script language="Javascript1.2">
Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!
15 Eiken-haagbeukbos: toepasbare houtige soorten en voorkomende kruiden
Het eiken-haagbeukenbos kent veel overeenkomsten met de andere bostypen van eiken en beukenbossen van de voedselrijke bodems. Dit bostype komt het meest voor in Zuid-Limburg. Daarbuiten komt het vooral voor in Twente en de Achterhoek en is verder sterk verspreid in de oostelijke helft van het land. Een groot aantal kruidachtige bossoorten komt uitsluitend voor in oude bossen van 2 of meer eeuwen oud. Zaadbronnen in de omgeving is een voorwaarde voor vestiging in jonge bossen. De bodem bestaat uit een slecht doorlatende ondergrond van leem (beekleem, keileem, kleefaarde, pleistocene rivierklei en potklei) die is afgedekt met een laag lemig zand. Deze dubbele bodems vormen het grootste verschil met de andere bostypen. Verder komt dit bos voor op hellingen waar hakhoutbeheer werd gevoerd.
Bodem
Vochthoudend-zomerdroog
Periodiek met stagnerend water
Voedselrijk Leem- en kleiachtige bodems: zavel-rivierklei, lemige bodem, potklei en oude klei; brikgronden, eerdgronden,
vaaggronden
Kalkrijk pH7(0ndergrond) of meer; bovengrond pH4-6 humusrijk
Bomen Hoofdhoutsoorten: Haagbeuk. zomereik, gewone es.
  Begeleidende soorten: Beuk, gewone esdoorn, zoete kers, Spaanse aak, winterlinde, zomerlinde, wintereik, ruwe berk. Op open plekken en aan bosranden: robinia.
Struiken Aalbes, bosroos, boswilg, Gelderse roos, gele kornoelje, gewone vlier, hazelaar, hondsroos, hulst, kruisbes, rode kornoelje, rood peperboompje, sleedoorn, tweestijlige meidoorn, wegedoorn, wilde lijsterbes, wilde kardinaalsmuts, taxus, trosvlier, gewone vlier. Vaak bramen
Lianen Bosrank, klimop, wilde kamperfoelie.
Kruidlaag Nectar- en stuifmeelplanten: Kenmerkende soorten: amandelwolfsmelk, aardbeiganzerik, berghertshooi, boskruiskruid, boslathyrus (aan de randen), boswederik, daslook, donkersporig bosviooltje, gele anemoon, gele monikskap, grote muur, hartbladzonnebloem, heggenwikke (aan de randen) holwortel, kleine kaardenbol, kleine maagdenpalm, muskuskruid, prachtklokje, ruig klokje, slanke sleutelbloem, vingerhelmbloem, zwarte rapunzel. -- Overige soorten: Bleeksporig bosviooltje, bosaardbei, bosandoorn, bosanemoon, bosvergeet-mij-nietje, dagkoekoeksbloem, geel nagelkruid, gewone berenklauw, gewone hennepnetel, gewoon vingerhoedskruid, groot heksenkruid, hondsdraf, kleefkruid, knopig helmkruid, kruipende boterbloem, kruipend zenegroen, maartsviooltje, robertskruid, speenkruid, veelbloemige salomonszegel vingerhelmbloem en zevenblad
Geen bijenplanten: Kenmerkende soorten: boszegge, christoffelkruid, eenbes, eenbloemig parelgras, boswalstro, gulden boterbloem, heelkruid, lievevrouwebedstro, overblijvend bingelkruid, stijve naaldvaren, -- Overige soorten: drienerfmuur, gevlekte aronskelk, grote brandnetel, grote keverorchis, kleefkruid, (klimopbremraap), mannetjesvaren, ruw beemdgras, schaduwgras.
Toepassingen: alle houtige soorten kunnen op minerale voedselrijke bodems worden toegepast. Kruidachtige worden/werden vaak aangeplannt op uitgezaaid in stedelijke beplantingen.
Legenda
Bij houtige soorten en lianen: soorten die door bijen worden bezocht.
Bij kruidlaag: soorten die kunnen worden geïntroduceerd (planten of zaaien) voor informatie per plant zie plantenvademecum (Koster 2007).
 
Daslook Leeuwarden -- Op de meest schaduwrijke plek in dit park is daslook toegepast. In de zomer is deze plek kaal. Gevlekt longkruid bevindt zich aan de buitenkant van het plantsoen. De randen van deze beplanting moeten wel geregeld worden gecontroleerd op opslag en ongewenste kruiden.
 
Daslook dominant -- Van de kruidachtige bolgewassen van het eiken-haagbeukenbos is daslook het gemakkelijkst toepasbaar. Op allerlei niet te zure, te natte of te arme bodems kan hij dominant optreden. Andere lage voorjaarsplanten worden hierbij overwoekerd. Daslook kan in tamelijke diepe schaduw groeien. In de zomer is de bodem hier kaal. (Leeuwarden 1996)
 
Holypark Vlaardingen -- Hier zijn verschillende soorten van het eiken-haagbeukbos geïntroduceerd. Onder meer daslook, muskuskruid en guldenboterbloem. In de natuur hebben deze planten hun eigen plek. Op deze plek beconcurreren ze elkaar. Muskuskruid is hierbij de zwakste partij. Beheer vindt hier nauwelijks plaats. (Vlaardingen, Holypark 2003)
 
Muskuskruid -- kan op veel plekken bodembedekkende tapijten vormen. Deze verdwijnen later in het voorjaar of in de vroege zomer. Deze plant is goed in tuinen toe te passen, maar hij kan wel door de hele tuin heen kruipen.