script language="Javascript1.2">
| MUURVEGETATIES VOOR BIJEN | -- Literatuur overzicht | Ga terug via depijl links boven |
| Als we het over muurvegetaties hebben, denken we meestal aan traditionele muurvegetaties waar muurvaren, muurleeuwenbek of klein glaskruid deel van uitmaken. Als we in Zuid-Frankrijk op vakantie gaan zien we meestal muurvegetaties van een heel ander kaliber. Deze kunnen dienen als inspiratiebron voor onze stenige steden.Bijen nestel vaak in of bij oudemuren en forageren op nectar en stuifmeel planten die op de muur voorkomen. Zo is in Utrecht een muur gemaakt waarin de planten door de bewoners zelf zijn ingeplant. Deze muur wordt ook door de bewoners beheerd. Er komen tussen de 10 en 20 plantensoorten voor die ook goed zijn voor bijen, die de laatste 3 jaar sterk zijn toegenomen. (Foto Utrecht, griftpark 2003). | ||
| Omschrijving en milieu | ||
| Muurvegetaties zijn een bijzondere vorm van pioniervegetaties die in Nederland vrijwel uitsluitend op verticale, kunstmatige stenige substraten groeien, maar in alle andere landen van Europa ook op natuurlijke stenige (meestal verticale maar ook op horizontale) substraten. Dus op rotswanden en stenige al dan niet hellende plateaus. Ze groeien in Nederland op muren van oude gebouwen, stadsmuren, tuinmuren, kaden, gemetselde duikers, oude spoorwegviaducten, pijlers van spoorbruggen en verkeersbruggen, perronkanten, goten, sluismuren, gemetselde steen- en basaltglooiingen en soms in straatputten. Behalve de traditionele muurvegetaties, worden er ook beelden getoond van planten op muren die ook in andere milieus voorkomen. | ||
| Muurvegetaties worden voortdurend bedreigd. Niet alleen door renovatie van muren en gebouwen, maar ook door concurrentie van uitheemse plantensoorten. Bezemkruiskruid kan op sterk verweerde muren dominant optreden. En als muurfijnstraal het in Nederland even goed gaat doen als in de zuidelijke delen van Europa, dan zal die onze inheemse muurvarens kunnen verdringen als we hem volledig zijn gang laten gaan. Veel planten die op muren groeien, groeien ook op andere stenige verhardingen. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten | ||
| Gidssoorten: Geelwite helmbloem, gele helmbloem, muurbloem, muurleeuwenbek, stengelomvattend havikskruid. Overige soorten: bezemkruiskruid, gele kamille, kleine bergsteentijm, muurpeper, muursla, pijlscheefkelk, sierlijke vetmuur, tripmadam, wit vetkruid, muurfijnstraal. (ook vijfvingerkruid en zilverschildzaad maar staat meestal te droog voor nectar afscheiding.) | ||
| Verder: Gidssoorten: klein glaskruid, muurvaren, steenbreekvaren, tongvaren. Overige soorten: Amerikaanse kruidkers, gehoornde klaverzuring, kaal breukkruid, kandelaartje, liggende vetmuur, plat beemdgras, sierlijke vetmuur, steenkruidkers. | ||
| Beheer | ||
| In het algemeen moeten muurplanten zoveel mogelijk met rust worden gelaten; restauratie en reiniging vormen de grootste bedreiging. | ||
| Restauraties mogen niet rigoureus worden uitgevoerd; beter regelmatig een kleine restauratie dan de hele restauratie in een keer. | ||
| Bij restauratie moet kalkrijk cement worden gebruikt (35%-50% kalk en 50%-65% zand); | ||
| Als beschaduwing aanwezig is in de vorm van bomen of hoge struiken moeten deze zoveel mogelijk worden gehandhaafd; te zware schaduw moet worden voorkomen. | ||
| Literatuur beperkt | ||
| Meertens, M.H., J.H.J. Schaminee & E.J. Weeda (1998). Asplenietea Trichomanus (Muurvaren-klassen) In: Schaminée, J.H.J., E.J. Weeda & V. Westhoff 1998. De vegetatie van Nederland 4: kust en binnenlandse pioniermilieus. Opulus Press, Leiden, pp. 346. | ||
| Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2000). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland 3: Kust en binnenlandse pioniermilieus. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 256. | ||
| Werkgroep Bedreigde Muurplanten (1988). Handleiding voor bescherming van bedreigde muurplanten. Ministerie van Landbouw en Visserij, Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer, Den Haag, pp. 91. | ||
| Maes B. & P. Bakker (2002). Evaluatie beschermingsplan muurplanten. Muurplantenbeleid in de periode 1988-2000. Ministerie van Landbouw en Visserij, Expertisecentrum LNV, Rapport EC-LNV nr.2002, pp. 126. | ||
| Voorbeelden muurbegroeiingen | ||
![]() |
||
| Een zeer oude muur -- In Maastricht staat een van de oudste muren van Nederland. De bovenkant van deze muur is begroeid met muurbloem. Er groeien ook enkele planten die door de bewoners zijn aangebracht. Vooral dit type oude muren, waar er in Nederland maar enkele van voorkomen, zijn vatbaar voor invasieve soorten zoals bezemkruiskruid. (Maastricht 1996) | ||
![]() |
||
| Gele helmbloem langs de Geul -- Gele helmbloem groeit hier uitbundig in een relatief voedselrijk en vochtige milieu. (Valkenburg 1992) | ||
![]() |
||
| Muurleeuwenbek groeit op allerlei soorten muren. Deze foto is gemaakt langs de Rijn in Arnhem. Deze soort komt ook massaal voor op de basaltglooiingen van de afsluitdijk aan de Waddenzeezijde en groeit daar samen met zeekool. Muurleeuwenbek is dus ook enigszins zouttolerant. | ||
![]() |
||
| Een kademuur in Amersfoort -- Op deze kademuur groeien onder meer mannetjesvaren en wilgenroosje. Deze soorten zijn niet specifiek voor muren. Dit beeld is in veel oudere steden te zien. | ||
![]() |
||
| Wilde reseda is en soort die het in stenige milieus goed doet. Het is hier geen echte muur, maar het milieu grenst daar wel aan. (Arnhem 1990) | ||
|
||
|
||
| Gewone paardenbloem -- Op deze plek reiken de penwortels van de paardenbloemen vermoedelijk tot aan de grond, die achter deze kademuur verborgen ligt. Uiteraard hebben zulke muren meer potenties maar daarvoor zijn ze niet bedoeld. | ||
![]() |
||
| Muurfijnstraal -- Een voorbeeld van de groeiwijze van muurfijnstraal in Zuid-Frankrijk. In Nederland kan de soort robuust groeien, vooral als de wortels contact kunnen maken met de minerale grond achter de muren. Verder groeit hier ook steenbreekvaren. | ||
|
||
![]() |
||
| Bewonersproject Griftpark Utrecht. Tientallen plantensoorten zijn door de bewoners aangeplant waaronder rode spoorbloem. De muur wordt ook door de bewoners onderhouden. Op deze plek wordt hij ook door honingbijen bezocht. (Utrecht ca. 2005) | ||