Beheertype P7: Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem
Voorkomen -- Open zandige, lemige en kleiige bodems. Op allerlei open plaatsen in het om het stedelijk gebied: akkers, volkstuinen, industriële terreinen, spoor en haven terreinen en langs allerlei soorten wegen.
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: akkerleeuwenbek, akkermunt, akkerwinde, andijvie, bermooievaarsbek, (invasief), dauwnetel, gele ganzenbloem, gele lupine, gewone steenraket, grote kaardenbol, huttentut, koolzaad, mariadistel, muurbloemmosterd, valse ridderspoor, vierzadige wikke.
Overige soorten: Akkerandoorn, akkervergeet-mij-nietje, bleke basterdwederik, citroengele honingklaver, dille, gewone duivenkervel, grote klaproos, juffertje in het groen (Nigella damascena), knopherik, phacelia, priemvetmuur, rode ogentroost, schermscheefbloem, slaapbol, slaapmutsje, smalle weegbree, veldereprijs, witte honingklaver, zegekruid, zomeradonis(zeer kritische soort), zomerfijnstraal (zeer invasief), zwaluwtong.
 
Geen bijenplanten
Kenmerkende soorten: gewone veldsla, hondspeterselie, kompassla .
Overige soorten: akkerviooltje, Amerikaanse kruidkers, bleekgele droogbloem, Canadese fijnstraal, gehoornde klaverzuring, handjesgras, heermoes, ijle dravik, kleine veldkers, kruipertje, liggende vetmuur, moerasdroogbloem, rood guichelheil, stijve klaverzuring, vreemde ereprijs .
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen
Voorbeelden
Akkerwinde in de duinen Gele ganzenbloem in een graanakker Gele ganzenbloem op een akker Een bonte berm
Klaproos in een akker Klaproos in een middenberm Gele ganzenbloem in een park Bezemkruiskruid op het spoor
       
 
 
Akkerwinde -- De bovengrond waarop deze plant groeit, kan zeer droog zijn, maar de ondergrond is vaak aanzienlijk vochtiger. De wortelstokken kunnen op meer dan 30 cm diepte horizontaal in de bodem voorkomen. Als deze plant in tuinen groeit, kan het een lastig onkruid zijn. Verder geeft die schitterende bloemen die door bloembezoekende insecten worden bezocht. Terug
 
 
Gele ganzenbloem wordt steeds meer een plant van akkerreservaten. In het stedelijk groen wordt die ook in zaadmensels uitgezaaid. (om. Tilburg 1989) Terug
 
 
Gele ganzenbloem in het Rijk van Nijmegen, het is zeker of dit een spontane vegetatie is of is ingezaaid (Beek, 2007). Terug
 
 
Gele ganzenbloem voor de sier in een park in Leeuwarden (1989) en waarschijnlijk op verschraalde klei uitgezaaid. Terug
 
 
Een ouderwetse akker met klaproos en echte kamille Terug
 
 
Grote klaproos en herik -- De bodem is hier iets verschraald. Grote klaproos en herik zijn ingezaaid, maar zullen al na een of twee jaar weer verdwenen zijn. (Schiedam, 1991) Terug
 
 
Bezemkruiskruid langs het spoor Terug
Bezemkruiskruid komt al sinds de jaren dertig in Nederland voor. In de 19e eeuw is de soort vanuit zuidelijk Afrika met wol in België geïmporteerd en via de Maas in Nederland gekomen. Tot ca. 1985 bleek uit verspreide waarnemingen, dat de soort beperkt was tot Zuid-Limburg, waar deze plant massaal op spoorwegemplacementen en op mijnsteenbergen groeide. Doordat in de jaren tachtig mijnsteenmateriaal werd gebruikt voor de aanleg van schouwpaden langs het spoorwegnet, verspreidde deze soort zich binnen enkele jaren over heel Nederland (Koster, 1985, 1986). De soort is nu vrij algemeen.(Kerkrade 1990)
 
 
Een bonte berm - Een in gezaaide middenberm met onder meer gele honingklaver en gele ganzenbloem (Deventer ca. 1998) Terug
 
 
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van beheertype G7 Terug
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
* nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Chrysanthemum segetum - Gele ganzebloem groefbij (Lasioglossum calceatum); wespbijen (Nomada)
* nestelen boven de grond ronkenbij (Heriades truncorum #) is de meest trouwe bezoeker van gele ganzenbloem; wormkruidbij (Colletes daviesanus #)
Cichorium endivia - Andijvie pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), zandbijen (Andrena denticulata, ), groefbijen (Halictus scabiosae alleen in Z-L; naar Westrich, 1989: Halictus quadricintus, H. rubicundus, H. sexcinctus, H. tumulorum; lasioglossum albipes, L. calceatum, L. fulvicorne, L. leucozonium, L. malachurum, l. morio, L. nigriceps, L. nitidulum, L. pauxillum, L. punctatissimum; L. villosulum, L. zonulum), roetbijen (Panurgus)
* nestelen boven de grond behangersbijen (Megachile centuncularis); tronkenbij (Heriades truncorum)
Convolvulus arvensis - Akkerwinde zandbijen (Andrena bicolor, A. flavipes); groefbijen (Halictus scabiosae, H. sexcintus; Lasioglossum leucozonium, volgens Westrich, 1989: L. maluchurum, L. Morio, L. nigripes, L. villosulum)
Erigeron annuus - Zomerfijnstraal zijdebijen (Colletes daviesanus, C. fodiens):groefbijen (onder meer Lasioglossum calceatum)
  zijdebijen (Colletes daviesanus), tronkenbij (Heriades truncorum)
Geranium pyrenaicum - Bermooievaarsbek groefbijen (Halictus tumulorum, Lasioglossum caceatum)
Melilotus albus - Witte honingklaver zandbijen (Andrena flavipes); groefbijen (Halictus)
* nestelen boven de grond behangersbijen (Megachile versicolor, M. ericetorum), metselbijen (Osmia)
Melilotus officinalis - Citroengele honingklaver zandbijen (Andrena flavipes); groefbijen (Halictus)
* nestelen boven de grond behangersbijen (Megachile versicolor), metselbijen (Osmia)
Senecia inaequidens- Bezemkruidskruid zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), waarschijnlijk ook zijdebijen (Colletes C. fodiens)
* nestelen boven de grond tronkenbij (Heriades troncorum) waarschijnlijk ook zijdebijen (Colletes daviesanus)