| Overzicht beheertypen ruigten | Terug naar zoek onderwerp | Start ruigten |
| Gidssoorten: plantensoorten die min of meer karakteristiek zijn voor een bepaalde bodemtypen/bodemkwaliteit. Ruigten worden gewoonlijk éénmaal in de 3 jaar in de late herfst of in de winter gemaaid. | ||
R0 -- Brakke bodems |
||
| Voorkomen -- In hoofdzaak plaatsen die onder invloed staan van getijden. Dit betreft het estuarium in Zuidwest Nederland waar vooral heemst in aanspoelingsgordels voorkomt. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: Echte heemst . -- Overige soorten: (niet exclusief voor brakke bodems) grote engelwortel, harig wilgenroosje, haagwinde, koninginnekruid (licht brak), kruldistel, akkermelkdistel. | ||
| Geen bijenplanten -- (niet exclusief voor brakke bodems) heen, riet, selderij. | ||
| X | ||
R1 - R3 -- Natte tot vochtige (droge), voedselarme min of meer zure bodem |
||
| Opmerking -- Dit beheertype bevat zelg geen bijenplanten, mar wordt veel vaak geflankeerd door soorten van wilgenbroekstruweel en restanten van heidevegetaties. | ||
| Voorkomen -- Als restant van bos-, struweel en heidevegetaties tussen 1980 en 1995 in hoofdzaak in spoorwegbermen en -greppels waargenomen. | ||
| Gidssoorten -- Vochtig tot natte bodem: hennegras, kamvaren, koningsvaren, moerasvaren, pijpenstrootje; droge bodem: adelaarsvaren (officieel geen ruigtekruid) | ||
| X | ||
R5 -- Zomerdroge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodem |
||
| Voorkomen -- Vooral tussen 1980 en 1995 op spoordijken, spoorwegtaluds van spoorweginsnijdingen en overhoeken op spoorweg emplacementen. In hoofdzaak in Zuid-Limburg; vooral op geregeld afgebrande taluds en bermen en overhoeken op spoorwegemplacementen. Verder ook op taluds van holle wegen en dijk hellingen. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten -- onder meer: beemdkroon, borstelkrans, boslathyrus, grote centaurie, peen, wilde marjolein, viltig kruiskruid, zwarte toorts; vaak doorspekt met braam. | ||
| X | ||
R6 -- Droge tot vochthoudende, matig voedselrijke bodem |
||
| Voorkomen -- Overhoeken van industriële terreinen: steenfabrieken, spoorwegemplacementen, zandafgravingen. Wilgenroosje vooral in de duinen, kap- en stormvlakte van bossen; verder langs bossen en bosachtige elementen. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: Langstekelige distel, stinkende ballote, valse wingerd, wilgenroosje, kroonkruid (geen honingbijen), -- Overige soorten: bezemkruiskruid, boerenwormkruid, bonte wikke, citroengele honingklaver, gewone hennepnetel, knopherik, stinkende gouwe, vijfdelig kaasjeskruid, vlasbekje, valse wingerd, witte honingklaver, zomerfijnstraal | ||
| Geen bijenplanten -- Gidssoorten: schaafstro -- Overige soorten: avondkoekoeksbloem, ijle dravik. | ||
| X | ||
R7 -- Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem |
||
| Voorkomen -- Door het hele land op overhoeken en braakliggende overhoeken van industriële terreinen: steenfabrieken, spoorwegemplacementen, haventerreinen, zandafgravingen; spoor- en kanaalbermen, spoordijken en overhoeken langs wegen. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: aardpeer, boerenwormkruid, Canadese guldenroede, gewone braam, gewone engelwortel, goudgele honingklaver, grote hardvrucht, haagwinde, Japanse duizendknoop, kleine aster, late guldenroede, oosterse karmozijnbes, smalle aster, stijve zonnebloem, venkel. -- Overige soorten: aardaker, bezemkruiskruid, bitterzoet, bosrank, citroengele honingklaver, dauwbraam, dauwnetel, echte heemst, fluitenkruid, framboos, gevlekte dovenetel, heggenwikke, lange ereprijs, kogeldistel, Mariadistel, muskuskaasjeskruid, overblijvende ossentong, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, Rudbeckia nitida, vogelwikke, wede, wilgenroosje, witte honingklaver, (zevenblad). | ||
| Geen bijenplanten -- Gidssoorten: gevlekte scheerling, puntwederik, riet. -- Overige soorten: kruisbladwalstro. | ||
| X | ||
R8 -- Natte matig voedselrijke tot zeer voedselrijke bodem |
||
| Voorkomen -- Door het hele land langs allerlei wateren en natte lintvormige landschapselementen en andere natte braakliggende terreinen; vaak als oevervegetatie. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: Bitterzoet, echte valeriaan, Engelse alant, gele lis, geoord helmkruid, gevleugeld helmkruid, grote engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, hertsmunt, knolribzaad, koninginnekruid, lange ereprijs, late guldenroede, moerasandoorn, moeraskruiskruid, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, rivierkruiskruid, slipbladige rudbeckia, spindotterbloem, wolfspoot, zomerklokje. -- Overige soorten: gele waterkers, gewone engelwortel, gewone smeerwortel, goudgele honingklaver, haagwinde, harig wilgenroosje, heelblaadjes, kleine aster, moerasvergeet-mij-nietje, Oostenrijkse kers, reuzenbalsemien, rietgras, smalle aster, veenwortel, viltige basterdwederik, watermunt. | ||
| Geen bijenplanten -- Gidssoorten: liesgras, mannagras, moeraswalstro, moeraswolfsmelk, moeraszegge, oeverzegge, reuzenpaardenstaart, riet, scherpe zegge. -- Overige soorten: Bosbies, grote lisdodde, grote watereppe, heen, , kleine lisdodde, koningsvaren, melkeppe, moerasbeemdgras, moerasvaren, moeraswederik, pitrus, puntwederik, rietgras, zeegroene rus. | ||
| X | ||
| R9 -- Vochtige zeer voedselrijke bodem | ||
| Voorkomen -- Door het hele land in lintvormige landschapselementen en op braakliggende terreinen en op allerlei mechanisch verstoorde of bemeste terreinen. Op rijke gronden ook langs bossen en zowel binnen als buiten de stad ook langs beplantingen. | ||
| Nectar- en stuifmeelplanten -- Gidssoorten: akkerdistel (zie bij akker- en pionierveg.), gewone klit, groot hoefblad, grote klit, kruldistel, reuzenberenklauw, speerdistel, zevenblad. . -- Overige soorten: akkermelkdistel, bergbasterdwederik, donzige klit, gewone berenklauw, groot kaasjeskruid, grote hardvrucht, klein kaasjeskruid, muskuskaasjeskruid, Oostenrijkse kers, oosterse karmozijnbes, witte dovenetel, zevenblad, zwarte mosterd. | ||
| Geen bijenplanten -- Gidssoorten: bijvoet, grote brandnetel, kleefkruid, , mierik. -- Overige soorten: kweek, ridderzuring. | ||
|
||