Beheertype P8: Natte voedselrijke bodem
Voorkomen -- Langs allerlei waterkanten van vijvers, sloten en plassen; komt grootschalig vooral op droogvallende gronden langs de rivieren voor. Verder in de loop van het groeiseizoen op allerlei droogvallende bodems.
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: moerasandijvie, waterpeper, zachte duizendknoop, zompvergeet-mij-nietje.
Overige soorten: Akkerkers, beklierde basterdwederik, bleke basterdwederik, moeraskers. (Grote kattenstaart)
 
Geen drachtplanten
Kenmerkende soorten: beekpunge, blaartrekkende boterbloem, blauwe waterereprijs, knikkend tandzaad, late stekelnoot, rode waterereprijs, slanke waterkers, veerdelig tandzaad, watermuur, zomprus, zwart tandzaad. .
Overige soorten: bleekgele droogbloem, bleke basterdwederik, geknikte vossenstaart, greppelrus, korrelganzenvoet, moerasdroogbloem, rode ganzenvoet
 
Voorbeelden
Grote kattenstaart langs de IJssel Waterpeper langs een bos Gele waterkers bij een griend  
 
 
 
 
 
 
Grote kattenstaart is van alle markten thuis, groeit in ruigte, in grasland, maar kan ook massaal als pionierplant optreden, waarbij hij spectaculaire paarse vlakken kan vormen (IJssel 2004). Terug
 
 
Waterpeper groeit in het bos vaak in opdrogende plassen. Dit zijn vaak plekken in voedselarme terreinen die door gebruik of door het toestromende water voedselrijk zijn geworden. Doordat de ondergrond nog lang vochtig blijft, houdt deze soort goed stand. Terug
 
 
Gele waterkers bij een griend Terug
 
 
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van beheertype P8 Terug
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
* nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Lythrum salicaria - Grote kattenstaart kattenstaartbij (Melitta nigricans)#, bonte viltbij (Epeoloides coecutiens), tubebij (Stelis), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), Slobkousbij (Macropis europaeus)
Rorippa sylvestris - Akkerkers zandbijen (Andrena chrysosceles, A. subopaca), groefbijen (Halictus rubicundus, H. tumulorum, Lasioglossumcalceatum, L. leucopus, L. sexstrigatum, L. villosulum)
* nestelen boven de grond maskerbijen (Hylaeus communis, H. gibbus, H. hyalinatus, H. pictipes)