G8 -- Soorten van graslandvegetaties op natte schrale tot voedselrijke bodem ----------Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
Uitgebreid overzicht soorten  
Voorkomen -- In allerlei natte hooilanden: natte graslanden, beekdalen, boezemland, veenweidegebieden, waterkanten, plas-drasbermen.
Nectar- en stuifmeelplanten
Gidssoorten: bittere veldkers, brede orchis, echte koekoeksbloem, gevleugeld hertshooi, gewone dotterbloem, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote ratelaar (geen honingbijen), grote wederik (slobkousbij), heelblaadjes, kale jonker, kantige basterdwederik, kleine valeriaan, moerasbasterdwederik, moerasrolklaver, moerasspirea, moerasvergeet-mij-nietje, rietorchis, wateraardbij. waterkruiskruid, watermunt, wilde kievitsbloem, wolfspoot.
Overige soorten: aardbeiklaver, adderwortel, akkermunt, gewone smeerwortel, kantig hertshooi, knikkend nagelkruid, kransmunt, kruipende boterbloem, moerasstreepzaad, penningkruid, pinksterbloem, polei, slanke sleutelbloem, stijf barbarakruid, veenwortel, weideklokje, wilde herfsttijloos, (wilde narcis), witte klaver, zilverschoon, zompvergeet-mij-nietje.
Geen bijenplanten
Gidssoorten: hennengras, holpijp, kleine watereppe, kluwenzuring, lidrus, mannagras, melkeppe, moeraswalstro, pijptorkruid, ruw walstro, snavelzegge, tweerijige zegge, veldrus, wilde bertram, zomprus. -- Overige soorten: beekpunge, beemdlangbloem, biezenknoppen, fioringras, geknikte vossenstaart, gestreepte witbol, gewoon reukgras, moerasbeemdgras, moeraswederik, paddenrus, pitrus, rietgras, ruige zegge, ruw beemdgras, ruwe smele, smalle stekelvaren, veldzuring, watergras, watermuur, zeegroene rus.
Beheer -- Gewoonlijk eenmaal per jaar maaien en afruimen; bij iets drogere bodems kunnen twee maaibeurten gewenst zijn. Of er een of tweemaal gemaaid kan worden hangt sterk af van de berijdbaarheid met maaimachines van het terrein.
a. Bij één maaibeurt half augustus – september.
b. Bij twee maaibeurten: de 1e half juli; de 2e september - begin oktober.
c. Bij aanwezigheid van orchideeën na 15 augustus maaien of na de zaadrijping.
d. Grote ratelaar niet voor augustus maaien.
 
Foto's bij beheertype G8

 

Dotterbloem in boezemland -- Boezemlanden kwamen vroeger veel in Nederland voor. De resterende boezemlanden hebben een hoge recreatieve waarde, vooral in het voorjaar als de dotterbloem op zijn top is. (Vlaardingen, 1991)
 
 
Gewone smeerwortel komt op de meeste zeer vochtige bodems voor. Hij wordt vooral bezocht door hommels en Sachembijen. De brug biedt in principe ruimte genoeg voor de doorgang van alle dieren.( (Schiedam 1989)
 
 
Kale jonker komt hier pleksgewijs voor, maar kan net als akkerdistel zeer dominant zijn.
 
 
Kievitsbloem in natte berm -- Kievitsbloem is een zeldzame plant die slechts in enkele streken van Nederland voorkomt. Hier en daar ook in bermen. Als kievitsbloem te vroeg wordt gemaaid, kan het enkele jaren duren voordat hij weer tot bloei komt. (Zwolle oprit A28 1995) Zie
 
 
Koekoeksbloem in plasberm -- Net als dotterbloem is echte koekoeksbloem beperkt tot natuurterreinen en marginale gronden. Echte koekoeksbloem is een soort die vrij gemakkelijk is toe te passen in tuinen, parken en andere natte graslandvegetaties in de openbare ruimte. (Veenendaal 2001)
 
 
Moerasrolklaver gaat zich als een klimplant gedragen als er hekken, struiken of andere hoge planten in de buurt staan. (Veenendaal 1989)
 
 
Watermunt in nat grasland
 
 
Grote ratelaar in de stad -- In dit weiland, dat onderdeel uitmaakt van een groene lob in de stad, is het waterpeil verhoogd. Grote ratelaar is hier aspectbepalend. Ook rietorchis en echte koekoeksbloem zijn in deze vegetatie aanwezig. (Rotterdam, Omoord 1997)
 
 
Rietorchis in de berm -- Rietorchis was tot in de jaren tachtig een soort die vrijwel exclusief was voor natuurgebieden. Na 1980 verandert die situatie snel. Onder invloed van ecologisch bermbeheer komt nu op steeds meer plekken rietorchis voor. (Almere 1992)
 
 
Rietorchis in de stad -- Vooral na 1990 verovert rietorchis steeds meer terrein in het stedelijke gebied. (Amstelveen 19989 zie ook )
 
 
Wateraardbei -- In natte graslanden kan wateraardbei massaal voorkomen.
Naar top pagina
 
Overzicht soorten G8
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl onder Beheertype G8.
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Achillea ptarmica - Wilde bertram: VAST: jul-sep, wit. Hemi, ondergrondse uitlopers, 0,5-0,9. Natte tot vochtige, matig voedselrijke tot vrij schrale, zandige tot kleiige bodems en op veen; in grazige en vrij ruige vegetaties; in natte graslanden, langs rivier- en kanaaloevers, sloten en greppels, in wegbermen, langs spoorwegen, op spoorwegemplacementen en tussen basaltglooiingen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G8.        
Agrostis stolonifera - Fioringras: VAST: jun-sep; bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,15-0,6. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; in graslanden en bermen ook veel langs waterkanten. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, V6.        
Alopecurus geniculatus - Geknikte vossenstaart: VAST: mei-okt; plant grijsgroenachtig. Hemi, 0,15-045. Natte tot zeer vochtige, voedselrijk bodems; vaak op dichtgeslibde en overstroomde of slecht afwaterende terreinen; boezemlanden, slecht ontwaterde hooilanden, braakliggende terreinen, waterkanten, in greppels en in allerlei drooggevallen of uitdrogende plassen; een indicator voor bodemverdichting. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, P8, B0.        
Angelica sylvestris - Gewone engelwortel: TWEEJARIG: jul -sep, wit tot iets roze. Hemi, twee - tot driejarig; 1,0 -1,8. Natte tot vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige, humusrijke bodems, maar niet op zeeklei; in ruigten, langs sloten, vaarten, kanalen en allerlei andere watergangen, vijverkanten en in natte grasvelden, weg - en spoorbermen; verder langs en in lichte loofbossen. Zon - licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: R8, R7, B&S 6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Anthoxanthum odoratum - Gewoon reukgras: VAST: apr-jun. Hemi, 0,2-0,6.Natte tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, humushoudende, zandige en venige bodems; in bermen, grasland, op dijktaluds; beschaduwd-zon. (inh); ZINTUIGPL: S.stengel; BEHEERTYP: G1, G2, G7, G8.        
Apium nodiflorum - Groot moerasscherm: WATER/OEVERPLANT: jun-sep, groenachtig-wit, vast. Helo, 0,3-1,0. Natte, voedselrijke milieus; vrijwel alle bodemtypen; in sloten, beken en poelen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, V3, B&S 6.        
Barbarea stricta - Stijf barbarakruid: TWEEJARIG: apr-jun, geel; vruchten tegen de bloeistengel aangedrukt. Hemi, 0,4-0,9. Vochtige tot natte, voedselrijke iets open bodems, in hoofdzaak op zandige tot kleiige bodems; veel aan oevers en waterkanten van riviertjes, kanalen, sloten en vijvers, in natte greppels en in vochtige tot natte bermen, in natte bosjes en grienden; op plaatsen met een natte tot vochtige ondergrond; ook op spoorwegterreinen. Zon. (inh); FAUNA: Vlin; BEHEERTYP: G8, B&S 6.       Vlin
Berula erecta - Kleine watereppe: WATER/OEVERPLANT: jul-sep, wit. Helo, uitlopers, 0,3-0,6. Natte milieus; voedselrijke bodems of ondiep water; in en aan sloten, greppels, plassen en poelen; klei, leem, zand, veen, ook zwak brak. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G8, V4.        
Calamagrostis canescens - Hennegras: VAST: jun-jul: Hemi: 0,6-1,5. Meestal op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, venige en zandige bodems; in drassige graslanden, veenmoerassen, broekbossen, langs waterkanten, in greppels en veel in spoorsloten en -greppels; waar dit gras voorkomt zijn interessante ruigtenkruiden te verwachten; licht beschaduwd-zon (mits een natte bodems). (inh); FAUNA: Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G1, G8R1, B&S 1, 6.        
Caltha palustris ssp. palustris - Gewone dotterbloem: VAST: apr-mei, geel, blw. alleenstaand. Helo/Hemi, 0,2-0,6, b1/1. Natte tot drassige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, weinig of onbemeste bodems; niet op zeeklei; in drassige graslanden, boezemlandjes en plasbermen, langs slootkanten, spoorsloten en in lichte natte bosjes; indicator voor kwelwater. Zon tot licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); FAUNA: Hb3, Hom; BEHEERTYP: (WB) G8, B&S 6.   Hom Hb3  
Campanula patula - Weideklokje: VAST: mei-jul, blauw, armbloemige pluim. Hemi, 0,3-0,5. Vochtige, matig voedselrijke bodems; voornamelijk in grazig vegetatie en hooilanden. Zon. (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij; BEHEERTYP: (WB) G7, G8. W.bij Hom Hb3  
Cardamine amara - Bittere veldkers: VAST: mei-jun, wit, helmknoppen paarsrood. Helo/Hemi, 0,2-0,4. Natte, voedselrijke bodems; in hooiland en in lichte bossen en bosranden onder meer langs beken, in grienden en in bronbossen; beschaduwd. (inh); FAUNA: Hom, Vlin; BEHEERTYP: G8, B&S 6.   Hom   Vlin
Cardamine pratensis - Pinksterbloem: VAST: apr-jun: roze. Hemi, rozet, 0,2-0,5. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; op vrijwel alle bode; in onbemeste tot licht bemeste grasvelden, bermen, langs sloot- en vijverkanten, in greppels, in natte tot vochtige goed lichtdoorlatende bosjes en in stadsplantsoenen. Zon-beschaduwd. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G7, G8. W.bij Hom Hb3 Vlin
Carex disticha - Tweerijige zegge: VAST: mei-jun. Hemi, 0,2-1,0. Natte tot vochtige, matig voedselrijke tot zwak brakke bodems; in grasland, langs waterkanten en langs stadsvijvers. zon. (inh); BEHEERTYP: G8.        
Carex hirta - Ruige zegge: VAST: mei-jun. Hemi, 0,3-0,5. Natte tot droge, voedselrijke vaak min of meer gestoorde bodems; in grazige vegetaties en braakliggende terreinen; vaak met een sterk wisselend vochtgehalte; onder meer in bermen, langs spoorwegen en langs waterkanten. Zon. (inh); BEHEERTYP: G6, G8, G7,G9.        
Carex rostrata - Snavelzegge: WATER/OEVERPLANT: mei-jun. Helo, 0,3-0,8. Natte, voedselarme tot matig voedselrijke milieus op leem, zand, veen; in natte graslanden en in allerlei ondiepe wateren zoals vijverkanten, sloten, in zomernatte greppels en poelen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1, G8, V2, V3.        
Catabrosa aquatica - Watergras: VAST: Meibok, takken van de pluim in halve kransen, slappe plant zeer holle stengels, vaak drijvend op het water. Hemi: Helo: 0,3-0,6. In zeer natte bodems op de overgang land/stikstofrijk water; vaak in sloten. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, V6.        
Cirsium palustre - Kale jonker: TWEEJARIG: jun-sep, paars, blw. eindelingse kluwens. Hemi, 0,8-1,5. Natte, matig voedselrijke, zandige, lemige, lichte kleiige, venige of humushoudende bodems; steeds onder invloed van het grondwater; in grazige tot enigszins ruige vegetaties en in broekbossen, in hooilanden, duinvalleien, greppels en spoorgreppels, langs slootkanten, in natte bermen en langs vijverkanten; kan lang onder water staan. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G8, B&S 1, 6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Colchicum autumnale - Wilde herfsttijloos: KNOL: sep-okt, lila, bloem lijkt op krokus, blw. alleenstaand. Geof, 0,1-0,25. Natte tot vochtige, voedselrijke en veelal kalk- en humushoudende bodems; in grasland van uiterwaarden, natte en vochtige hooilanden, loofbos; natte spoorweg taluds; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh); Giftig; FAUNA: Hb3, Hom; BEHEERTYP: (WB) G5, G8.   Hom Hb3  
Crepis paludosa - Moerasstreepzaad: VAST: rond juni, geel, blw. tuil. Hemi, 0,5-1,2. Natte, matig voedselrijke bodems; in graslandvegetaties, loofbossen (bronbossen, grienden en langs wateren in hoofdzaak in beekdalen. Zon-beschaduwd. (inh); FAUNA: Hb1, Hom; BEHEERTYP: G8, B&S 1.   Hom Hb1  
Dactylorhiza majalis praetermissa - Rietorchis: VAST: jun-jul, paarsrood; middelste bladen 4-5 maal zo lang als breed en al dan niet gevlekt. Geof, wortelstok, 0,3-0,8. Natte tot vochtige, iets voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems en op veengronden; in gras- en rietlanden, weg-, spoor- en kanaalbermen, kleiputten, in spoorweggreppels op spoorwegemplacementen en op opgespoten terreinen. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: (WB) G1k, G8.     Hb1  
Dactylorhiza majalis s. majalis - Brede orchis: VAST: mei-jun, donkerpurper; middelste bladen 3-4 maal zo lang als breed en al dan niet gevlekt. Geof, wortelstok, 0,2-0,5. Natte tot vochtige, iets voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems en op veengrond; in graslanden, duin­valleien, en natte grazige plaatsen in stads- en recreatieparken; staat iets schraler dan rietorchis. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: (WB) G1k, G8.     Hb1  
Deschampsia cespitosa - Ruwe smele: VAST: jun-jul, vast. Hemi, 0,5-1,5. Op natte tot vochtige matig voedselrijke bodems; in ruige en verruigde graslanden, langs allerlei oevers, in natte en vochtige bossen, in greppels en op dijken; licht beschaduwd-zon. (inh); FAUNA: Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5, 6.        
Dryopteris carthusiana (Dryopteridaceae) - Smalle stekelvaren: VAST: jul-sep; Hemi, rozetplant,0,3-0,8, b4/5. Vochtige tot natte; voedselarme tot iets voedselrijke bodems; in naald- en loofbossen, op greppelkanten en in laagveenmoerassen; beschaduwd of zon bij natte bodems. TUIN (inh); BEHEERTYP: G1, G8, B&S 1, 2, 6.        
Eleocharis palustris ssp. pal. - Gewone waterbies: WATER/OEVERPLANT, vast: mei-aug. Helo, wortelstok, 0,2-0,6. In voedselrijk water en op natte voedselrijke bodems; in allerlei ondiepe wateren, moerassen, greppels, sloten, langs stadsvijvers en -singels; vaak op plekken die in de zomer tijdelijk droogvallen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, G0, V2, V4.        
Epilobium palustre - Moerasbasterdwederik: VAST: jul-aug, licht roze. Hemi, 0,2-0,8. Op natte, matig voedselrijke veelal venige en zandige bodems; in moerassen, rietlanden, langs waterkanten. Zon-licht beschaduwd. (inh); FAUNA: Vlin; BEHEERTYP: G8.        
Epilobium tetragonum - Kantige basterdwederik: VAST: jul-aug, roze. Hemi/ Cham/rozet, 0,4-1,5. Natte tot vochtige of brakke (zeer) voedselrijke bodems; in ruige en grazige vegetaties; langs waterkanten, langs grienden en natte bossen, natte plaatsen op spoorweg- en industrieterreinen; beschaduwd-zon. (inh); BEHEERTYP: G8.        
Equisetum fluviatile - Holpijp: VAST: mei-jul. Helo/Geof: wortelstok, 0,3-1,1. Matig voedselrijk water met een dikke (veen) modderlaag op de bodems; verder op natte tot drassige bodems; vaak op kwelplekken; niet op zeeklei; in ondiepe, verlandende sloten, kleine wateren en nat grasland. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, V3.        
Equisetum palustre - Lidrus: VAST: mei-jul. Geof, wortelstok, 0,2-0,6. Vochtige tot natte, voedselrijke bodems; meestal grazige vegetaties; in natte hooilanden, langs sloot- en greppelkanten, in bermen en als pionier op kale bodems. Zon- beschaduwd. (inh); Giftig (vee); BEHEERTYP: G8.        
Festuca pratensis - Beemdlangbloem: VAST: jun-sep. Hemi, 0,4-1,0. Op vochtige tot natte voedselrijke bodems; onder meer in graslanden, in bermen en op dijken. Zon. (inh); BEHEERTYP: G7, G8.        
Filipendula ulmaria - Moerasspirea: VAST: jun-sep, wit, blw. tuil. Hemi, 0,7-1,5. Natte tot goed vochtige, matig voedselrijke en humushoudende bodems; niet op zeeklei; in natte bosjes, ruigten graslanden, greppels, spoorweggreppels, langs sloten, kanalen en vijvers, in natte bermen, boezemlandjes, plasbermen en op natte dijken. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G8, R8, B&S 6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Fritillaria meleagris - Wilde kievitsbloem: BOL: apr-mei, wit-paars, blw. alleenstaand. Geof, 0,15-0,5. Natte tot vochtige, matig voedselrijke kleiige en venige bodems; al dan niet onder invloed van kwelwater; in graslanden en bermen; kan ook goed in natte in tuinen verwilderen. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb1, Hom; BEHEERTYP: (WB) G8.   Hom Hb1  
Galium palustre - Moeraswalstro: VAST: mei-sep, wit. Helo, 0,2-0,6. Natte, voedselarme tot zeer voedselrijke zandige tot kleiige en venige bodems; ook in zwak brakke milieus; langs sloten, vijvers en plassen, in natte graslanden, greppels, veenmoerassen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G1, G8, R8.        
Galium uliginosum - Ruw walstro: VAST: jun-sep, wit; bladtop stekelpuntig. Helo, 0,2-0,6. Natte, voedselarme tot matig voedselrijke, humeuze, zandige tot venige bodems; in natte graslanden, duin valleien, greppels, spoorsloten en bermen van kanalen en watergangen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1, G8.        
Geum rivale - Knikkend nagelkruid: VAST: mei-jun, geel en rood aangelopen, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,2-0,4. Natte tot vochtige, matig voedselrijke bodems; een goed beeld van deze plant ontbreekt; in open loofbos; in het buiten land vaak in bermen, in grasland en langs bosranden. Zon-beschaduwd. TUIN (inh) Hom; BEHEERTYP: G7, G8.   Hom    
Glyceria fluitans - Mannagras: VAST: mei-aug, vast. Helo/Hemi, 0,5-1,2. Op natte en drassige, veelal zeer voedselrijke bodems; in graslanden, langs allerlei oevers, in greppels en op allerlei droogvallende plaatsen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G8, R8, V6.        
Holcus lanatus - Gestreepte witbol: VAST: mei-sep. Hemi, 0,4-0,8. Natte tot vochtige, voedselrijke tot iets schrale, zandige en venige bodems; in hooilanden en op bermen en dijken; in en langs bossen, houtwallen, hakhout en braakliggende terreinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); FAUNA: Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G7, G8, G9, B&S 5, 6.        
Hydrocotyle vulgaris - Gewone waternavel: VAST: jul-okt, blw. compact en zeer klein en trosachtig gegroepeerd, Hemi/Helo, 0,05-0,25. Natte, voedselarme tot matig voedselrijke en veelal zwak zure milieus; in grazige begroeiingen, greppel- en slootkanten, in lichte bossen, duin valleien. Zon-licht-beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G1, G8, B&S 1.        
Hypericum dubium - Kantig hertshooi: VAST: jul-sep, geel, stengel vierkant, blad met geen of weinig doorzichtige punten. Hemi, 0,4-0,8. in grazige vegetaties; natte tot vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; langs greppel- en slootkanten, wegen, spoorwegen, kanalen en in zandafgravingen. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: G7, G8.     Hb1  
Hypericum tetrapterum - Gevleugeld hersthooi : VAST: jul-sep, geel. Hemi, 0,2-0,8. Natte, matig voedselrijke zavel-, leem-, en zandbodems; voornamelijk in grazige begroeiingen; aan allerlei waterkanten en natte taluds van kleine wateren zoals, sloten, greppels, vijvers, kanalen. Zon TUIN (inh); FAUNA: Hb1, Hom; BEHEERTYP: G8.   Hom Hb1  
Juncus acutiflorus - Veldrus: VAST: jun-sep, bladen met tussenschotten, te voelen door blad tussen de vingers door te trekken. Hem/Helo, 0,2-0,6. Natte, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties en op open gronden: langs waterkanten, sloten, stadsvijvers en vijvertaluds, in zand- en kleiafgravingen en drassige graslanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1, G8.        
Juncus articulatus - Zomprus: VAST: jun-sep; bladen met tussenschotten, te voelen door blad tussen de vingers door te trekken. Hemi/Helo, 0,2-0,6. Natte, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties en op open gronden: langs waterkanten, sloten, stadsvijvers, in zand- en kleiafgravingen en drassige graslanden. Zon. (inh); BEHEERTYP: P8, G8.        
Juncus conglomeratus - Biezenknoppen: VAST: mei-jun, blw. compact; merg in stengel niet onderbroken. Hemi, 0,3-1,0. Natte tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, veelal zure, zandige, lemige en venige bodems; voornamelijk in grazige vegetaties: in duinvalleien, hooilanden, weg- en spoorbermen, natte greppels en zandafgravingen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1, G8, R2.        
Juncus effusus - Pitrus : VAST: jun-aug, blw. los. Hemi, 0,3-1,5. Natte, vochtige of zwak brakke, (matig) voedselrijke bodems; vaak op verdichte bodems en op plaatsen met een schommelende waterstand of die onder invloed staand van bemesting van het boerenland of worden bemest door meeuwen en eenden; in graslanden, ruigten op droogvallende bodems; in hooi- en weilanden, langs waterkanten o; m; van stadsvijvers; in afgravingen, langs natte bospaden, in stadsplantsoen; verder op verhardingen en halfverhardingen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, R8.        
Juncus inflexus - Zeegroene rus: VAST: jun-aug, blw. los; merg in stengel is regelmatig onderbroken. Hemi, 0,3-1,0. Natte, voedselrijke, niet zure, veelal kalkhoudende bodems; voornamelijk op klei; in grasland, langs sloten, stadsvijvers en singels, en in kleiafgravingen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, R8.        
Juncus subnodulosus - Padderus: VAST: jun-sep. Geof/Hemi, 0,5-1,2. Natte, moerassige, voedselarme tot matig voedselrijke zandige en venige bodems; langs sloten- en plassen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G1, G8, V3.        
Lotus pedunculatus - Moerasrolklaver: VAST: jun-aug, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, ondergrondse uitlopers. Natte tot vochtige, matig voedselrijke zand-, veen- en leemachtige bodems of bodems met een natte ondergrond; in grazige vegetaties en in ruigten; langs bermsloten en -greppels, waterkanten, kanaaloevers, spoorsloten, stadsvijvers, in zandafgravingen en leemkuilen. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G8. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lychnis flos-cuculi - Echte koekoeksbloem: TWEEJARIG: mei-jun sep, roze. Hemi, 0,3-0,7. Vochtige tot drassige, matig voedselrijke zandige en venige bodems; langs oevers, sloot- en vijverkanten, in natte grasvelden, buitenbermen, plasbermen, greppels en natte bosjes. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G8. W.bij Hom Hb3 Vlin
Lycopus europaeus - Wolfspoot: VAST: jun-aug, wit, blw. okselstandig, lange uitlopers. Helo\Hemi, 0,3-1,5.Natte, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties en ruigte, langs allerlei oevers en waterkanten o; m; sloten, stadsvijvers, kanalen, op natte steenglooiingen van kanalen, rivieren en grachten, langs plassen en poelen, op drooggevallen plaatsen als greppels, plassen en oude rivierarmen; verder in natte bossen en verlandingsvegetaties. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij; BEHEERTYP: G8, R8, V3, B&S 6. W.bij Hom Hb3  
Lysimachia nummularia - Penningkruid: VAST: jun-aug, geel, blw. okselstandig alleenstaand, kruipende plant. Cham/Helo, bovengrondse uitlopers, 0,2-0,6. Natte tot vochtige, voedselrijke, humushoudende, zandige tot kleiige bodems en kleihoudend laagveen; in grazige vegetaties op sloot- en greppelkantjes, langs beekjes en kanten van kanalen, op dijken en spoordijken vaak op noordelijke taluds, in natte bossen, plantsoenen en stadsparken; de soort komt ook in ruigtkruidenvegetaties voor; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh), Tegel; FAUNA: W.bij; BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5, 6. W.bij      
Lysimachia thyrsiflora - Moeraswederik: WATER/OEVERPLANT, vast: mei-jul, geel, blw. okselstandige compacte trosjes. Helo, vast; 0,3-0,6. Natte matig voedselrijke sterk venige bodems of drijvend in het water; langs kleine wateren, in natte ruigte en op drijftillen. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G8, R8.        
Lysimachia vulgaris - Grote wederik: VAST: jun-aug, geel, blw. Pluim. Hemi/Helo, wortelstok, 0,7-1,4. Natte tot zeer vochtige, matig voedselrijke, humushoudende kleiige, zandige, lemige en venige bodems, vooral op bodems met een strooisellaag; niet op zeeklei; in natte graslanden tussen struwelen, op sloot- en greppelkantjes, kanaalbermen, langs spoorwegen, stadsvijvers en op natte overhoeken. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); FAUNA: W.bij; BEHEERTYP: R8, G1, G8, B&S 1, 6. W.bij      
Lythrum salicaria - Grote kattenstaart: VAST: jun -sep, paarsrood, blw. aarachtige tros. Geof/Helo, 0,8 -2,0. Natte voedselrijke bodems; zoutmijdend en bestand tegen zeer wisselende waterstanden; in ruigten, natte bossen, moerassen, verplantingsvegetaties, verruigde rietkragen, langs allerlei water en vijverkanten, als pionierplant op braakliggende en droogvallende plaatsen als greppels, poelen en afgravingen; ogenschijnlijk op droge plaatsen bijv; spoorwegterreinen, maar dan vaak op een natte tot vochtige ondergrond. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G1, R8, V3, B&S 6. W.bij Hom Hb5 Vlin
Mentha aquatica - Watermunt: VAST: jul-sep, lila, blw. okselstandig en eindelings hoofdje, ondergrondse uitlopers. Hemi/Helo, 0,3-0,7.Natte, matig voedselrijke brakke en vaak doorweekte, humusrijke bodems; langs allerlei waterkanten, in ruigten, natte bossen en verlandingsvegetaties; langs stadsvijvers, langs sloten en in greppels. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP:G1k,G8, R8, V1,V3, B&S 5, 6. W.bij Hom Hb3 Vlin
Mentha arvensis - Akkermunt: VAST: jul-sep, lila, blw. okselstandig. Hemi/Helo, ondergrondse uitlopers, 0,2-0,4. Natte tot vochtige, matig voedselrijke bodems; open gronden, graslanden, oevers en waterkanten; o; m; langs vijver- en slootkanten. Zon. (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: P7, G8, G7. W.bij Hom Hb3 Vlin
Mentha pulegium - Polei: VAST: aug-sep, lichtpaars, blw. okselstandig. Hemi, 0,15-0,3. Vochtige ('s winters natte), matig voedselrijke bodems; in de uiterwaarden. Zon. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.bloem/blad; FAUNA: Hb3, Hom; BEHEERTYP: G7, G8.   Hom Hb3  
Mentha verticillata - Kransmunt: VAST: jul-okt, lila. Hemi/Helo, 0,2-0,4.Voedselrijke natte bodems; in grasland en langs min of meer grazige oevers. Zon. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; FAUNA: Hom; BEHEERTYP: G8.   Hom    
Myosotis laxa ssp. Cespitosa - Zompvergeet-mij-nietje: EENJARIG/VAST/ mei-sep, blauw. Ther/Helo, 0,15-0,4. Natte, voedselrijke, zandige tot licht kleiige en venige bodems; vaak op droogvallende plaatsen; in graslanden en natte duinvalleien, langs sloot- en vijverkanten, vennen en plassen van zand- en kleiafgravingen, op overstroomde gedeelte in de uiterwaarden. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: P8, G8.     Hb1  
Myosotis scorpioides - Moerasvergeet-mij-nietje: VAST: mei-aug, blauw. Hemi/Helo, 0,15-0,4. Natte voedselrijke bodems; in natte graslanden en ruigte; langs water-, slootkanten; in poelen en langs vijvers; klei, leem, zand, veen, ook zwak brak. Zon-halfschaduw.. TUIN (inh); FAUNA: Hb1, Vlin; BEHEERTYP: G8, R8.     Hb1 Vlin
Narcissus pseudonarcissus pseud. - Wilde narcis: BOL: mrt-mei, geel, bijkroon heldergeel, bloemslippen lichtgeel. Geof, 0,2-0,3. Natte tot vochtige, matig voedselrijke, humushoudende bodems; op grazige plaatsen in beekdalen en loofbossen; verder aangeplant in tuinen en stinzen. Zon- licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (vee); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5.     Hb1  
Oenanthe fistulosa - Pijptorkruid: VAST: jun-aug, wit, roze. Helo, 0,3-0,7. . Natte, zoete tot zwak brakke voedselrijke bodems; aan allerlei waterkanten van sloten, plassen en stadsvijvers en in drassige hooilanden. Zon. (inh); Giftig; BEHEERTYP: G8.        
Persicaria amphibia (polygonum amphibia) - Veenwortel: VAST: jun-okt, roze; Geof/Helo: wortelstok, landvorm 0,3-0,8, watervorm, tot stengels van ca. 2m. Ondiepe voedselrijke wateren, ook in matig voedselrijk - relatief voedselarm water met een voedselrijke bodems; verder in allerlei overgangen van nat naar droog; de droge vorm vaak niet bloeiend of alleen in zeer natte periodes of op plekken met een natte ondergrond; in vijvers, sloten en plassen, aan oevers van beken, sloten vijverkanten, in wegbermen, op hoge spoordijken en tussen het plaveisel; bloeiende landvormen zijn een indicator voor natte ondergrond. Zon-licht beschaduwd. (inh); FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: G7, G8, R8, W5.     Hb1  
Persicaria bistorta - Adderwortel: VAST: jun-jul, roze: Geof: wortelstok, 0,5-0,8. Natte (tot vochtige) matig voedsel- en humusrijke, zandige tot lemige bodems en lichte rivierklei; van nature veelal in grazige vegetaties op bron- en kwelplekken; langs beken, riviertjes, spoorsloten en -greppels; op landgoederen en buitenplaatsen als stinzenplant, verder al dan niet verwilderd in wegbermen; een indicator voor kwel en natte, voedselrijke ondergrond. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); E&P: blad; FAUNA: Hb3, Hom, Vlin; BEHEERTYP: G8, B&S 6.   Hom Hb3 Vlin
Peucedanum palustre - Melkeppe: TWEEJARIG: jul-aug, wit, 2-tot 3-jarig. Hemi, 0,8-1,5. Natte, iets voedselarme tot matig voedselrijke, onbemeste min of meer zure zand-, leem- en veenbodems; in grazige vegetaties, ruigten, verlandingsvegetaties, broekbossen, sloten, greppels, spoorweggreppels, natuurtechnisch aangelegde bermen en langs stadsvijvers. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); FAUNA: Vlin; BEHEERTYP: G1, G8, R8, V3, B&S 1, 6.        
Phalaris arundenacea - Rietgras: VAST: jun-jul; Hemi: 0,8-2,0. Vochtige, voedselrijke Vochtige bodems; aan allerlei oevers en waterkanten, basaltglooiingen, verruigde graslanden, in ruigtkruidenvegetaties, in natte bossen, in ruige weg- en spoorbermen. Zon. (inh); FAUNA: Hb5, Hom, W.bij, Vlin (rupsen); BEHEERTYP: G8, R8, V5, B&S 6.        
Poa palustris - Moerasbeemdgras: VAST: jun-aug. Hemi, 0,3-1,5. Natte matig voedselrijke minerale bodems, maar geen zeeklei; op grazige plaatsen. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8,R8.        
Poa trivialis - Ruw beemdgras: VAST: mei-jul. Hemi, 0,4-1,0. Natte tot vochtige, veelal zeer voedselrijke bodems; onder meer veel langs waterkanten, oevers en in natte, lichte loofbossen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G7, G8, B&S 5, 6.        
Potentilla anserina - Zilverschoon: VAST: mei-aug, geel, blw. alleenstaand; lange bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,5. Natte tot vochtige of brakke, voedselrijke, veelal betreden en verdichte bodems; vaak in sterk uitdrogende, wisselvochtige bodems; in allerlei grazige begroeiingen; in duinvalleien, schorren, bermen en langs vijverkanten en op betreden plaatsen. Zon. (inh); FAUNA: Vlin; BEHEERTYP: G0, G7tr, G8, G9.       Vlin
Potentilla palustris - Wateraardbei: WATER/OEVERPLANT: jun-jul, blw. los armbloemig bijscherm, roodbruin, wortelstok, Helo, 0,3-1,2. Matig voedselarm tot matig voedselrijk water en moerassen op zandige en venige bodems; vaak op kwelplaatsen; in vennen, veenplassen, duinmeertje, spoorsloten en -greppels. Zon . TUIN (inh); BEHEERTYP: V2, V3. Ook in nat grasland     Hb3  
Primula elatior - Slanke sleutelbloem: VAST: mrt-begin mei, geel, blw. scherm. Hemi, 0,2-0,3. Iets natte tot vochtige, veelal kalkhoudende, meestal lemige, matig voedselrijke bodems; in loofbossen en grasland; licht beschaduwd. TUIN (inh); FAUNA: Hb1, Hom, W.bij; BEHEERTYP: (WB) G8, B&S 4, 5. W.bij Hom Hb1  
Pulicaria dysenterica - Heelblaadjes: VAST: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, wortelstok, 0,6-0,8. Natte tot vochtige tot zwak brakke, matig voedselrijke zand-, leem-, en kleibodems; in duinvalleien, bermen, op dijken, langs spoorwegen, kanaal- en rivieroevers, sloten, greppels, vijverkanten en op natte rivieroevers. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb3, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G8, G0, R8. W.bij Hom Hb3 Vlin
Ranunculus flammula - Egelboterbloem: VAST: jun-okt, geel, pluimvormig vertakt. Helo/Hemi, 0,1-0,5. Natte, voedselarme tot matig voedselrijke natte zand-, leem- en veenbodems; vaak op open en drooggevallen plaatsen, in zandafgravingen, op natuurlijk aangelegde oevers en in drassige graslanden. Zon. TUIN (inh); Giftig (vee); BEHEERTYP: G1, G8.        
Ranunculus repens - Kruipende boterbloem: VAST: mei-jul, geel, blw. pluimvormig vertakt. Hemi/ Cham/Helo, bovengrondse uitlopers, 0,1-0,5. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; op grazige plaatsen, in stadsplantsoenen, boomspiegels, op betreden plaatsen en plaatsen met een sterk wisselende water­stand. Zon en halfschaduw. (inh); Giftig (mens); FAUNA: Hb2, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G7, G8, G9, B&S 5, 6. W.bij Hom Hb2 Vlin
Rhinanthus angustifolius - Grote ratelaar: EENJARIG: mei-okt, geel, schutbladen bleker dan de stengelbladen, blw. tros, halfparasiet op grassen. Ther, 0,1-0,6. Natte tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke bodems; behalve op zeeklei; in grazige vegetaties; in de duinen, onbemeste hooilanden, bermen, op dijken, spoordijken en -bermen; soms ingezaaid in stadsparken en stadsbermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); FAUNA: Hom; BEHEERTYP: G1, G2, G7, G8.   Hom    
Rumex acetosa - Veldzuring: VAST: mei-jun, roodachtig. Hemi, penwortel, 0,5-1,0. Zeer vochtige tot iets droge, voedselrijke bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in hooilanden, grasvelden, bermen op dijken, langs sloot- en vijverkanten. zon TUIN (inh); E&P: blad; FAUNA: Vlin; BEHEERTYP: G7, G8.        
Rumex conglomeratus - Kluwenzuring: VAST: jul-aug, groen. Hemi, penwortel, 0,5-1,0. Natte tot vochtige, veelal zeer voedselrijke bodems; veelal op plaatsen met een wisselende waterstand; in kleiafgravingen, langs waterkanten, in grasvelden die in de winter onder water staan en Natte, slecht; BEHEERde graslanden bijv; paardenweiden. Zon. (inh); BEHEERTYP: G8, B&S 6.        
Scirpus sylvaticus - Bosbies: VAST: mei-aug,0,5-0,8; Geof/Helo, wortelstok. Op natte, matig voedselrijke, lemige en zandige bodems; meestal op kwelplekken; in natte graslanden en bossen; aan slootkanten, in greppels en spoorgreppels; kanten van stadsvijvers en singels, en natte spoor- en wegbermen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: G8, R8, B&S 6.        
Scutellaria galericulata - Blauw glidkruid: VAST: jun-sep, blauw, blw. okselstandig. Hemi, 0,15-0,6. Natte tot vochtige, matig voedselrijke, niet kalkrijke en niet brakke zandige tot kleiige en venige bodems; op zonnige en beschaduwde plaatsen; in grazige vegetaties, ruigten en natte bossen, langs allerlei oevers, slootkanten, kanalen en stadsvijvers, in spoorbermen en pioniervegetatie op en langs schouwpaden. Zon. TUIN (inh); BEHEERTYP: G8, R8, B&S 6.        
Senecio aquaticus - Waterkruiskruid: TWEEJARIG: jun-aug, geel, blw. tuil. Hemi, rozet, 0,5-1,0. Natte tot tamelijk vochtige, matig voedselrijke, zandige, kleiige en venige bodems; vroeger in weinig bemeste wei- en hooilanden hoofdzakelijk op de laagveengronden; thans voornamelijk in natte bermen, op polderdijken, langs sloot- en waterkanten. Zon. TUIN (inh); Giftig (vee); FAUNA: Hb1, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G8. W.bij Hom Hb1 Vlin
Stellaria aquatica - Watermuur: VAST: jun-sep, wit. Hemi,: 0,2-1,0 (1,2). Natte tot zeer vochtige, meestal zeer voedsel- en stikstofrijke, lemige tot kleiachtige bodems; in de uiterwaarden, langs rivieroevers, sloten, kanalen, stadsvijvers, langs heggen, plantsoenen. Zon-beschaduwd (inh); BEHEERTYP: P8, G8.        
Symphytum officinale - Gewone smeerwortel: VAST: apr-sep, wit tot paars. Hemi, penwortel, 0,3-1,0. Natte tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke bodems; in graslanden, ruigten, bossen, bermen, op dijken, langs oevers en in natte bossen en struwelen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.plant, S.bloem; FAUNA: Hb3, Hom, W.bij; BEHEERTYP: G7, G8, R8, B&S 6. W.bij Hom Hb3  
Trifolium fragiferum - Aardbeiklaver: VAST: jun-sep, rozeachtig, blw. hoofdje. Hemi, 0,05-0,2. Op natte tot vochtige, vaak brakke, matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in graslanden en bermen, langs randen van wegen en fietspaden; stat: in hoofdzaak in het kust- en deltagebied. Zon. (inh); FAUNA: Hb3, Hom; BEHEERTYP: G7, G8, G0.   Hom    
Trifolium repens - Witte klaver: VAST: mei-okt, wit tot iets roze, blw. hoofdje. Hemi, 0,05-0,35.Natte tot vochtige voedselrijke bodems; in grazige vegetaties; grasvelden, gazons, bermen, betreden grazige plaatsen en grasvelden die onderhevig zijn aan een sterk wisselende waterstand. Zon. (inh); FAUNA: Hb5, Hom, W.bij, Vlin; BEHEERTYP: G7, G8, G9. W.bij Hom Hb5 Vlin
Valeriana dioica - Kleine valeriaan: VAST:apr-mei, wit of roze, de wortelbladen zijn ongedeeld. Geof, 0,2-0,3. Natte, matig voedselrijke tot vrij schrale, humushoudende bodems; in natte graslanden en broekbossen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ZINTUIGPL: G.bloem/blad; FAUNA: Hb1; BEHEERTYP: G1, G8.     Hb1  
Veronica beccabunga - Beekpunge: WATER/OEVERPLANT: mei-sep, blauw, blw. okselstandige tros. Hemi, Helo: vast; 0,2-0,5. Natte, voedselrijke bodems; niet op zeeklei en op kwelplekken en op ondiepe stromende watertjes; langs beken en op allerlei Natte, open en droogvallende plaatsen; in sloten, greppels, plassen, kleiafgravingen in de uiterwaarden, oude rivierlopen, broekbosjes en in opengetrapt of stukgebeten nat grasland. Zon-licht beschaduwd. (inh); E&P: blad; BEHEERTYP: P8, G8.        
Naar top pagina