. Hemi, 0,3-0,7. Enigszins vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijk en veelal kalkhoudende en min of meer open bodems; langs wegen en dijken, op spoorwegemplacementen, op overhoeken zowel op openplaatsen als in min of meer open ruigte. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G5.   Hom Hb1 Vlin
Veronica arvensis - Veldereprijs: EENJARIG: apr-sep, blauw, blw. zie hoofdtekst, kleine veelal rechtopstaande plantjes, vaak met gesloten bloemen, blw. Ther: 0,03-0,2. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige en stenige bodems; op allerlei open plaatsen; in de duinen; open plaatsen in grasvelden bijv; op platgetrapte molshopen, stadsplantsoenen, boomspiegels, tussen het plaveisel, in halfverhardingen, op muren en in tuinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: P6, P7, G6, G4, G7. W.bij   Hb1  
Veronica austriaca ssp. teucrium - Brede ereprijs: VAST: jun-jul, blauw, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,25-0,4. Iets vochtige, zomerdroge, humus- en kalkhoudende bodems. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G4. W.bij   Hb1  
Naar top pagina