script language="Javascript1.2">
Veel pioniervegetaties/sommige beheertypen zijn te zeldzaam of te kleinschalig om betekenis te kunnen hebben voor substantiele dracht. Maar kunnen ook door imkers als indicatoren worden gebruikt. zie vraag 1: onder betekenis. *) kunnen worden ingezaaid.
Gidssoorten: plantensoorten die min of meer karakteristiek zijn voor een bepaalde bodemtypen/bodemkwaliteit.
 
P0 -- Zilte of brakke bodem --- n: natte bodem, d: droge bodem Enkele voorbeelden
Opmerking: in hoofdzaak natuurlijke vegetaties die weinig of niet door beheer zijn te beinvloeden
Voorkomen -- Gewoonlijk voor in het buitendijkse gebied in de kuststrook: op schorren en kwelders in het Waddengebied en in Zuidwest Nederland; ook vaak aan de voet van dijken en steenglooiingen bij de uitmondingen van rivieren en zeehavens, maar soms ook tot ver in het binnenland. Verder in zoute kwelstroken langs de kust. Kan op sommige plaatsen van substantiele betekenis zijn voor imkers.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: blauwe zeedistel (d), hertshoornweegbree, lamsoor (n), strandsla, zeekool, zeeraket, zeewinde (d), zulte (n). Overige soorten: reukeloze kamille (d), sierlijke vetmuur, (hoornpapaver d; meestal enkele planten).
Geen bijenplanten -- gidssoorten: Gidssoorten -- Deens lepelblad, strandsla, zeekraal (n). Overige soorten: greppelrus (n), helm (d), korrelganzenvoet (d), rood zwenkgras, sierlijke vetmuur (d), zilverschoon.
X
P1 -- Natte, tot vochtige, voedselarme, zure/zwak zure bodem Enkele voorbeelden
Opmerking -- Nectar- en stuifmeelplanten komen nauwelijks voor. In een later stadium of elders in het terrein kan onder meer gewone dophei of struikkhei voorkomen. Zie voorbeeld Natuurtuin Muntendam
Voorkomen -- In hoofdzaak op zandige bodems en venige zandgrond. Van nature op plekken die gewoonlijk in de winter onder water staan en nu en dan, vooral in droge zomers, uitdrogen (bijvoorbeeld spoorweg- en wegbermgreppels en vennen) verder op afgeplagde heischrale bodems. Buiten natuurterreinen vrijwel altijd kleinschalige vegetaties die voor imkers nauwelijks of geen betekenis hebben.
Gidssoorten: Kleine zonnedauw, knolrus, moerashersthooi, ronde zonnedauw, veenbies.
X
P2 -- Overwegend vrij droge, voedselarme, zure/zwak zure bodem  
Opmerking -- Dit beheertype bevat weinig of geen drachtplanten, maar grenzen wel vaak aan bloemrijke vegetaties en in de duinen vooral aan kruidachtige vegetaties en struwelen die nectar en stuifmeel producerende soorten bevatten.
Voorkomen -- Overwegend open zandige bodems. Het meest op de pleistocene zandgronden en in de duinen. De soorten groeien op grotere en kleinere open plekken of op open plekken tussen grasland, verder langs bosranden, op pas braakliggende terreinen, in zandafgravingen en op spoorwegemplacementen en uiteraard langs of in heideterreinen. Voor al in het binnenland komt in de omgeving van struikhei voor.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Overige soorten: duinviooltje, viltganzerik.
Geen bijenplanten-- Gidssoorten: bosdroogbloem, buntgras, dwergviltkruid, grondster, heidespurrie, kaal breukkruid, klein tasjeskruid. Overige soorten: boskruiskruid, hard zwenkgras, rode schijnspurrie, schapenzuring, vroege haver, zandhoornbloem, zandraket, zandzegge, zilverhaver.
X
P3 -- Overwegend droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zwakzure tot kalkhoudende bodems Een voorbeeld
Opmerking -- Nectar- en stuifmeelplanten komen nauwelijks voor. Maar kunnen elders in het terrein talrijk voorkomen.
Voorkomen -- Open zandige bodems. In hoofdzaak in het duingebied, verder in wegbermen, zandafgravingen, spoorwegterreinen en braakliggende terreinen.
Nectar- en stuifmeelplanten -- gidssoorten: duinviooltje; zelden en zeer locaal ook: melige toorts, zacht vetkruid.
Geen bijenplanten-- gidssoorten: Overige soorten: echt duizendguldenkruid, fraai duizendguldenkruid, geel walstro, rood zwenkgras, zandzegge.
X
P4 -- Overwegend (matig) droge, voedselarme tot iets voedselrijk, kalkhoudende bodem Enkele voorbeelden
Opmerking -- bevat veel nectar- en stuifmeel producerende soorten die vaak kunnen worden toegepast in heemtuinen en op tijdelijk braakliggende terreinen. Worden ook in open of nieuw bermen ingezaaid. De duur van het effect is sterk afhankelijn van de snelheid van de vergrassing.
Voorkomen -- Zandige tot lemige bodems, vooral in de omgeving van het duin- en rivierengebied en in Zuid-Limburg. In wegbermen, overhoeken, spoorweg- en haventerreinen, fabrieksterreinen, langs paden door de duinen.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: gewone ossentong*, grote teunisbloem*, hartgespan*, keizerskaars*, kleine steentijm, kleine teunisbloem, kleverige reigersbek, knikkende distel*, malrove*, slangenkruid*, stalkaars*, veldhondstong*, wegdistel*, wild kattenkruid*, wilde reseda*, wouw*. Overige soorten: bittere scheefbloem*, duinviooltje, grote zandkool*, hertshoornweegbree, jacobskruiskruid (* liever niet uitzaaien), juffertje in het groen*, koningskaars*, kromhals, middelste teunisbloem*, ruw vergeet-mij-nietje, schermscheefbloem*, vroegeling, witte reseda*, zacht vetkruid, zeepkruid* (vaste plant!), zwaluwtong.
Geen bijenplanten--Gidssoorten: Absintalsem, duinaveruit, Hongaarse raket, kandelaartje, kegelsilene, kleine veldkers, smal vlieszaad, echt duizendguldenkruid, geel walstro, gewone zandmuur, kleverig kruiskruid, plat beemdgras, rode schijnspurrie, vroege haver, zandambrosia, zandhoornbloem, zandraket, zandzegge,zwenkdravik.
X
P5 -- Zomerdroge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodem Enkele voorbeelden
Opmerking -- dit beheertype bevat meer nectar en stuifmeel produceerden soorten, maar komen buiten akkerreservaten niet of nauwelijks voor. Kleien leenwenbek komt/kwam vooral op spoorwegemplacementen en plaatselijk langs spoorlijnen massaal voor. Wilde ridderspoor kan ook worden uitgezaaid.
Voorkomen -- Zandige tot lemige of kleiige bodem. Het meest op overhoeken en op spoorwegterreinen, volkstuinen en bij en op fabrieksterreinen.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: echt bitterkruid*, kleine leeuwenbek, raai, wilde ridderspoor*. -- Overige soorten: jacobskruiskruid.
Verder -- Gidssoorten: blauw walstro. -- Overige soorten: echt duizendguldenkruid, gewone zandmuur, kleverig kruiskruid, tengere vetmuur, tuinbingelkruid.
X
P6 -- Droge tot vochthoudende matig voedselrijke bodem Enkele voorbeelden
Opmerking -- veell van deze soorten kunnen op braakliggende terreien voor een tijdelijke effect worden ingezaaid.
Voorkomen --Veel van de planten van dit milieu kwamen vroeger op akkers voor en tegenwoordig in akkerreservaten en verder ook op allerlei andere open plaatsen, zoals spoorweg- en bedrijventerreinen en ook vaak op gruisachtige en vaak leemhoudende substraten. Veel van deze planten groeien ook op verhardingen.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: Amsinckia, bleekgele hennepnetel*, driekleurig viooltje*, gele kamille*, hazenpootje*, korenbloem, kromhals, middelste ganzerik, mottenkruid, noorse ganzerik, rechte ganzerik, ringelwikke, ruige klaproos, valse kamille. -- Overige soorten: Akkervergeet-mij-nietje*, bleke klaproos*, bonte wikke*, brede lathyrus (vaste plant)*, citroengele honingklaver*, echt bitterkruid*, gewone hennepnetel, gewone reigersbek, glanzend kruiskruid, grote zandkoo*l, grijs havikskruid*, grijskruid*, incarnaat klaver*, ijzerhard*, Jacobskruiskruid (* liever niet uitzaaien), klein streepzaad*, kleine leeuwenbek, kleine ooievaarsbek, klimopereprijs, knopherik*, koningskaars*, melige toorts*, middelste teunisbloem*, muurpeper*, ruw vergeet-mij-nietje, schermscheefbloem*, slaapbol*, slaapmutsje*, smalle weegbree, stalkaars*, stinkende gouwe*, veelkleurig vergeet-mij-nietje, veldereprijs, vijfvingerkruid, vroegeling, witte reseda*, witte honingklaver*, zeepkruid (vaste plant)*, zomerfijnstraal* (soort is sterk invasief), zwaluwtong.
Geen bijenplanten-- Gidssoorten: gewone spurrie, gewoon langbaardgras, groene naaldaar, grote windhalm, papegaaiekruid, tengere vetmuur. -- Overige soorten: akkerviooltje, Amerikaanse kruidkers, avondkoekoeksbloem, boskruiskruid, doornappel, driedistel, gehoornde klaverzuring, gewone zandmuur, handjesgras, hard zwenkgras, ijle dravik, klein liefdegras, kleine veldkers, kleverig kruiskruid, kleverige reigersbek, kruipertje, liggende vetmuur, rode schijnspurrie, schapenzuring, vlas, zandambrosia, zandhoornbloem, zandraket, zilverhaver.
X
P7 -- Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem Enkele voorbeelden
Opmerking -- soorten die kunnen worden uitgezaaid.
Voorkomen -- Open zandige, lemige en kleiige bodems. Op allerlei open plaatsen in het om het stedelijk gebied: akkers, volkstuinen, industriële terreinen, spoor en haven terreinen en langs allerlei soorten wegen.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: akkerleeuwenbek*, akkermunt*, akkerwinde, andijvie*, bermooievaarsbek*,( zeer invasief), dauwnetel*, gele ganzenbloem*, gele lupine*, gewone steenraket, grote kaardenbol*, huttentut*, koolzaad*, mariadistel*, muurbloemmosterd*, valse ridderspoor*, vierzadige wikke*. -- Overige soorten: Akkerandoorn*, akkervergeet-mij-nietje*, bleke basterdwederik, citroengele honingklaver*, dille*, gewone duivenkervel*, grote klaproos*, juffertje in het groen (Nigella damascena)*, knopherik*, phacelia*, priemvetmuur, rode ogentroost, schermscheefbloem*, slaapbol*, slaapmutsje*, smalle weegbree*, veldereprijs, witte honingklaver*, zegekruid*, zomeradonis(zeer kritische soort), zomerfijnstraal (zeer invasief), zwaluwtong.
Geen bijenplanten-- gidssoorten: gewone veldsla, hondspeterselie, kompassla . -- Overige soorten: akkerviooltje, Amerikaanse kruidkers, bleekgele droogbloem, Canadese fijnstraal, gehoornde klaverzuring, handjesgras, heermoes, ijle dravik, kleine veldkers, kruipertje, liggende vetmuur, moerasdroogbloem, rood guichelheil, stijve klaverzuring, vreemde ereprijs .
X
P8 -- Natte voedselrijke bodem Enkele voorbeelden
Voorkomen -- Langs allerlei waterkanten van vijvers, sloten en plassen; komt grootschalig vooral op droogvallende gronden langs de rivieren voor. Verder in de loop van het groeiseizoen op allerlei droogvallende bodems.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: moerasandijvie*, waterpeper, zachte duizendknoop, zompvergeet-mij-nietje. -- Overige soorten: Akkerkers, beklierde basterdwederik, bleke basterdwederik, moeraskers. (Grote kattenstaart)*
Geen bijenplanten-- Gidssoorten: Beekpunge, blaartrekkende boterbloem, blauwe waterereprijs, knikkend tandzaad, late stekelnoot, rode waterereprijs, slanke waterkers, veerdelig tandzaad, watermuur, zomprus, zwart tandzaad. -- Overige soorten: bleekgele droogbloem, bleke basterdwederik, geknikte vossenstaart, greppelrus, korrelganzenvoet, moerasdroogbloem, rode ganzenvoet.
X
P9 -- Vochtige tot droge zeer voedselrijke bodem Enkele voorbeelden
Voorkomen -- Op vrijwel alle veelal bemeste en/of verstoorde of opgebrachte bodems. Vaak op braakliggende terreinen, langs akkers, op verlaten volkstuinen en op plaatsen met een duidelijk achterstallig onderhoud.
Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: Akkerdistel, akkerkool, akkerkers, akkermelkdistel, beklierde duizendknoop, bergbasterdwederik, bernagie*, echte kamille*, gekroesde melkdistel, gele mosterd*, gewone melkdistel, gewone raket, gewoon herderstasje, gewoon varkensgras, grote ereprijs, grote weegbree, hennep, herik*, hoenderbeet, klein hoefblad, klein kaasjeskruid, klein kruiskruid, koolzaad*, moederkruid*, moerasandoorn*, moeraskers, paarse dovenetel, perzikkruid, raapzaad*, radijs/bladramanas*, reukeloze kamille*, schijfkamille, stijve steenraket, vogelmuur, zwarte mosterd*. -- Overige soorten: Akkerkers, beklierde basterdwederik, gewone duivenkerve*l, grote klaproos*, phacelia*, zilverschoon, zwaluwtong.
Geen bijenplanten -- Gidssoorten: behaarde boterbloem, bijvoet, bolletjesraket, glad vingergras, grove varkenskers, hanenpoot, harig knopkruid, harig vingergras, Italiaans raaigras, kaal knopkruid, kleine brandnetel, kleine varkenskers, kluwenhoornbloem, kroontjeskruid, kruisbladige wolfsmelk, krulzuring, kweek, melganzenvoet, pijlkruidkers, slipbladige ooievaarsbek, spiesmelde, steenkruidkers, stijve klaverzuring, straatgras, straatliefdegras, tuinwolfsmelk, uitstaande melde, vreemde ereprijs, witte krodde, winterpostelein, zwarte nachtschade. -- Overige soorten: Canadese fijnstraal, greppelrus, heermoes, klein liefdegras, korrelganzenvoet, kruipertje, liggende vetmuur (op verdichte bodem), rode ganzenvoet, rood guichelheil, steenkruidkers, tuinbingelkruid.
 
Overzicht beheertypen pioniervegetaties Ga terug via depijl links boven