G10 -- Grazige vegetaties met soorten van bos en bosranden

Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!-
Uitgebreid overzicht soorten
In dit overzicht worden soorten gegeven die we meestal in bossen of in bosranden aantreffen. Er is geen onderscheid gemaakt in milieu. Voor zandige en lemige bodems zie Tabel startpagina bijenhelpdesk onder G10. In combinatie met houtige vegetaties of beplantingen zijn deze vegetaties van groot belang voor wilde bijen.
Voorkomen -- langs bosranden, singels en houtwallen, in gras onder laan-en straatbomen. Verder meestal in de omgeving van bos buiten de klei en laagveen gebieden; vaak als relicten van vroegere houtwallen, singels of bosjes.
Nectar- en stuifmeelplanten
bleeksporig bosviooltje, bosanemoon, boshavikskruid, dagkoekoeksbloem, gele anemoon, geel nagelkruid, hengel, knopig helmkruid, gewoon sneeuwklokje, grote muur, look zonder look, torenkruid, schermhavikskruid, stijf havikskruid, veelbloemige salomonszegel, valse salievingerhelmbloem.
Enkele houtige soorten: vuilboom, wilde kamperfoelie, wilde lijsterbes, struikhei, blauwe bosbes, gewone braam.
Beheer -- In principe zou men kunnen volstaan met een maaibeurt per jaar . Voor Salomonszegel kan dat niet anders. Soms kunnen twee maaibeurten noodzakelijk zijn.
Periode -- In het najaar.
 
 
Foto's bij beheertype G

 

Bosanemoon -- Bosanemoon komt op de zandgronden geregeld in bermen en op greppelkanten voor als een relict van bos. Zelfs in de bebouwde omgeving kun je die situatie aantreffen. (Haren 2003)
 
 
Bosanemoon -- fragment vegetatie
 
 
Gele annemoon in Haren (2003)
 
 
Gele anemoon -- fragment vegetatie.
 
 
Hengel groeit als halfparasiet meestal met zomereik of ruwe berk samen; komt op de pleistocene zandgronden vaak in bermen voor. (De Glind 2000)
 
 
Hengel -- Detail vegetatie.
 
 
Look zonder look komt vaak onder laanbomen voor, die ook in het vogelkersverbond worden aangetroffen (zie onder “Bos en struweel” bij eiken-beukenbossen van de voedselrijke gronden). (Wageningen, Binnenveld 1997)
 
 
De overgang van bos naar gras is vaak niet scherp. Een houtwal, een singel of een rij bomen kan worden gezien als een afgeleide van een bosrand. Daarin komen geregeld bosplanten voor, die zich decennia achtereen kunnen handhaven ook als er wordt gemaaid. In open lichtbeschaduwde, grazige milieus kan dagkoekoeksbloem zich handhaven. Wordt daarom ook wel ingezaaid in beschaduwde bermen in de bebouwde kom. (Omgeving Nijkerk 1997)
 
 
Echte guldenroede wordt het meest langs bosranden aangetroffen vaak in min of meer grazige, open vegetaties. (Kanaal Almelo NordHorn omg. Tiggelte 1996).
 
 
Echte guldenroede -- Details
 
 
Schermhavikskruid onder zomereiken langs een boerenweg
 
 
Stellaria onder zomereik in het Binnenveld bij Wageningen
Naar top pagina
 
 
Overzicht soorten G10
Voor het voorkomen in plantengemeenschappen in "natuurlijk of ongestoorde" milieus en een volledig overzicht van de plantensoorten zie startpagina. www.bijenhelpdesk.nl onder Beheertype G10
W.bij: wilde solitaire bijen; Hom: hommels: Hb: honingbijen; Vlin: vlinders.
Alliaria petiolata - Look zonder look: TWEEJARIG: apr-jun, wit. Hemi, 0,15-1,1. Vochtige tot iets droge, voedselrijke zandige tot zavelige bodems; langs bosranden, in hakhoutbosjes, struwelen, houtwallen, onder hagen en in stadsplantsoenen; ook op beschaduwde bermen; licht beschaduwd. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; BEHEERTYP: B&S 5, 7G10. W.bij   Hb3 Vlin
Anemone nemorosa - Bosanemoon: VAST: mrt-mei, wit, blw. alleenstaand. Geof, wortelstok, 0,1-0,2. Vochtige tot droge matig voedselrijke tot iets voedselarme, humusrijke, lemige tot kleiige bodems en leemhoudend zand; vaak oude gerijpte en relatief weinig gestoorde bodems; in loofbossen, hakhoutbosjes, houtwallen, wegbermen en op greppel- en slootkantjes; op grazige plekken is het vaak een overblijfsel van voormalige houtwallen; ook stinzenplant; beschaduwd-zon. TUIN (inh); Giftig (mens); BEHEERTYP: B&S 2, G10.     Hb2  
Anemone ranunculoides - Gele anemoon: VAST: mrt-mei, geel, blw. alleenstaand. Geof, wortelstok, 0,1-0,2. Giftig. Vochtige schrale kalkhoudende, en matig voedselrijke, humeuze bodems; vaak oude gerijpte en relatief weinig gestoorde bodems; voornamelijk in bosachtig milieu en op grazige plaatsen; beschaduwd-licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (mens); BEHEERTYP: B&S 4, 5, G10.     Hb1  
Arabis glabra - Torenkruid: TWEEJARIG: jun-jul, wit, plant blauwgroen. Hemi, 0,6-1,2.Droge voedselrijke bodems; langs bosranden; in bermen, in de duinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: B&S 7G10.       Vlin
Corydalis solida - Vingerhelmbloem: KNOL: mrt-apr, roze. Geof, 0,1-0,2. Vochtige tot iets droge, voedselarme tot voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot lemige, humusrijke bodems; in hakhoutbosjes, parkbossen, onder heggen, op buitenplaatsen en begraafplaatsen; waar de soort in de omgeving veel voorkomt is ze ook in gazons en kort grazige bermen aan te treffen; beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 4, 5, G10. W.bij Hom Hb2  
Epipactis helleborine - Brede wespeorchis: VAST: jul-sep, roodbruin tot groenachtig. Geof, wortelstok, 0,3-0,9. Vochtige tot droge, matig voedselrijke tot vrij schrale, zandige tot zavelige bodems; vaak op min of meer beschaduwde plaatsen; in en langs bossen en struwelen, vaak langs fietspaden door de duinen en bossen; langs schouwpaden op spoorwegterreinen, in allerlei stadsplantsoenen, in parken en wegbermen en geluidswallen; beschaduwd-zon. (inh); FAUNA: Vlin; BEHEERTYP: (WB) B&S 4, 5, 7, G10.       Vlin
Galanthus nivalis - Gewoon sneeuwklokje : BOL: feb-mrt, wit, blw. alleenstaand. Geof, 0,1-0,2. Vochtige, voedselrijke, humushoudende bodems; vaak onder loofhout, vaak in gazonachtige graslanden in geplant. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ZINTUIGPL: G.bloem; BEHEERTYP: B&S 5, G10.   Hom Hb3  
Geum urbanum - Geel nagelkruid: VAST: mei-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, rozet, 0,3-0,8. Vochtige tot droge, iets schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in loofbossen, houtwallen en hagen, langs holle wegen, in bermen, stadsplantsoenen en parken; beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: B&S 4, 5, 7, G10.     Hb1  
Hieracium sabaudum - Boshavikskruid: VAST: aug-okt, geel, blw. tuil. Hemi, 0,5-1,3. Vochtige en vochthoudende, voedselarme tot enigszins voedselrijke, zandige en lemige bodems; aan bosranden en in grazige vegetaties, in bermen en op spoorwegterreinen; beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 2, G10.     Hb1  
Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid: VAST: jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, 0,3-1,2. Droge, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties: in graslanden, bermen, op spoorbermen, spoorweg- en industrieterreinen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, G6, B&S 3. W.bij Hom Hb3 Vlin
Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid: VAST: jul-sep, geel, blw. schermachtig vertakt. Hemi, 0,3-1,2. Droge schrale tot matig voedselrijke, zandige, lemige bodems; in grazige vegetaties: in de duinen, langs bosranden, in weg-, kanaal- en spoorbermen, op spoordijken, industrieterreinen, spoorwegemplacementen en in zandafgravingen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: G2d, G6. W.bij   Hb3 Vlin
Melampyrum pratense - Hengel: EENJARIG: mei-aug, geel, blw. tros; zie hoofdtekst halfparasiet. Ther, 0,15-0,4. Droge tot iets vochtige, voedselarme, zure, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties onder bomen, bosranden, houtwallen, langs bospaden, onder laan- en oude landschappelijke beplantingen; Hengel is halfparasiet op zomereik en berk; licht beschaduwd. (inh); BEHEERTYP: B&S 3, G2d, G10. W.bij Hom Hb1  
Oxalis acetosella - Witte klaverzuring: VAST: apr-mei, wit tot iets roze met paarse aderen; wortelstok met roze schubben. Hemi, 0,05-0,1. Vochtige, iets voedselarme tot matig voedselrijke, humeuze, zand- en leembodems; wortelt in de humeuze bovenlaag; in bossen, in beschaduwde bermen, in en langs het bos en sloot- en greppelkanten; schaduw-beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 2, G10.        
Polygonatum multiflorum - Veelbloemige salomonszegel: VAST: mei-jun, wit, blw. okselstandig, stengel glad met twee-tot vijfbloemige trosjes. Geof, wortelstok, 0,3-0,9; zeer giftig. Vochtige tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke, zandige en lemige, humushoudende bodems; in loofbossen, houtwallen, hakhout, op geppelkanten en in andere beschaduwde, lintvormige landschapselementen; min of meer beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (mens); BEHEERTYP: B&S 2, G10.   Hom Hb1  
Scrophularia nodosa - Knopig helmkruid: VAST: jun-sep, roodbruin, blw. pluim. Hemi, 0,5-1,3. Vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; langs bosranden en bospaden, tussen struweel, in houtwallen en hakhout, in zandafgravingen; verder in stadsparken op rivier-, kanaal- en spoordijken en kanaal- en wegbermen; licht beschaduwd- beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 2, 4, 5, G10.   Hom Hb1  
Silene dioica - Dagkoekoeksbloem : TWEEJARIG: apr-okt, roze. Hemi, 0,3-0,9; b1/3. Vochtige en matig voedselrijke, veelal zandige en lemige bodems; in en langs hakhoutbosjes, houtwallen, bosranden, struwelen, heggen, parken en op kapvlakten). Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 5G10. W.bij      
Solidago virgaurea - Echte guldenroede : VAST: jul-sep, geel, blw. pluim. Hemi, 0,4-0,8. Vochtige of vochthoudende, voedselarme, zwak zure lemige bodems en lemig zand; in grazige vegetaties en in zomen van bossen en struwelen; langs bospaden, in weg- en spoor­bermen en op spoorwegemplacementen; licht beschaduwd-zon. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G2, B&S 2, G10. W.bij Hom Hb3 Vlin
Stellaria holostea - Grote muur: VAST: apr-jun, wit. Geof, wortelstok, 0,15-0,4. Vochtige of vochthoudende, iets voedselarme tot matig voedselrijke leemgronden en leemhoudend zand; vaak op humusrijke bodems en vaak op half of onverteerde bladresten; in en langs bosranden, struwelen, hakhout, houtwallen, enigszins beschaduwde bermen, spoorbermen en greppels; licht beschaduwd. TUIN (inh); BEHEERTYP: B&S 2, 4, 5, G10. W.bij   Hb1 Vlin
Teucrium scorodonia - Valse salie: VAST, jul-aug, witachtig, blw. eindelingse tros. Hemi, 0,3-0,6. Droge, voedselarme, zure zand- en lichte leembodems; in grazige vegetaties en langs bosranden; vaak langs bospaden, weg- en spoorbermen; halfschaduwplant. Zon-beschaduwd (inh); BEHEERTYP: G2d, B&S3.   Hom Hb3 Vlin
Veronica officinalis - Mannetjesereprijs: VAST: mei-aug, blauw, blw. tros. Cham, 0,1-0,4. Droge, voedselarme, zandige tot lemige, licht humushoudende bodems; in korte, grazige vegetaties; vooral in bermen door bos- en heideterreinen en in schrale graslanden. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; BEHEERTYP: G3, B&S 3, 4. W.bij   Hb2  
Viola riviniana - Bleeksporig bosviooltje: VAST: apr-mei, blauw, spoor geelwit soms iets blauw en gegroefd, verder als de vorige. Hemi, 0,05-0,25. Vochtige tot droge, matig voedselarme, zandige tot lemige bodems; in loofbossen, grazige, beschaduwde bermen en stadsplantsoenen; licht beschaduwd. TUIN (inh); -* BEHEERTYP: B&S 2, 3, 4, G10.     Hb1  
Naar top pagina