| Beheertype P4: Overwegend (matig) droge, voedselarme tot iets voedselrijk, kalkhoudende bodem |
| Voorkomen -- Zandige tot lemige bodems, vooral in de omgeving van het duin- en rivierengebied en in Zuid-Limburg. In wegbermen, overhoeken, spoorweg- en haventerreinen, fabrieksterreinen, langs paden door de duinen. |
| Opmerking -- bevat veel nectar- en stuifmeel producerende soorten die vaak kunnen worden toegepast in heemtuinen en op tijdelijk braakliggende terreinen. Worden ook in open of nieuw bermen ingezaaid. De duur van het effect is sterk afhankelijk van de snelheid van de vergrassing. |
| |
| Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten) |
| Kenmerkende soorten: gewone ossentong, grote teunisbloem, hartgespan, keizerskaars, kleine steentijm, kleine teunisbloem, kleverige reigersbek, knikkende distel, malrove, slangenkruid, stalkaars, veldhondstong, wegdistel, wild kattenkruid, wilde reseda, wouw. |
| Overige soorten: bittere scheefbloem, duinviooltje, grote zandkool, hertshoornweegbree, jacobskruiskruid ( liever niet uitzaaien), juffertje in het groen, koningskaars, kromhals, middelste teunisbloem, ruw vergeet-mij-nietje, schermscheefbloem, vroegeling, witte reseda, zacht vetkruid, zeepkruid (vaste plant!), zwaluwtong. |
| |
| Geen bijenplanten |
| Kenmerkende soorten: Absintalsem, duinaveruit, Hongaarse raket, kandelaartje, kegelsilene, kleine veldkers, smal vlieszaad, echt duizendguldenkruid, geel walstro, gewone zandmuur, kleverig kruiskruid, plat beemdgras, rode schijnspurrie, vroege haver, zandambrosia, zandhoornbloem, zandraket, zandzegge,zwenkdravik. |
| Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen |
| Voorbeelden |
|
| |
| |
| Ossentong is een soort van het kalkrijke duingebied, maar wordt ook wel in het binnenland aangetroffen en soms massaal op de Waddeneilanden. Onder meer massaal op Vlieland in 2007. Daar werd deze plant talrijk door dagvinders bezocht (atalanta, distelvlinder, zandoogje en duinparelmoervlinder). |
Terug |
 |
| |
| |
| Wilde reseda staat in tussen een pionierplant en een ruigteplant. Als de ruigte niet te veel gesloten is, kan deze plant zicht nog enige jaren handhaven. In grote delen van het land is het vooral een plant van spoorwegen, spoorwegemplacementen en andere industriële terreinen, waar hij ook in droge, matige voedselrijke bodems (P6) groeit. |
Terug |
 |
| |
| |
| Slangenkruid is vermoedelijk over enkele jaren uit dit milieu verdwenen. Eenmaal per jaar maaien zal hier waarschijnlijk het beheer worden. Gecombineerd met de activiteiten van konijnen zou deze plant zich dan nog in beperkte mate kunnen handhaven. Op dit terrein bevindt zich ook een meeuwenkolonie (Botlekgebied, 1999). |
Terug |
 |
| |
| |
| Wouw -- In tegenstelling tot wilde reseda is wouw bijzonder gevoelig voor concurrentie. De soort groeit vooral op plekken waar geregeld grote bedrijvigheid heerst en kwam in de jaren tachtig veelvuldig voor op spoorwegemplacementen, rond steenfabrieken en andere fabrieksterreinen met open bodems. (groeit ook op matige voedselrijke bodems. |
Terug |
 |
| |
| |
| |
| Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van beheertype P4 |
Terug |
| #: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant. |
| * nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels) |
| Anchusa officinalis - Gewone ossentong |
sachembijen (Anthophora plumipes) |
| * nestelen boven de grond |
sachembijen (Anthophora furcata), behangersbijen (Megachile versicolor; M. centucularis, M. willughbiella) |
| Carduus nutans - Knikkende distel |
onder meer Metselbijen (Osmia*); behangersbijen (Megachile*) |
| Diplotaxis tenuifolia - Grote zandkool |
groefbijen (Lasioglossum), zandbijen (Andrena) |
| Echium vulgare - Slangenkruid |
metselbijen (Osmia aurulenta); zandbijen (Andrena); behangersbijen (Megachile ligniseca, M. maritima) |
| * nestelen boven de grond |
metselbijen (Osmia adunca #, O. caerulescens, O. claviventris), Wolbijen (Anthidium manicatum en A. puntatum); zandbijen (Andrena), sachembijen (Anthophora furcata, A. quadrimaculata), behangersbijen (Megachile versicolor) |
| Onopordum acanthium - Wegdistel |
Behangersbijen (Megachile versicolor*), Groefbijen (Halictus) |
| Reseda lutea - Wilde reseda |
zandbijen (Andrena pilipes, A. flavipes), groefbijen (Lasioglossum) |
| * nestelen boven de grond |
maskerbijen (resedamaskerbij Hylaeus signatus #, H. gibbus, H. confusus, H. brevicornis, H. communis, H. hyalinatus, H. spilotus), kleine wolbij (Anthidium punctatum) |
| Reseda luteola - Wouw |
zandbijen, groefbijen (Lasioglossum) |
| * nestelen boven de grond |
maskerbijen (resedamaskerbij - Hylaeus signatus , H. gibbus, H. confusus, H. brevicornis, H. communis, H. hyalinatus) |
| Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid |
zandbijen (Andrena flavipes, A. denticulata #); groefbijen (Lasioglossum); Zijdebijen (Colletes fodiens #) |
| * nestelen boven de grond |
Zijdebijen (Colletes daviesanus #); tronkenbij (Heriades truncorum #), Behangersbijen (Mechachile versicolor) |
|
| Terug |
| |