Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
G7 -- Soorten van graslandvegetaties op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem
Uitgebreid overzicht soorten  
Voorkomen -- In bermen, op dijken en taluds graslanden. Op allerlei meestal minerale bodems. Sommige soorten zijn beperkt tot bepaalde streken van en land of komen alleen op minerale bodems voor.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: Aardaker, akkerklokje, boerenkrokus, draadereprijs, fluitenkruid, gestreepte dovenetel, gewone brunel, gewone ereprijs, gewone paardenbloem, gewone vogelmelk, gewoon barbarakruid, grote pimpernel, hemelsleutel, knolsteenbreek, madeliefje, oosterse morgenster, oranje havikskruid, paarse morgenster, pastinaak, rode klaver, scherpe boterbloem, veldlathyrus, vijfdelig kaasjeskruid, vlasbekje, voederwikke, vogelwikke, weidehavikskruid.
Overige soorten: Aardbeiklaver, adderwortel, akkermunt, beemdooievaarsbek, bermooievaarsbek, bieslook, blauwe druifjes, boerenwormkruid, draadereprijs, gevlekte dovenetel, gevlekte rupsklaver, gewone ereprijs, gewone margriet, gewone rolklaver, gewone smeerwortel, gewoon duizendblad, grasmuur, groot streepzaad, grote ratelaar (geen honingbijen), gulden sleutelbloem, hondsdraf, hopklaver, Jacobskruiskruid, kantig hertshooi, klein streepzaad, kleine klaver, knikkend nagelkruid, knikkende vogelmelk, knolboterbloem, knoopkruid, kruipend zenegroen, kruipende boterbloem, lenteklokje, luzerne, middelste klaver, peen, penningkruid, pinksterbloem, polei, rechte rolklaver, rode ogentroost, slangenlook, smalle rolklaver, smalle wikke, tijmereprijs, veenwortel, veldereprijs, vertakte leeuwentand, vierzadige wikke, vijfvingerkruid, weideklokje, wilde cichorei, (wilde narcis), witte klaver, zachte ooievaarsbek, zilverschoon.
Geen bijenplanten --Gidssoorten: geoorde zuring, gewone hoornbloem, gewone veldsla, glanshaver, grote bevernel, kamgras, klavervreter, rietzwenkgras, veldzuring . -- Overige soorten: beemdlangbloem, fioringras, gestreepte witbol, gewoon reukgras, gewoon struisgras, glad walstro, gladde witbol, hazenzegge, klein timoteegras, kraailook, ruige zegge, ruw beemdgras, ruwe smele, veldbeemdgras, zachte dravik, zachte haver .
Beheer -- Gewoonlijk twee maal per jaar maaien en afvoeren; 1e maaibeurt: eind mei - begin juni; 2e maaibeurt: september - half oktober; indien één maaibeurt per jaar dan in september. Indien er bijzondere soorten aanwezig zijn, of soorten van speciaal faunistische betekenis (bijvoorbeeld stuifmeelplanten voor wilde bijen), moet er minstens gedeeltelijk na de bloei worden gemaaid (gefaseerd beheer). Gedifferentieerd beheer is steeds aan te bevelen.
 
Foto's bij beheertype G7

 

Groot streepzaad is een echte hooilandplant die zeer zeker niet vóór de zaadvorming mag worden gemaaid. De soort is niet goed bestand tegen begrazing. Door maaien, zoals dat met meer een- en tweejarige soorten het geval is, ontstaan nieuwe kiemplekken. Op plekken waar twee maal per jaar wordt gemaaid, komt groot streepzaad vaak tot dominantie. (Waaldijk, Dodewaard 1991).
 
 
Groot streepzaad frament vegetatie
 
 
 
Aardaker, een wettelijk beschermde soort, groeit tegenwoordig vooral op dijken en weg-, spoor- en kanaalbermen. Voor een optimale variatie in grazige vegetaties zijn twee maaibeurten per jaar noodzakelijk, maar aardaker mag niet na eind mei worden gemaaid. In situaties waarin ruigere vegetaties de voorkeur genieten, is één maaibeurt per 1-3 jaar voldoende en vaak beter voor de fauna. (Tiel 2001)
 
 
Een fragment uit een volkstuin langs de spoorlijn Ede-Utrecht. De beheerder is imker. Hij heeft voor zijn bijen adderwortel als vaste plant uitgeplant op een vochtige, voedselrijke, zandige bodem. (Ede 2005)
 
 
Gewoon barbarakruid wordt geregeld in gezaaid. Als er na de zaadrijping (augustus) wordt gemaaid kan deze soort op vochtige voedselrijke grond lang standhouden. (Nijezyl Fr. 2008)
 
 
Bermooievaarsbek -- Deze soort was begin jaren tachtig nog vrij zeldzaam. Nu komt hij ook vaak, al dan niet uitgezaaid, in het stedelijk gebied voor. Als de plant klein is, lijkt hij veel op zachte ooievaarsbek.
 
 
Bieslook is het meest een soort van kalkhoudende grond in uiterwaarden. In de winter kan deze soort onderwater staan en in de zomer kan de bodem vrij droog zijn. Bieslook groeit echter ook op minder kalkhoudende, maar niet zure, vochtige voedselrijke bodem. Als deze soort wordt uitgezaaid in het openbaar groen kan hij een aantal jaren, maar soms veel langer goed stand houden. Als deze soort vroeg bloeit kan hij beter na de zaadrijping worden gemaaid.(Veenendaal 2007)
 
 
Gewone brunel is een goede indicatorsoort voor vochtige, matig voedselrijke bodems. Vooral als deze soort samen met kamgras voorkomt, duidt het op een kansrijke locatie voor bloemrijk grasland, waarin ook soorten als grote ratelaar en rietorchis kunnen groeien.
 
 
Hemelsleutel staat tussen een graslandplant en een zoomplant in. Hij groeit op relatief schrale bodem. In principe hoeven vegetaties met deze soort alleen in het najaar te worden gemaaid. Als dit kan heeft dat de voorkeur. Een maaibeurt overslaan, leidt niet tot het verdwijnen van deze soort. De maaifrequentie hangt af van de aangrenzende graslandbegroeiing of beter gezegd aangrenzende bodem. In het geval van een rijkere bodem zal er in de praktijk twee maal per jaar worden gemaaid.
 
 
Knolsteenbreek in een hooiland in een stadstuin;is uitgeplant en verwilderd.
 
 
Gewoon knopkruid is een soort die in ruig of verruigd grasland goed kan standhouden. Voor knoopkruid zelf is een maaibeurt in de nazomer voldoende. Het maairegiem wordt mede bepaald door andere soorten
 
 
Madeliefje groeit alleen zo uitbundig op plaatsen waar frequent wordt gemaaid.( Kasteel Prattenbrug bij Veenendaal 1989)
 
 
Vijfdelig kaasjeskruid groeit vaak in ruig grasland of in lichte ruigte. (Millinger waard 2008)
 
 
Gewone margriet groeit vaak in het grensgebied van vrij schrale tot matig voedselrijke bodem, meestal op plekken waar de vegetatie niet volledig is gesloten. Bij een niet te late maaibeurt kan het zaad zich nog goed ontwikkelen.
 
 
Gewone margriet in de stad -- De gewone margriet is een soort die "midden in het maaiseizoen" in bloei staat. Vooral in het verleden kwam het geregeld voor dat in gemeenten, waar volgens vaste bestekken wordt gewerkt, gewone margriet in de volle bloei werd gemaaid. Dat leidde niet alleen tot groot onbegrip, maar ook tot het verdwijnen van deze soort. Dit was niet geval in de gemeente waar deze foto werd gemaakt (Zoetermeer 1997)
 
 
Oranje havikskruid groeit vaak pleksgewijs in een groot aantal bijeen. Op zulke plekken is één maal maaien per jaar voldoende. Oranje havikskruid wordt gewoonlijk met de andere vegetatie meegemaaid. In dat geval moet de eerste maaibeurt voor eind mei plaatsvinden. ( Slochteren 1997)
 
 
Oranje havikskruid -- detail vegetatie
 
 
Paarse morgenster komt het meest in wegbermen voor. In hoofdzaak in de noordelijke helft van de provincie Groningen.Wat het beheer betreft valt deze soort tussen wal en schip; de vegetaties waar die in voorkomt zouden in verband met verkeersveiligheid of voedselrijkdom tweemaal per jaar moeten worden gemaaid; een vroege maaibeurt is bij deze soort niet mogelijk; de plant begint pas in juni te bloeien en is in de loop van juli uitgebloeid; mag op zijn vroegst in juli-begin augustus worden gemaaid, na de zaadrijping dus.
 
 
Gewone paardenbloem in een beschaduwd grasland. (Knardijk ca. 1995).
 
 
Pastinaak -- Deze soort komt zelfs na meerdere maaibeurten nog tot bloei. Soms levert dat bloeiende planten op die niet hoger en breder zijn dan 5 tot 10 cm. Als de vegetatie waarin deze soort voorkomt tweemaal per jaar moet worden gemaaid en men pastinaak in de vegetatie wil houden, dan moet de eerste maaibeurt voor eind mei plaatsvinden. Daarna kan pastinaak zich nog volledig ontwikkelen. (Kop van Noord-Holland 1993 links; Kampen, IJsseldijk 2001 rechts).
 
 
Peen -- Vegetaties met peen op voedselrijke bodems moeten of heel vroeg worden gemaaid of de eerste maaibeurt moet worden uitgesteld tot na de zaadrijping (juli - begin augustus). Een tweede maaibeurt (in september - begin oktober) blijft gewenst. De bodem houdt hier het midden tussen droog en vochtig (G6-G7). (Rodeschool 1997)
 
 
Pinksterbloem -- Op vochtige bodems is pinksterbloem een gemakkelijk te bevorderen soort. Op deze plek kwam in 1991 ook oranjetip voor. Deze vlinder wordt hier wel door pinksterbloem aan- getrokken, maar komt in deze hoogstedelijke situatie waarschijnlijk niet tot paren. (Arnhem 1991).
 
 
Als grasland niet te zwaar wordt bemest en ook geen herbiciden worden toegepast kan pinkterbloem aspect bepalend worden. (Achterhoek 2001)
 
 
Scherpe boterbloem groeit vak met fluitenkruid samen. (Nijmegen 1991)
 
 
Grote ratelaar groeit hier op vochtige en pleksgewijs winternatte grond. Op relatief droge gronden vindt zaadrijping al in juni plaats, op natte bodems is dat aanzienlijk later. Bij grote ratelaar moet men voor iedere plek in Nederland specifiek controleren of het zaad rijp is. Op natte gronden is dat in juli. (Zwolle 1995)
 
 
Rode klaver kan zeer aspectbepalend zijn, ook in stedelijke graslanden, maar dat is meestal van tijdelijke aard. (Leeuwarden 1993)
 
 
Veldlathyrus -- Op veel plaatsen start de bloei van veldlathyrus tegelijk met de eerste maaibeurten. Hier- door komt de plant niet of minder tot bloei en zeer zeker niet tot een goede zaadvorming. Bij een vroege eerste maaibeurt kan veldlathyrus zich nog op tijd herstellen. (Groningen, Noordpolder 1997)
 
 
Gewone vogelmelk -- Sporadisch komt gewone vogelmelk, zowel buiten als binnen de stad, in bermen voor. Maaien mag hier uitsluitend na de zaadrijping plaatsvinden. (Ede 1992)
 
 
Weidehavikskruid -- Van het effect van maaien op weidehavikskruid is weinig bekend. Door zijn kortstondige bloei moet deze zeldzame plant de kans krijgen zich zonder onderbreking te kunnen ontwikkelen. Dat betekent dat er het beste na de bloei in juli gemaaid kan worden. Of een zeer vroege maaibeurt zin heeft, hangt van het productieniveau van de totale vegetatie af. Zulke bijzondere planten zouden maar één maal per jaar, bij de tweede maaibeurt, gemaaid mogen worden. (Groningen, Noordpolder 1997)
Naar top pagina
Overzicht soorten G7
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl onder Beheertype G7, G10.
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Achillea millefolium - Gewoon duizendblad: VAST: jul-okt, wit tot roze, blw. tuil. Hemi, ondergrondse uitlopers, 0,15-0,7. Vochtige tot droge, vrij schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in allerlei grazige vegetaties; in graslanden, bermen, gazons, op dijken, langs sloot- en vijverkanten, tussen het plaveisel en voegen van stenen taluds van viaducten en stedenglooiingen van kanalen. Zon. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G6, G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Agrostis capillaris - Gewoon struisgras: VAST: jun-aug. Hemi, wortelstok, 0,2-0,7. Iets vochtige tot droge, voedselarme tot schrale, zandige bodems; in allerlei grazige vegetaties; langs spoorwegen, in bossen en veel tussen het plaveisel vooral op oude industriële terreinen en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); FAUNA: Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G2, G3, G7, B&S 3.        
Agrostis stolonifera - Fioringras: VAST: jun-sep; bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,15-0,6. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; in graslanden en bermen ook veel langs waterkanten. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, V6.        
Ajuga reptans - Kruipend zenegroen: VAST: apr-jun, blauwpaars, blw. aar; plant bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,3. Vochtige, veelal matig voedselrijke of iets schrale kalkhoudende bodems; leemhoudend zand, leem en loss; in graslanden, grazige bermen, langs bosranden, in struwelen, zandafgravingen en langs kanten van sloten en greppels; licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G4, G7, B&S 4, 5. W.bij Hom Hb3 Vlin
Allium schoenoprasum - Bieslook: BOL: mei-jul, roze-violet, blw. hoofdjesachtig scherm. Geof, 0,2-0,4. Min of meer droge tot vochtige, schrale tot matig voedselrijke, al dan niet kalkhoudende bodems van nature op grazige, winternatte, plekken langs rivieroevers; verwilderd op veel andere plaatsen in bermen, dijken, langs spoorwegen, voormalige boerenerven en in de bebouwde kom. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G5, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Allium vineale - Kraailook: BOL: jun-aug, roze tot purper, blw. uit een eindelingse kluwen van broedbolletjes ontspringen lang gesteelde bloempjes, ontbreken vaak. Geof, 0,4-0,8. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in en op graslanden, dijken, bermen; halfschaduw-zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G6, G7, B&S 5.        
Anthoxanthum odoratum - Gewoon reukgras: VAST: apr-jun. Hemi, 0,2-0,6.Natte tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, humushoudende, zandige en venige bodems; in bermen, grasland, op dijktaluds; beschaduwd-zon. (inh); ZINTUIGPL: S.stengel; BEHEERTYP: G1, G2, G7, G8.        
Anthriscus sylvestris - Fluitenkruid: VAST: mei-jun aug, wit. Hemi, 0,6-1,7. Vochtige, voedselrijke bodems; in lichte loofbossen, in vrijwel alle typen bermen, dijken en waterkanten, op braakliggende terreinen, in stadsplantsoenen en ruige grasvelden; uitbreiding op voedselarme bodems wijst op verrijking door bijvoorbeeld instuiven van meststoffen, deponeren van slootbagger of versnipperen van hout. Zon-beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, R7, B&S 5. W.bij   Hb3 Vlin
Arrhenatherum elatius - Glanshaver: VAST: mei-aug. Hemi, 0,7-1,5. Vochtige tot vochthoudende, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties, in hooilanden, verder vooral op dijken en spoorbermen; daarnaast op vele andere standplaatsen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7.        
Barbarea vulgaris - Gewoon barbarakruid: TWEEJARIG: apr-jun, geel; vruchten afstaand. Hemi, 0,3-,8. Vochtige, matig voedselrijke en iets open zandige tot kleiige bodems; voornamelijk op grazige plaatsen in wegbermen, langs spoorwegen en kanalen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij   Hb1  
Bellis perennis - Madeliefje: VAST: hoofdbloei apr-sep, verder buiten vorstperioden hele jaar door, wit, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,05-0,15. Vochtige en vochthoudende, voedselrijke en humus houdende bodems; voornamelijk in veelvuldig gemaaide gazons en op regelmatig betreden en begraasde grasvelden, dijken en bermen; verder op allerlei open plaatsen als stadsplantsoenen, boomspiegels, halfverhardingen en tussen het plaveisel. Zon. TUIN (inh) W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G7. W.bij   Hb1 Vlin
Bromus hordeaceus s. hordeacus - Zachte dravik: EENJARIG: mei-jul. Ther, 0,1-1,0. Vochtige tot droge, schrale tot voedselrijke bodems; op open gronden en in allerlei grazige vegetaties tussen struwelen, stadsplantsoenen en op braakliggende terreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, G9.        
Campanula patula - Weideklokje: VAST: mei-jul, blauw, armbloemige pluim. Hemi, 0,3-0,5. Vochtige, matig voedselrijke bodems; voornamelijk in grazig vegetatie en hooilanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: (WB) G7, G8. W.bij Hom Hb3  
Campanula rapunculoides - Akkerklokje: VAST: jun-aug, blauw, blw. lange onvertakte tros, bloemen meestal naar een kant gekeerd. Hemi, penwortel, 0,5-1,0. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in bermen, langs spoorwegen, op spoorwegemplacementen, onder heggen, in stadsplantsoenen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel, en tegen muren en straatmeubilair. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: (WB) G7. W.bij Hom    
Cardamine pratensis - Pinksterbloem: VAST: apr-jun: roze. Hemi, rozet, 0,2-0,5. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; op vrijwel alle bode; in onbemeste tot licht bemeste grasvelden, bermen, langs sloot- en vijverkanten, in greppels, in natte tot vochtige goed lichtdoorlatende bosjes en in stadsplantsoenen. Zon-beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, G8. W.bij Hom Hb3 Vlin
Carex hirta - Ruige zegge: VAST: mei-jun. Hemi, 0,3-0,5. Natte tot droge, voedselrijke vaak min of meer gestoorde bodems; in grazige vegetaties en braakliggende terreinen; vaak met een sterk wisselend vochtgehalte; onder meer in bermen, langs spoorwegen en langs waterkanten. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, G8, G9.        
Carex ovalis - Hazezegge: VAST: mei-jun. Hemi, 0,2-0,5. Vochtige voedselarme tot matig voedselrijke bodems; in grasland; bermen, waterkanten, vijverkanten in de stad. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, G7.        
Carum carvi - Echte karwij: TWEEJARIG: mei-jun, wit. Hemi, 0,4-0,6. Vochtige, matig voedselrijke bodems; in bermen, op dijken, langs spoorwegen. Zon. (inh); E&P: zaad; BEHEERTYP: G7.     Hb3  
Centaurea jacea - Knoopkruid: VAST: jun-sep, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,3-1,2. Vochtige tot iets droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige (humushoudend) tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken en veel langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2, G4, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Cerastium fontanum ssp.vulgare - Gewone hoornbloem: VAST: apr-okt, wit. Cham, 0,1-0,4. Allerlei vochtige, voedselrijke bodems; in grasvelden en bermen, op dijken en taluds, in open stadsplantsoenen, boomspiegels en tussen het plaveisel; licht beschaduwd-zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G0.        
Cichorium intybus - Wilde cichorei VAST: jul-aug, blauw, blw. vertakt en hoofdjes eindelings en okselstandig. Hemi, 0,5-1,5. Op vochtige en vochthoudende, veelal kalkhoudende, voedselrijke zavel- en lichte kleibodems; in grazige vegetaties en vaak op verdichte bodems; op rivier- en spoordijken, weilanden in de uiterwaarden, in bermen vaak op de overgang van wegdek/wegberm). Zon. TUIN (inh); E&P: blad; BEHEERTYP: G5, G7. W.bij Hom Hb5 Vlin
Crepis biennis - Groot streepzaad: TWEEJARIG: mei-aug, geel, blw. tuil. Hemi, rozet, 0,6-1,2. Vochtige, voedselrijke, vaak kalk- en humushoudende leem, zavel en rivierklei; in grazige vegetaties, in hooilanden, op dijken, bermen en taluds van holle wegen; verder in en langs vergraste stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Crepis capillaris - Klein streepzaad: Eenjarig: jun-nov, geel, blw. tuil; 0,3-0,9. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties, daar meestal op de enigszins open plekken, maar ook heel veel als pionierplant op open gronden; in en op allerlei bermen en dijken; braakliggende terreinen, stadsplantsoenen, halfverhardingen en tussen het plaveisel tegen muren, hekwerken en straatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G6, G7, G9; P6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Crocus tommasinianus - Boeren krokus: KNOL: feb-mrt, lila tot blauwachtig. Geof, 0,1-0,15. Vrij droge tot vochtige, schrale tot voedselrijke bodems; vooral op buitenplaatsen, stinzen en tuinen; in grasland en onder loofhout; licht beschaduwd-zon. (inh); FAUNA: Hb5, Hom; BEHEERTYP: G7, B&S 5.   Hom Hb5  
Cynosurus cristatus - Kamgras: VAST: jul-sep. Hemi, 0,3-0,6. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in matig bemeste graslanden, in bermen, parken, grazige waterkanten, vijverkanten en begraasde dijken; vaak op licht betreden plaatsen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7.        
Daucus carota - Peen: TWEE/EENJARIG: jun-sep, wit tot iets roze. Hemi/Ther, 0,3-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot kleiige bodems; op dijken en taluds, in bermen en graslanden, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G5, G4, G6, G7. W.bij   Hb1 Vlin
Deschampsia cespitosa - Ruwe smele: VAST: jun-jul, vast. Hemi, 0,5-1,5. Op natte tot vochtige matig voedselrijke bodems; in ruige en verruigde graslanden, langs allerlei oevers, in natte en vochtige bossen, in greppels en op dijken; licht beschaduwd-zon. (inh); ; BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5, 6.        
Festuca arundinacea - Rietzwenkgras: VAST: jun-jul. Hemi, 0,7-1,7. Vochtige voedselrijke tot iets brakke, zandige tot kleiige bodems; in verruigde graslanden en lage ruigte, langs allerlei oevers, in bermen en langs in zomen van bossen en landschappelijke beplantingen. Zon. (inh);BEHEERTYP: G7.        
Festuca pratensis - Beemdlangbloem: VAST: jun-sep. Hemi, 0,4-1,0. Op vochtige tot natte voedselrijke bodems; onder meer in graslanden, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G8.        
Galium mollugo - Glad walstro: VAST: mei-sep, wit. Hemi, 0,3-1,5. Vochtige tot (zomer) droge, voedselarme tot matig voedselrijke zand-, leem- en kleibodems; in grazige vegetaties of in struwelen; dijken, in de duinen, bermen en langs spoorwegen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G4, B&S 4.        
Geranium molle - Zachte ooievaarsbek: EENJARIG: mei-okt, roodpaars. Ther, 0,05-0,4. Droge tot vochthoudende, voedselrijke zandige tot zavelige bodems; op open gronden, in grasvelden en bermen, op dijken, braakliggende terreinen en in stadsplantsoenen. Zon-beschaduwd. (inh);BEHEERTYP: G6, G7, G9. W.bij   Hb1  
Geranium pratense - Beemdooievaarsbek: VAST: jun-jul. Hemi, 0,5-0,8. Vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige, veelal kalkhoudende bodems; in ruige hooilanden en soms in ruigten; in uiterwaarden en wegbermen, op dijken, spoorwegterreinen, buitenplaatsen (stinzenplant). Zon. TUIN (inh);BEHEERTYP: G5, G7, R5. W.bij Hom Hb3  
Geranium pyrenaicum - Bermooievaarsbek: VAST: apr-sep, roze Hemi, 0,2-0,6. de wat kleinere planten zijn soms lastig van G. molle te onderscheiden. Vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke, zandige en zavelige bodems; in min op meer open bermen, op spoor- en rivierdijken; een pionierplant die in open grasland lang stand kan houden. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: P7, G7. W.bij Hom Hb3  
Geum rivale - Knikkend nagelkruid: VAST: mei-jun, geel en rood aangelopen, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,2-0,4. Natte tot vochtige, matig voedselrijke bodems; een goed beeld van deze plant ontbreekt; in open loofbos; in het buiten land vaak in bermen, in grasland en langs bosranden. Zon-beschaduwd. TUIN (inh) Hom; BEHEERTYP: G7, G8.   Hom    
Glechoma hederacea - Hondsdraf: VAST: apr-mei, paarsblauw, blw. okselstandig, bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,15-0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in allerlei grazige en houtachtige vegetaties op allerlei standplaatsen; o; m; in stadsplantsoenen, graslanden en beschaduwde gazons, onder heggen, langs waterkanten op oude, sterk verweerde muren en stapelmuren. Zon-beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: G6, G7, G9, G9, B&S 5, 7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Helictotrichon pubescens - Zachte haver: VAST: mei-jun. Hemi, 0,3-0,8. Vochthoudende tot droge zandige tot zavelige, matig voedselrijke kalkhoudende bodems; in de duinen, op dijken, in bermen, langs holle wegen en spoorwegen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G7.        
Hieracium aurantiacum - Oranje havikskruid: VAST: jun-jul, oranje verkleurend naar purper, blw. tuil; met bovengrondse uitlopers. Hemi, rozet, 0,2-0,5. Vochtige tot enigszins droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in bermen en spoorbermen; op industrieterreinen en vaak verwilderd in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Hieracium caespitosum - Weidehavikskruid: VAST: jun, geel, blw. compacte tuil; met bovengrondse uitlopers. Hemi, rozet, 0,3-0,7. Vochtige en vochthoudende, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties: in graslanden, bermen, op spoorbermen, spoorweg- en industrieterreinen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Holcus lanatus - Gestreepte witbol: VAST: mei-sep. Hemi, 0,4-0,8. Natte tot vochtige, voedselrijke tot iets schrale, zandige en venige bodems; in hooilanden en op bermen en dijken; in en langs bossen, houtwallen, hakhout en braakliggende terreinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, G9, B&S 5, 6.        
Holcus mollis - Gladde witbol: VAST: jun-aug. Hemi, wortelstok, 0,3-0,7. Vochtige tot droge voedselarme tot iets voedselrijke, humushoudende, zure zandige bodems; in graslanden, in bossen en bermen; licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G6, G7, B&S 2, 3, 5.        
Hypericum dubium - Kantig hertshooi: VAST: jul-sep, geel, stengel vierkant, blad met geen of weinig doorzichtige punten. Hemi, 0,4-0,8. in grazige vegetaties; natte tot vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; langs greppel- en slootkanten, wegen, spoorwegen, kanalen en in zandafgravingen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, G8.     Hb1  
Lamium maculatum - Gevlekte dovenetel: VAST: apr-sep, paars, blw. okselstandig. Hemi/Cham, 0,3-0,6. vochtige, voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; in bosranden, houtwallen en hagen, langs beken en riviertjes, op dijkhellingen; de cultuurvariëteit variegatum (met zilveren strepen) is vaak verwilderd in stadsplantsoen en -parken; licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, R7, B&S 5. W.bij Hom   Vlin
Lamium maculatum cv. var. - Gestreepte dovenetel: VAST: apr-sep, paars, blw. okselstandig. Hemi/Cham, 0,3-0,6. Vochtige, voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; in bosranden, houtwallen en hagen; vaak verwilderd in stadsplantsoen en parken; licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, B&S 5. W.bij Hom Hb1  
Lathyrus pratensis - Veldlathyrus: VAST: jul-aug, geel, blw. tros. Hemi, ondergrondse uitlopers; 0,5-1,2. Vochtige, matig voedselrijke leem- en kleibodems, verder op leemhoudend zand; in grazige vegetaties; in weg-, spoor- en kanaalbermen, op dijken en aan waterkanten. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb3  
Lathyrus tuberosus - Aardaker: VAST: jun-aug, rozerood, blw. tros. Hemi, ondergrondse uitlopers; 0,5-1,2. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende leem-, löss-, zavel- en zandgronden; in grazige vegetaties, in ruigten en op open gronden, vroeger (1980-1995) het meest langs spoorwegen, toen als pionierplant ook op schouwpaden; verder op rivierdijken, in weg-, kanaal- en stadsbermen en in stadsplantsoenen. Zon- beschaduwd. TUIN (inh); E&P: knol; BEHEERTYP: (WB) G5, G7, R5, R7. W.bij Hom Hb3  
Leontodon autumnalis - Vertakte leeuwentand: VAST: jul-okt, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,15-0,8. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties; in bermen, op dijken, in graslanden etc; verder op allerlei open gronden als kaal gereden wegbranden, braakliggende terreinen, tussen het plaveisel en tegen straatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; ; BEHEERTYP: G6, G7, G0, G9. W.bij Hom Hb1 Vlin
Linaria vulgaris - Vlasbekje: VAST: jun-sep, geel, blw. Tros, Hemi/Geof, 0,3-0,6. Droge tot vochtige, matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems t; in grazige en ruige vegetaties; in de duinen, in weg- en spoorbermen, op spoordijken, haven- en industrieterreinen, en allerlei overhoeken, tussen het plaveisel en tegen straatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G7, G6, R6.   Hom Hb1  
Lotus corniculatus var. sativus - Rechte rolklaver: VAST: jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig; stengels rechtopstaand. Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, schrale zandige bodems; in grazige vegetaties onder meer in bermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lotus corniculatus var.corniculatus - Gewone rolklaver: VAST: jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, 0,1-0,4. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, veelal kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; in duinvalleien, graslanden en bermen, op dijken, spoorwegterreinen en in zandafgravingen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lysimachia nummularia - Penningkruid: VAST: jun-aug, geel, blw. okselstandig alleenstaand, kruipende plant. Cham/Helo, bovengrondse uitlopers, 0,2-0,6. Natte tot vochtige, voedselrijke, humushoudende, zandige tot kleiige bodems en kleihoudend laagveen; in grazige vegetaties op sloot- en greppelkantjes, langs beekjes en kanten van kanalen, op dijken en spoordijken vaak op noordelijke taluds, in natte bossen, plantsoenen en stadsparken; de soort komt ook in ruigtkruidenvegetaties voor; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5, 6. W.bij      
Malva alcea - Vijfdelig kaasjeskruid: VAST: jun jul-sep, roze. Hemi, 0,7-1,0. Vochtige, matig voedselrijke zavel- en lichte rivierklei; vooral op dijken, spoordijken; verder op ruderale plaatsen aan de rivier. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, R7. W.bij Hom Hb3  
Medicago arabica - Gevlekte rupsklaver: EENJARIG: apr-sep, geel, blw. okselstandig, langgesteeld armbloemige tros, blaadje met paarsachtige vlek. Ther, 0,15-0,4. Vochtige, voedselrijke, kalkhoudende en kleiachtige bodems; in grazige vegetaties op dijken en in bermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G5. W.bij Hom   Vlin
Medicago lupulina - Hopklaver: VAST/EENJARIG: apr-okt, geel, blw. okselstandig, langgesteeld hoofdje. Ther/Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot vaak zomerdroge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in hooi- en graslanden, bermen, op dijken, langs vijverkanten; op open gronden, tussen het plaveisel, op halfverharde plaatsen als parkeerplaatsen en vluchtheuvels. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Medicago sativa - Luzerne: VAST: jun-sep, blauw tot paarsachtig, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige, voedselrijke, lemige en kleiige bodems; in wegbermen, op rivier-, kanaal- en spoordijken, spoorwegemplacementen, haven- en industrieterreinen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G9. W.bij Hom Hb4 Vlin
Mentha arvensis - Akkermunt : VAST: jul-sep, lila, blw. okselstandig. Hemi/Helo, ondergrondse uitlopers, 0,2-0,4. Natte tot vochtige, matig voedselrijke bodems; open gronden, graslanden, oevers en waterkanten; o.m. langs vijver- en slootkanten. Zon. (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: P7, G8, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Mentha pulegium - Polei: VAST: aug-sep, lichtpaars, blw. okselstandig. Hemi, 0,15-0,3. Vochtige ('s winters natte), matig voedselrijke bodems; in de uiterwaarden. Zon. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.bloem/blad; BEHEERTYP: G7, G8.   Hom Hb3  
Muscari botryoides - Blauwe druifjes: BOL: mrt-mei, blauw, blw. tros. Geof, 0,1-0,25. Vochtige, matig voedselrijke bodems; van nature in korte, grazige vegetaties. Zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: G.bloem; BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb3  
Narcissus pseudonarcissus pseud. - Wilde narcis: BOL: mrt-mei, geel, bijkroon heldergeel, bloemslippen lichtgeel. Geof, 0,2-0,3. Natte tot vochtige, matig voedselrijke, humushoudende bodems; op grazige plaatsen in beekdalen en loofbossen; verder aangeplant in tuinen en stinzen. Zon- licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (vee); BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5.     Hb1  
Odontites vernus subsp. vernus - Rode ogentroost: EENJARIG: jul-sep, rood, blw. tros; halfparasiet op grassen. Ther, 0,1-0,6. Enigszins vochtige, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; vaak op iets verdichte bodems; in grazige vegetaties; akkers, bermen, spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P7, G7, G0. W.bij Hom Hb3  
Ornithogalum nutans - Knikkende vogelmelk: BOL: apr-mei, wit, blw. een naar een zijde gericht tros. Geof, 0,2-0,4. Vochtige, voedselrijke bodems; aan randen van houtige begroeiingen en in graslandvegetaties; licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (vee); BEHEERTYP: (WB) G7, B&S 5.     Hb1  
Ornithogalum umbellatum - Gewone vogelmelk: BOL: mei-jun, wit, blw. schermvormige tros. Geof, 0,15-0,25. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in graslanden, wegbermen, spoorbermen, op rivierdijken, buitenplaatsen, in loofbossen en stadsplantsoenen; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh); Giftig (vee); BEHEERTYP: (WB) G7, B&S 5.     Hb1  
Orobanche minor - Klavervreter : VAST: jun-jul, bruinachtig. Geof, 0,1-0,5. Vochtige, matig voedselrijke, lemige tot kleiachtige bodems; Het meest op rode klaver woekerend; in grasvelden en wegbermen, op rivierdijken en op spoorwegterreinen. Zon.. (inh); BEHEERTYP: G7.        
Pastinaca sativa - Pastinaak: TWEEJARIG: jul-sep, geel, 2-tot 4-jarig. Hemi, 0,8-1,5. Vochtige tot iets droge voedselrijke, maar onbemeste zand-, leem- en kleibodems; in grazige vegetaties: in de duinen, in allerlei (stads)bermen en grasvelden, op dijken en taluds, in ui­terwaarden, bij kleiafgravingen van de steenfabrieken; verder op spoorweg- en industrieterreinen, op mijnsteenbergen en braakliggende terreinen. Zon. TUIN (inh); E&P: wortel; BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb2 Vlin
Persicaria amphibia (polygonum amphibia) - Veenwortel: VAST: jun-okt, roze; Geof/Helo: wortelstok, landvorm 0,3-0,8, watervorm, tot stengels van ca. 2m. Ondiepe voedselrijke wateren, ook in matig voedselrijk - relatief voedselarm water met een voedselrijke bodems; verder in allerlei overgangen van nat naar droog; de droge vorm vaak niet bloeiend of alleen in zeer natte periodes of op plekken met een natte ondergrond; in vijvers, sloten en plassen, aan oevers van beken, sloten vijverkanten, in wegbermen, op hoge spoordijken en tussen het plaveisel; bloeiende landvormen zijn een indicator voor natte ondergrond. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, R8, W5.     Hb1  
Phleum pratense ssp. serotinum - Klein timoteegras: VAST: jun-aug. Hemi, tot 0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in grasland vegetaties. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G6, G7.        
Pimpinella major - Grote bevernel: VAST: jun-sep, wit. Hemi, 0,3-0,9. Vochtige, matig voedselrijke rivierklei en bosbodems; in uiterwaarden, bermen en spoorbermen, op dijken, taluds en langs holle wegen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij   Hb1  
Plantago lanceolata - Smalle weegbree: VAST: mei-sep, groenachtig; blad lancetvormig. Hemi, rozet, 0,1-0,8. Vochtige tot droge, matig voedselrijke bodems; op allerlei open gronden en in allerlei grazige vegetaties; o; m; tussen het plaveisel, in bermen, op dijken en in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G6, G7, P6, P7.     Hb3  
Poa pratensis - Veldbeemdgras: VAST: mei-jun. Hemi, 0,2-0,8. Droge tot vochtige, zandige tot kleiige voedselrijke bodems; ook op muren, halfver hardingen en tussen het plaveisel. Zon. (inh); BEHEERTYP: G3, G6, G7, G9.        
Poa trivialis - Ruw beemdgras: VAST: mei-jul. Hemi, 0,4-1,0. Natte tot vochtige, veelal zeer voedselrijke bodems; onder meer veel langs waterkanten, oevers en in natte, lichte loofbossen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5, 6.        
Potentilla anserina - Zilverschoon: VAST: mei-aug, geel, blw. alleenstaand; lange bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,5. Natte tot vochtige of brakke, voedselrijke, veelal betreden en verdichte bodems; vaak in sterk uitdrogende, wisselvochtige bodems; in allerlei grazige begroeiingen; in duinvalleien, schorren, bermen en langs vijverkanten en op betreden plaatsen. Zon. (inh);; BEHEERTYP: G0, G7tr, G8, G9.       Vlin
Prunella vulgaris - Gewone brunel: VAST: mei-sep, paars, blw. aar. Hemi, 0,05-0,4. Vochtige, matig voedselrijke bodems; minder vaak op zware leemhoudende gronden; in korte grazige, begraasde, betreden of zeer frequent 10 tot 20x per jaar gemaaide graslanden en gazons; langs beschaduwde bospaden, in wegbermen en kanten van stadsvijvers. Zon-lichte schaduw. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7.   Hom Hb3  
Ranunculus acris - Scherpe boterbloem: VAST: apr-okt, geel, blw. pluimvormig vertakt. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige, voedselrijke bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in bermen, grasvelden en op dijken. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); ; BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem: VAST: apr-jun, geel, blw. pluimvormig vertakt; Hemi/Geof: alleenstaand,0,15-0,3. Droge of vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke leem- en zavelgronden en op leem- of kalkhoudend zand; in grazige vegetaties; bermen, grasvelden en dijken. Zon. TUIN (inh) Giftig (mens); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Ranunculus repens - Kruipende boterbloem: VAST: mei-jul, geel, blw. pluimvormig vertakt. Hemi/ Cham/Helo, bovengrondse uitlopers, 0,1-0,5. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; op grazige plaatsen, in stadsplantsoenen, boomspiegels, op betreden plaatsen en plaatsen met een sterk wisselende water­stand. Zon en halfschaduw. (inh); Giftig (mens); BEHEERTYP: G7, G8, G9, B&S 5, 6. W.bij Hom Hb2 Vlin
Rhinanthus angustifolius - Grote ratelaar: EENJARIG: mei-okt, geel, schutbladen bleker dan de stengelbladen, blw. tros, halfparasiet op grassen. Ther, 0,1-0,6. Natte tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke bodems; behalve op zeeklei; in grazige vegetaties; in de duinen, onbemeste hooilanden, bermen, op dijken, spoordijken en -bermen; soms ingezaaid in stadsparken en stadsbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G1, G2, G7, G8.   Hom    
Rumex acetosa - Veldzuring: VAST: mei-jun, roodachtig. Hemi, penwortel, 0,5-1,0. Zeer vochtige tot iets droge, voedselrijke bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in hooilanden, grasvelden, bermen op dijken, langs sloot- en vijverkanten. zon TUIN (inh); E&P: blad; BEHEERTYP: G7, G8.        
Rumex thyrsiflorus - Geoorde zuring: VAST: jul-aug, roodachtig; Hemi, penwortel, 0,5-0,9. Zomerdroge, maar wel vochthoudende, matig voedselrijke rivierklei en zavelachtige bodems; meestal in grazige vegetaties op dijken en spoordijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7.        
Sanguisorba officinalis - Grote pimpernel: VAST: jun-sep, roodbruin, blw. ovaalvormige hoofdjes. Hemi, 0,5-1,2 tot 1,8 als tuinplant. Vochtige tot natte, matig voedselrijke zand-, zavel- en laagveenbodems; in weinig, of onbemeste hooilanden in rivier- en beekdalen, in bermen, op dijken en spoordijken, in greppels en aan sloot- en vijverkanten. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij   Hb3 Vlin
Saxifraga granulata - Knolsteenbreek: VAST: mei-jun, wit, blw. min of meer schermvormig bijeen. Hemi, 0,15-0,45. Vochtige, matig voedselrijke bodems; in hooilanden, kanaal- en wegbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7.     Hb1  
Sedum telephium : (nlc. Alle supsp. En cv. Zoals : Matrona, maximum etc.) - Hemelsleutel: VAST: jul-sep, roze-paarsrood, blw. schermvorming, bladen groot. Hemi, 0,3-0,7. Vochtige, matig voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; in ruige grazige bermen, op rivier-, kanaal- en spoordijken, emplacementen en in zomen van bossen en struwelen; vaak met kwel in de ondergrond. Zon. TUIN (inh), Rots; BEHEERTYP: G7, B&S 5.   Hom Hb5 Vlin
Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: TWEEJARIG: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Stellaria graminea - Grasmuur: VAST: mei-aug, wit. Hemi, 0,1-0,8. (Zeer) vochtige tot droge, maar vochthoudende, matig voedselrijke bodems, en op zandgrond een humushoudende bodems; vaak op plaatsen met een sterk wisselende waterstand en veelal in grazige vegetaties; in wegbermen en greppels, langs sloten en vijvers. Zon-halfschaduw. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, G6. W.bij   Hb1  
Symphytum officinale - Gewone smeerwortel: VAST: apr-sep, wit tot paars. Hemi, penwortel, 0,3-1,0. Natte tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke bodems; in graslanden, ruigten, bossen, bermen, op dijken, langs oevers en in natte bossen en struwelen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.plant, S.bloem; BEHEERTYP: G7, G8, R8, B&S 6. W.bij Hom Hb3  
Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid: VAST: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, wortelstok, 0,6-1,5. Vochtige tot droge, matig voedselrijke tot iets schrale, zandige tot kleiige bodems; in ruigten en grazige vegetaties, op braakliggende gronden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in weg- en kanaalbermen, op dijken, in akkerlanden, langs allerlei niet te natte oevers en vijverkanten, tussen het plaveisel, tegen muren en straatmeubilair en op halfverhardingen. Zon. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.plant, T. Bloem; BEHEERTYP: R6, R7, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Taraxacum officinale - Gewone paardebloem: VAST: mrt-mei, sep-nov, geel, alleenstaand; In totaal zijn er vele tientallen ondersoorten in Nederland bekend, de verschillende milieus, heide, duinen, moerassen etc. hebben vaak hun specifieke ondersoorten; hier wordt alleen de gewone paardebloem genoemd. Hemi, penwortel, 0,1-0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in allerlei grazige vegetaties; verder op braakliggende terreinen, stadsplantsoenen, boomspiegels, op verhardingen en halfverhardingen, op muren en tussen stenen beschoeiingen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); E&P: blad; BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb5 Vlin
Tragopogon porrifolius - Paarse morgenster: TWEEJARIG: eind mei, jun-jul, lila- roodpaars, blw. alleenstaand. Hemi, penwortel, rozet, 0,7-1,2 in open grond tot ca.1,5. Vochtige (zeer)voedselrijke bodems veelal klei; groei ook op vochtige zandige en lemige bodems; Het meest in wegbermen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij Hom    
Tragopogon pratensis s.orientalis - Oosterse morgenster: TWEEJARIG: mei-jul, goudgeel/oranjegeel, blw. alleenstaand, penwortel. Hemi, penwortel, rozet, 0,3-1,0. Vochtige, matig voedselrijke bodems; voornamelijk op rivierdijken. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7. W.bij   Hb1  
Trifolium campestre - Middelste klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,08-0,25. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke en vaak kalkhoudende zandige tot zavelachtige bodems; in min of meer open grazige vegetaties; in de duinen, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7. W.bij Hom Hb1  
Trifolium dubium - Kleine klaver: EENJARIG: mei-sep, geel, blw. hoofdje. Ther, 0,05-0,25. Vochtige tot droge matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; op grazige plaatsen op allerlei terreinen; in graslanden, bermen en op dijken. Zon-halfschaduw. (inh); BEHEERTYP: G6, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Trifolium fragiferum - Aardbeiklaver: VAST: jun-sep, rozeachtig, blw. hoofdje. Hemi, 0,05-0,2. Op natte tot vochtige, vaak brakke, matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in graslanden en bermen, langs randen van wegen en fietspaden; stat: in hoofdzaak in het kust- en deltagebied. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, G0.   Hom Hb3  
Trifolium pratense - Rode klaver: TWEEJARIG/VAST/ mei-okt, rood, blw. hoofdje. Hemi, 0,15-0,5. Vochtige, voedselrijke lemige tot kleiige bodems; graslanden, bermen en dijken. Zon. TUIN (inh) BEHEERTYP: G7. W.bij Hom Hb1 Vlin
Trifolium repens - Witte klaver: VAST: mei-okt, wit tot iets roze, blw. hoofdje. Hemi, 0,05-0,35. Natte tot vochtige voedselrijke bodems; in grazige vegetaties; grasvelden, gazons, bermen, betreden grazige plaatsen en grasvelden die onderhevig zijn aan een sterk wisselende waterstand. Zon. (inh);BEHEERTYP: G7, G8, G9. W.bij Hom Hb5 Vlin
Valerianella locusta - Gewone veldsla: EENJARIG: apr-mei, witachtig. Ther, 0,1-0,25. Vochtige tot iets uitdrogende, matig voedselrijke, neutrale bodems; op min op meer open plekken; in grazige taluds van dijken, weg, spoor en kanaalbermen, akkerreservaten en op pas omgewerkte grond. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: P7, G7.        
Veronica arvensis - Veldereprijs: EENJARIG: apr-sep, blauw, blw. zie hoofdtekst, kleine veelal rechtopstaande plantjes, vaak met gesloten bloemen, blw. Ther: 0,03-0,2. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige en stenige bodems; op allerlei open plaatsen; in de duinen; open plaatsen in grasvelden bijv; op platgetrapte molshopen, stadsplantsoenen, boomspiegels, tussen het plaveisel, in halfverhardingen, op muren en in tuinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: P6, P7, G6, G4, G7. W.bij   Hb1  
Veronica chamaedrys - Gewone ereprijs: VAST: apr-jun, blauw, blw. okselstandige tros. Cham, 0,1-0,3. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; in grazige vegetaties, in ruige zomen van bosranden, in bermen, grasvelden en op dijken. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, B&S 5. W.bij   Hb3  
Veronica filiformis - Draadereprijs: VAST: apr-mei, blauw, blw. zie hoofdtekst, kruipend plantje met draaddunne "stengels". Cham, 0,05-0,15. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties, in ruige zomen van bosranden, in bermen, grasvelden en op dijken. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G6, G7. W.bij   Hb1  
Veronica serpyllifolia - Tijmereprijs: VAST: apr-sep, blauw, blw. tros. Hemi, 0,1-0,25. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in weinig bemeste weilanden, bermen, gazons en langs bospaden. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G7.        
Vicia cracca - Vogelwikke: VAST: jun-sep, blauwpaars, blw. okselstandige tros. Hemi, ondergrondse uitlopers, 0,5-1,5. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems; in weinig bemeste hooilanden; in allerlei grazige en ruige bermen, op dijken, langs waterkanten, vijverkanten, op overhoeken en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G7, R7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Vicia nigra spp.sativa - Voederwikke: EENJARIG: mei-jul, vlag blauwpaars, zwaarden donker paars, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Ther, 0,2-1,0. Vochtige, matig voedselrijke bodems. Zon. (inh); FAUNA: Hom; BEHEERTYP: G7.        
Vicia nigra ssp.nigra - Smalle wikke: EENJARIG: mei-jul, roodpaars, zwaarden rood, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Ther, 0,2-1,0. Vochtige tot droge, voedselarme (maar basische) tot matig voedselrijke, zandige tot lemige en zavelige bodems; in grazige vegetaties en op open gronden; in graanakkers, duinen, bermen, op dijken, schrale overhoeken en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G4, G6, G7.        
Vicia tetrasperma - Vierzadige wikke: EENJARIG: mei-aug, lila-achtig, blw. okselstandige, armbloemige tros. Ther, 0,3-0,7. Vochtige, matig voedselrijke lemige tot zavelachtige bodems; op min op meer open plaatsen in weg- en kanaalbermen, op dijken, langs spoorwegen en vaak massaal in nieuwe, pas ingezaaide bermen. Zon. (inh); BEHEERTYP: P7, G7.     Hb1  
Naar top pagina