Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
G6 -- Soorten van graslandvegetaties op droge tot vochthoudende matig voedselrijke bodem
Dit beheertypen past het meest bij plantengemeenschappen van de droge graslanden en hooilanden die bij G7 worden genoemd. Verder zijn er relaties met met plantengemeenschappen op de arme tot schrale zandgronden (G4 en G10). Vooral op droge bodems die niet al te voedsel rijk zijn kunnen soorten kunnen verschillende soorten van arme bodems zich redelijk handhaven.
Uitgebreid overzicht soorten
Voorkomen -- Op allerlei zandige bodems: bermen, droge greppelkanten, dijken, industriële terreinen, zandafgravingen en natuurontwikkelingsterreinen, zoomvegetaties op zandgronden, op Texel ook op tuunwallen.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: Sint Janskruid, cipreswolfsmelk, gewone margriet, gewoon biggenkruid, gewoon duizendblad, grasklokje, stijf havikskruid, stijve wikke, vlasbekje, zwarte toorts.
Overige soorten: dicht havikskruid, bloedooievaarsbek, draadereprijs, echte kruisdistel, Engels gras, gele morgenster, gestreepte leeuwenbek, gewone reigersbek, gewone rolklaver, grasmuur, grijs havikskruid, hazenpootje, heggenwikke, hondsdraf, hopklaver, jacobskruiskruid, kartuizer anjer (zeer zeldzaam), kleine klaver, klein streepzaad, knolboterbloem, knoopkruid, middelste klaver, muizenoor, peen, rechte rolklaver, schermhavikskruid, sikkelklaver, smal streepzaad, smalle wikke, tuinasperge, veelkleurig vergeet-mij-nietje, vijfvingerkruid, veldereprijs, vertakte leeuwentand, wegdistel, zachte ooievaarsbek, zandpaardenbloem.
Geen bijenplanten --Gidssoorten: akkerhoornbloem, heksenmelk, kraailook . -- Overige soorten: gewone veldbies, gladde witbol, klein timoteegras, rood zwenkgras, ruige zegge, zachte dravik .
Beheer -- a. In principe eenmaal maaien en afruimen; b. Indien dit beheertype samen voorkomt met dominerende soorten van G7 kunnen twee maaibeurten noodzakelijk zijn.
Periode -- Bij een maaibeurt per jaar september - oktober; bij twee maaibeurten de 1e maaibeurt eind mei; de 2e september - oktober.
 
Foto's bij beheertype G6

 

Gewoon duizendblad -- Op schrale droge bodems (zoals op deze foto) hoeft gewoon duizendblad maar één keer per jaar te worden gemaaid. Op een vochtige bodem is twee maal per jaar maaien vaak nodig. (Helledoorn 1993)
 
 
Bonte berm -- Droge tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems zijn zeer geschikt voor bloemrijke bermen. Deze berm is ingezaaid met een passend kruidenmengsel. (Bennekom 1996)
 
 
Gewoon biggenkruid -- In principe is de zandige bodem hier vrij schraal. Omdat het gaat om opgebrachte of verstoorde grond, waarin ook voedingstoffen inwaaien of instuiven, is de bodem toch matig voedselrijk. Dit is een milieu waarin gewoon biggenkruid het uitstekend doet. Om gewoon biggenkruid op deze wijze in stand te houden zijn twee maaibeurten per jaar nodig. Bij één keer per jaar maaien zal gewoon biggenkruid verminderen ten gunste van andere planten van G6 en op langere termijn ook van G2. (Den Bosch 1989)
 
 
Bloedooievaarsbek -- In Nederland komt bloedooievaarsbek alleen verwilderd voor, maar hij kan wel lang stand houden.
 
 
Cypreswolfsmelk -- Waar cypreswolfsmelk op deze wijze groeit, is jaarlijks maaien geen noodzaak. Omdat deze situatie meestal pleksgewijs voorkomt, wordt deze soort wel aan een maairegiem onderworpen. Als er in de nazomer wordt gemaaid, hoeft dat voor de plant geen probleem te zijn. Op de meeste plaatsen groeit de plant, met uitzondering van wegbermen, buiten de invloedssfeer van een maaibeheer. (Millingerwaard 2006)
 
 
Dicht havikskruid kwam 1980-1995 geregeld in spoorbermen en op spoorwegemplacementen voor. Het groeide in ijle graslandvegetaties, maar ook als pionierplant op gruisachtige substraten. (Westervoort ca. 1990)
 
 
Gele morgenster groeit meestal op drogere bodems. Hier groeit hij samen met akkerhoornbloem (Omg. Joure; wegberm Joure-Sneek 1998).
 
 
Grasklokje -- Op de meeste plekken waar grasklokje in het cultuurlandschap voorkomt is er sprake van een matig voedselrijke bodem. (omgeving Wedde 1997)
 
 
Hazenpootje komt zowel in pioniervegeraties als in grasland voor.
 
 
Jacobskruiskruid -- In een pas aangelegde berm kan jacobskruiskruid gemakkelijk tot dominantie komen en zich lang handhaven. Op deze foto neemt hij de positie in tussen een graslandplant en een pionierplant. Door maaien loopt de plant vaak terug, maar niet altijd. Op grotere plekken verdwijnt de soort grotendeels als hij met rust wordt gelaten. De bodem mag niet worden beschadigd om nieuwe kieming te voorkomen. Hooi waarin de soort voorkomt, is giftig voor paarden. (Arnhem 1995)
 
 
Knolboterbloem komt hier dominant voor. Afhankelijk van de vegetatieontwikkeling moet hier een of twee maal per jaar worden gemaaid.
 
 
Hooilanden waar knolboterbloem dominant voor komt zijn zeldzaam. (Wijk bij Duurstede 1992)
 
Echte kruisdistel op dijk -- Waar op dijken een tamelijk intensief hooilandbeheer wordt gevoerd, is echte kruisdistel beperkt tot de afrastering. (Waaldijk omgeving IJzendoorn 1993)
 
 
Margriet langs het spoor -- Vooral in de jaren tachtig kwam margriet vaak taltijk langs het spoor voor. (Den Bosch 1983)
 
 
Gele morgenster groeit hier op vochthoudende matig voedselrijke bodem. In deze situatie wordt twee maal per jaar gemaaid. (Kekerdom 2005)
 
 
Overzicht soorten G5
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Schermhavikskruid langs een oude spoorbaan die als recreative route wordt gebruikt (Haps N-Br 1995)
 
 
Stijf havikskruid -- Oorspronkelijk was deze grond voedselarm en zuur, maar door omgevingsfactoren is de bodem matig voedselrijk geworden en vormt zo een favoriete plek voor stijf havikskruid. (Oosterwolde 1997)
 
 
Sint Janskruid kan tamelijk massieve vegetaties vormen (Apeldoorn ca. 1998) Zie ook Sint Janskruid in een spoorberm
 
 
Vlasbekje groeit zowel op droge, als op licht vochtige bodems. Als het alleen om beheer op deze plek ging, zou één keer maaien voldoende zijn. Als de aangrenzende bodem echter voedselrijk is, zijn vermoedelijk twee maaibeurten per jaar gewenst. (Renswoude 1996)
Naar top pagina
 
 
Overzicht soorten G6
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl onder Beheertype G7, G10.
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Achillea millefolium - Gewoon duizendblad: VAST: jul-okt, wit tot roze, blw. tuil. Hemi, ondergrondse uitlopers, 0,15-0,7. Vochtige tot droge, vrij schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in allerlei grazige vegetaties; in graslanden, bermen, gazons, op dijken, langs sloot- en vijverkanten, tussen het plaveisel en voegen van stenen taluds van viaducten en stedenglooiingen van kanalen. Zon. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G6, G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Allium vineale - Kraailook: BOL: jun-aug, roze tot purper, blw. uit een eindelingse kluwen van broedbolletjes ontspringen lang gesteelde bloempjes, ontbreken vaak. Geof, 0,4-0,8. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in en op graslanden, dijken, bermen; halfschaduw-zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G6, G7, B&S 5.        
Ambrosia psilostachya - Zandambrosia: VAST: aug-okt, groenig, blw. aarachtige tros. Geof, 0,3-0,6. Droge, matig voedselrijke tot schrale en vaak kalkhoudende zandbodems; op open gronden en grazige vegetaties; langs duinpaden, in bermen, en spoorbermen, op haven- en fabrieksterreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P4, G4, G6.        
Armeria maritima - Engels gras: VAST: mei-sep, roze, blw. hoofdje. Hemi, 0,1-0,3. Vochtige tot droge, brakke of voedselarme tot voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; op schorren en groene stranden, zeedijken, tuunwallen en in wegbermen; in het binnenland plaatselijk op middenbermen en bermen van gepekelde wegen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G0, G6.   Hom Hb1 Vlin
Asparagus officinalis ssp. off. - Tuinasperge: VAST: mei-jul, groenig, blw. okselstandige armbloemige tros; bes rood. Geof, 0,5-1,8. Droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel; in de duinen, op spoordijken, braakliggende overhoeken. Zon. TUIN (inh); E&P: jonge spruit; BEHEERTYP: G4, G6, B&S 4, 7. W.bij Hom Hb4 Vlin
Berteroa incana - Grijskruid: EENJARIG: jun-sep, wit. Ther, 0,2-0,8. Droge, zandige tot lemige, matig voedselrijke bodems; op open plaatsen, op spoorweg- en industrie- en haventerreinen, op min of meer open grazige bermen en taluds. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: P6, G6. W.bij   Hb3 Vlin
Bromus hordeaceus s. hordeacus - Zachte dravik: EENJARIG: mei-jul. Ther, 0,1-1,0. Vochtige tot droge, schrale tot voedselrijke bodems; op open gronden en in allerlei grazige vegetaties tussen struwelen, stadsplantsoenen en op braakliggende terreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, G9.        
Campanula rotundifolia - Grasklokje: VAST: jun-sep, blauw, blw. armbloemige pluim; plant kaal, stengelbladen lijnvormig. Hemi: 0,15-0,4. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige bodems of stenig substraat; in grazige vegetaties; in graslanden, weg-, kanaal- en spoorbermen, op spoor- en rivierdijken, Droge greppelkantjes, spoorwegemplacementen, tuinwallen en oude, verweerde muren. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; ; BEHEERTYP: (WB) G3, G6. W.bij Hom Hb3  
Carex hirta - Ruige zegge: VAST: mei-jun. Hemi, 0,3-0,5. Natte tot droge, voedselrijke vaak min of meer gestoorde bodems; in grazige vegetaties en braakliggende terreinen; vaak met een sterk wisselend vochtgehalte; onder meer in bermen, langs spoorwegen en langs waterkanten. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, G8, G9.        
Cerastium arvense - Akkerhoornbloem: VAST: apr-jul, wit. Cham, 0,1-0,2. Droge, voedselarme tot matig voedselrijke en veelal kalkhoudende, zand-, leem- en zavelgronden; in min of meer open bermen en grasvelden, op spoordijken en greppelkantjes. Zon. (inh); BEHEERTYP: G3, G6.        
Crepis capillaris - Klein streepzaad: Eenjarig: jun-nov, geel, blw. tuil; 0,3-0,9. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties, daar meestal op de enigszins open plekken, maar ook heel veel als pionierplant op open gronden; in en op allerlei bermen en dijken; braakliggende terreinen, stadsplantsoenen, halfverhardingen en tussen het plaveisel tegen muren, hekwerken en straatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G6, G7, G9; P6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Crepis tectorum - Smal streepzaad: EENJARIG: mei-okt, geel, blw. tuil; Ther 0,15-0,6. Vochtige-zomerdroge, matig voedselrijke bodems; voornamelijk langs akkers; verder in bermen en langs spoorwegen. Zon. (inh); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: G6.     Hb1  
Daucus carota - Peen: TWEE/EENJARIG: jun-sep, wit tot iets roze. Hemi/Ther, 0,3-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot kleiige bodems; op dijken en taluds, in bermen en graslanden, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G4, G6, G7 W.bij Hom Hb1 Vlin
Dianthus carthusianorum - Kartuizer anjer: VAST: jun-aug, rood; een grasachtige plant. Hemi, 0,3-0,5. Vrij droge, voedselarme, niet zure tot zwak kalkhoudende bodems. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G6.       Vlin
Erodium cicutarium - Gewone reigersbek: EENJARIG: apr-okt, paarsrood; rozetten vrij symmetrisch, blw. 3-5-bloemig. Ther, 0,1-0,6. Droge, vrij voedselrijke, open zandige tot zavelige bodems; in min of meer open vegetaties, braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, half verhardingen, vluchtheuvels en parkeerplaatsen en tussen het plaveisel. (inh); BEHEERTYP: P6, G6.        
Euphorbia cyparissias - Cipreswolfsmelk: VAST: apr-mei, geel. Cham, wortelstok, 0,15-0,3. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak kalkhoudende bode; in duinen, rivierduinen, bermen, op spoordijken en spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G4, G6. W.bij   Hb1  
Euphorbia esula - Heksenmelk: VAST: mei-aug, geelgroenachtig. Hemi/Cham. 0,3-0,8. Vochtige tot droge, iets voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot zavelige en veelal kalkhoudende bodems; in duinen en uiterwaarden, op spoor- en rivierdijken, in spoor-, kanaal- en wegbermen, op spoorwegemplacementen, industrieterreinen en op onbetreden plaatsen tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G6, R5. W.bij   Hb1  
Festuca rubra - Rood zwenkgras: VAST: mei-aug. Hemi, 0,2-1,0. Vochtige tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke of brakke bodems; op allerlei grazige plaatsen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P0, P3, G3G6, G0. W.bij      
Geranium molle - Zachte ooievaarsbek: EENJARIG: mei-okt, roodpaars. Ther, 0,05-0,4. Droge tot vochthoudende, voedselrijke zandige tot zavelige bodems; op open gronden, in grasvelden en bermen, op dijken, braakliggende terreinen en in stadsplantsoenen. Zon-beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, G9. W.bij   Hb1  
Geranium sanguineum - Bloedooievaarsbek: VAST: mei-aug, roodpaars. Hemi, 0,15-0,4.Vrij droge, matig voedselrijke tot schrale, zandige tot lemige bodems en zavelgrond; soms in bermen. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Glechoma hederacea - Hondsdraf : VAST: apr-mei, paarsblauw, blw. okselstandig, bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,15-0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in allerlei grazige en houtachtige vegetaties op allerlei standplaatsen; o; m; in stadsplantsoenen, graslanden en beschaduwde gazons, onder heggen, langs waterkanten op oude, sterk verweerde muren en stapelmuren. Zon-beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G6, G7, G9, G9, B&S 5, 7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid: VAST: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,3-1,2. Droge, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties: in graslanden, bermen, op spoorbermen, spoorweg- en industrieterreinen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, G6, B&S 3. W.bij Hom Hb3 Vlin
Hieracium pilosella - Muizenoor: VAST: mei-jun, geel, alleenstaand; en bovengrondse uitlopers; Hemi rozet, 0,05-0,2. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak leemhoudende tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen en op dijken, greppelkantjes en in schrale gazons; verder op oude, verweerde muren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G3, G6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Hieracium praealtum - Grijs havikskruid : VAST: mei-aug, geel, blw. tuil; met bovengrondse uitlopers. Hemi, rozet, 0,3-0,7. Droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke , zandige, gruis- en stenige bodems; op open, stenige plaatsen en in grazige vegetaties; in weg- en spoorbermen, op spoorwegemplacementen en op mijnsteenbergen en tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G2d, G6, P6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid: VAST: jul-sep, geel, blw. schermachtig vertakt. Hemi, 0,3-1,2. Droge schrale tot matig voedselrijke, zandige, lemige bodems; in grazige vegetaties: in de duinen, langs bosranden, in weg-, kanaal- en spoorbermen, op spoordijken, industrieterreinen, spoorwegemplacementen en in zandafgravingen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2d, G6. W.bij   Hb3 Vlin
Hieracium vulgatum - Dicht havikskruid: VAST: jun-jul, geel, blw, tuil. Hemi, 0,4-0,6. Op droge, tamelijk voedselarme, zandige en steenachtige bodems; aan grazige bosranden, in licht beschaduwde bermen en langs spoorbermen, in graslanden, op heideachtige terreinen, spoorwegemplacementen, oude muren, steengroeven en mijnsteenbergen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2d, G6, B&S 7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Holcus mollis - Gladde witbol: VAST: jun-aug. Hemi, wortelstok, 0,3-0,7. Vochtige tot droge voedselarme tot iets voedselrijke, humushoudende, zure zandige bodems; in graslanden, in bossen en bermen; licht eschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, B&S 2, 3, 5.        
Hypericum perforatum - Sint Janskruid: VAST: jun-sep, geel, stengel rond met twee lijsten, blad met talrijke doorzichtige punten. Hemi, 0,3-0,8 (1,0). Droge, schrale tot matig, voedselrijke zandige bodems; in grazige tot iets ruige vegetaties; in de duinen, bermen, Droge greppels, zandafgravingen, op spoordijken, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen en braakliggende terreinen, tussen het plaveisel, op halfverhardingen en in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; Giftig (vee); BEHEERTYP: G6. W.bij Hom Hb3  
Hypochaeris radicata - Gewoon biggekruid: VAST: jun-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,15-0,8. Droge tot vochthoudende, voedselarme, zandige tot zavelige bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in graslanden en allerlei bermen; op dijken en taluds; verder als pionier in zandafgravingen, spoorwegterreinen, op half verhardingen tussen de voegen van het plaveisel en van stenen taluds van viaducten en beschoeiingen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: G3, G6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Koeleria macrantha - Smal fakkelgras: VAST: jun-jul. Hemi, 0,3-0,6. Droge, voedselarme en kalkhoudende zand- en zavelgronden; in de duinen; in grasvelden en bermen, op rivier- en spoordijken, en spoorweginsnijdingen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G63.        
Leontodon autumnalis - Vertakte leeuwentand: VAST: jul-okt, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,15-0,8. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties; in bermen, op dijken, in graslanden etc; verder op allerlei open gronden als kaal gereden wegbranden, braakliggende terreinen, tussen het plaveisel en tegen straatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G6, G7, G0, G9. W.bij Hom Hb1 Vlin
Linaria repens - Gestreepte leeuwenbek: VAST: jul-sep, blauw tot paarsachtig gestreept, blw. tros. Hemi, 0,2-0,6. Droge, matig voedselrijke, zandige en stenige bodems; op min of meer open plaatsen; langs bosranden, in wegbermen en op spoorwegterreinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: P6, G6. W.bij Hom Hb3  
Linaria vulgaris - Vlasbekje: VAST: jun-sep, geel, blw. Tros, Hemi/Geof, 0,3-0,6. Droge tot vochtige, matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems t; in grazige en ruige vegetaties; in de duinen, in weg- en spoorbermen, op spoordijken, haven- en industrieterreinen, en allerlei overhoeken, tussen het plaveisel en tegen traatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; FAUNA: Hb1, Hom; BEHEERTYP: G7, G6, R6. W.bij Hom Hb1  
Lotus corniculatus var. sativus - Rechte rolklaver: VAST: jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig; stengels rechtopstaand. Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, schrale zandige bodems; in grazige vegetaties onder meer in bermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lotus corniculatus var.corniculatus - Gewone rolklaver: VAST: jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, 0,1-0,4. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, veelal kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; in duinvalleien, graslanden en bermen, op dijken, spoorwegterreinen en in zandafgravingen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Luzula campestris - Gewone veldbies: VAST: mrt-mei. Hemi, 0,1-0,2. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken, greppelkantjes en in schrale gazons. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6.        
Medicago falcata - Sikkelklaver: VAST: mei-sep, geel, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,2-0,5. Meestal op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, zandige tot zavelachtige bodems; op rivier- en spoordijken, in wegbermen, spoorweg-, haven-, industrieterreinen en braakliggende overhoeken. Zon. (inh), Rots; BEHEERTYP: G4, G5, G6. W.bij Hom Hb1 Vlin
Medicago lupulina - Hopklaver: VAST/EENJARIG: apr-okt, geel, blw. okselstandig, langgesteeld hoofdje. Ther/Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot vaak zomerdroge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in hooi- en graslanden, bermen, op dijken, langs vijverkanten; op open gronden, tussen het plaveisel, op halfverharde plaatsen als parkeerplaatsen en vluchtheuvels. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Myosotis discolor - Veelkleurig vergeet-mij-nietje: EENJARIG: mei-jun, eerst geel later blauwachtig. Ther, 0,1-0,25. Vochtige tot droge, enigszins voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot leemachtige bodems; in korte en iets open grazige vegetaties; in bermen, grasvelden, zandafgravingen, begraafplaatsen, en als pionierplant op spoorwegterreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G6.        
Phleum pratense ssp. serotinum - Klein timoteegras: VAST: jun-aug. Hemi, tot 0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in grasland vegetaties. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G6, G7.        
Plantago lanceolata - Smalle weegbree: VAST: mei-sep, groenachtig; blad lancetvormig. Hemi, rozet, 0,1-0,8. Vochtige tot droge, matig voedselrijke bodems; op allerlei open gronden en in allerlei grazige vegetaties; o; m; tussen het plaveisel, in bermen, op dijken en in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G6, G7, P6, P7.     Hb3  
Poa pratensis - Veldbeemdgras: VAST: mei-jun. Hemi, 0,2-0,8. Droge tot vochtige, zandige tot kleiige voedselrijke bodems; ook op muren, halfver hardingen en tussen het plaveisel. Zon. (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7, G9.        
Potentilla reptans - Vijfvingerkruid: VAST: jun-aug, geel, blw. okselstandig alleenstaand; lange bovengrondse uitlopers; kruipende plant. Hemi, 0,1-0,5.Droge tot vochtige, voedselrijke en vaak wat verdichte zand-, leem- en kleibodems; in weilanden, uiterwaarden, duinvalleien, bermen, grasvelden, opdijken, open braakliggende terreinen, steenglooiingen, ballastbedden van spoorlijnen, spoorwegterreinen en veel langs wegranden en paden; ook op muren en andere stenige plaatsen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: Pmu, P6, G6, G7, G0. W.bij Hom    
Potentilla reptans - Vijfvingerkruid: VAST: jun-aug, geel, blw. okselstandig alleenstaand; lange bovengrondse uitlopers; kruipende plant. Hemi, 0,1-0,5.Droge tot vochtige, voedselrijke en vaak wat verdichte zand-, leem- en kleibodems; in weilanden, uiterwaarden, duinvalleien, bermen, grasvelden, opdijken, open braakliggende terreinen, steenglooiingen, ballastbedden van spoorlijnen, spoorwegterreinen en veel langs wegranden en paden; ook op muren en andere stenige plaatsen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: Pmu, P6, G6, G7, G0. W.bij Hom   Vlin
Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem: VAST: apr-jun, geel, blw. pluimvormig vertakt; Hemi/Geof: alleenstaand,0,15-0,3. Droge of vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke leem- en zavelgronden en op leem- of kalkhoudend zand; in grazige vegetaties; bermen, grasvelden en dijken. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: TWEEJARIG: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Stellaria graminea - Grasmuur: VAST: mei-aug, wit. Hemi, 0,1-0,8. (Zeer) vochtige tot droge, maar vochthoudende, matig voedselrijke bodems, en op zandgrond een humushoudende bodems; vaak op plaatsen met een sterk wisselende waterstand en veelal in grazige vegetaties; in wegbermen en greppels, langs sloten en vijvers. Zon-halfschaduw. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, G6. W.bij   Hb1  
Taraxacum laevigatum - Zandpaardebloem: VAST: rond apr tot half mei, geelachtig, buitenste lintbloemen aan onderkant grijs- tot paarsachtig getint, blw. Alleenstaand. Hemi, penwortel, 0,05-0,25. Droge, schrale tot iets voedselrijke zand- en heidegronden; in duinen langs heiden, bermen, grasland. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Tragopogon pratensis s. pratensis - Gele morgenster: TWEEJARIG: mei-jul, geel, blw. alleenstaand. Hemi, penwortel, rozet, 0,3-1,0. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in en op allerlei bermen, dijken en stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G6. W.bij   Hb1  
Trifolium arvense - Hazenpootje: EENJARIG: jul-okt, grijswit, blw. hoofdje. Ther, 0,1-0,35. Droge, zure tot kalkarme en meestal schrale zandige bodems; op open gronden en in min of meer open grazige vegetaties; in bermen, grasvelden, heideterreinen en zandafgravingen; verder op aangevoerd zand, op spoorweg-, industrie- en haventerreinen en wegbermen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; BEHEERTYP: P6, G6.   Hom Hb3 Vlin
Trifolium campestre - Middelste klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,08-0,25. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelachtige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in de duinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Trifolium dubium - Kleine klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,05-0,25. Vochtige tot droge matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; op grazige plaatsen op allerlei terreinen; in graslanden, bermen en op dijken. Zon-halfschaduw. (inh); BEHEERTYP: G6, G7.   Hom Hb3 Vlin
Verbascum nigrum - Zwarte toorts: VAST: jun-sep, geel, blw. kluwens aarachtige gegroepeerd, soms wit. Hemi, penwortel, 0,7-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; in grazige vegetaties, ruigten, in de duinen, weg-, kanaal- en spoorbermen, spoordijken en op spoorwegemplacementen. Zon TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: T.plant; BEHEERTYP: G6, R5. W.bij Hom Hb3  
Veronica arvensis - Veldereprijs: EENJARIG: apr-sep, blauw, blw. zie hoofdtekst, kleine veelal rechtopstaande plantjes, vaak met gesloten bloemen, blw. Ther: 0,03-0,2. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige en stenige bodems; op allerlei open plaatsen; in de duinen; open plaatsen in grasvelden bijv; op platgetrapte molshopen, stadsplantsoenen, boomspiegels, tussen het plaveisel, in halfverhardingen, op muren en in tuinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); ; BEHEERTYP: P6, P7, G6, G4, G7. W.bij   Hb1  
Veronica filiformis - Draadereprijs: VAST: apr-mei, blauw, blw. zie hoofdtekst, kruipend plantje met draaddunne "stengels". Cham, 0,05-0,15. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties, in ruige zomen van bosranden, in bermen, grasvelden en op dijken. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G6, G7. W.bij   Hb1  
Vicia hirsuta - Ringelwikke: EENJARIG: mei-jul, witachtig, blw. okselstandige tros. Ther, 0,2-0,6.Droge tot vochthoudende zandige tot lichte zavelachtige, matig voedselrijke bodems; op min of meer open plaatsen op dijken, in weg-, spoor- en kanaalbermen, op industrieterreinen, braakliggende terreinen en in zandafgravingen. Zon. (inh); FAUNA: Hb3, W.bij; BEHEERTYP: P6, G6. W.bij   Hb3  
Vicia nigra ssp.nigra - Smalle wikke: EENJARIG: mei-jul, roodpaars, zwaarden rood, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Ther, 0,2-1,0. Vochtige tot droge, voedselarme (maar basische) tot matig voedselrijke, zandige tot lemige en zavelige bodems; in grazige vegetaties en op open gronden; in graanakkers, duinen, bermen, op dijken, schrale overhoeken en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7.        
Vicia sepium - Heggenwikke: VAST: mei-aug, violet-lichtblauw, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Hemi, wortelstok, 0,3-1,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in ruige grazige vegetaties, ruigten, aan randen van bossen en struwelen, in allerlei bermen, houtwallen, hakhoutbosjes, onder heggen en op dijken. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: R7, B&S 5, G6-7. W.bij Hom   Vlin
Vicia tenuifolia - Stijve wikke: VAST: jun, lila-paars, blw. okselstandige tros. Ther, 0,65-1,0. Zomerdroge matig voedselrijke bodems; voornamelijk langs spoorbermen, wegbermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6. W.bij Hom Hb3  
Naar top pagina