Beheertype P3: Soorten van overwegend droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zwakzure tot kalkhoudende bodem
Voorkomen -- Open zandige bodems. In hoofdzaak in het duingebied, verder in wegbermen, zandafgravingen, spoorwegterreinen en braakliggende terreinen.
Opmerking -- Nectar- en stuifmeelplanten komen nauwelijks voor. Maar kunnen elders in het terrein talrijk voorkomen.
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: duinviooltje ( op veel plaatsen talrijk); zelden en zeer locaal ook: melige toorts, zacht vetkruid.
 
Geen drachtplanten
Echt duizendguldenkruid, fraai duizendguldenkruid, geel walstro, rood zwenkgras, zandzegge.
 
Voorbeelden
Duinviooltje
 
 
 
 
 
 
 
 
Duinviooltje is karakteristiek voor het hele duingebied, dat zo talrijk kan voorkomen dat het aspectbepalend is. Dit fenomeen is bijna niet fotografisch vast te leggen. Terug